Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 24: 'Ik kan mezelf wel slaan:
Waarom zeg ik dit?!'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée zichzelf voornam om zich niet meer voor Jasmijns karretje te laten spannen. Ze is goed op weg, maar feit blijft dat Jasmijn op pad gaat voor het leuke werk, terwijl Esmée achterblijft om de telefoon aan te nemen. En deze keer heeft ze een heel boze vrouw aan de lijn.

‘Paisley!’ roep ik geïrriteerd, geïrriteerder dan nodig is. Maar ik kom dan ook net bij Tjibbe vandaan om nog wat navraag te doen over zijn agendapunt in de redactievergadering vanmorgen en zijn gehort en gestoot en het gehap naar adem heeft echt het uiterste van me gevergd. En nu stuit ik dus op een kotsende Paisley. Haar hele lichaampje schokt. Hetgeen ze uitbraakt onder mijn bureau lijkt uit het diepst van haar binnenste te komen. Geschrokken en met de oortjes naar beneden kijkt ze naar me op, vlak voordat ze opnieuw een blauwig plakkaat op de grond werpt. Wacht even, blauw?

‘Rustig maar, Paisley.’ Ik kniel naast haar en aai haar hoofdje. ‘Heb je iets verkeerds gegeten?’ Ik bekijk de blauwe plek op de vloerbedekking. Het lijkt wel plastic of zo. En ja hoor, daar komt nog een golf bruinig spul met blauw plastic erdoorheen. Gadverdarrie. Dat er zoveel kots uit zo’n klein hondje kan komen, het is minstens drie keer haar eigen gewicht. Ik ren naar de keuken om een vaatdoek en ander reddingsmateriaal te halen.

Als ik even later vol walging op mijn knieën onder mijn bureau zit te soppen en te vegen, zie ik pas wat het blauwe spul precies is: de pen van Gretta waar ze vanochtend tijdens de vergadering op zat te kauwen. Het arme beestje, voor haar moeten die vergaderingen nog strontvervelender zijn dan voor ons.

‘Oh yeah man. Kots onder je bureau. Kots onder je bureau. Yeah man.’

Ik stoot bijna mijn hoofd als ik met een ruk overeind kom. Een overbekende zangstem begeleid door een overbekende gitaar golft op een reggaeritme dichterbij. ‘Oh yeah man. Kots onder je bureau. Kots onder je bureau.’ Een tweede bekende stem vult aan: ‘Dat is niet fijn, dat zie je zo.’

‘Hai Jack. Hai Timo,’ begroet ik ze als ik onder mijn bureau vandaan gekomen ben, het stinkende vaatdoekje in mijn hand.

‘Hai, Esmée.’ Timo slaat een akkoord aan op zijn gitaar. ‘Alles kots? Eh… kits?’ Hij heeft een muts op zijn hoofd. Hé, maar dat is…

‘Dat is mijn muts!’ zeg ik, en ik reik naar zijn hoofd.

Timo houdt pestend zijn hand erop. ‘Eerlijk gevonden! Lag in de vergaderzaal.’

Aargh. ‘Kan kloppen. Daar heb ik hem dan vanmorgen laten liggen.’

Timo pakt de muts van zijn hoofd en gooit hem naar me toe. Ik vang hem met beide handen op, met het vaatdoekje nog steeds in mijn hand. Gadver, kan ik dat ding ook nog in de was stoppen.

‘Sorry…’ zegt Timo beteuterd en hij slaat weer een reggae-akkoord aan. ‘Maar we gaan weer. Waar is hier ook alweer de nooduitgang?’

Hoofdschuddend kijk ik ze na. We zouden beter een special issue over Jack en Timo kunnen maken. Veel leuker en die lui wonen hier zowat.

Ik ruim het doekje op, was mijn handen drie keer tot aan mijn ellebogen en ga terug naar mijn werkplek om de notulen uit te werken. Ondertussen eet ik een chocolademuffin met karamelvulling.

