Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 34: 'Kom, geef me
een herkansing'

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée alleen en radeloos achterbleef na een vreselijke ruzie met Hugo. Ze probeert hem te bellen, maar hij neemt niet op. Ze rijdt naar zijn flat, maar daar lijkt hij niet te zijn. Wat moet ze doen? Gelukkig komt die goeie ouwe Rik met de perfecte afleiding: een of ander dorpsfeest met hooibalen en linedancing. Eh...?!

Het is acht uur ’s avonds en al uren donker. Ik heb langs een landweg geparkeerd vlak buiten Groot Avier. Andere bezoekers hebben hun auto ook langs de weg gezet en er staan veel fietsen tegen de bomen. Het is koud en guur. Stom dat ik het jurkje en de maillot niet even heb omgewisseld voor een jeans. Niet aan gedacht toen ik eerder vanavond halsoverkop het huis verliet. Wist natuurlijk ook niet dat ik uiteindelijk hier zou belanden.

Een herfstwind wappert mijn haren in mijn gezicht. Ik voel een rare kriebel in mijn buik als ik de auto herken die in de verte komt aanrijden. Hij mindert vaart en parkeert vlak voor de mijne. Als de koplampen in mijn gezicht schijnen wend ik mijn hoofd af en probeer ik mijn verstand buiten te sluiten, mijn verstand dat de hele weg al mijn gevoel heeft proberen te overreden: Is dit nu wel zo slim? vroeg het. Nee, dat is het niet! riep mijn gevoel terug. Waarom doe je het dan? Man, wat een irritant brein had ik. Daarom. Fuck alles!

De wind gaat nog een keer goed los op mijn kapsel en ik vind het prima. Laat maar waaien.

*

Nadat Hugo met een oorverdovende knal de deur achter zich had dichtgegooid, begon de stilte. Daarna het huilen. En de zelfverwijten. Ik belde wel vijf keer, maar het leek alsof hij zijn telefoon uitgeschakeld had. Direct sprong hij op de voicemail waar zijn stem vreemd vrolijk klonk.

Telkens hoorde ik weer die klap, alsof hij met vlakke hand in mijn gezicht sloeg. Ik snoot er een dozijn tissues doorheen, totdat ik na een paar uur gek van mezelf werd en naar Andrea vertrok met een inderhaast gepakte weekendtas. Ik had geen zin om alleen thuis te blijven, zonder Hugo en met al mijn verdriet.

Onderweg maakte ik een omweg langs zijn flat. Het licht was uit en zijn auto stond nergens in de buurt, alles wees erop dat hij daar niet was. Ik was ongerust, waar was hij dan? Wat was dit tussen ons? Toen ik hem voor de zesde keer belde en zijn voicemail kreeg, sprak ik radeloos in dat ik hem graag wilde spreken en dat ik van hem hield.

Andrea was niet thuis. Ze was naar Robbert Ribbroek om nog wat details door te nemen voor het dorpsfeest, zo vertelde haar moeder met een vaatdoek in haar handen en een witte veeg op haar gezicht van iets wat waarschijnlijk zelfgeoogst speltmeel was of zo. Ik wist niets van een afspraak, maar oké, na wat Rik me op Do’s feest had geprobeerd duidelijk te maken verbaasde ik me daar niet meer zoveel over. Net zomin als over het feit dat het halfacht geweest was, terwijl Andrea nooit een aflevering van Lief & Leed met de Laseurs zou missen. Tenzij ze verliefd is blijkbaar.

Omdat ik weinig zin had om de ontluikende romance van Andrea en Robbert te gaan aanschouwen en nog minder zin had om terug te keren naar een leeg huis, zat ik in mijn auto voor me uit te staren. Zou ik nog een keer langs Hugo’s flat rijden? Moest ik hem nog eens bellen? Ik bedwong mezelf, je kon ook té sneu zijn. Wel checkte ik Whatsapp en zag dat Huug die ongeveer een uur geleden voor het laatst bekeken had.

Ik besloot meteen ook het appje van Rik te beantwoorden. Het appje waar Huug zo woest om geworden was, maar dat gewoon aardig bedoeld was.

Gaat wel. En jij? typte ik.

Meteen kwam er een reactie: Prima. Verveel me. Twijfel nog of ik met vrienden naar een suf feest in Groot Avier ga vanavond.

We appten wat over en weer en voordat ik het wist hadden we afgesproken om samen naar het ‘feest’ te gaan. Het was iets met hooibalen, pompoenen en linedancen, en dat was genoeg om me over te halen. Andrea was niet thuis, ik had afleiding nodig en Rik was gewoon een vriend. Huug wist nu toch van hem. Ik hield niets achter, zo verzekerde ik mezelf.

