Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 36: 'Waarom heb ik alles
op het spel gezet?'

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée haar ruzie met Hugo probeerde te vergeten door op stap te gaan met Rik. Ze dronk daarbij alleen iets te veel, waardoor ze - oeps - bij hem moest blijven logeren, met alle gevolgen van dien. Vandaag moet Esmée weer over tot de orde van de dag: op kantoor, notulen maken, tijdens de redactievergadering. En ondertussen wacht ze nog steeds op een levensteken van Hugo. 

Morris zit rechter dan hij ooit heeft gezeten. Zijn iPad is in geen velden of wegen te bekennen en hij praat meer dan hij normaal in drie vergaderingen bij elkaar doet. Hoewel ik vrij ver bij hem vandaan zit, weet ik zeker dat hij met consumptie praat. Het is duidelijk dat hij zich ergens vreselijk over opwindt, maar tot nu toe ben ik zo gebiologeerd door zijn manier van doen dat ik niet hoor waarover precies. Ik zie dat de andere collega’s dat ook hebben. Gretta klemt Paisley stevig tegen zich aan als in een instinctieve beschermende reactie en Ines, die het dichtste bij hem zit, heeft haar stoel een beetje naar achteren geschoven, terwijl ze met twee handen de vergadertafel vasthoudt alsof ze elk moment kan opstaan en wegrennen. Allemaal kijken ze Morris aan met grote ogen die nauwelijks knipperen. Nu hij geen tablet bij zich heeft, hebben zijn handen alle ruimte om druk te gebaren. Ik begin me zorgen te maken of dit wel helemaal gezond is, en zo niet, wie van mijn collega’s hier bhv’er is. Ik in elk geval niet. We krijgen regelmatig van die oproepen wie zich wil aanmelden voor bedrijfshulpverlening, maar het animo daarvoor is nooit zo groot.

Ondanks Morris’ gebruikelijke overdaad aan gel is het toch een pluk gelukt om te ontsnappen aan de menigte op zijn hoofd. Hij hangt als een sliertje naar beneden, tot bijna in zijn oog en het wiebelt bij elke beweging. Ik denk even aan Rik en zijn weerbarstige haarlok. Heel anders dan dit en veel mooier. Maar ja, sinds gisteren is alles aanleiding om aan Rik te denken. Helaas moet ik notuleren en het moet wel een beetje kloppen allemaal, dus ik doe mijn best het beeld van Rik weg te drukken en me te concentreren op alles wat hier in de vergadering gebeurt. Ik vind het bijna jammer dat Jasmijn er niet is – ze is een dagje met haar moeder naar een kuuroord, zo begreep ik via de Whatsapp-groepschat waarin ik nog steeds zit. Nu ze niet naast me zit, voel ik me toch een beetje naakt en overgeleverd aan alle elementen hier, zeker nu Morris zo tekeergaat. Ik vang iets op over Kiona en Jay-Nay en een scoop die geen scoop meer was omdat een ander blad er eerder mee kwam en blablabla. Ik typ twee zinnen in mijn tot nu toe lege Word-document en dan dwalen mijn gedachten weer af.

*

Toen ik wakker werd was het tien over vijf, zo zag ik op mijn telefoon. Voorzichtig legde ik hem terug op het nachtkastje. Geen idee waarvan ik wakker was geworden, het was muisstil. Misschien juist daarom. Ik was meer geluiden gewend ’s nachts, wonend in een binnenstad.

Onder de dekens was het aangenaam warm. Ik tastte naast me. Ik voelde zijn zij en liet mijn hand daar liggen. Langzaam en regelmatig ging die op en neer in het ritme van zijn ademhaling.

Hij lag met zijn gezicht naar me toe. Ik wachtte tot mijn ogen aan het donker gewend waren en bekeek hem. Volledig ontspannen, ogen gesloten, haren in de war. Er kwamen al stoppeltjes tevoorschijn op zijn kaak, grappig hoe hard die konden groeien in een nacht. Ik twijfelde hoe ik zijn ogen mooier vond: geopend of dicht, en ik moest me bedwingen om niet voorzichtig met mijn vingers langs zijn wimpers te strijken.

