Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 26: 'Echt? Staan we hier
nu te flirten? Rik en ik?'

schrijfster

Iris Houx

V

Vorig week lazen we hoe Esmée met haar vriendinnen en Rik aankwam op het verjaardagsfeest van Do, die niet bijster enthousiast reageerde op zowel Rik als op Esmées zorgvuldig uitgezochte cadeau. Als Do even later flink aangeschoten is, veroorzaakt ze alleen nog maar meer gênante momenten voor Esmée. Wat moet Rik wel niet van haar denken?

Voorzichtig schuif ik naast Jasmijn aan een statafel en lach vriendelijk. Ze lacht terug en steekt even haar hand op voordat ze verdergaat met haar gesprek. Haar ogen schieten kort naar Rik en ik kan zien dat ze zich afvraagt wie hij is.

‘Dat zijn de ouders van Do,’ zeg ik tegen hem. ‘Harry is investeerder, onder andere in start-ups die nieuwe uitvindingen bedenken: de jodelmuur, skippyballen voor cavia’s, iets wat de Snogglewokker heet,’ begin ik op te sommen. ‘En zijn laatste succes: de moederbroek,’ waarna ik het niet kan laten de slogan te noemen, met een intense stem: ‘De moederbroek. De broek die elke vlek verdoezelen doet.’ Mijn handen tekenen ondertussen een sierlijk spandoek in de lucht.

Rik begint te lachen. ‘Je meent het!’

‘Ik weet het. Het rijmt niet eens.’

Samen kijken we naar Harry, die Jasmijn met veel gebaren iets aan het uitleggen is. Het lijkt wel of hij iets inpakt. Jasmijn staat met gefronste wenkbrauwen en een hand onder haar kin naar hem te knikken. ‘Zelfdenkend cadeaupapier?’ fluistert Rik.

Ik grinnik.

Er zijn nog geen andere bekenden en Mei-Lan staat nog steeds bij Do. Ik zie dat ze iets grappigs vertelt waar Do om moet lachen. Haar oprechte lach, dat kan ik zien omdat haar neus dan even opkrult. Niet het lachje dat ze heeft als ze een saai cadeau uitpakt, denk ik grimmig.

Rik stoot me aan. ‘Zal ik iets te drinken halen?’

‘Goed idee. Doe mij maar een of ander cocktailtje. Verras me.’

Er blijven maar slanke, mooie mensen de kelder in stromen. Hun onnatuurlijk witte tanden lichten op als ze lachen of praten. Vermoedelijk zijn ze van uiteenlopende leeftijden, alleen is dat bij deze lui moeilijk te bepalen. Bijna allemaal houden ze een prachtig verpakt cadeau in hun handen. Een simpel envelopje is waarschijnlijk not done.

Ik vraag me af wat er mis was met mijn sjaal. Ik had me door de verkoopster laten adviseren en hem speciaal uitgekozen bij Do’s blauwe ogen en honingblonde haren. Was het niet haar smaak? Roze is toch haar lievelingskleur? Was het merk niet goed? Ach, ik moet niet zo zeuren. Do is natuurlijk flink gestrest vanavond, al houdt ze het goed verborgen en is er voldoende personeel om haar te verlossen van taken die een normaal mens tijdens zo’n avond heeft: drankvoorraad bijvullen, muziek verzorgen, de vaatwasser inladen. Maar het aansturen en coördineren van die mensen zal ook vermoeiend zijn. Ze zal me vast later bedanken, als ze de tijd heeft gehad om hem beter te bekijken.

‘Alsjeblieft,’ klinkt het naast me. Met een lachje overhandigt Rik me een Cosmopolitan.

‘Bedankt. Goede keus.’ Meteen neem ik een nipje.

Rik tikt voorzichtig met zijn biertje tegen mijn glas. ‘Proost.’

‘Oeps, proost.’

‘Sorry dat het even duurde. De barman ging alle twintig soorten bier opnoemen die hij had.’

Ik grinnik. ‘Bofkont.’

Rik neemt nog een slok van zijn biertje. ‘Maximaal twee hoor,’ stelt hij me gerust. Dan leunt hij voorover op de statafel en kijkt me onderzoekend aan vanonder zijn wimpers. ‘Zeg, weet je eigenlijk wel zeker dat Do het oké vindt dat ik meegekomen ben?’

Ik haal mijn schouders op. ‘Anders waren Mei-Lan en ik hier ook niet geweest. Simpel.’ En als ik me realiseer hoe bot dit klinkt, voeg ik er snel aan toe: ‘Maar ik vind het leuk dat je meegekomen bent. Ik meen het.’ En ik meen het ook. Het voelt vertrouwd. Vertrouwder eigenlijk dan met Jasmijn, Do en Mei-Lan bij elkaar, ik weet niet wat dat is met Rik. Ik geef hem een brede lach en trek mijn wenkbrauwen op om hem ervan te overtuigen dat ik het meen.

Rik blijft me een poosje aankijken zonder iets te zeggen.

Wat? Wat heb ik verkeerd gezegd?! Dan verschijnt die spottende grijns op zijn gezicht. Hij schudt een keer met zijn hoofd en neemt weer een slok.

‘Wil je niks te eten erbij?’ Ik knik naar het buffet. ‘Ik sterf van de honger.’

‘Was die afhaalchinees op jouw eettafel al zo oud dan?’ grijnst Rik. Het kuiltje naast zijn mondhoek verschijnt.

Ik grijns terug. In godsnaam, denk ik, laat hem niet beginnen over die afzichtelijke beha.

*

Zo te zien heeft Rik wel een goede avondmaaltijd gehad, want hij houdt het bij een bescheiden bordje met vooral wat vleeshapjes. Ik probeer iets uit te zoeken dat ondanks een geringe omvang mijn maag snel kan vullen. Toastjes, pasta of stokbrood.

Rik lijkt hetzelfde te denken. ‘Geen brood?’

Ik kijk nog een keer de lange tafel over, maar ook ik kan nergens brood ontdekken.

‘Do heeft een koolhydratenfobie,’ herinner ik me hardop. Dat moet het zijn. Ik zie vooral vis, rauwkost, fruit en hier en daar wat kip. Allemaal prachtig opgemaakt alsof het foto’s zijn uit een haute-cuisinekookboek. Maar een stevige hap vullend spul: ho maar.

Ik neem wat kunstwerkjes met zalm en garnalen, een borrelglaasje fruitsalade en drie stuks van iets wat lijkt op een miniquiche, het is een wonder dat die de koolhydratenpolitie zijn gepasseerd. Om alles op het kleine bordje te krijgen moet ik stapelen. Als ik daarmee klaar ben, klinkt Riks stem over mijn schouder: ‘Is dat alles?’

‘Echt niet,’ mompel ik. Ik leun naar achteren en fluister over mijn schouder: ‘Maar ik wil niet onbeschoft overkomen. Ik stuur jou dadelijk gewoon nog een keer terug voor een tweede ronde.’ Ik knipoog. ‘Jij hebt het toch al verpest.’

Rik lacht. Een diepe lach die helemaal onder uit zijn buik komt en waar ik altijd vrolijk van word.

‘En ik mag je straks zeker ook redden als je uit die strakke jurk knapt?’ zegt hij.

‘Als dat zou kunnen, graag.’

‘Insgelijks. Kan niet wachten,’ antwoordt hij droog.

Echt? Staan we hier nu te flirten? Rik en ik? Jezus, wat ben ik slecht. Ik bekijk Rik even vanuit mijn ooghoek. Ach, het is maar voor de gein. Wat zegt Do daar ook alweer altijd over? Iets met trek krijgen buiten de deur en thuis eten of zo. Niks aan de hand.

*

Als we terugkeren is Jasmijn inmiddels uitgepraat met de ouders van Do.

‘Hé Jasmijntje. Hoe is het?’ We zoenen en ik zeg dat ze er geweldig uitziet in haar rode broekpak.

‘Armani,’ antwoordt ze. ‘Belachelijk duur maar ik moest hem gewoon hebben. Jij ziet er trouwens ook geweldig uit.’ Dan kijkt ze naar onze bordjes. ‘Hé, jullie hebben al eten. Is het wat?’

Ik laat mijn bordje zien. ‘Ernstig tekort aan koolhydraten, maar verder heel oké.’

‘O ja. Do en haar koolhydraatarme dieet.’ Jasmijn grinnikt. ‘Hé, maar fijn dat je met Mei-Lan mee kon rijden. Ik voelde me wel lullig dat ik zo laat afbelde.’

‘Maakt niet uit. Mei-Lan had vanavond ook geen auto, maar Rik hier was zo aardig om voor ons te chauffeuren.’ Ik leg mijn hand even op zijn arm.

Jasmijn laat haar blik weer over hem glijden, iets vriendelijker dan daarstraks. Een glimlach verschijnt. Ik bedenk dat Rik qua uiterlijk best haar type is, en ze is single, dus ja… Misschien is ze wel aan het bedenken wat voor metamorfose ze hem zou kunnen geven. Ik ben benieuwd naar de creatie die daaruit voort zou komen. Rik is moeilijk voor te stellen zonder dat warrige haar en die eeuwige hoody’s.

‘Ik zal jullie even aan elkaar voorstellen,’ zeg ik dan. ‘Jasmijn, dit is Rik. Rik, dit is Jasmijn.’ Ze schudden elkaars hand. ‘Rik en ik zijn eh… kennissen. Of ja. Oud-klasgenoten, van de middelbare school,’ begin ik te stuntelen. ‘En nu zijn we elkaar laatst weer tegengekomen…’ Jezus, dit klinkt alsof ik zo ga aankondigen dat we verloofd zijn. ‘Nou ja, een lang verhaal,’ besluit ik zuchtend. Ik negeer Riks blik, want ik weet zeker dat hij weer die spottende grijns heeft met die opgetrokken wenkbrauw. Ik blijf naar Jasmijn staren.

Die zet haar ellebogen op het statafeltje en steunt met haar handen onder haar kin. Uitdrukkingsloos staart ze terug. ‘Vertel. Ik ben dol op lange verhalen.’

Ik aarzel even, maar omdat ik niet kan peilen of ze dit serieus bedoelt, begin ik. ‘Nou, we kwamen elkaar laatst tegen bij een of ander…’ – ik haper even want ik wil het geen vrijwilligerscomité noemen – ‘… evenement in het dorp waar ik vandaan kom. En Rik en ik hebben dus bij elkaar op de middelbare school gezeten. Het was best een grote school maar we zaten volgens mij wel een paar jaar bij elkaar in de klas. Of niet?’ Ik kijk naar Rik die bevestigend knikt, inderdaad met een licht spottende blik.

‘Echt waar?’ vraagt Jasmijn geamuseerd. Ze haalt haar hoofd uit het kommetje dat ze met haar handen heeft gemaakt. ‘Vertel eens Rik, hoe was Esmée op de middelbare school?’ En na een veelzeggende stilte waarin ze mij kort aankijkt: ‘Ook al zo ambitieus?’

Ik verslik me in mijn miniquiche. Waar sloeg dat nou weer op?!

Rik begint voorzichtig op mijn rug te kloppen. Ik hoest het brokje quiche in mijn hand en ga met een rood hoofd op zoek naar iets om het in weg te moffelen. Rik overhandigt me een servetje terwijl hij met zijn andere hand nog een keer over mijn rug aait. ‘Gaat het?’

Vuurrood stamel ik: ‘Prima.’

‘Esmée was op de middelbare school al net zo leuk,’ zegt hij dan. ‘Slim, geestig, sprankelend, hartverwarmend eerlijk…’ Met een ingehouden lach kijkt hij me aan vanuit zijn ooghoeken. ‘En net zo mooi als nu natuurlijk.’

Ik word nog roder dan ik al was. Ik probeer aan mijn tenen te denken. Tenen, tenen, tenen. Voeten ook. Jee, wat knellen die schoenen eigenlijk.

‘Jaja,’ zegt Jasmijn verveeld. En dan, zonder inleiding: ‘Jammer dat Hugo er niet bij kon zijn.’ Ze houdt haar ogen met een neutrale blik op Rik gericht en kijkt dan weer naar mij. Haar hand speelt met haar medaillon.

Ik voel hoe Riks ogen even op me blijven rusten. Ik heb hem nooit iets over Hugo verteld, het kwam er gewoon nooit van. Dat lijkt nu ineens een beetje stom.

Het slokje Cosmopolitan dat ik heb genomen om af te koelen weet ik deze keer met fatsoen weg te slikken voordat ik antwoord: ‘Inderdaad jammer. Hij heeft een managementweekend van kantoor.’ Ik haal mijn schouders op. ‘Ach, Paul kon er ook niet bij zijn, dus dan zou hij er toch maar wat verloren bij staan tussen alleen meiden.’ Shit, niet handig. Rik staat hier ook in zijn eentje tussen de meiden. Volgens mij vindt hij er ook geen bal aan. Zo jammer, dit had een topavond moeten worden. Ik had er zo’n zin in, ik had het ideale jurkje – toen nog zonder vlek – en mijn haar zat veelbelovend. What the hell is er gebeurd?

Ondertussen is Mei-Lan aan ons tafeltje komen staan. Ze heeft ook een goedgevuld bordje en begint te eten terwijl ze ons gesprek volgt.

‘Hoe staat het met jullie appartement, wanneer kunnen jullie erin?’ vraagt ze tussen twee hapjes door.

Een vreugdekriebel gaat door mijn buik. Samenwonen! Ik was het even vergeten. Heel even maar. ‘Eigenlijk alleen nog een kwestie van het contract tekenen,’ antwoord ik, ‘en dan kunnen we er volgende maand in.’ Ik prik in een achtergebleven stukje druif, hoewel ik niet van plan ben het op te eten.

‘Je laat het weten hè, als ik kan helpen met muurtjes schilderen en zo?’

‘Tuurlijk. Graag!’

Door de dansende menigte komt Do onze kant op. Wauw, ze ziet er echt adembenemend uit in het Cleopatra-jurkje dat lichtjes rond haar benen deint als ze loopt. Ze is helemaal in haar element.

‘Háái!’ Ze kijkt ons allemaal even kort aan, stralend. ‘Hebben jullie het naar je zin? Best druk, hè?’

We antwoorden bevestigend.

‘Zijn jullie nog voorzien?’ Ze kijkt naar onze glazen. ‘Anders even een gil geven bij Giulio hoor.’ Ze knikt naar een ober met een glimmend, zwart staartje die zich in een hoek staat te vervelen.

Mei-Lan steekt haar duim op om aan te geven dat we niets tekortkomen.

‘Mooi zo. Amuseren jullie je ook een beetje? Waar hadden jullie het over?’ Ze lijkt nogal hyper maar gut, dat zou ik ook zijn als ik zo’n feest gaf.

Als niemand snel genoeg antwoord geeft, richt ze zich tot Rik: ‘Leuk dat je erbij bent. Waar kennen jij en Esmée elkaar ook alweer van?’

Nee, niet alweer, kreun ik inwendig.

‘Van de middelbare school,’ antwoordt Rik. ‘We zijn elkaar weer tegengekomen bij een vrijwilligersmeeting van het comité…’

Ik kuch.

Rik stopt even en gaat weer verder. ‘… voor de organisatie van de viering van het 850-jarig bestaan van het dorp.’

Jezus, daar gaat mijn imago. Ik nies expres heel hard. Niet zo charmant, want ik blaas bijna twee servetjes van tafel. Snel grabbel ik ze weer bij elkaar.

‘Gezondheid,’ zegt Rik. ‘Dus we werken nu samen aan het opzetten van…’ Hij doet het verhaal over het dorpsfeest uit de doeken en ik moet zeggen dat hij het best tof laat klinken, maar ja. Vrijwilligerswerk. In een soos. Voor een dorpsfeest. En zei ik al vrijwilligerswerk? Voor Do is vrijwilligerswerk net zoiets als het lezen van een krant: pure tijdverspilling en bovendien volkomen nutteloos.

Voorzichtig kijk ik naar haar. Ze heeft een plichtmatig lachje om haar lippen en ik zie dat ze een snelle blik wisselt met Jasmijn.

Mijn tenen krommen zich in de toch al nauwe stiletto’s. Fok. Ik moet straks flink wat schadebeperking doen.

‘Zo, dus dat is allemaal wel heel erg eh… goed werk en zo,’ zegt Do aarzelend. Jasmijn maakt ondertussen een raar geluid, een combinatie van een lach en een nies.

‘Nou ja. Het is vooral om wat te doen te hebben,’ antwoordt Rik. Hij kijkt even naar beneden en dan weer naar Do. ‘En jullie kennen elkaar dus allemaal van jullie opleiding?’ Hij steekt zijn handen diep in zijn zakken, zijn schouders komen wat omhoog: Riks standaard luisterhouding. Ik kan het niet helpen dat ik af en toe naar hem staar. Soms kan ik het gewoon niet geloven dat ik Rik weer ben tegengekomen en dat we nu gewoon normaal, bijna leuk met elkaar omgaan. Als de vijftienjarige Esmée dat had geweten was ze vast en zeker zo hyper geweest dat ze drie nachten niet had kunnen slapen onder haar Britney Spears-dekbedje. Gelukkig slaap ik er tegenwoordig geen minuut minder om. En ondertussen trouwens onder een normaal dekbed.

‘Ja joh. O, wij hebben zoveel lol gehad op school. Weet je nog?’ Ze kijkt even naar mij en Mei-Lan. ‘Het klikte vanaf de eerste minuut.’

Ik denk met een glimlach terug aan Mei-Lan en Do die elkaar de eerste dag meteen al gevonden hadden en mij giebelend meesleepten naar de toiletten om alle leuke jongens te bespreken. Niet snel daarna sloot Jasmijn zich bij ons clubje aan. We waren inderdaad meteen heel hecht.

‘O, en weet je nog Esmée, jij zag er zo schattig dorps uit in het begin. Met je Little House on the Prairie-jurkje.’

‘Dat was vintage!’ verdedig ik me quasi boos.

‘Van de rommelmarkt van de soos in jullie dorp zeker?’ roept Jasmijn. Het klinkt eerder afzeikerig dan grappig.

‘En dan met van die cowboylaarzen eronder,’ valt Do in. ‘Priceless!’

‘Dat waren echte Sancho’s!’ Ik weet niet of ik blij ben met de richting die dit gesprek op gaat.

‘En vergeet dat vest niet,’ zegt Jasmijn van achter haar hand, maar zo hard dat iedereen het kan verstaan.

‘Dat had mijn oma gebreid!’ Ik moet toegeven dat het een dubieus vest was waarbij mijn oma iets te rijkelijk geëxperimenteerd had met de festonsteek. Toch stond het leuk bij het jurkje met de cowboylaarzen. Het had iets eigenzinnigs en dat was destijds mijn stijl, ik stond erom bekend.

‘Ach, je oma. Wat lief.’ Do glimlacht. ‘Maar geef toe, Esmée. Nadat wij je onder handen hadden genomen zag je er een stuk beter uit. Ik durf zelfs te stellen…’ – ze leunt voorover op het tafeltje en wijst met haar vinger naar mij – ‘… dat je Hugo nooit had leren kennen zonder hulp van ons.’ Ze knipoogt een keer en kijkt dan lachend het tafeltje rond.

‘Ik weet niet hoor,’ zegt Jasmijn semiserieus. ‘Misschien heeft Hugo wel een fetisj voor dorpse koeienmeisjes met tweedehands jurkjes. Heb jij het hem ooit gevraagd?’

Ik steek mijn hand in de lucht en forceer een glimlach: ‘Ja, jongens. Zo kan-ie wel weer. Stop maar.’

Do en Jasmijn beginnen samen te gieren van het lachen. Ik sta paf. Ze lijken wel stomdronken. Van Jasmijn ben ik die rare stemmingswisselingen de laatste tijd wel gewend, maar Do nu ook? Wat is dit?!

Maar ik laat me niet kennen. Ik lach mee en ondertussen kijk ik naar Mei-Lan die zeer aandachtig haar laatste brokje eten over haar bord heen en weer schuift, en daarna naar Rik die me aankijkt met een blik die ik niet kan duiden.

‘Jongens, ik haal nog even een bordje van dit overheerlijke eten,’ zeg ik zo opgewekt mogelijk en ik loop met flinke pas in de richting van het buffet.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen