Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 40: 'O, de ironie als ik voor de tweede keer
binnen enkele dagen zijn slaapkamer binnenga.'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée een sorry-appje ontving van Rik, waarmee hun korte samenzijn leek afgedaan. Bovendien zag ze hem in de stad met een andere vrouw. Eind goed, al goed. Toch voelt Esmée zich ongemakkelijk als ze hem weer ziet. Rik niet. Vriendelijk en net zo ondeugend als altijd, opent hij de deur voor wat een lange, ongemakkelijke meeting zal worden. 

Wat het allemaal nog ongemakkelijker maakt is dat we de dag erna weer een subgroepmeeting hebben voor het dorpsfeest. Deze keer bij Rik nota bene. De laatste, want alles is zo’n beetje geregeld nu. We moeten het alleen nog een keer globaal doornemen en wat losse eindjes aan elkaar knopen.

In tegenstelling tot mij lijkt Rik nergens last van te hebben.

‘Hé, kijk wie we daar hebben.’ Vriendelijk lachend doet hij de deur open, ik meen een ondeugende twinkeling in zijn ogen te lezen. Normaal gesproken zou ik het er warm van krijgen, nu heb ik het eerder koud. Hij heeft wel lef zeg. Hij voelt zich vast heel wat dat hij mij heeft weten te versieren. Nou, nou, poe, poe, wat een overwinning, iemand op haar zwakste moment inpalmen. Dat ik net zo hard vreemdging als hijzelf maakte het voor hem waarschijnlijk alleen maar interessanter. Als zij ook vreemdgaat, zal ze vast haar mond wel houden, zo moet hij gedacht hebben. Bah bah.

Ik begroet hem lauwtjes. Hij strijkt een keer door zijn haar dat zoals gewoonlijk weer meteen naar voren valt en gaat dan opzij om me erlangs te laten. We lopen de trap op, ik eerst, en ik stel me onwillekeurig voor hoe hij mijn kont weer checkt, net als een paar dagen geleden bij de wastafel. Deze keer heb ik daar heel andere gevoelens bij.

Boven aangekomen wacht ik op hem, ik vind het onbeleefd om zomaar zijn slaapkamer in te lopen. Als hij me voorbijloopt, ruik ik zijn geurtje dat meteen herinneringen oproept. Zijn gezicht dicht bij het mijne, zijn handen op mijn lichaam, zijn stem, zijn mond. Dat ene nummer van Editors waar ik telkens de titel van vergeet, maar dat al dagen door mijn hoofd spookt. Zijn blote rug waar ik de spieren van onder mijn handen voelde bij elke beweging. Weg, weg met die beelden. Wat bezielt je, Esmée? Ban die stomme gedachten uit je hoofd. Rik is een lul. Ik sluit mijn ogen even en doe ze dan weer open. Dat helpt.

Voor zijn slaapkamerdeur staat Rik stil. Hij kucht een keer en draait zich naar me toe. Bruine ogen, dikke zwarte wimpers, veel te dichtbij. Een blik die ik hard probeer te negeren. Waarom valt dit me zo zwaar? Waarom is dit zoveel moeilijker dan ik tot gisteren dacht? Zijn mond gaat open alsof hij iets wil zeggen, maar dan toch weer dicht. Als hij zijn hand op de deurklink legt, bedenkt hij zich.

‘Esmée?’ Hij kijkt me kort aan en concentreert zich dan op een punt achter me op de muur. ‘Is alles oké tussen ons? Ik bedoel. Het spijt me. Echt. Ik weet niet… Ik snap dat je een relatie hebt en dat respecteer ik. Vanaf nu, bedoel ik. Wat er is gebeurd, het was fout, het had nooit mogen gebeuren.’

Zijn ogen kijken me even aan en fixeren zich dan weer op de muur.

Te overdonderd om meteen iets zinnigs te zeggen, knik ik eerst. ‘Ja, we zijn oké. Geen probleem. Bedankt,’ mompel ik na een korte stilte.

Bedankt?! Zei ik dat echt? Ik ben geschift! Bedankt waarvoor? Bedankt dat je misbruik van me hebt gemaakt op een uiterst zwak moment? Bedankt voor het feit dat het niets voor je betekende?