Ik schrok net de laatste hap naar binnen als de telefoon gaat. Zo te zien is het een doorgeschakelde lijn van Jasmijn; ze is op pad voor een interview. Snel probeer ik de hap weg te slikken, maar helaas schiet er een stukje in mijn luchtpijp en beland ik in een hoestbui. Als niemand van mijn collega’s me te hulp schiet of ook maar opkijkt van zijn of haar bureau en de telefoon voor de vijfde keer overgaat, neem ik toch maar op en produceer een geluid dat mijn naam moet voorstellen.

‘Jasmijn?! Jezus, waar zat jij? Ik baal er zo van als ik je niet te pakken krijg.’

Een rilling gaat over mijn rug. De stem komt me vaag bekend voor en ik heb er geen goed gevoel bij. Wie is dit?

Ik probeer de vrouw antwoord te geven, maar mijn stem hapert te veel. Snel neem ik een slok cappuccino, mors op mijn bureaublad, veeg het weg met mijn blocnote en hoop dat ik ondertussen verstaanbaar ben. Ik hoest nog een laatste keer terwijl het mens gewoon door ratelt.

‘Ik had die informatie gisteren al nodig. GISTEREN! Afspraak is afspraak, weet je. Ik ben het spuugzat. Ik ben JOU spuugzat.’

Sjonge. Deze vrouw is vreselijk boos en vreselijk onaardig.

‘Kan ik misschien een boodschap aannemen? U spreekt met Jasmijns secretaresse,’ zeg ik op mijn vriendelijkst.

‘Alsjeblieft, Jasmijn. Doe niet zo debiel. Alsof ik daarin trap. Dat is de oudste truc ter wereld. Ik heb hem zelf uitgevonden.’

Hahaha. Eigenlijk is dit best grappig.

‘We hadden een duidelijke afspraak en jij komt die niet na. Dat betekent dat ik mijn beloften aan jou ook niet na hoef te komen. Je weet donders goed wat ik bedoel. Ik wil de gevraagde informatie en ik wil het vandaag.’

‘En van wie kan ik zeggen dat de boodschap komt?’ vraag ik als ze even ademhaalt tussen twee tirades door. Mijn stem klinkt nog steeds krakerig.

‘Jasmijn! Shut. The. Fuck. Up!’ gilt ze. ‘Vanavond, in mijn mailbox. Basta!’ En dan hangt ze op.

*

Als de echte Jasmijn een halfuur later nietsvermoedend de afdeling op wandelt, tackel ik haar direct, zoals het een goede assistente betaamt.

‘Jasmijn, er heeft een vrouw voor je gebeld. Raar mens. Lichtelijk hysterisch. Iets met dreigementen, bepaalde informatie en shut the fuck up. Kon er geen touw aan vastknopen.’

Jasmijn kijkt me geschrokken aan. ‘Wie? Hoe heette ze?’ Ze begint haar jas uit te trekken alsof ze opeens haast heeft.

‘Geen idee. Ze zei haar naam niet. Ze begon meteen te tieren dat ze bepaalde informatie vanavond in haar mailbox wilde en anders basta. Of zoiets.’ Als Jasmijn steeds benauwder gaat kijken, voeg ik eraan toe: ‘Eigenlijk was het heel grappig zoals ze deed.’ Het lijkt niet te helpen.

‘Oké,’ zegt ze afwezig. Met een ietwat wit weggetrokken smoeltje loopt ze haar kantoor in en doet de deur dicht. Aan het knipperende lampje op mijn telefoon zie ik dat ze gaat bellen.

Als ze even later naar buiten komt heeft ze weer wat kleur.

‘Gaat het?’ vraag ik.

Ze maakt een wuivend gebaar. ‘Ja joh. Inderdaad een raar mens. Ik was gewoon vergeten dat ik haar vandaag iets zou sturen. No biggie.’ Ze gaat op de hoek van mijn bureau zitten en zucht een keer. ‘Ik ben moe.’