*

Zodra hij de auto heeft geparkeerd, dimmen de lichten en gaat het portier open. Ik haal mijn hand door mijn haar, tevergeefs want de wind slaat het weer direct terug in mijn gezicht.

Rik stapt uit en komt met een flauw lachje op me aflopen. Handen in de zakken, schouders wat afgezakt, de capuchon van een hoody die ik nog niet ken over het hoofd getrokken. Hij slaat zijn ogen neer en kijkt pas weer op als hij vlak voor me staat. Een pluk haar die onder zijn capuchon uit komt waait in zijn gezicht. ‘Gaat het een beetje?’

Ik weet me geen houding te geven. Als ik naar hem kijk, krijg ik de kriebels in mijn buik, waarschijnlijk omdat ik het gevoel heb dat ik iets doe wat niet mag. Maar waarom niet? Er is niets verkeerds aan.

‘Kon beter,’ antwoord ik. ‘Ik…’ en dan weet ik niet meer wat ik wilde zeggen. Ik maak weer dat rare fladdergebaar met mijn hand waar ik inmiddels een hekel aan begin te krijgen.

Rik slaat even zijn arm om me heen en drukt me tegen zich aan. ‘Ik had gehoopt dat je wel weer oké was ondertussen.’

‘Ach, dat feest van Do ben ik allang vergeten. Het is meer dat ik nu, ik weet niet, een soort van ruzie heb met Huug. Misschien is het wel uit of zo, ik weet het niet.’ Dat laatste komt nu pas in me op. Zou het uit zijn? Maar dat kan toch niet? Ik slik een keer en kan net voorkomen dat ik begin te huilen.

‘Dat zal toch wel meevallen allemaal?’ Rik drukt me nog een keer tegen zich aan en laat zijn arm dan zakken.

We beginnen te lopen richting het feest en ik vertel hem globaal wat er is voorgevallen. Dat zijn appje de aanleiding was voor onze ruzie laat ik gemakshalve achterwege.

*

Het feest vindt plaats op het kleine marktplein dat stemmig verlicht wordt met fakkels en vuurkorven die door de wind onrustig flakkeren. Zoals beloofd zijn er hooibalen en pompoenen. En ook creepy poppen van hooi trouwens. Op een houten vlonder dat als podium dienstdoet dansen mensen op muziek die uit speakers schalt. Niet eens heel slechte of ouderwetse muziek, zoals ik had verwacht. Behalve als men gaat dansen – elk halfuur is er een line dancing-intermezzo waarbij men vol overschakelt op countrymuziek. Er staan twee wagens waar je drank kunt halen in plastic bekertjes en aan de zijkanten staan schragentafels met banken.

Eerst zitten we een poosje aan een tafel met Michel en Dana, vrienden van Rik. Dana ken ik nog van vroeger uit het dorp, ze is heel aardig. We halen herinneringen op aan een scoutingkamp waar we beiden naartoe zijn geweest. We kletsen en drinken bier. Bier, dat heb ik al lang niet meer gehad, maar het smaakt goed.

Als Michel en Dana besluiten aan een line dancing-sessie mee te doen, vermaak ik Rik met verhalen over mijn guerillastrijd met Jasmijn. (‘Smeetje toch!’ roept hij meerdere keren hoofdschuddend.) We lachen en drinken. Het onderwerp Hugo vermijd ik vakkundig – ik ben hier immers voor wat afleiding – hoewel ik me niet kan bedwingen om regelmatig mijn telefoon te checken (waar helaas niets op gebeurt). We halen om beurten een rondje en we lachen en drinken nog wat meer. Ondertussen ben ik een tikje aangeschoten, maar het voelt goed. Als het linedancen voor de derde keer begint, trekt Rik me in de richting van het ‘podium’. Alleen voor de vorm stribbel ik tegen. Ik ben er niet helemaal op gekleed. Maar vooruit, kan mij het schelen.

Rik laat mijn hand pas weer los als we op het podium staan. ‘Ik heb dit ook nog nooit gedaan hoor,’ lacht hij. Het kuiltje verschijnt naast zijn mondhoek.

We staan naast Michel en Dana die net als ik ook wat aangeschoten lijken te zijn. De foute muziek wordt hard ingezet en een als cowboy uitgedoste man van middelbare leeftijd schreeuwt er met zijn microfoon overheen. Hij draagt een ranzig franjejasje, leren beenkappen over zijn spijkerbroek en natuurlijk een cowboyhoed.