*

O, de ironie als ik voor de tweede keer binnen een paar dagen zijn slaapkamer binnenga. Deze keer op eigen kracht. Het zwevende, lichte gevoel van zaterdag is weg. Ook zijn slaapkamer ziet er nu heel anders uit. Het is avond en al donker buiten, net zoals toen, maar deze keer is de kamer helder verlicht, er is geen muziek en het bed is opgemaakt. Andrea zit op de bank onder het prikbord met allerlei papieren uitgewaaierd om zich heen waarin ze nogal ernstig verdiept is.

‘Hai.’ Ik schuif wat blaadjes opzij en ga naast haar zitten.

*

Ik krijg niet veel mee van wat we bespreken. Mijn gedachten dwalen constant af: Hugo – Het bed tegenover me – Parijs – Hugo, waar is hij toch? – Riks ogen – Hugo, zou hij mijn laatste appje nog ooit gaan beantwoorden? – Rik is een lul – Hugo, het zou toch wel goed komen tussen ons? – Parijs, joepie! – Rik is echt wel een lul. Na vandaag zal ik hem niet meer zo vaak zien, realiseer ik me. Na het dorpsfeest is er geen enkele reden meer voor contact. Wat zeg ik, misschien zie ik hem dan wel nooit meer. Een raar idee waar ik gemengde gevoelens bij krijg.

‘Sorry?’ Mijn gedachten stoppen als ik in de gaten krijg dat Andrea en Rik me afwachtend aankijken.

Andrea herhaalt haar verhaal, volgens mij met nog meer enthousiasme dan de eerste keer. Dat we als klapper van de avond misschien nog een live optreden moeten regelen in de feesttent. Iets wat alle leeftijden en smaken aanspreekt en niet te duur is. Hoe verzint ze het, anderhalve week voor het feest?!

‘Jij kent via je werk toch wel wat van dat soort lui?’ vraagt Rik. Zijn bruine ogen kijken me serieus maar indringend aan. Ik betrap me erop dat ik me afvraag wat er echt door hem heen gaat. Dit kan niet alleen over live optredens gaan. ‘Jij kent die twee gasten toch, hoe heten ze ook alweer, die Nederlandstalig zingen?’

Het kost me veel moeite om na te denken. Eerst moet ik de vraag een keer in mijn hoofd herhalen voordat het me lukt een antwoord te formuleren. ‘Je bedoelt Jack en Timo?’ Ik frons mijn voorhoofd.

‘Ja! Jack en Timo! Die zouden echt i-de-aal zijn!’ roept Andrea. ‘Van jonge bakvissen tot huisvrouwen, allemaal hebben ze wel iets met Jack en Timo.’ Ze leunt naar voren en haar ogen worden groot, zoals altijd als ze plotseling een grandioos idee heeft of ergens dolenthousiast over raakt: ‘Laatst liep ik langs het gemeentehuis dat ze aan het verbouwen zijn. Zelfs de werklui op de steigers zongen mee met “Geef me één nacht”.’

Ik leun naar achteren. ‘Serieus? Jack en Timo? En jij denkt dat ik die anderhalve week voor het feest nog kan regelen?’

Rik lacht, Andrea haalt haar schouders op: ‘Je kunt het toch proberen?’

‘En dan nog, dat kunnen we nooit betalen!’ zeg ik.

‘Misschien doen ze het voor jou voor een vriendenprijsje? En we hebben nog wel wat budget over.’

Ze kijkt zo hoopvol en enthousiast dat het bijna mijn hart breekt dat ik haar moet teleurstellen. ‘Nooit genoeg voor Jack en Timo, geloof me.’

‘Je kunt het toch proberen?’ herhaalt Andrea nog een keer op het toontje dat ze ook gebruikt tegen haar moeder als die haar weer eens van haar wilde plannen probeert af te brengen. Maar het maffe bij Andrea is dat die wilde plannen in veel gevallen toch lukken. Ik heb trouwens ook helemaal geen zin in gedoe, dus ik haal mijn schouders op. ‘Ik zal het vragen, oké?’