‘Ik ook. En we moeten nog een hele week.’ Ik doe alsof ik met mijn hoofd op mijn bureau bonk.

Jasmijn begint de dop van de snoeppot die altijd op mijn bureau staat open te draaien. ‘Mag ik?’

Ik knik. ‘Tast toe.’ Ik houd mijn hand op zodat ze mij ook een paar dropjes kan geven.

Even zitten we zwijgend te kauwen.

‘Hé,’ ineens veert ze op. ‘Jij gaat zaterdag toch ook naar de verjaardag van Do, of niet?’

Ik knik. ‘Tuurlijk, dat wil ik niet missen!’ Ik knipoog. De verjaardagsfeestjes van Do zijn memorabel. Belachelijk over de top luxe en elk jaar is er wel een schandaaltje. Zo hadden we twee jaar geleden Do’s moeder die tekeerging tegen de cateraar. Vorig jaar was een vage kennis van haar ouders (een artistiekerig typje) zo dronken dat hij op de bar ging staan, zijn geval uit zijn broek haalde en rond begon te slingeren terwijl hij ‘helikopter, helikopter’ zong. Do zei later dat hij een psychose had. Ondertussen gaat het blijkbaar weer goed met hem, maar toch is hij deze keer helaas niet uitgenodigd. En dan hadden we nog het incident van een aantal jaar geleden toen de politie binnenviel vanwege een anonieme melding over niet nader genoemde ‘illegale praktijken’. De feestjes van Do zijn nooit saai.

‘Heb jij al een cadeautje, of zullen we bijleggen?’

Ik ben een ramp in het uitzoeken van cadeautjes. Ooit deed ik iemand een cavia cadeau en die bleek nog zwanger ook.

‘Ik heb een bon voor haar lievelingssauna, inclusief hot stone massage erbij. We kunnen er nog wel wat bij kopen en het dan samen geven.’

‘Als dat zou kunnen. Superfijn.’ Ik blaas opgelucht uit. Geen moeilijk gedoe met cadeaus, ik laat het lekker aan Jasmijn over.

‘Geen probleem.’ Ze steekt haar hand nog een keer in de snoeppot. ‘Trouwens, nog even over dat special Jayona issue.’ Ze zucht. ‘Ik heb zo weinig tijd, joh. Denk je dat jij wat details zou kunnen uitwerken?’

‘Tuurlijk,’ glimlach ik. ‘Het zit allemaal hier.’ Ik tik met mijn vinger tegen de zijkant van mijn hoofd. ‘Ik hoef het alleen maar even uit te schrijven.’ Ho even, denk ik dan. Op de rem, Esmée. Dadelijk gaat ze weer met je werk aan de haal en wiens taak is dit eigenlijk? Helaas, te laat.

‘Super. En kan dat misschien vandaag nog?’ Ze kijkt me vertwijfeld aan terwijl ze met het medaillon aan haar kettinkje begint te spelen.

‘Vandaag?’ Ik aarzel. ‘Nou ja, dat moet wel lukken. Ik heb alle actiepunten uit de vergadering al uitgezet en verder heb ik geen dringende zaken…’ Ik kan mezelf wel slaan. Waarom zeg ik dit?!

‘Dat zou echt geweldig zijn. Dan laat ik je nu maar met rust.’ Ze springt van mijn bureau. ‘En ik zal ook nog eens nadenken over een cadeau voor Do.’

Als ze wegloopt kijk ik haar in verwarring na. Wacht even. Hoe deed ze dat precies? Het was bijna alsof ik het zelf aanbood. Man, man, man, waar zijn die goede quotes van Andrea als je ze echt nodig hebt?

*

‘Zit ze daar een beetje leuk en gezellig te doen en mij dropjes te voeren uit mijn eigen droppot en me opgelucht te laten voelen dat ik geen cadeau meer hoef te kopen voor Do, en ik weet niet hoe of wat, maar ineens had ze me weer een rotklusje in mijn schoenen geschoven.’ Ik ga even naar achteren als de ober mijn bord voor me neerzet. ‘Eigenlijk kocht ze me gewoon om. Een soort van emotionele dinges, hoe heet het, chantage, dat was het.’

Wat ben ik blij dat ik Huug zie. Onverwacht ook nog, want we spreken nooit af op maandag. Stond hij daar ineens voor mijn deur met die lieve lach van hem, rechtstreeks uit zijn werk en met zijn sexy maatpak nog aan. Of ik al begonnen was met koken? (Duh, ik hoefde alleen maar heet water bij mijn noedelsoep te gooien, maar dat hoefde hij niet te weten.) Anders nam hij me mee naar dat ene restaurant in art-decostijl met uitzicht op de grachten waar ik al zo lang een keer wilde eten.

Ja graag!

‘Zomaar?’ vroeg ik nog een keer terwijl we een paar minuten later door de stad liepen. Het miezerde en hij had zijn arm om me heen geslagen.

‘Zomaar. Leuk?’

Ik knikte blij en zoende hem op zijn wang. ‘Stikleuk!’

En nu zitten we hier aan een tafeltje bij het raam. Huug heeft truffelravioli met pancetta-roomsaus en ik entrecote met frites. Het is fijn en vertrouwd. Zo vertrouwd dat ik moet oppassen dat ik dadelijk niet weer ga beginnen over dat huurcontract. Alleen even dat gedoe met Jasmijn van me afpraten, daarna stop ik met zeuren.

‘Eigenlijk heb ik het gehad met die hele toestand, maar ik weet ook niet goed wat ik eraan moet doen, snap je?’ Huug knikt en kijkt me observerend aan met zijn hortensiablauwe ogen. ‘Ze gedraagt zich steeds bitchyer en ik heb het gevoel dat zij het gevoel heeft dat ze nu macht over me heeft en dat voelt zo onvriendschappelijk, weet je wel.’ Met mijn vork prik ik in een frietje, omdat ik weet dat Huug een hekel heeft aan vrouwen die frietjes met de hand eten. Maar vermoedelijk is het voor iedereen in het restaurant duidelijk dat ik zelden frietjes met een vork eet.

‘Oké. Je kunt twee dingen doen…’ begint Huug met zijn praktische inslag en ik krijg al een beetje spijt dat ik ons romantische avondje probeerde te bederven door hem als klaagmuur te gebruiken. ‘Je kunt Jasmijn confronteren, dat is de meest actieve vorm…’

Ik luister. Ondertussen probeer ik een groot uitgevallen frietje naar binnen te vorken. Zijwaarts lukt niet en voor overdwars is hij te groot, dus dat wordt toch proppen.

‘… of je probeert erboven te staan en je werk zo goed mogelijk te blijven doen,’ gaat Huug verder.

Ik kijk uit het raam. Dan, heel even, heb ik zo’n moment waarop het is alsof mijn gedachten op een bizarre manier verenigd worden met de werkelijkheid. Een soort déjà vu. Ik twijfel of ik Mei-Lan zag voordat ik aan haar dacht of andersom. Haar fiere houding, het geweldige haar – wind of regen, Mei-Lans haar zit altijd in de perfecte cool-nonchalantverhouding – ze is het echt en ze kijkt me recht aan. Naast haar loopt Jasmijn en achter hen Do, de laatste twee het hoofd gebogen tegen de miezerregen.

Omegod, wat doen zij nu weer hier? Koortsachtig denk ik na.

‘Gaat het, popje?’

Ik knik afwezig. Shit, ik weet het. Vanavond hadden we weer een dinertje met de meiden, maar ik heb afgezegd met een of andere flutsmoes – iets met Andrea. Stom dat ik daar niet eerder aan heb gedacht. In welk restaurant was het ook alweer? In elk geval niet hier, dat weet ik zeker. Maar als ze deze koers blijven volgen, lopen ze over een tiental seconden hier langs het raam.