We beginnen eenvoudig, zo legt hij uit. Een volslanke dame in een iets te strakke dirndljurk doet de pasjes voor. We moeten een paar stappen opzij doen, de grond aantikken met de hak van onze laars (in mijn geval: een hooggehakte variant) en dan een rondje draaien. Echt moeilijk is het niet, wel melig. Het vlondertje bonkt ontzettend bij elke stap die je erop zet. Sfeerverhogend, zeg maar. Hakke-teen, hakke-teen, handen in de zij en een rondje om elkaar heen maken. Gerrit, zoals de cowboy heet, laat ons steeds moeilijkere dingen doen, steeds sneller. We klappen, tikken, draaien en stampen ons een ongeluk. Ook Michel en Dana stampen alsof hun leven ervan afhangt. De meiden zouden me eens moeten zien, hun ogen zouden uit hun kassen rollen. Mijn haar ziet eruit alsof er in geen weken een stijltang aan te pas is gekomen, ik heb een merkloos jurkje aan met een te dikke panty eronder en ik heb de grootste lol op een dorpsfeest op een plein waar de decoraties bestaan uit stropoppen en pompoenen.

Net als we er wat al te hijgerig van beginnen te worden, is het nummer afgelopen. De dj neemt de microfoon weer over. Zijn opzettelijk zwoele stem vormt een opvallend contrast met het raspende geschreeuw van Gerrit. Hij heeft het over een nummer voor de romantische zielen. Mensen om ons heen vormen paartjes, gaan dicht bij elkaar staan en slaan de armen om elkaar heen. Lieve help, schuifelen! Bestaat dat nog? Ik begin te lachen en wil me snel uit de voeten maken, maar dan voel ik hoe een arm rond mijn middel me tegenhoudt.

‘Kom, even een coolingdown,’ zegt Rik met die jongensachtige lach. Hij pakt mijn hand. Die van hem voelt warm en sterk, die van mij wat slapjes. Ik twijfel. Dit is stom en belachelijk. Maar de eerste tonen van het nummer klinken al. Ho, wacht eens even. De spottende lach die ik al op mijn lippen had, sterft langzaam weg als ik de eerste tonen herken. Het is Christina Aguilera met dat janknummer van d’r. Ongelofelijk. Hoe is het mogelijk?

‘Shit.’ Rik kijkt me aan. ‘Ik wist niet…’ De grip van zijn hand verslapt en ik merk dat ik dat eigenlijk niet wil.

Zou hij nog weten dat dit Het Nummer was? Dat vreselijke nummer in de schuur van Lisa waarop hij me zo vernederd heeft. Zo onopvallend mogelijk bestudeer ik zijn gezicht. Rik ziet mijn aarzeling.

‘Kom,’ hij trekt me naar zich toe. ‘Geef me een herkansing.’ Voor ik het weet voel ik zijn armen om me heen, zijn handen op mijn onderrug.

Ik geef toe, sla mijn armen voorzichtig om zijn nek en leg mijn gezicht tegen zijn schouder, wat raar is, een beetje ongemakkelijk, maar ook fijn. Man, wat ruikt hij lekker. Maar wat haat ik dit nummer zeg.

‘Schoft,’ mompel ik.

Ik voel zijn borstkas even bewegen als hij lacht. Als reactie bijt ik hem zachtjes in zijn hals. Hij kreunt even en trekt me nog wat dichter tegen zich aan. Mijn god! Wat ben ik aan het doen?! Ik schrik van mezelf, dit kan toch niet?

Rik lacht nog een keer. Ik kijk om ons heen. Iedereen staat te schuifelen. Een vrouw in een bloemetjesjurk met een man in een spencer, twee pubers die ongemakkelijk ver uit elkaar staan, Michel en Dana. Ja echt, zij staan er ook tussen. Wel schattig eigenlijk. Tussen deze mensen vallen Rik en ik heus niet op. We zijn onderdeel van het geheel. En Rik is gewoon een klasgenoot van vroeger, een kennis, een vriend misschien. Ik mag toch wel plezier hebben? Gewoon dansen? Ik denk aan Hugo die nu misschien ook ontzettend veel plezier heeft zonder mij. Hij was in elk geval niet thuis. Waar dan? Bij vrienden? Naar de kroeg? Het kan hem in elk geval weinig schelen dat ik me zorgen maak, denk ik boos.

Christina haalt nog een keer flink uit.

‘Wat een vreselijk nummer is het eigenlijk ook,’ zeg ik.

‘Best wel.’ Riks stem klinkt heel dichtbij.

Vlak voordat ik mijn hoofd weer tegen zijn borst nestel, kijk ik even naar hem op. Hij heeft zijn ogen geopend, ze staren over mijn schouder heen naar beneden. Wat is hij mooi, en zo dichtbij. Ik kan zijn wimpers bijna tellen. Ze zijn dik en bruin. Ik slik en leg mijn hoofd neer. Nee, dit is niet goed. Gevaarlijk, dat is het. Maar heel eerlijk? Op dit moment kan het me weinig schelen. Ik zie het als een soort genoegdoening. Moet Hugo maar niet zo boos worden om een stom appje en zomaar de deur uit lopen zonder nog iets van zich te laten horen terwijl ik me helemaal suf bel. Ik heb er recht op. En ik geniet. Nou en?

In een roes hoor ik hoe Christina Aguilera naadloos overgaat in een ander schuifelnummer, nu gelukkig iets minder kitscherig. Langzaam blijven we bewegen in kleine cirkels, het gaat heel natuurlijk. Aan zijn borstkas is te voelen hoe hij in- en uitademt, langzaam en kalm. Ik verleg mijn hoofd zodat ik hem aan kan kijken. Hij kijkt terug. Een flauw lachje verschijnt om zijn mond. Hij moest eens weten hoe sexy hij is zo. Mijn handen beginnen zijn nek te strelen, ik kan er niets aan doen. Riks handen beginnen nu ook mijn rug te strelen. Eerst heel voorzichtig, verlegen. Dan trekt hij me wat steviger tegen zich aan. Ik voel zijn ademhaling wat zwaarder worden. ‘Sorry,’ zegt hij dan, schor. Hij weet net zo goed als ik dat dit op het randje is.

‘Schoft,’ zeg ik nog eens, en ik voel weer hoe er een kort lachje bij hem opborrelt.

*

Pas als we weer met een biertje in onze hand bij de anderen zitten en ik Rik nog eens bestudeer, deze keer veilig vanaf de overkant van de tafel, dringt tot me door wat er is gebeurd. Datgene waar ik als pubermeisje minstens twee jaar over droomde, stiekem op hoopte, eindeloze wiskundelessen over gefantaseerd heb, is gebeurd. Ik heb gedanst met Rik. En hoe. Ik voel me net weer die puber van toen.

Rik neemt een slok van zijn bier en knipoogt naar me. Verward sta ik op. Even een eindje lopen. Ik loop naar de toiletbus die net buiten de rand van het plein staat. Als ik klaar ben, loop ik terug en schuif zonder iets te zeggen weer aan tafel. Rik heeft inmiddels de capuchon van zijn trui over zijn hoofd getrokken. En ook dat staat hem. Alsjeblieft zeg, kan die vent er nu nooit eens vreselijk uitzien? Dat zou het in elk geval wel een stuk gemakkelijker maken allemaal. Hij kijkt op als ik ga zitten, lacht even en gaat weer verder met wat hij aan het doen is op zijn telefoon.

Ik besluit ook mijn telefoon te pakken. Zodra ik ontgrendel zie ik dat ik een nieuw appje heb. Met kloppend hart tik ik het aan. Zou het? Ja, het is van Hugo! Het is beter als we even een poosje geen contact hebben staat er. Wat de fok? Ik lees het nog eens. Het is beter als we even een poosje geen contact hebben. Het is echt alles wat er staat en het is zo’n tien minuten geleden verstuurd.

Verdomme. Ik word kwaad. Het is toch eigenlijk te belachelijk voor woorden, compleet overdreven en buiten alle context? Om zo absurd kwaad op mij te worden vanwege een simpel berichtje, meteen het ergste van me te denken? Heeft hij daar reden toe? Nee. En dat hij me dan zo het vuur aan de schenen legt, vragen op me afvuurt als een op hol geslagen ballenmachine waardoor ik nauwelijks een kans krijg om het rustig uit te leggen. Wie denkt hij wel niet dat hij is?! Ik word nu echt pissig. Het is beter als we even een poosje geen contact hebben. Tss! Wie bepaalt hier wat beter is? Hij, in zijn eentje? Heb ik daar niets over te zeggen? Dus als ik het goed begrijp, neemt hij weken de tijd voor het regelen van een simpel huurcontract, maar besluiten dat hij me even niet wil zien kan hij binnen een paar uur?

Ik slik een brok weg en veeg een keer langs mijn oog waar – ik kan er niets aan doen – een traan prikt. Als ik mijn telefoon vergrendel, zie ik hoe Rik ook net zijn telefoon wegstopt. Hij kijkt boos of geïrriteerd, ik kan het niet goed plaatsen, maar als onze blikken elkaar kruisen verschijnt er een glimlach. Ik stop mijn telefoon ook weg en doe mijn best om terug te lachen. 

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...