Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 29: 'Karma heeft
geen deadline'

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée definitief klaar was met haar snobbige vriendinnen. 'Gucci, Prada en Chanel' kunnen de hik krijgen, Esmée pikt het niet meer! Uiteraard staat Andrea helemaal achter haar, samen met enkele rake motivational quotes. Maar dan hangt Do ineens aan de telefoon.

‘Jezusmina, die verrekte snobs, zijn ze nu helemaal gek geworden?’ Andrea windt zich er zo over op dat ze even haar eigen quotes vergeet. ‘Dit is the bloody limit, Esmée. Dit hoef je echt niet te pikken.’ Jarenlang heeft ze zich moeten inhouden en nu kan ze eindelijk losgaan

Snikkend zit ik op haar zolderkamer. Diep vernederd. Lamlendig. En ook nog ongesteld.

Typisch dat Andrea zo anders reageert dan Hugo toen ik hem vanmorgen eindelijk weer zag.

Hij trok me dicht tegen zich aan. ‘Maar lieverd, wijv…’ – hij herstelde zich – ‘vrouwenvriendschappen zijn toch altijd zo? Af en toe een beetje bitchen, elkaar afzeiken? Mannen doen dat trouwens ook, maar daarna drinken ze samen een biertje en dan is alles weer oké. Je zei toch ook dat Do een beetje aangeschoten was?’

Ik haalde mijn schouders op. ‘Aangeschoten of niet, dit is wel meer dan “een biertje en alles is weer oké”,’ protesteerde ik. Ik legde het hem nog een keer uit: Do met haar opmerkingen over mijn kleren, Jasmijn met die gênante verhalen en dan het verraad over mijn functie op kantoor. Maar toen ik het mezelf zo hoorde vertellen, klonk het allemaal nietig en stom en inderdaad als iets waar ik gewoon niet zo zwaar aan moest tillen. Misschien was dit zo’n moment waar je bij had moeten zijn. Rik was er tenslotte ook bij geweest en die begreep het wel. Toch? Of deed hij maar alsof om van mijn gezeik af te zijn en gewoon naar huis te kunnen? Hij is altijd een beetje een huichelaar geweest. Die laatste gedachten sprak ik niet hardop uit en ondertussen ging Hugo ook weer verder: ‘En popje, denk aan wat ik eerder zei: straks heb je alleen nog wat vage kennissen en Andrea.’

Andrea, dacht ik, die hier nu voor me staat en het meteen al begreep toen ik haar de eerste anekdote uit de doeken deed. ‘Zoiets doe je gewoon niet,’ was haar stellige reactie. Andrea, die bereid is voor me te vechten, net zoals die allereerste keer met onze buurtbitch. Andrea, die geen enkele keer riep dat ze me altijd al gewaarschuwd had voor Gucci, Prada en Chanel, dat ze wel wist dat dit ooit ging gebeuren en dat ik gewoon naar haar had moeten luisteren. Geen woord. Ze zei alleen iets van karma has no deadline – wat natuurlijk bijna hetzelfde is maar dan meer in haar stijl – en ze zette een glas icetea voor me neer, met een mergpijpje dat ze beneden was gaan halen omdat ik daar zo dol op ben. Zouden de meiden zoiets doen? Hebben ze überhaupt ooit iets onzelfzuchtigs gedaan? Alleen Mei-Lan wilde een ander nog wel eens uit een dipje trekken met een gesprek dat dieper ging dan ‘Kop op joh, oorlogskleuren op en gáán’ waarna je werd meegesleurd naar een kroeg om dronken te worden, zoals Jasmijn en Do het liefst deden. Niet zeuren, want jouw gezeur is saai, zo leek hun devies. Maar o wee als Jasmijn of Do zelf wat had. Dan moest iedereen dagenlang die ellende aanhoren. En het was altijd andermans schuld: de wereld, de cosmetica-industrie, mannen, wat dan ook, maar nooit die van henzelf.