Uit het niets kwam een misselijk gevoel omhoog. De hand die ik op zijn zij had, bewoog even. Een paniekgevoel verspreidde zich door mijn lichaam, greep me naar de keel. Het was vijf uur ’s nachts. Ik lag niet in mijn eigen bed. Ik lag niet in Hugo’s bed. Wat had ik gedaan?! Na de roes van vannacht waarin ik alles had buitengesloten wat niet met Rik te maken had, werd ik nu keihard met de realiteit geconfronteerd. Dit was fout, zó fout. Dit was onvergeeflijk. Mijn relatie met Hugo, was het over? Kon dit…? Mijn hart klopte zo hard dat ik bang was dat Rik er wakker van zou worden.

Ik liet mijn hand van hem af glijden en met een akelig gevoel in mijn borst stapte ik uit bed. In het donker raapte ik mijn ondergoed van de grond. Beelden van het moment waarop ze uit gingen passeerden. Met moeite zapte ik ze weg. Zo geruisloos mogelijk liep ik naar de badkamer waar ik mijn jurkje weer over mijn hoofd deed, de laarzen aantrok en mijn overige spullen bij elkaar raapte. Alsof er niets was gebeurd. Alsof vannacht nooit had bestaan. Het maakte me angstig, blij en verdrietig tegelijk. Zoiets kan blijkbaar. Ik was een afstandsbediening die heen en weer zapte tussen drie verschillende films. Een horror, een romcom en een drama.

Toen bedacht ik dat ik er niet zomaar vandoor kon gaan. Dat was raar, laf. Alsof ik een hoer was. Maar wat moest ik dan? Ik wilde hem ook niet wakker maken. In films lieten ze vaak een briefje achter, bedacht ik. Dus ik zakte op de grond en zocht in mijn tas naar een pen en een papiertje. ‘Sorry’ was het enige wat ik kon bedenken en dat ik schreef op de achterkant van een – hoe ironisch – kassabonnetje.

Toen ik de slaapkamer weer in liep, lag Rik nog hetzelfde als een paar minuten geleden. Het kostte me veel moeite niet even een hand door zijn haar te halen, met mijn vinger de lijn van zijn kaak te volgen of een kus te drukken op zijn ontspannen mond. Maar ik vermande mezelf en legde het bonnetje op zijn nachtkastje.

Zonder om te kijken liep ik de kamer uit, de trap af. Het was er donker, maar toch durfde ik geen licht aan te doen. Het openen van de voordeur was nog een heel gedoe. De sleutel zat gewoon in het slot, maar er waren ook nog twee nachtsloten die lastig opengingen. Toen ik met de laatste bezig was, hoorde ik iets. Ik keek achter me, omhoog. Bijna kreeg ik een hartaanval. Daar, bovenaan de trap stond Rik. In zijn boxershort.

‘Esmée…’ zei hij, diep en hees. Het klonk vragend. Slaperig haalde hij zijn hand door zijn haar, sexyer dan ik hebben kon.

Ik twijfelde. Heel even. Toen trok ik de deur open, die door de wind harder naar binnen waaide dan ik verwachtte. Stevig hield ik hem vast, terwijl ik nog een keer naar hem opkeek. Rik maakte geen aanstalten om iets te zeggen of te doen en ik wist het ook allemaal niet meer. Met een pijnlijke, akelige kramp rond mijn hart stapte ik naar buiten.

*

Ik zucht een keer diep bij de herbeleving van deze film. Dom, want het vestigt Morris’ aandacht op mij. Hij knikt een keer mijn kant uit en zijn losgeraakte haarpluk wiebelt mee.

‘Heb je dat, Dingetje?’

Ik vlieg zowat tegen het plafond. ‘Tuurlijk Morris,’ stamel ik. Ik zap het beeld van Rik boven aan de trap in zijn boxershort weg. Weg! Weg! Ksssjt!

‘Mooi. Want het is belangrijk dat dit goed in de notulen komt, als naslag en zeker als signaal naar de directie toe, dat wij hier ook niets aan kunnen doen.’

Ik knik langzaam, met een panisch gevoel in mijn onderbuik. ‘Tuurlijk. Maar eh… vat het anders nog even samen? Dan weet je zeker dat er niets ontbreekt,’ probeer ik. Wat een geniale ingeving van mij, ik moet er gewoonweg van glimlachen.

Morris zucht lang en diep terwijl hij naar zijn wiebelende voet kijkt die steunt op de knie van zijn andere been. ‘Nou gewoon,’ begint hij. ‘Schrijf maar op: recentelijk is er al drie keer een scoop door onze neus geboord – of gebruik liever een iets andere term. Telkens als wij dachten de eerste te zijn met een bepaald nieuwtje op onze website, was een ander tijdschrift er toch eerder bij. De aanhang van onze website bepaalt voor een groot gedeelte de verkoop van onze wekelijkse papieren versie en die is dus de laatste weken ook enorm gedaald.’ Morris kijkt op, met vlammende ogen. ‘En zet er ook maar in dat het niet zomaar een random tijdschrift was, het ging telkens om hetzelfde blad: Famosa, een nieuw tijdschrift dat zich uitsluitend met gossip bezighoudt. Het is in een paar weken tijd vanuit het niets opgerukt en vormt nu al een serieuze bedreiging voor onze leading position. Heb je dat?’

Ik ratel als een dolle op mijn toetsenbord.

‘En even voor jullie allemaal, voor het geval ik nog niet duidelijk was.’ Morris’ ogen maken een snel rondje langs de aanwezigen. ‘Houd goed in de gaten dat je vertrouwelijk omgaat met bronnen, saillante nieuwtjes, enzovoorts. Vanaf nu mag geen enkele scoop ons nog ontglippen, capiche?’

Iedereen knikt schaapachtig. Ik zet een punt achter mijn laatste kromme zin, haal mijn handen van het toetsenbord en begin mijn vingers te knakken. Kramp!

*

Het eerste wat ik doe als ik weer achter mijn bureau schuif is checken of ik nog mailtjes, appjes of gemiste telefoontjes van Hugo heb. Helemaal niks… Ik word instant droevig. En kwaad. Op mezelf. En ook op Rik. Hij wist toch dat ik een vriend had? Waarom dan tóch? Wat bezielde hem, wat bezielde mij? Het liefst zou ik een paar keer met mijn hoofd op mijn bureau beuken, maar dat zou raar zijn. Dus ik adem diep in en uit. Wat heeft dit allemaal te betekenen? Voor mij? Voor mijn relatie met Hugo? En wat betekende het eigenlijk voor Rik? Was het gewoon tijdverdrijf? Wilde hij kijken hoe ver hij kon gaan en zit hij zich nu te verkneukelen dat het gelukt is?

Ik doe een poging al die gedachten weg te drukken door een geprinte mail van mijn to-dostapel te pakken, maar nadat ik drie keer de eerste zin heb gelezen weet ik nog niet wat er staat. Ik herinner me dat Rik op de middelbare school ook al eens zoiets geflikt heeft bij Nanette. Zij was al anderhalf jaar met Sander, maar toen ze een keer op een feestje verscheen zonder hem, was Rik er als de kippen bij om haar te versieren. Dat is nog een heel drama geworden toen. Waarom, o waarom ben ik zo stom geweest? Waarom ben ik erin getrapt? Waarom heb ik alles op het spel gezet?

Ik schrik op uit mijn gedachten van een wel heel vertrouwde zang­stem.

‘Wat kijkt die Esmée toch sip, sip, sip. Of zit ze in een dip, dip, dip?’

Ik laat het printje zakken. Juist. Timo, met uiteraard Jack in zijn kielzog. Zouden die twee elkaar eigenlijk nooit beu zijn?

Unaniem grijnzend staan ze tegenover mijn bureau: ‘Gaat-ie een beetje, Esmeetje?’

Jack geeft een bijpassende riff op zijn gitaar.

Ondanks alles moet ik lachen. ‘Ja hoor, best,’ lieg ik. ‘Met jullie ook?’

Jack laat zijn gitaar zakken. ‘Prima. We hebben net een nieuwe cd uit en we kwamen het eerste exemplaar aanbieden…’ – Timo graaft in zijn kontzak en steekt een cd naar voren – ‘… aan jou!’

Ik pak het ding verbaasd aan en draai het rond in mijn handen. ‘Nou, bedankt jongens.’

‘Oké, heel eerlijk: de directie had geen tijd voor ons. Maar echt, meteen daarna kwam jij!’

Ik lach. ‘Superlief van jullie. Ik ga hem vanavond meteen luisteren.’

‘Graag gedaan.’ Jack hijst zijn gitaar weer op.

Ook Timo maakt aanstalten om te vertrekken. ‘En vergeet niet te laten weten wat je ervan vindt. En de directie!’

Al lopende ramt Jack nog even een akkoord uit zijn gitaar. Timo zwaait halfslachtig en sukkelt achter Jack aan terwijl hij mompelt: ‘Sip, sip, sip. Misschien zit ze in een dip, dip, dip.’ Dan harder: ‘Hé Jack, dat zou best een heel geschikt deuntje kunnen worden. Lekker catchy.’

*

Sorry. Het spijt mij ook.

Bijna laat ik de telefoon uit mijn handen vallen, alsof hij gloeiend heet is. Ik klem mijn hand er stevig omheen en lees het appje nog een keer. Het staat er echt en het is afkomstig van Rik. Ik knipper met mijn ogen, misschien zie ik het niet goed. Al dagen leef ik vergroeid met mijn telefoon alsof we een Siamese tweeling zijn en net dít bericht glipt er tussendoor als ik me een halve minuut onthecht om iets uit de keuken te halen, zo te zien een kwartier geleden. Mijn hart roffelt, ik krijg het warm en ik heb heel sterk de neiging iets te doen om alle energie die door me heen golft te kanaliseren. Gillen, rondjes over de afdeling rennen of in recordtempo een wc-rolhoedje punniken. In plaats daarvan kuch ik een keer beschaafd. Ik probeer de tekst tot me door te laten dringen. Sorry. Het spijt mij ook.

Hij heeft het briefje dus gevonden. Was ook niet zo moeilijk natuurlijk. En hij heeft óók spijt. Zie je: het was alleen maar seks, verder niks. Prima, dat was het voor mij ook en dat moet het vooral blijven. Maar waarom keert mijn maag zich dan nu bijna om? Waarom voelen mijn benen zo slap en mijn hoofd zo licht? Ik druk mijn telefoon uit en schuif hem van me af.

Juist. Ik had dus gelijk, het stelde niets voor. Zijn lippen in mijn hals: gewoon lust. Zijn lieve woordjes: hoort er nu eenmaal bij. Dat we bijna gelijktijdig klaarkwamen: toeval. Gewoon twee mensen, vage kennissen die hun lusten een keer op elkaar botvierden. Ordinaire seks, niets om me druk over te maken. En niets wat mijn relatie met Hugo in de weg hoeft te staan. Het probleem is alleen hoe ik dat aan hem uitleg. Want uitleggen moet ik het, dat stond al direct als een paal boven water en dat gevoel is de laatste dagen alleen maar sterker geworden. De gedachte aan weer een leugen, een veel grotere deze keer, trekt me totaal niet. Als ik echt met Hugo verder wil, met hem oud wil worden en samenwonen – en geloof me: dat wil ik – dan kan ik dit niet voor hem achterhouden, ongeacht hoe hij reageert. Ik slik. Ik kan me er wel iets bij voorstellen hoe hij reageert. Het hangt er natuurlijk ook van af hoe ik het breng. Ik denk na. Hugo was degene die na onze ruzie zonder uitleg vertrok, hij is degene die nu al dagenlang niets van zich laat horen. Ik was in de war, zocht troost, kwam een oude vriend tegen. Het liep uit de hand. Zoiets moet het worden. Dit komt wel goed. Hier komen we wel uit. We zijn volwassen mensen, dit soort dingen gebeuren nu eenmaal in de beste relaties. Toch? Als Hugo nu alleen eens zou reageren op mijn berichtjes. 

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...