*

Als we klaar zijn is Andrea als eerste weg. Ik treuzel expres met mijn jas, geen idee waarom. Misschien hoop ik op een ‘normaal’ gesprek tussen Rik en mij, iets wat bevestigt dat we echt oké zijn, dat er geen probleem is, niets ongemakkelijks. Een soort afsluiting, dat heb ik nodig om me weer volledig op mezelf en Hugo te concentreren. Ja, dat is het gewoon, een afsluiting.

Het aantrekken van mijn jas wil echter niet zo lukken met Rik die me zwijgend staat aan te staren. Mijn hersenen liggen volledig stil, alsof de bedrading loszit. Mijn handen weten niet meer hoe ze een knoop door een knoopsgat moeten halen en ik weet ook echt helemaal niets te zeggen. Niets! Niet eens iets over het weer of een stom grapje waar ik normaal toch patent op heb: stomme grapjes in nog stommere omstandigheden. Het komt er gewoon niet uit.

Rik blijft geduldig wachten. Ik hoor alleen zijn rustige ademhaling.

‘Hulp nodig?’ vraagt hij uiteindelijk lachend.

Ik kijk hem dankbaar aan en dan wordt de blokkade opgeheven. Ik begin mee te lachen. Opeens lukt het weer. Nu ik er niet meer bij nadenk, duwen mijn handen opeens de knopen door de gaten alsof ze nooit anders doen.

Na de laatste knoop lopen we naar beneden.

‘Hoe gaat het met je vader?’ vraag ik. Goeie, al zeg ik het zelf. Vriendelijk en neutraal.

We staan nu tegenover elkaar bij de voordeur en weer heb ik even een korte flashback. Rik in boxershort, boven aan de trap. Hoort allemaal bij het ritueel van afstand nemen en afsluiten natuurlijk.

Rik haalt zijn hand over zijn gezicht. ‘Gaat wel. Hij gaat de laatste tijd best hard achteruit. Eigenlijk heeft hij meer verzorging nodig, een vaste hulp aan huis voor een paar momenten per week, want ik kan niet alles alleen. Ik moet ook werken natuurlijk. Maar het is zo’n gedoe met instanties. Veel wachtrijen. Ach, voorlopig red ik het nog.’ Op zijn zorgelijke gezicht verschijnt kort een glimlach.

Ik maak een instemmend geluid. Vreselijk lijkt me dat. Zijn moeder is er al niet meer, de enige die hij heeft is zijn vader, met alle zorgen erbij. Het liefst zou ik hem een knuffel geven. Of zeggen dat hij me moet bellen als ik iets voor hem kan doen, maar dat zou raar zijn in onze situatie.

‘Maar hij vindt het vast geweldig dat je bij hem bent ingetrokken.’

‘Jazeker,’ zegt Rik aarzelend. Hij kijkt over me heen en lijkt het gesprek te willen beëindigen.

‘Nou, bedankt weer voor je gastvrijheid en sterkte met alles,’ zeg ik slapjes.

*

Onderuitgezakt zit ik voor de tv met mijn zoveelste bak noedelsoep op schoot en Knurftje die zich daar nog tussen heeft gewurmd. Voor de afwisseling ben ik een keer afgeweken van de chicken-variant waar ik al dagen op leef. Deze is met duck. Ik roer er nog eens in. Het klinkt bij nader inzien niet echt aanlokkelijk en in mijn hoofd hoor ik snaterende eendjes. Ach ja, het is geen echte eend, meer een onherkenbaar gemaakte gevriesdroogde variant, zo houd ik mezelf voor. Eendensmaak eigenlijk. Ik neem een slokje. Hij smaakt precies hetzelfde als de kip. Opluchting.

Ik pak de afstandsbediening en zap naar Lief & Leed met de Laseurs dat ik nu met heel andere ogen bekijk. Morgen zal ik haar ontmoeten: Kiona Laseur. Hoe zou ze zijn? Eigenlijk moet ik mijn uitgroei nog bijwerken en wat laatste spullen inpakken. Ik moet opschieten.

Dan ineens klinkt er een kort bliepje vanaf de leuning van de bank. Ik schrik zo erg dat ik mijn lepel in de soep laat vallen. Deze reactie op elk geluid van mijn telefoon is een kwaal waar ik al vanaf zaterdag aan lijd. Snel grabbel ik het toestel naar me toe en werp een blik op het schermpje. En dan… Het woord euforie heeft ter plekke een compleet nieuwe definitie nodig. Het is een appje. Van Huug! Ik kom zo snel overeind dat Knurftje zich rotschrikt, van mijn schoot springt en daarbij bijna de soepbak van mijn schoot gooit. Een appje! Van Huug!

Popje, we moeten praten staat er.

Popje! Dat ben ik! Hij noemt me Popje! Hij houdt nog van me, hij wil met me praten! Het zal best een lastig gesprek worden, maar alles komt goed. Ik ben door het dolle heen en begin gek te doen met Knurftje die ook wel snapt dat ze dat voor deze ene keer maar even over zich heen moet laten komen. Gekke knuffels, dansjes en ik zing. Zie je wel! We gaan samenwonen en we blijven voor altijd en eeuwig samen. Ik wist het wel.

Nu? typ ik terug.

Nee, niet nu. Ik wil je zien. Morgen?

Morgen kan ik niet. :-( Ik vertrek al heel vroeg naar Parijs. Ik mag voor Go Glam! de bruiloft van Jayona verslaan! Jeuj! :-) Kun je echt niet nu?

Het is al laat, ik weet niet of we dat nog moeten doen. Wanneer ben je terug uit Parijs?

Zondag pas… Maar waar ben je nu? Ik ben al zo vaak langs je huis geweest, je was er nooit!

Ik ben bij Anouk.

Anouk? ANOUK?! Dit is wel de laatste persoon die ik had verwacht. Vrienden, zijn ouders, een mannelijke collega: geen enkele daarvan had me verbaasd. Maar Anouk? Die Limburgse vlaai? Die stomme doos met dat irritante accentje? Wat moet hij in godsnaam bij haar?! Ik ben totaal verbijsterd en dan valt het kwartje. Een heel zware munt die als een steen op mijn maag valt. De enige reden waarom ik ooit naar een andere vent zou rennen als ik ruzie met mijn vriend had was… juist. Zoals bij Rik dus. Ik leg de telefoon op mijn schoot en staar naar het berichtje. Alleen was het bij Rik en mij een vergissing. Een grote fout. Eenmalig. En Hugo zit dus blijkbaar al bijna een week bij Anouk. Toch? Ik heb er nooit iets van gemerkt dat hij haar meer dan leuk vond. Waarschijnlijk ook omdat ik het me niet eens kon voorstellen. Had ik iets moeten merken? Ik bedoel: Anouk?! Als ik een man was dan zou ik het nog liever met een opblaaspop doen, of anders ten minste met een koptelefoon op. Zou ze ook met zo’n zangerig accentje hijgen? Ik wil het niet weten, ik wil het niet geloven, dit kan niet waar zijn. Ik vecht tegen de tranen.

Alleen nu of al die tijd? typ ik, maar eigenlijk weet ik het antwoord al.

Ik wil echt graag snel met je praten, maar vanavond lukt niet meer is zijn ontwijkende reactie.

Ik gooi mijn mobieltje op tafel. Ik schreeuw, ik huil, ik stomp in een kussen (Knurftje weet niet hoe snel ze de kamer uit moet rennen). Dit vreselijk verdrietige en machteloze gevoel moet er gewoon uit. Het allerergste is dat ik er helemaal niks aan kan veranderen. NIKS! Morgen vertrek ik naar Parijs en geen haar op mijn hoofd die eraan denkt dat af te zeggen, maar Hugo wil ik óók niet laten lopen. Ik wil voor hem vechten en ik wéét gewoon dat het me zal lukken. Maar dan moet ik snel handelen. Ik moet hem zien, hem overtuigen. Ik schop een keer tegen mijn bank, kijk radeloos om me heen alsof daar de oplossing ligt. Wat moet ik doen? Waarheen? Wie? 

Over Iris Houx

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

Over Scoop!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...