Natuurlijk, ergens heeft Hugo gelijk. Een vriendschap aanhouden omdat je anders niemand meer hebt om mee uit te gaan, is een heel pragmatisch iets om te doen. Maar ik heb zo’n vermoeden dat dit niet het soort pragmatisme is waar ik in deze situatie bij gebaat ben.

Hoe diep ging die vriendschap nu eigenlijk? We zaten samen op school, gingen uit, roddelden veel en dat was het. Jasmijn, en ook Do en Mei-Lan zijn opvulsel. Van die mensen in het leven waar je mee omgaat omdat je toevallig in dezelfde situatie zit, onze studie in dit geval. Omdat je wat uit elkaars leven kunt halen, als een parasietje. Ik vergaapte me aan hun kledingstijl, wereldwijsheid en snobisme, en wat zij bij mij deden weet ik niet precies. Waarschijnlijk was ik vooral handig om makkelijk goede cijfers mee te scoren in een subgroepje, maar bovenal – zo denk ik nu – om me belachelijk te maken. Om zich goed te kunnen voelen naast mij. Ik was gewoontjes, onnozel, dorps. Zij staken daar nog bijzonderder en beter bij af. O, wat zullen ze om me gelachen hebben. En als ze al zo om me lachten waar ik bij was afgelopen zaterdag, hoe zullen ze dan om me gelachen hebben als ik er niet bij was?

Ik veeg een traan weg.

‘Je ging altijd zo in ze op,’ zegt Andrea. ‘Alsof zij een sekte waren met Jasmijn als Charles Manson of zo.’

Ik neem een hap van het mergpijpje. ‘En ik Sharon Tate zeker?’ We weten allebei dat dat niet goed afliep, we hebben er ooit een documentaire over gekeken.

‘Hopelijk niet.’ Ze lacht. ‘En je weet het, hè?’

Ik knik.

‘Alles komt goed.’

Als ik naar haar kijk, besef ik dat ik haar volledig vertrouw. Met alles. Mijn geheimen, mijn gekkigheidjes, de domme dingen die ik soms doe en aan niemand vertel, soms zelfs niet aan Hugo, alleen aan haar. Mijn groenehaardepressie. Ze lacht me nooit uit. Oké, ze zucht wel eens of gaat een tikje belerend doen, maar van haar kan ik het hebben.

Diep vanbinnen begint mijn trots het te winnen van mijn verlangen om ergens bij te horen. Dan ben ik maar een vriendschap kwijt, of misschien wel drie, dat soort vriendschappen kan ik missen als een Charles Manson op je bruiloft. Het stemt me boos en tegelijk krachtig. Ja, lef en zelfvertrouwen, Rik had gelijk. Ik moest maar eens in actie komen. Weg met Esmée de faalhaas.

‘Oefenen?’ vraagt Andrea, alsof ze mijn gedachten kan lezen. Ze gaat staan.

‘Oké dan.’ Ik sta ook op. ‘Jij bent Jasmijn, je komt ’s ochtends binnen en je begint me gelijk te commanderen.’

Andrea ademt diep in als een acteur die zich mentaal voorbereidt op de meest moeilijke scène die ze ooit zal moeten spelen en ik hou van haar, met heel mijn hart. Dit doet ze toch allemaal maar mooi voor mij. En met volle overtuiging.

Ze gaat de gang op en sluit de deur achter zich.

‘Ik zit hier, achter mijn bureau,’ roep ik door de dichte deur en ik neem gewoon weer plaats op de bank waar ik al zat, maar dan rechtop en ik doe alsof ik achter een bureau zit met mijn handen op een toetsenbord.

De deur gaat open. Andrea heeft de meest kille, hooghartige blik die ik haar ooit heb zien imiteren. ‘Goedemorgen Esmée. Ik had graag mijn koffie en ook de notulen van het laatste redactieoverleg, geprint. Binnen vijf minuten alsjeblieft.’

Ik beeld me zo levendig mogelijk in dat ik op kantoor zit en dat Andrea Jasmijn is. Ik neem een flinke teug adem en zeg: ‘Die notulen zal ik je zo meteen even brengen, maar koffie zul je voortaan zelf moeten halen, Jasmijn. Iedereen haalt hier zelf zijn koffie, dus jij ook.’ Dat laatste voeg ik er aarzelend aan toe, maar ik ben ervan overtuigd dat ik het durf. Wat heb ik te verliezen? Deze vriendschap is naar de kloten, al heel lang. En ik heb ook nog zoiets als eigenwaarde. En lef en zelfvertrouwen. Dus.

*

Ik kom net thuis als mijn telefoon overgaat.

‘Hoi, hoi. Met Dominique.’

‘Hoi, Do. Alles goed?’ Ik hoop dat het losjes klinkt, maar eigenlijk schiet ik tegen het plafond. Do was wel de laatste die ik had verwacht.

Zachtjes sluit ik de voordeur achter me en begin de trap naar mijn appartement op te lopen.

Het duurt even voordat ze begint te praten, of lijkt dat maar zo? Waar belt ze voor? Haar excuses? Het is het enige wat ik kan bedenken. Jazeker, dat moet het zijn. Do belt om haar excuses aan te bieden! Ik voel een lichte triomf opkomen. Voor het eerst in jaren, na al die keren dat ze me uitgelachen heeft, belachelijk gemaakt en gekleineerd, beseft ze nu eindelijk eens dat ze te ver is gegaan. Het heeft de rest van haar verjaardagsfeest verpest, ze heeft me de hele avond gezocht vanaf het moment dat ze erachter kwam dat ik weg was en ze heeft vannacht geen oog dichtgedaan. Ha! Net goed. Welk excuus zou ze gebruiken? Ze was dronken en ze wilde gewoon leuk doen, sorry dat ik daar het slachtoffer van was geworden? Het was ook zo makkelijk, want Jasmijn deed lekker mee en iedereen lachte en niemand lachte ooit om haar want meestal lachen ze om Jasmijn of mij – dat laatste meestal als ik het niet eens zo bedoel.

‘Ja, prima. Ik bel nog even over gisteren,’ gaat ze aarzelend verder. Wat zal ik antwoorden? Ach, ik weet nu al dat ik haar alles vergeef. Het feit dat ze belt om sorry te zeggen is al genoeg om me te transformeren tot de genadigste boeddha ooit. ‘Ik eh…’ Ze klinkt afwezig. Het is vast niet makkelijk voor haar om dit te zeggen en zij heeft natuurlijk geen Andrea om lastige gesprekken mee te oefenen. Ik ben ondertussen boven aanbeland en zoek de sleutel van mijn appartement. ‘Dat sjaaltje dat ik gisteren van je gekregen heb, hè?’ Kijk aan, ze vond het wél leuk. Ze belt om me te bedanken. En misschien nog haar excuses. Misschien. Kan. Mogelijk. Waarschijnlijk niet, ook goed.

‘Heb je daar misschien nog het bonnetje van?’

Ik stop even met het zoeken naar mijn sleutels en staar naar mijn gesloten deur. Wat?

‘O, het bonnetje. Eh…’

‘Ik had namelijk van iemand een armband gekregen van hetzelfde merk en ik vond ze allebei niet zo… nou ja, bij mij passen. Dat mag ik toch wel zeggen, hè? Smaak is heel persoonlijk en het was meer echt, ja, jóúw smaak. Niks mis mee, maar niet de mijne dus. En zoiets had ik ook met die armband en nu dacht ik: als ze allebei van dezelfde winkel komen en ik breng ze allebei terug – jouw sjaal en die armband – dan leg ik zelf nog wat bij en dan kan ik die gave handtas van Chloé kopen die net uit is, snap je?’

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx neemt je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Gerelateerde onderwerpen