Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 33: Hugo zucht zwaar en vraagt dan:
'Wie is Rik?'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we dat Hugo veel moest overwerken. Maar nu is het dan eindelijk weekend, en hij is er. Het belooft een mooie avond te worden voor Esmée en Hugo, helemaal wanneer Huug een getekend huurcontract tevoorschijn tovert. Eindelijk! Dat moet gevierd worden. Maar vlak nadat Esmée de kamer in komt met een fles wijn, slaat de stemming gigantisch om. 

‘Heb ik je al eens verteld dat je zo’n sexy loopje hebt?’ Hugo kijkt me na terwijl ik naar de keuken loop. ‘Een verend, levenslustig hupsje. Recht op je doel af.’ 

Ik zet het hupsje nog eens extra vet aan en Hugo gromt. Ik lach en doe het opnieuw, maar moet dan stoppen omdat ik de keuken heb bereikt.

‘Totdat je bijna bij je doel bent dan. Dan weet je het opeens niet meer,’ grapt hij.

Ik lach nog harder, omdat het klopt. Als ik bijna ben waar ik wezen moet, ga ik altijd twijfelen. Dan pas begin ik na te denken over wat ik eigenlijk kom doen of wat ik ging zeggen. Ook nu weer. O ja, wijn, denk ik dan.

Ik pak een fles uit het designwijnrek dat ik ooit van de meiden heb gekregen als house warming gift en hupsloop terug naar de kamer. Ik ben blij, vrolijk, een soort van opgelucht. Eindelijk, eindelijk is het weekend! Ik heb Hugo twee dagen helemaal voor mezelf en ik heb hem veel te vertellen, o jazeker. Over mijn oorlog met Jasmijn bijvoorbeeld.

*

Gisteren begon als een opvallend rustig dagje aan het front. Ik was dus extra alert, want dat kon alleen maar een teken zijn dat Jasmijn haar messen aan het slijpen was voor een nieuwe aanval. Maar vreemd genoeg bleef mijn verslag van het managementoverleg de enige dissonant. De notulen worden per toerbeurt door de verschillende secretaresses gedaan en deze keer was ik aan de beurt. Vol met rode ‘verbeteringen’ van Jasmijn lag het pontificaal op mijn bureau toen ik terugkeerde van de lunch – die ik uiteraard precies binnen het halfuur had gehouden. Het goedkeuren van het conceptverslag, altijd door de leidinggevende van de betreffende notuliste, is doorgaans een formaliteitje. Het is slechts bedoeld voor intern gebruik, het is geen aandeelhoudersvergadering of zo. Valerie had er zelden iets op aan te merken. Meestal lagen ze dezelfde middag weer op mijn bureau met een ‘OK’. Jasmijn had zich echter flink uitgeleefd op het dubbelzijdige A4-tje. Het zag rood van opmerkingen als: ‘Dit heb je vast niet goed verstaan!’, ‘Schrappen!’ en het sarcastische ‘Misschien minder appen en meer opletten?’ Maar wat er dan wél moest staan, gaf ze nergens aan. Ik besloot het document zo te laten. Geen haan die ernaar zou kraaien, omdat simpelweg geen haan hier ooit de notulen leest.

Nadat ik Hugo dus helemaal op de hoogte had gebracht en hij aandachtig had geluisterd en me helemaal gelijk had gegeven en op de juiste momenten van feedback had voorzien, toverde hij met een glimlach het getekende huurcontract tevoorschijn. Ik slaakte een gilletje en dook boven op hem. Het was rond! We konden plannetjes gaan maken, meubeltjes shoppen en ons verheugen op een leven voor altijd samen! Daar moest op gedronken worden! Maar ergens vlak nadat ik met de wijn en twee glazen uit de keuken terugkeerde, sloeg de stemming om.

*

Ik zie hoe Hugo met mijn mobieltje in zijn hand zit en ik ben verbaasd. Niet dat ik geheimen voor hem heb, maar het lijkt me toch een soort ongeschreven regel dat je niet in elkaars telefoon neust. Nog verbaasder ben ik als hij naar me opkijkt met ogen zo donker als ik nooit eerder bij hem heb gezien.

Hij zucht een keer, een trillende uitademing, voordat hij vraagt: ‘Wie is Rik?’

Ik kijk hem verbluft aan.

‘Er kwam net een appje van hem binnen: Ik moet steeds aan je denken. Hoe gaat het? Ik heb heus niet in je telefoon geneusd, het kwam gewoon boven in beeld voorbij.’

Het kan. Voordat ik naar de keuken liep heb ik Huug een foto van een dressoirkast laten zien die ik graag wil hebben. Daarna heb ik hem waarschijnlijk niet vergrendeld en als er een nieuw appje binnenkomt, verschijnt die tekst boven in het scherm. Niet dat het erg is, maar als je niet beter weet is dit wel een zeer dubbelzinnig appje.

Ik word rood en begin te stamelen, wat het waarschijnlijk alleen maar erger maakt, maar dat heb ik altijd als ik het idee heb dat ik me moet verdedigen. Of het nu terecht is of niet, dan word ik rood. En ik krijg overal jeuk. Ook al zoiets. Ik begin te krabben in mijn ongetwijfeld steeds roder wordende nek.

‘Rik is… gewoon een vriend.’ Ik krab. ‘Van vroeger.’

‘Pardon, een vriend van vroeger? Waarom heb ik dan nog nooit van hem gehoord?’

‘Omdat ik sinds kort pas weer contact met hem heb.’

‘Aha. Sinds kort. Waarom?’

Ik aarzel even. Waarom? Tja. ‘Gewoon. Vanwege dat dorpscomité waar ik je wel eens over verteld heb, weet je nog?’

‘Vaag. Maar waarom zegt hij dan “Ik moet steeds aan je denken”?’

Ik begin hortend en stotend te vertellen over het feest van Do, en hoe het komt dat Rik daar ook was.

‘Waarom heb je me daar niets van verteld?’ Misschien een terechte vraag, want het is alsof ik iets voor hem achterhoud, maar ik weet het antwoord niet dus ik haal mijn schouders op. Als ik begin te vertellen dat hij me naar huis heeft gebracht roept Huug met overslaande stem: ‘Heeft hij je naar huis gebracht? Alleen? Zonder Mei-Lan? Waarom zonder Mei-Lan? Waar was Mei-Lan?’ Zijn vragen volgen elkaar zo snel op dat ik mezelf compleet vastlul zoals alleen ik dat kan. Wellicht is het ook niet zo snugger om te zeggen dat Rik degene is die me kwam troosten na het debacle met de meiden. En ook dat ik vroeger verliefd op hem was – volgens mij vertel ik zelfs over het smeltlachje, waarom o waarom?! – is informatie die ik zeker weggelaten zou hebben als ik bij mijn volle verstand was geweest. Maar ik voel me in het nauw gedreven, wil zo snel mogelijk uitleg geven en denk niet goed na. Mijn ingebouwde verdedigingsmechanisme gaat Huug nu ook dingen voor de voeten gooien. Dat hij de laatste tijd zo weinig tijd voor me heeft. Dat het zo fokking lang duurde eer hij het papierwerk voor ons appartement had geregeld – wil hij soms niet met me samenwonen? Nou? NOU?!

Ik weet niet precies hoe en in welke volgorde alles gebeurt, maar het wordt in lawinetempo erg, erger, ergst. Een drama. Een ramp. Een rampzalige catastrofe, de eerste en enige die we ooit gehad hebben en die ermee eindigt dat Huug zijn weekendtas oppakt en zonder iets te zeggen, wit van woede mijn appartement uit stampt. De trap af. De deur uit.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...