Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 25: Wie is die gozer?' fluistert ze
tussen twee luchtkussen door

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée was uitgenodigd voor de verjaardag van Do, die bekend staat om haar superchique en ultrahippe feestjes. Esmée heeft haar jurkje en goede zin al klaarhangen, maar dan staat er plotseling iemand aan de deur die ze compleet vergeten was, en het begint met een R...

Het eerste wat we horen als de grote witte voordeur openzwaait, is een diepe bass beat en een hoop geroezemoes en gelach. Het feest is in volle gang. Nu moet ik zeggen dat we nogal laat zijn. Het liep allemaal niet helemaal zoals had gemoeten. Eigenlijk zou ik met Jasmijn meerijden en hier al een uur eerder zijn, maar nu sta ik hier met Mei-Lan en Rik. In de regen trouwens, ook niet gepland. Mijn haar is al aan het kroezen en mijn make-up druipt waarschijnlijk van mijn kin.

‘Hai! Welkom! Kom gauw binnen.’ Do stapt opzij. Ze heeft een wijnglas in haar hand en glimlacht zoals goede gastvrouwen doen: bescheiden, innemend. Haar ogen zijn roestbruin opgemaakt waardoor ze nog blauwer knallen dan normaal, de signatuur van BN-visagist Milan de Booij die ze dankzij pa’s connecties tot haar vriendenkring mag rekenen. Ze draagt een asymmetrisch zwart met gouden jurkje en bijpassende gladiatorpumps. Het staat haar beeldig, hoewel het geheel me een beetje te veel doet denken aan Cleopatra.

‘Leuk dat jullie er zijn.’ Ze kust drie keer de lucht naast Mei-Lans wangen terwijl ze over haar schouder Rik observeert. Als ik aan de beurt ben, fluistert ze tussen twee luchtkussen door: ‘Wie is die gozer?’ Alsof ze zojuist een nest muizen in haar inloopkast heeft ontdekt.

Ik wist dat het geen goed idee was. Begrijp me goed, ik vind Rik een fijne vent, al heb ik er nog wat moeite mee om dat aan mezelf toe te geven, maar waarom moest juist híj mee? Uitgerekend naar dit feest? Hier in de stad, dat is mijn andere wereld en die houd ik graag gescheiden van mijn dorpse verleden en alles wat daarbij hoort.

‘Vage kennis, Mei-Lan heeft hem uitgenodigd. Lang verhaal,’ antwoord ik staccato en op hetzelfde fluistervolume.

Ze steekt haar hand naar hem uit. ‘Dominique Schaeffer. Welkom.’ Geroutineerd laat ze haar ogen over zijn kleding glijden, die zoals gewoonlijk bestaat uit een hoody en een baggy jeans. Aan haar gezicht te zien kan het er net – of net niet – mee door.

‘Hoi, Rik van de Akker.’ Hij schudt haar hand. ‘Mei-Lan stond erop dat ik meekwam,’ lacht hij verontschuldigend. Hij overhandigt haar een fles dure wijn die we onderweg hebben gekocht. Hij wil er nog iets aan toevoegen maar ik ben hem voor: ‘Rik is onze bob.’

Het klinkt onaardiger dan ik bedoel, daar baal ik van. Ik ben juist blij dat Rik ons een lift wilde geven, maar het is wel de waarheid. Het was Mei-Lans idee en hij is ook onze bob, laat daar vooral geen misverstand over bestaan, daar hadden we er al genoeg van vandaag.

*

Toen ik vanmorgen opstond leek het zo’n zeldzame dag waarop alles klopte. Mijn haar had een extreem goede dag. Niet te veel pluis, precies de juiste hoeveelheid volume. Normaal gesproken overkomt me dat alleen als ik nergens heen hoef, of op kantoor op vrijdagen in de zomervakantie. Maar vandaag was een uitzondering. Het had de ideale textuur om het losjes op te steken. Eerder deze week had ik het perfecte jurkje gekocht: een blauwpaarse Michael Kors lookalike van Zalando, maar zeker weten niet van echt te onderscheiden. Chic en damn sexy: nauwsluitend met een boothals en een kort mouwtje. Ik zou een panty aantrekken met een miniem werkje erin en stiletto’s waar ik dankzij uren oefenen inmiddels op kon lopen met de nonchalance van iemand die dit dagelijks deed. Kortom: het leek of alles bij elkaar kwam. Het hele universum, innerlijk en uiterlijk, yin en yang, tekst en melodie, Jack en Timo. Vandaag was ik Jack en Timo samen.

Totdat Jasmijn belde. Ze kon me geen lift geven, omdat ze had besloten bij haar ouders langs te gaan en van daaruit rechtstreeks naar Do te rijden. En o ja, het was haar ook niet meer gelukt een extra cadeau te kopen. Snel sjeesde ik op de fiets naar de stad om zelf nog iets te scoren en ondertussen sprak ik Mei-Lans voicemail in of ik met haar kon meerijden; mijn auto stond immers nog steeds bij de garage voor reparatie en Huug zat voor een managementweekend met zijn collega’s op de hei. Toen ik na uren thuiskwam – overigens met een banksaldoslopend maar bijzonder geslaagd cadeau – rende ik door naar de badkamer waar ik in de spiegel constateerde dat mijn haar was ingestort als een misbakken soufflé door al dat rennen in die vieze stadslucht. Snel gooide ik mijn jurkje over mijn hoofd. Ik was nog maar halverwege of daar ging de deurbel. Het was Mei-Lan, die mijn voicemail niet goed had begrepen en dacht dat ze met mij kon meerijden in plaats van andersom. Zij had ook geen auto omdat Paul ermee weg was.

‘Nou ja, laat me eerst maar eens binnen, dan verzin ik wel wat,’ riep ze, terwijl ze de trap opliep naar mijn appartement, behendig de kattenbak ontwijkend die Knurftje daar demonstratief naartoe had gewerkt om duidelijk te maken dat deze al dagen aan verschoning toe was. In mijn woonkamer zocht Mei-Lan een plekje tussen de bergen kleren. Het was er een gigantische zooi. De kartonnen box voor mijn sieraden en accessoires lag omgekiept op de eettafel tussen restanten afhaalchinees van de vorige avond. Kleren lagen overal verspreid als een gezellig patchworkkleed. Ik keek toe hoe ze mijn huidkleurige, zoomloze beha met veel push-up opzijschoof en een spuuglelijke oranje rok van goedkoop materiaal – die nu ik hem nog eens goed bekeek zeker weten een pms-aankoop moest zijn geweest – over de rugleuning van de bank gooide.

Ik keerde terug naar de badkamer en bracht net mijn mascararoller naar mijn ogen toen de deurbel alweer ging. Van schrik liet ik de roller vallen (op mijn jurkje, en ja hoor, meteen een vlek), vloekte en schrok nog erger toen ik me realiseerde dat het Rik moest zijn. Compleet vergeten! Hij zou vanavond de kaartjes afgeven voor de pubquizvragen waar ik nog iets mee moest doen, geen idee wat, maar dat stond vast ergens in een mail of appje van Andrea.

Ik riep Mei-Lan, maar die denderde de trap al af. ‘Blijf jij maar waar je bent, ik doe wel open.’

Ik pakte een washandje en begon als een dolle de mascara te deppen. Tevergeefs, het werd een grote vieze vlek, precies ter hoogte van mijn kruis. Ik kon wel janken en o, we gingen vast ontzettend te laat komen, maar ik moest en zou deze jurk aan. Mijn hele leven draaide erom, dus zette ik de föhn op de natte plek – haast, haast, haast – toen ik boven het geloei uit een zware stem dichterbij hoorde komen. Veel te zwaar om van Mei-Lan te zijn, tenzij ze de ambitie had om als vrouw-met-baard-in-de-keel bij een reizend circus te gaan werken. Was ze nu helemaal gek geworden? Had ze Rik mee naar boven genomen? In mijn woonkamer, tussen al die troep? Mijn ondergoed! O nee. Ik gilde het uit. Niet alleen vanwege Rik, maar ook omdat ik door de afleiding bijna mijn kruis in de fik zette. Mei-Lan trok de deur van de badkamer open: ‘Alles goed?’

‘Ja hoor, brandend kruis, verder alles oké,’ vatte ik samen.

‘Luister,’ fluisterde ze. ‘Ons vervoersprobleem is opgelost. Rik gaat met ons mee.’ En toen ze mijn verbaasde blik zag: ‘We raakten aan de praat – aardige vent trouwens – en het regende zo dus vroeg ik hem binnen, dat was toch wel oké, hij is toch een oude vriend van je?’ Ik knikte aarzelend. ‘En toen bedacht ik ineens dat hij net zo goed met ons mee naar het feest kan. Do zei dat er veel meer vrouwen dan mannen kwamen, ze zal ons dankbaar zijn!’ Dat laatste durfde ik te betwijfelen. ‘Ik zei toch dat ik het zou regelen? Hij bood het zelf aan toen ik vertelde dat we geen vervoer hadden.’ Ze knipoogde.

Oké, dat was slim, dat moet ik haar nageven. Iets minder slim was het om Rik in de fauteuil te zetten met het beste uitzicht op mijn pleurisbende inclusief de huidkleurige push-upbeha en de PMS-rok, zo zag ik toen ik eindelijk klaar was en de woonkamer in kwam. Dat Rik oog heeft voor detail werd ook meteen duidelijk toen hij me begroette met een: ‘Hoi Esmée. Hé, je hebt een vlek in je jurk.’

*

Het is een wonder dat ik mijn cadeautje niet ben vergeten, bedenk ik als we achter Do de trap afdalen naar de feestkelder. Gelukkig was ik veel te nieuwsgierig hoe ze zou reageren op de zijden Lagerfeld-sjaal. Ik kan niet wachten om de blik op haar gezicht te zien als ze hem uitpakt.

‘Holy shit,’ fluistert Rik in mijn oor als Do de klassieke eikenhouten deur opent. Harde opzwepende muziek (iets van Stromae) komt op ons af, tegelijk met het geroezemoes van de al aanwezige gasten. Hoewel de ruimte enorm is, ziet het er gezellig druk uit.

Do’s ouders wonen in een buitenwijk in een enorme villa met een gigantische tuin en hoewel het allemaal niet echt mijn smaak is (veel te protserig), kijk ik ook elke keer weer mijn ogen uit. Do’s moeder Angela gaat er prat op dat haar interieurontwerper de stijl heeft gebaseerd op het huis van Donatella Versace. Het is zo’n huis waarvan je je afvraagt of er werkelijk iemand woont. Nergens slingert een krant of een afstandsbediening, op het aanrecht tref je nooit een vuil bord aan en het toilet oogt en ruikt altijd alsof er zojuist grondig is schoongemaakt. Toen ik een keer een decoratief twijgje uit het wandmeubel in de woonkamer oppakte om te bekijken, liep Do’s moeder er direct heen zodra ik de kamer verliet om het een halve centimeter te verschuiven.

De bovenverdieping is helemaal van Do, ze heeft een eigen opgang en is dus ‘volledig onafhankelijk van haar ouders’, zo zegt ze zelf. Maar als ik Jasmijn mag geloven gaat dat niet op voor haar financiën en spekt pa regelmatig haar bankrekening. En waarom zou ik haar niet geloven? Dure merkkleding, een eigen make-up artist en een goldcard membership van de meest luxe sportschool in de stad, niemand van onze leeftijd kan zich dat veroorloven, zelfs niet met een royaal betaalde baan. Dat laatste overigens ook via de connecties van pa.

Het woord feestkelder is eigenlijk een belediging voor de prachtige ruimte onder de villa. De muren en ook het plafond dat in een boog over de ruimte spant zijn van rode baksteen, zoals in een wijnkelder. Er zit een cocktailbar in en waarschijnlijk een van de duurste muziekinstallaties die je je kunt voorstellen. Cognackleurige loungebanken, ovale stenen salontafels en veel terracotta potten met grote palmachtige planten kleden de ruimte aan. Alles in sixties stijl en stemmig verlicht.

‘Holy shit,’ fluistert Rik nog maar een keer.

‘Ik weet het. Bizar hè? Zo ziet geld er dus uit.’

Voordat Do zich kan richten op een nieuwe stroom gasten die achter ons aan komt, overhandig ik haar mijn cadeau, zorgvuldig ingepakt in donkerrood papier met een breed, zwart lint. Haar ogen beginnen te fonkelen als ze het winkellogo spot dat er subtiel op is afgedrukt. O, ik ben zo benieuwd!

Thanks!’ Behendig schuift ze het lint opzij om daarna gretig het papier eraf te scheuren. Ik sla haar gade terwijl ze de sjaal ontdekt. ‘Hartstikke mooi. Bedankt.’ Ze laat hem in het doosje zitten en legt hem op een tafel bij de rest van de cadeaus om meteen daarna haar handen uit te steken voor het kleine pakje dat Mei-Lan in haar handen houdt.

Enigszins teleurgesteld draai ik me om en speur de kamer rond of ik al bekenden zie. Ah, daar is Jasmijn. Ze staat geanimeerd te praten met de ouders van Do in een prachtig soepel vallend, dieprood broekpak dat nogmaals benadrukt hoe slank ze is.

‘Dat is Jasmijn, toch?’ vraagt Rik.

Ik knik en pak hem bij zijn arm. ‘Kom, ik zal je voorstellen.’

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen