Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 38: 'Als je dit
verprutst...'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée lijdzaam moest toezien hoe Jasmijn een reis naar Parijs kreeg toegewezen voor de verslaglegging van een celebritybruiloft. Maar baas Morris lijkt toch niet helemaal overtuigd van Jasmijns kwaliteiten en hé, wat ruiken we daar? Is dat de aftershave van Morris die zich zelden op de afdeling vertoont of ruiken we misschien... kansen, voor Esmée?

Ik dacht dat ik een expert genoemd kon worden op het gebied van voetstapherkenning, dat ik letterlijk nog maar één stap verwijderd was van een glansrijke carrière als forensic footstep detective bij CSI. 

Maar helaas, ik lijk nog enige oefening nodig te hebben. De tred die vanaf de gang richting onze afdeling komt, zegt me helemaal niets. Ik kan het onmogelijk aan een persoon koppelen, wat me danig irriteert. De bonkige, doelgerichte stappen – afkomstig van een man met leren zolen van een duur merk – doen geen enkele bel rinkelen. Het moet iemand zijn die hier zelden komt. Misschien een zombie.

Snel sluit ik Hotmail af en grijp een stapeltje papieren dat binnen handbereik ligt. Je weet nooit.

Tot mijn verbazing is het Morris met zijn glimmend gepoetste Van Bommels die de hoek om komt. Morris, natuurlijk, waarom heb ik daar niet aan gedacht?! Misschien omdat zijn verschijning op onze afdeling zeldzamer is dan die van de heilige Maria in Lourdes.

Ook mijn collega’s lijken hem opgemerkt te hebben. Loliens ­hyenalach sterft weg en ineens is het stil, op Tjibbes ademhaling na. Iedereen gaat ijverig en geconcentreerd met Iets Heel Belangrijks in de weer.

Ik breng een bedenkelijke frons op mijn gezicht en kijk ermee naar de papieren die ik in mijn handen houd. Lege adresetiketten. Shit.

Uitgerekend bij mijn bureau blijft Morris stilstaan om nadenkend over de afdeling te kijken. Ik zou willen dat hij wegging en doe weer alsof ik verdiept ben in mijn etiketten, maar dan komt hij dichterbij. Amicaal zet hij een Van Bommel op de rand van mijn plantenbak. Ik schrik ervan en dat wordt nog erger als zijn opgetrokken broekspijp een harig stuk onderbeen onthult, heel erg dichtbij. Ik bedwing een rilling en kijk vragend naar hem op. Liever zijn gezicht zien dan dat enge been.

Morris buigt zich naar voren en zijn haargel glimt in het licht van de tl-buizen.

‘Zeg eh…’ Hij kijkt weifelend.

‘Esmée,’ vul ik hem uitdrukkingsloos aan.

‘Ja natuurlijk, Esmée. Mooie naam.’ Hij haalt even zijn hand over zijn haar. Ik bedwing de neiging hem een tissue aan te reiken. ‘Hoeveel weet jij eigenlijk van dat special issue over Kiona Laseur en die rapper?’

‘Behoorlijk veel.’ Bescheidenheid brengt je nergens, is een les die ik inmiddels van Jasmijn heb afgekeken.

Even kijkt Morris me observerend aan voordat hij zijn rug recht en zijn voet van mijn arme plantenbak haalt. ‘Mooi, kom eens even dan.’ Hij gebaart naar het lege kantoor van Jasmijn.

Ik kijk naar mijn collega’s even verderop. Ik zie ze van achter hun zogenaamd zeer intensieve bezigheden met vragende ogen onze kant uit kijken. Met tegenzin sta ik op en sjok achter Morris aan. Wat moet dit in vredesnaam voorstellen?

Hij gaat me voor naar het kantoor van Jasmijn, wacht tot ik het denkbeeldige lood in mijn schoenen over de drempel heb getild en sluit dan de deur achter ons.

Zonder het daadwerkelijk te horen, weet ik dat het geroezemoes op de afdeling aanzwelt tot een opgewonden kakofonie van gepraat en gelach. Ik zal straks met een goed verhaal moeten komen, anders zullen de geintjes niet van de lucht zijn: ‘Moest je op het matje komen of heb je Morris op jouw matje laten komen? Ha! Ha! Ha!’ en meer van dat soort ongein. Soms zijn mijn collega’s zo platvloers, vooral Tjibbe. Misschien denken ze wel dat het iets te maken heeft met die mail van Jasmijn gisteren, maar ik mag toch hopen dat dat inmiddels is opgehelderd. Ik kan me niet voorstellen dat er hier nog één iemand rondloopt die me er niet naar gevraagd heeft. Gek werd ik ervan. Bijna zo gek dat ik Jasmijns predicaat ‘geestelijk labiel’ echt ging verdienen. Toen ook Olivia – een stomme stagiairgriet met een irritant mondje dat altijd half openstaat – er weer over begon in de toiletruimte, tierde ik: ‘Ja, ik heb gelogen. En wat dan nog? Het was een klein stom leugentje dat uitgroeide tot een monster. Nou en? Ik parkeer mijn auto wel eens op een invalidenplek, ik was mijn bonte was samen met de witte en ooit heb ik een hamster vermoord, maar dat ging per ongeluk. Zo, nu weet je alles van me.’ Waarna ik rechtstreeks doorstampte naar Jasmijns kantoor om voor eens en altijd een einde te maken aan dit gedoe. Ik had nog de tegenwoordigheid van geest om eerst mijn excuses aan te bieden voor mijn kinderachtige gedrag, voordat ik uitlegde hoe het zover gekomen was. Dat ik vond dat ze echt te ver was gegaan op het feest van Do, en ook met haar mail aan de hele afdeling. Eerst deed ze arrogant en weigerde naar me te luisteren, maar toen ik wanhopig riep dat dit een onhoudbare situatie was en dat we er toch samen uit moesten komen, bond ze wat in en kreeg ik ook een soort van excuses van haar. Echt uitgepraat hebben we het niet, maar het was in elk geval duidelijk dat we weer zouden proberen normaal tegen elkaar te doen.

Ik neem plaats op de stoel aan de vergadertafel waar Morris overdreven vriendelijk naar gebaart. Zelf gaat hij in Jasmijns fauteuil zitten.

Hij trommelt even met zijn vingers op de leuning. ‘Oké, Esss…’ Hij blijft hangen op de s.

‘… mée,’ vul ik weer aan.

Hij knikt afwezig. ‘Luister, we hebben een probleem.’

Gadver. Ik haat problemen. En zeker als ze in de we-vorm aan me gepresenteerd worden, want vreemd genoeg komt dat er meestal op neer dat ik ze in mijn eentje mag oplossen.

‘Je weet dat onze verkoopcijfers fors aan het dalen zijn, hè?’

Duh. Ik knik.

‘We krijgen steeds meer concurrentie, onder andere van dat nieuwe blad Famosa. De scoops glippen ons door de vingers.’ Hij laat het laatste woord wegsterven alsof hij ook niet meer weet waar hij heen wil, een typisch Morris-trekje. Ik ga al verzitten om hem wat tijd te gunnen, maar dan herpakt hij zich. ‘Het is belangrijk dat we onze positie op de markt heroveren. De losse verkoop van Go Glam! moet zo snel mogelijk een flinke boost krijgen en daarom moeten we echt gaan knallen met dat special issue over Kiona en Jay-Nay.’ Hij pauzeert even. ‘En dat kan Jasmijn niet alleen. Ze is hier nog te kort, het is te veel, ze kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn en we willen nu eenmaal álles maar dan ook álles wat mogelijk interessant is met betrekking tot die bruiloft verslaan. Niets mag ons ontgaan.’ Hij gaat verzitten en zucht een keer. Een lange, geïrriteerde zucht. ‘Alleen hebben we dus nog een probleem. Gretta heeft een begrafenis, Ines kan geen oppas voor de kinderen regelen, Xandra’s fret is net overleden of zoiets, Zizi is op vakantie en Lolien moet een curettage ondergaan.’

‘Curettage? Dat is toch een abortus?’ roep ik geschokt.

Morris haalt zijn schouders op. ‘Of zoiets. Vrouwengedoe in elk geval. Misschien is ze wel gewoon ongesteld, weet ik veel.’

‘Oké, oké.’ Ik maak een wegwuifgebaar. Morris die over vrouwengedoe begint is te veel voor dit moment. ‘Heb je Tjibbe al gevraagd?’

‘Die heeft tickets voor een concert van Hank & Friends.’

Jezus. Die lui zijn allemaal gek. Dan passen die kinderen maar een keer op zichzelf of je slaat een begrafenis over, en je gaat toch al helemaal niet naar Hank met zijn enge Friends? Ik zou er alles voor aan de kant gooien en dat zeg ik ook.

‘Precies.’ Morris begint heftig te knikken waarbij zijn haar – ik blijf me erover verbazen – geen millimeter wijkt. ‘Daarom wilde ik je spreken. Misschien dat jij…’

‘Ik?!’ roep ik voordat hij zijn zin heeft afgemaakt. ‘Mag ik? Naar Parijs?’ Mijn ogen worden groot, mijn hart gaat tekeer.

‘Nou. Niet zo snel, Dingetje’.

Hij gebaart dat ik weer moet gaan zitten in de stoel waar ik zojuist enthousiast uit opsprong. Dus dat doe ik. Hij buigt voorover. ‘Toen met die ideeën voor de opzet van dat nummer, daar was jij toch ook bij betrokken, hè?’

‘Betrokken?’ gil ik. ‘Ik heb het helemaal uitgedacht, de presentatie in elkaar gezet en Jasmijn van a tot z gesouffleerd!’

Morris begint te lachen. ‘Rustig maar. Je bent een goede assistente, dat weet ik.’

Assistente? Ik moet me inhouden niet te roepen dat Jasmijn en ik dezelfde opleiding gedaan hebben en dat ik nota bene hogere cijfers haalde dan zij.

‘Maar een assistente is niet hetzelfde als een redactiechef, dat weet jij ook. Daar komen heel andere skills bij kijken.’ Hij zegt het alsof hij tegen een driejarig neefje praat, ik kan de afbreekstreepjes tussen de lettergrepen bijna horen.

Adem in. Adem uit. ‘Morris, ik kan het. Ik weet het zeker.’

Hij lacht zoals hij waarschijnlijk zou doen als het neefje riep dat hij best alleen naar het toilet kon. ‘Typefoutjes uit artikelen halen is echt iets anders dan ze zelf schrijven. Ik dacht dat jij misschien…’

‘Ik kan het. Ik weet het zeker,’ herhaal ik nog een keer.

Hij kijkt me een poosje onderzoekend aan en al die tijd blijf ik vol zelfvertrouwen naar hem lachen. Lef en doorzettingsvermogen. Lef en doorzettingsvermogen.

‘All right,’ zegt hij uiteindelijk. Hij slaat met beide handen op zijn knieën. ‘Misschien kunnen jij en Jasmijn dan ook eens kijken hoe jullie weer wat beter met elkaar om kunnen gaan, want jullie zullen toch een modus moeten vinden om met elkaar samen te werken na alles wat er tussen jullie gebeurd is en waarvan ik de details niet eens wil weten. Oké? Doe je best. Kom straks even bij de briefing zitten die ik met Jasmijn heb. En denk eraan: Jasmijn is leidend. Zij weet wat ze moet doen, jij volgt haar. Het gaat erom dat we een paar extra ogen hebben om eventuele nieuwtjes op te pikken, wat hand- en spandiensten. Doe gewoon wat zij zegt, dan komt alles goed.’

Doe gewoon wat Jasmijn zegt, dan komt alles goed, herhaal ik in mezelf. Whahaha! Dacht het niet.

Morris staat op. Ik kijk hem na, nog vol ongeloof. Ik ga naar Parijs! Als een echte redacteur!

Ik ben nog nooit in Parijs geweest. Nou ja, een keer tijdens een schoolreisje. Maar dat telt niet echt want toen heb ik twee dagen lang alleen maar ondergronds gezeten, omdat alle vier de meiden van het groepje waarmee ik optrok precies wisten hoe het metrostelsel van Parijs werkte – wat in het geheel niet zo bleek te zijn, bij nader inzien en bij geen van vieren.

Het liefst wil ik meteen opspringen, de afdeling op rennen en roepen: ‘Raad eens wie er naar Parijs gaat? Raad eens wie er naar Parijs gaat?!’ Om daarna als een idioot op mezelf te wijzen: ‘Ikke! Ikke! Ikke!’ Maar iets zegt me dat het niemand hier ene moer kan schelen.

Ik wil net aan een privévreugdedansje beginnen als Morris zich omdraait bij de deur.

‘En denk eraan: hier hangt veel van af. Dit nummer moet episch worden, supergeil, het moet Go Glam! terug op de kaart zetten.’ Hij pauzeert even en speelt met de klink van de deur. Naar beneden, langzaam los. Naar beneden, langzaam los.

‘Als je dit verprutst, Dingetje…’ Naar beneden, langzaam los. Naar beneden. Ik zou willen dat hij daarmee stopte. Mijn tenen krommen zich en ik kijk hem afwachtend aan. Wat dan? Ontslag? Publieke vernedering? Pek en veren?

‘Nou goed.’ Ineens laat hij de klink los waardoor deze met een knal omhoogkomt. Ik schiet overeind. ‘Je zorgt maar gewoon dat het lukt, Esther.’

Over Iris Houx

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

Over Scoop!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...