Help, wat moet ik doen? Zal ik wegduiken? Nee, dat zou alleen maar meer aandacht trekken. En Mei-Lan heeft me waarschijnlijk al herkend. Zou ze het tegen de anderen zeggen? En hoe moet ik straks nou weer verklaren dat ik hier met Hugo zat?

‘… Je moet het in elk geval overtuigend spelen. En wat je nooit moet doen – hé, weet je zeker dat het gaat?’

‘Hm-hm. Ga verder.’

En ja hoor, de meiden lopen langs. In een poging zo normaal mogelijk te doen, steek ik nog een frietje in mijn mond. Helaas heb ik mijn friet-vorkcoördinatie nog niet voldoende onder de knie waardoor het frietje mijn huig raakt en ik moet kokhalzen, precies op het moment dat Mei-Lan naar binnen kijkt. Ze knipoogt naar me, bijna samenzweerderig, en haalt haar hand uit haar jaszak voor een subtiel zwaaitje. Echt? Deed ze dat? Zag ik dat goed?

Ik hoest, wuif terug en hoest nog een keer.

De andere twee kijken niet op en lopen gewoon voorbij.

Okeee, dat was raar.

‘Hé, was dat Mei-Lan?’ vraagt Huug die het tafereel heeft gadegeslagen. Hij kijkt even naar mij en dan weer terug. ‘En Do?’

‘En Jasmijn,’ vul ik aan. Ik neem een slokje water. Het akelige kokhalsgevoel is verdwenen, maar nu heb ik een akelig pijntje achter in mijn keel. ‘Alle drie. We hadden vanavond een etentje, maar ik heb afgezegd.’

‘Waarom? Wist je dat ik zou komen?’

‘Neehee,’ doe ik alsof hij een enorme oen is dat hij mijn rare gedachtekronkels niet snapt, en ik vertel dat ik de situatie op kantoor met Jasmijn nog aan de andere twee moet opbiechten, maar dat ik dat aan het uitstellen ben omdat… ja, waarom eigenlijk? Ik haal mijn schouders op. Zaterdag zie ik ze op Do’s verjaardagsfeest, maar ja, dat is anders, daar feesten we alleen.

‘Ik zou de schade maar beperken door het niet langer uit te stellen. Jullie kennen elkaar al zo lang en het zijn leuke meiden.’ Hij observeert me even. ‘Je kunt je eigenlijk ook niet veroorloven dat jullie vriendschap een deuk oploopt. Dadelijk heb je niemand meer hier in de stad, en alleen Andrea in Avier. Met wie moet je hier dan uitgaan en zo?’

Ik kijk hem aan. Ik weet niet, maar dit is zo vreselijk praktisch dat ik het zelfs van Huug niet had verwacht. Alsof ik de meiden nodig heb om te overleven in de stad of zo? Maar ik besluit er geen issue van te maken. Hij bedoelt het lief. Ook mijn ‘Maar ik heb jou toch?’ slik ik in, dat klinkt zo afhankelijk. En Huug haat afhankelijke vrouwen, compleet terecht natuurlijk.

Toch wil het gevoel niet verdwijnen, die groeiende onrust dat het flink scheef zit tussen mij en Jasmijn en dat het ook nooit meer goed komt. Ik weet alleen niet wat ik ermee moet of hoe ik het tij kan keren.

Even later, als Huug naar het toilet is, krijg ik een appje. Ik verwacht half en half dat het Mei-Lan is die nog even terugkomt op het voorval van net, maar tot mijn verbazing is het Huug.

En je hebt mij natuurlijk. Altijd., staat er. Ik begin hardop te lachen als ik voor me zie hoe hij op het toilet zit, waarschijnlijk een nummer twee te doen, en ondertussen lieve appjes naar mij zit te sturen.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen