Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 27: 'Jasmijn heeft het ze verteld!
Wat een rotstreek!'

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmées vriendinnen in een aangeschoten bui nogal doorsloegen in hun plagerijtjes. Esmée voelde zich behoorlijk in de zeik gezet en vluchtte weg. Gelukkig heeft Mei-Lan wat interessante observaties om haar aandacht af te leiden, en ook Rik weet Esmée zoals altijd weer op te vrolijken. Is dat flauwe gedoe nu dan eindelijk afgelopen?

Verwoed sta ik op te scheppen. Een hap van dit, een kwak van dat. Ik kan er niets aan doen, maar ik ben geïrriteerd. Stel ik me aan? Mogen mijn vriendinnen niet gewoon een lolletje met me maken? Of trek ik het me zo aan omdat ik het stom vind dat Rik het ziet? En wat zegt dat eigenlijk over mij?

Mei-Lan, die achter me aan is gelopen, onderbreekt mijn gedachten. ‘Moeilijk kiezen, hè? Allemaal zo lekker.’ Ze legt met een tang een paar oesters op haar bordje.

Ik mompel iets, wat eerder als een grauw klinkt.

‘Trek het je niet aan joh,’ zegt ze zacht. ‘Ze zijn gewoon wat aangeschoten en Do is hyper, dan flirt ze altijd met alles met twee ogen en een neus.’

‘Flirt ze dan? Met wie?’

‘Met Rik! Zag je dat niet?’

Ik begin te lachen. ‘Nee. Maar eh… leuke combi hoor.’

Mei-Lan lacht mee en loopt daarna terug naar ons tafeltje.

‘Wie zijn een leuke combi?’ hoor ik vlak bij mijn oor. Rik staat naast me.

‘O, niets.’ Ik stapel nog een kipkluifje boven op de chaos die mijn bord al is.

‘Jezus. Jij kunt echt veel eten,’ zegt Rik. ‘Ik bedoel eh… no offence. Je jurkje past nog prima. En zo.’ Zijn ogen glijden even over mijn lichaam en ik krijg het er warm van. Hij leunt met zijn kont tegen de buffettafel en slaat zijn armen over elkaar. ‘Zo, Hugo dus. Je vriend. Vertel eens wat over hem.’

Ik stop met stapelen en kijk hem aan. Rik kijkt met zijn bruine ogen indringend terug. Ik slik.

‘Phoe. Nou. Ik ken hem van uitgaan, via de meiden eigenlijk. We gaan binnenkort samenwonen. Hij is makelaar, weet je. Dus hij kon vrij snel een mooi en betaalbaar appartement regelen.’

‘Leuk voor jullie. Wel raar dat ik hem nog nooit heb gezien.’

Ik ga naast hem staan. ‘Ach ja. Huug houdt gewoon niet zo van eh… het dorpsleven.’ Ik maak een raar fladdergebaar met mijn hand dat ik helemaal niet van mezelf ken.

‘Je vriendinnen ook niet zo, hè?’

‘Nee. Nou ja. Gewoon. Het zijn gewoon meer… stadsmeiden. Zeg Rik,’ vraag ik dan. ‘Ik vind het echt supertof dat je ons een lift wilde geven en ook echt heel gezellig dat je hier bent, en dat meen ik. Maar heb jij het wel naar je zin?’

‘Best hoor. Ik amuseer me te pletter.’ Hij gaat voorzichtig op de buffettafel zitten. ‘Kijk bijvoorbeeld eens naar het haar van Do’s vader. Waar doet dat je aan denken?’ Hij kijkt me van opzij aan met een samenzweerderige lach. Het kuiltje verschijnt.

Ik voel een lach opborrelen, alleen al om dat gezicht van hem. Dan kijk ik naar Harry die een paar meter bij ons vandaan staat. Ik haal mijn schouders op. ‘Geen idee, Donald Trump?’

‘Nee,’ antwoordt Rik gedecideerd. ‘Denk nog eens goed na.’

‘Ik weet het! Ik weet het!’ Ineens zie ik het. ‘Roelofsen, van aardrijkskunde!’

Rik knikt zonder zijn ogen van Harry af te halen.

‘Roelofsen was geweldig!’ lach ik hikkend. ‘Met dat gekke toupetje dat altijd als een pannenkoek op zijn hoofd lag. Als hij moest niezen, hield hij zijn ene hand voor zijn mond en de andere op zijn haarstukje. Omegod! Ik was altijd bang dat hij een keer moest niezen als hij met die grote atlas in zijn handen stond of zo, en dat die harige pannenkoek dan uitgerekend op mijn tafeltje zou belanden.’

Riks schouders raken de mijne als hij schokt van het lachen. Hij schudt zijn hoofd. ‘Jij hebt altijd al een te rijke fantasie gehad, ­Smeetje.’ Smeetje, zo noemde hij me vroeger altijd om me te jennen. Maar ik vond het nooit erg.

Met een ingehouden lach kijkt hij me aan. ‘Net zoals toen met dat verhaal over die man die een benzinepomp overviel met een banaan.’

Ik trek een verontwaardigd gezicht: ‘Maar dat was écht waar! Het was een supermarkt, trouwens.’

‘Juist.’ Hij kucht een keer expres met een vuist voor zijn mond. ‘Andrea heeft trouwens ook een dubbelganger. Heb je haar al gespot?’

‘Oeh, leuk.’ Ik installeer me nu ook op de tafel en bekijk de menigte voor ons. De dj draait goed dansbare muziek en er staan veel mensen uit hun dak te gaan. Met een onopvallend knikje duid ik een meisje aan dat weliswaar een stuk jonger is dan Andrea, maar wel erg veel van haar weg heeft. ‘Zij daar met dat oranje gehaakte truitje?’

‘Yep. Heel goed. Jammer dat er nergens een Robbert te zien is.’

‘Een Robbert? Robbert wie?’

‘Robbert Ribbroek noem jij hem geloof ik.’

‘Robbert Ribbroek, het wormvormig aanhangsel van onze burgemeester? Waarom?’

‘Je gaat me toch niet vertellen dat het je niet is opgevallen, hè?’

Ik kijk hem vragend aan.

‘Volgens mij ziet Andrea wat in hem.’

Andrea? Robbert? Ik begin heel hard te lachen. ‘Hoe kom je daar in godsnaam bij?’

‘Gewoon. De standaard signalen. Ze hangt altijd om hem heen. Hij duikt op in bijna elke zin die ze uitspreekt. Ze lacht om al zijn grapjes…’

‘Hij maakt nooit grapjes!’ Echt. Bij geen van de twee soosmeetings heb ik hem kunnen betrappen op iets wat ook maar in de buurt kwam van een grapje.

‘Dat denk jij.’ Rik knipoogt. ‘Let maar eens op, echt.’

‘Hij is een heel stuk ouder dan zij!’

‘Nou en?’

Ik kijk hem bedenkelijk aan, met ingehouden lach. ‘Je meent het.’ Die Andrea toch. Ik gniffel. Hier ga ik haar zó mee pesten.

‘En nu die meid daar, met die lichtblauwe jurk met al die strookjes. Op wie lijkt zij?’

‘Pino?’

*

Als we later weer bij de meiden gaan staan, zijn ze nog steeds herinneringen aan het ophalen. Ze moeten hard praten om over de muziek heen te komen, maar Do praat wel héél hard. Ik zie nu inderdaad dat ze aangeschoten is. Haar bewegingen zijn wat ongecontroleerder en hoe meer Jasmijn en Mei-Lan om haar verhalen lachen, hoe enthousiaster ze nieuwe anekdotes oplepelt.

‘O, Esmée,’ ze legt haar hand op mijn arm zodra ze me ziet. ‘Weet je nog toen je bij dat feestje van Hugo’s vriend op een tafeltje ging zitten dat een opklaptafeltje bleek te zijn en je het hele buffet over je heen kreeg?’

Ik grinnik. Dat was in retrospect inderdaad best geestig, dat moet ik toegeven. Toen kon ik er minder om lachen. De sla kwam uit mijn oren en de chilisaus droop overal. Man, wat plakt dat spul.

‘Jij valt altijd en overal! Zeker als je hakken aanhebt. Je hoeft maar één drankje op te hebben of over een natte vloer te lopen en hoppa, daar ga je.’ Do lacht uitbundig. ‘Echt Rik, lopen we ergens in een bar of een disco, horen we constant “Auw!”, “Verdomme!” en “Wacht even, ik ben gevallen” achter ons. Esmée kan echt niet op hakken lopen.’

Rik lacht en kijkt me even aan met een twinkeling in zijn ogen.

Ik grijns terug. ‘Dat gaat tegenwoordig stukken beter.’

‘En we hadden het net nog over die keer dat jij per ongeluk je rokje van achteren in je panty had gestopt toen je van het toilet kwam bij Black River,’ zegt Do. Ze slaat haar laatste beetje wijn achterover en gebaart meteen naar de man met het staartje dat hij haar een nieuwe moet brengen.

‘Hilarisch!’ roept Jasmijn. Ze neemt ook een slok van haar drankje. ‘We kwamen er pas achter toen je wat ging bestellen aan de bar, maar toen liep je er al zeker een halfuur mee rond. Weet je nog?’

Jezus, moet ze dat echt zo hard zeggen? Ik snap wel dat ze boven de muziek uit probeert te komen, maar Jasmijn schreeuwt zo hard dat iedereen in een straal van tien meter onze kant op kijkt.

‘Vaag,’ zeg ik. Pfff, waarom ben ik ineens het slachtoffer? Ik weet ook nog genoeg gênante verhalen waarin niet ik, maar een van hen de hoofdrol speelt. Zoals die keer dat Do over de schoenen kotste van een vent die ze probeerde te versieren. En hij ontzettend pissig was en eiste dat ze de schade zou vergoeden. Do stopte hem een briefje van vijftig toe waar ze ook nog even snel haar telefoonnummer op krabbelde. Of toen Jasmijns behavulling uit haar blouse viel tijdens een presentatie op school. Ze had het pas in de gaten toen de docent het opraapte. Er zijn genoeg verhalen om hier een avondvullend programma van te maken, maar ik heb geen zin om dit onderwerp te voeden dus ga ik koortsachtig op zoek naar betere topics.

‘Mei-Lan,’ probeer ik. ‘Hoe gaat het eigenlijk met je…’ Maar mijn stem gaat verloren in een brul van Do.

‘Wháá! Weet je nog die keer dat Esmée had bedacht dat ze wel vanaf twee meter op een barkruk kon springen?’

‘Whahahahaha!’ bulderen Do en Jasmijn in koor.

Mei-Lan staat inmiddels met een onbekende vent te praten en Rik kijkt zoekend om zich heen, waarschijnlijk ook naar een andere gesprekspartner. Zelf zoek ik inmiddels naar een gat in de grond om in te verdwijnen.

‘Nee, dan die keer dat je door een agent werd betrapt op wildplassen. Hahaha!’ Jasmijn weet echt van geen ophouden. Het liefst zou ik haar mond dicht tapen. ‘Ze riep tegen hem dat zoiets in Avier wel gewoon mocht, dat het zelfs normaal was en dat iedereen het deed.’

‘Ik was een beetje aangeschoten,’ mompel ik. Ik maak weer het nieuwe, gekke fladdergebaartje met mijn hand.

‘En toen noemde ze hem een shithead, “omdat hij op een lieve, zachte drol leek” en toen kreeg ze een boete voor wildplassen én voor het beledigen van een ambtenaar in functie.’

Iedereen lacht, en ja, ik lach maar weer mee.

Do legt een hand op Riks schouder en betrekt hem zo weer bij het gesprek. ‘Met Esmée kun je echt lachen.’ Ze haalt weer even uit voor een luide lach waarbij ze bijna dubbel klapt. Wijn klotst uit haar glas. ‘Net zoals die keer dat ze tegen iedereen die het maar wilde horen had gezegd dat ze redactiechef was.’ Ze lacht hikkend en ondertussen slaat mijn hart een slag over. Wat? WAT?! ‘Terwijl ze… Terwijl ze…’ Van het lachen kan ze haar zin niet afmaken. ‘Terwijl ze gewoon de afdelingsassistente was.’

Mijn hart slaat weer een slag over, of twee. De gemaakte glimlach verstart op mijn gezicht. Jasmijn heeft het verteld! Ongelofelijk, ze heeft het ze gewoon verteld! Wat een rotstreek! Ze had het me nog zo beloofd: zij zou haar mond houden en ik zou het zelf vertellen wanneer zich een geschikt moment voordeed.

Ik word licht in mijn hoofd.

Jasmijn lacht met Do mee, maar een stuk minder uitbundig. Mei-Lan kijkt ingespannen een andere kant op, alsof ze op een taxi staat te wachten. Rik maakt een korte beweging met zijn schouder waardoor Do’s hand eraf valt.

Ik kan wel door de grond zakken. Wat een loeder! Terwijl ze me op haar inloopkast vol merkkleding had gezworen dit geheim te houden. Ik ben in shock. Het voelt alsof iemand me een harde duw heeft gegeven en ik maar achterover blijf tuimelen, niet wetend wanneer ik neerkom. Mijn vriendinnen zijn veranderd in feeksen. Ik ben te verbaasd om te antwoorden terwijl het toch al even heel stil is, op wat gehik van Do na.

Angstig kijk ik om me heen. Vier gezichten staren me aan. De enige die iets van medeleven uitstraalt, is Mei-Lan. Rik kucht een keer en tilt een wenkbrauw op als ik hem aankijk.

‘Tja,’ zegt Jasmijn dan voorzichtig. ‘Ik weet dat je het zelf wilde vertellen, maar het duurde zo lang. Ik kan toch niet elke keer een uitvlucht verzinnen als ze me vragen hoe het op mijn werk is en of ik een beetje een goede assistente heb?’

‘Een heel leuke.’ Do grijnst. ‘In een Michael Kors-nepper, met een vlek erin! Oeps!’ Ze slaat haar hand voor haar mond. Een pluk haar is uit het opgestoken kapsel losgekomen en hangt voor haar ogen. Ik wil haar heel hard slaan. In haar gezicht. Met een statafel. Man, wat is ze onuitstaanbaar. En Jasmijn trouwens ook. Ik word er misselijk van. Ook begin ik het langzaam benauwd te krijgen. Jeuk kruipt omhoog via mijn rug naar mijn nek. Het lijkt of mijn jurkje opeens veel te strak zit, dadelijk krijgt Rik nog gelijk en knap ik eruit. O help, ik krijg geen lucht. In paniek kijk ik naar de anderen. Is er dan niemand die me even te hulp kan schieten? Ik moet hier weg. Weg!

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen