Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 42: 'Morris wil vies en vunzig,
dus zo kan hij het krijgen'

schrijfster

Iris Houx

E

Esmée en Jasmijn zijn nog steeds in Parijs voor de verslaglegging van de bruiloft van celebritykoppel Kiona en Jay-Nay. Vandaag is de grote dag: het interview met Kiona! Esmée is stiknerveus, wat mede komt door de dwingende instructies die ze hebben gekregen van baas Morris. Zal het hun lukken de gewenste informatie los te peuteren bij Kiona? 

Hoe zal ze zijn in het echt? Knapper of lelijker? Aardig of kapsones? Zal Jay-Nay er ook zijn? Wat vindt ze van de vragen? Gaat ze overal eerlijk antwoord op geven? Kunnen we er een goede reportage van maken? 

We zitten dus in het Le Grand en ik wil niet al te provinciaal overkomen, maar mijn ogen rolden er bijna uit toen we hier binnenstapten. Het contrast met ons eigen stinkhotelletje kan niet groter zijn. De entree, de versierde plafonds, de kroonluchters en de liftlobby met het prachtige schilderij van Sarah Bernhardt: alles in het Le Grand is een superlatief van luxe. Het behang, de tapijten en de gordijnen zijn allemaal dik en in warme, tijdloze kleuren. Dieprood, koningsblauw, goudgeel, niet dat vale en troosteloze van een NH of een Golden Tulip. Je proeft gewoon de geschiedenis en de grandeur. 

Nog half comateus maar met de zenuwen gierend door mijn lijf, zit ik met Jasmijn in de fauteuils voor de deur van de suite waar dadelijk het interview plaatsvindt. Dit gaat een van de belangrijkste artikelen in het special issue worden! Ik slik een keer en kijk om me heen. Hoelang nog? Hoelang zou het nog duren? Hoelang?! Ik schuif heen en weer in de fauteuil, pluk aan de bloemen in het vaasje (echte, geen neppers!), ik wiebel maar weer eens met mijn been. 

‘Stop daar nou mee!’ smeekt Jasmijn bijna, en al voor de derde keer, terwijl ze even pauzeert in het mishandelen van haar nagels met haar tanden. Ik ben allang blij dat ik de mijne met rust kan laten. Gistermiddag in de pauze op kantoor heb ik ze nog even laten doen door een dure nagelsalon en ik kan je zeggen: al zijn geld waard, hier durf ik echt niet op te bijten. En ze matchen perfect met de zeegroene jurk die ik morgen aantrek naar het feest – het gedeelte waar de pers bij mag zijn, uiteraard.

*

Wat Jasmijn in de tussentijd deed weet ik niet, maar na een uurtje maakte ze me wakker uit mijn middagdutje. Nu is ‘maakte’ niet het juiste woord, ‘rammelde’ kwam eerder in de buurt. Nog duffer dan voor mijn slaapje ging ik overeind zitten en begon mijn kleren recht te trekken. Jasmijn zei iets over het voorbereiden van interviewvragen en toen ik daar niet snel genoeg op reageerde, begon ze in mijn gezicht te petsen om me ‘wakkerder te maken’. Ik dacht dat ze die vragen allang klaar had. De bedoeling was namelijk dat zij alles zou voorbereiden en het interview zou afnemen, terwijl ik er vooral bij ging zitten om de voicerecorderknop in te drukken en om eventuele zaken te noteren die Jasmijn zouden ontgaan, zoals wanneer Kiona geschokt keek, of lachte, of juist niet, om te beschrijven wat ze aan had. We hadden het niet tot in detail besproken, maar de algemene verdeling was duidelijk.

Maar Jasmijn had zoals gewoonlijk weer geen ene flikker gedaan. Ik had zin om enorm pissig op haar te worden en haar lekker te laten stikken met die rotvragen, maar ja, ik had ondertussen kunnen weten dat Jasmijn nu eenmaal zo is, en ook had ik weinig zin om mee te maken wat er zou gebeuren als we zonder interview terugkeerden bij Morris. Dus hoppa, daar ging ik. Geen tijd te verliezen. 

Als een dolle begon ik vragen in te tikken op de notebook die Jasmijn opengeklapt voor mijn neus hield, alsof het een doosje bonbons was waar ze me er eentje van aanbood. Ik dacht aan de briefing die we van Morris hadden gekregen en die door gewijzigde omstandigheden (dalende verkoopcijfers, druk vanuit de directie, wanhoop) nu blijkbaar compleet tegengesteld was aan het geweldige concept dat ik eerder had aangeleverd. Hoofdmissie: ‘Het moet verkopen, kan me niet schelen hoe.’ Toch gaf Morris ons in zijn rijke vocabulaire nog wat dwingende tips omtrent dat ‘kan me niet schelen hoe’: het nummer moest knallen. Vooral sexy, vulgair en ordinair zijn. Het moest vies, vuig, vunzig en sensationeel nieuws bevatten. Gênante bloopers. Sleezy roddels. Vuile was, beschamende foto’s, compromitterende uitspraken. Alles om lezers te trekken. ‘Niemand zit te wachten op zoetsappige verhaaltjes over kanten bruidssluiertjes, glitternagels en romantische dinertjes,’ zo zei hij. 

Persoonlijk dacht ik daar heel anders over, maar – hahaha – wie was ik in dit hele verhaal?! Dus al deze termen indachtig begon ik vragen te tikken, wetende dat niet ik, maar Jasmijn ze moest gaan stellen. En ergens schepte ik daar een pervers soort genoegen in. Vragen die ik in mijn levensdagen niet aan een ster zou durven stellen, smeet ik op papier als ware het een simpel boodschappenlijstje. Over Kiona’s vermeende schoonheidsoperaties, over de kosten van de jurk. Haar vete met Sonsiray. De vechtscheiding van haar ouders en hun nieuwe partners die elkaar niet konden luchten of zien, hoe ze dat had opgelost met de bruiloft. Over de slechte reputatie van Jay-Nay. Hij kwam de laatste tijd meer in het nieuws vanwege drugs of geweld dan vanwege zijn muziek. En dan waren er nog de hardnekkige geruchten over veelwijverij. Morris wilde vies en vunzig, en vies en vunzig kon hij krijgen. 

*

Maar wat duurt het allemaal lang zeg, ik barst bijna uit mijn voegen van ongeduld. Een halfuur geleden zouden we al aan de beurt zijn. Jasmijn heeft geen nagels meer over en het moet niet langer meer duren of ik begin ook aan de mijne. En ligt dat nu aan mij of staat die verwarming hier op standje tropisch oerwoud? Ik voel gewoon hoe het zweet zich opmaakt om een weg te zoeken naar mijn oksels. Ik bedwing de neiging om te krabben. Als ik daar eenmaal mee begin, is er geen houden meer aan. O, mijn nek jeukt ook al. Niet krabben, Esmée. Niet krabben. God, wat duurt het lang. De wijzers van mijn horloge verplaatsen zich zeker weten langzamer dan normaal. Zou de batterij bijna op zijn? O, ik houd het niet meer. 

En dan, eindelijk – ik rekende er al bijna niet meer op – gaat de deur tegenover ons open. Er komt een man naar buiten die ik enthousiast begroet omdat ik hem ken, ik weet alleen zo snel niet waarvan. Avier? Of hebben we bij elkaar op school gezeten? Pas als hij lauwtjes terugknikt en Jasmijn me giechelend aanstoot met een ‘Doe niet zo sneu, groupie’ dringt het tot me door dat het die vent van TLV Avenue is, het dagelijkse entertainmentprogramma op tv.

Een oudere man met een colbert op een spijkerbroek en een glinsterende zegelring verschijnt in de deuropening. Hij gebaart dat wij aan de beurt zijn. Jasmijn en ik veren als één op uit onze zetels. Bij de deur botsen we nog even tegen elkaar op, omdat we tegelijk naar binnen willen. Ik laat Jasmijn voorgaan.

*

Daar zit ze. Kiona Laseur. Ze is precies zoals op tv, maar dan nog echter en tegelijk onwerkelijker. Op tv valt het niet zo op, maar nu ze hier voor me zit dringt pas tot me door hoe ongewoon en niet-­doorsnee ze is. Zo iemand die overal meteen opvalt omdat ze anders is. Afwijkend mooi, bijna buitenaards. Haar poppengezichtje en het lange, glanzende, zwarte haar zijn echt. Ze is geen pop. Vanwege mijn werk zie ik natuurlijk wel vaker BN’ers, maar Kiona is toch echt een slag apart.

Met haar benen over elkaar geslagen zit ze in een fauteuil. Ze draagt een strakke, donkere jurk. Ik maak hier een mentale aantekening van voor het geval dit handig is voor de inleiding van het artikel straks. Meestal beginnen interviews met BN’ers over wat ze aanhebben en hoe ze erbij zitten. En wat Morris betreft dus het liefst ook ordinair en vuil, daar moet ik nog even over nadenken.

Jasmijn loopt op Kiona af en geeft haar een hand. Ik ben blij dat ze het voorbeeld geeft, want ik zou er zelf niet opgekomen zijn. Kiona lacht vriendelijk maar afstandelijk. De hand die in de mijne wordt gelegd voelt klein. Ik denk even aan Andrea, die haar jeugd zou afstaan voor een handje van Kiona. Ik moet goed opletten zodat ik haar straks een gedetailleerd verslag kan geven. Wat zal ze smullen.

De manager wijst met zijn bezegelringde hand naar een bank tegenover Kiona. We nemen plaats en Jasmijn steekt van wal. Het valt me op dat ze nauwelijks zenuwachtig is, of lijkt te zijn. Alsof ze al jaren bevriend zijn begint ze te babbelen en langs haar neus weg deelt ze nog wat complimenten uit. Doet ze goed. Met haar kenmerkende lage en lijzige stem neemt Kiona ze in ontvangst. Ook die stem is dus echt. Het is bijna alsof een stripheldin tot leven komt. 

Ik trek mijn notitieblok uit mijn tas en klik mijn pen aan. Ik weet nog niet wat ik van Kiona moet vinden. Haar lach lijkt innemend, maar het kan ook nep zijn. Soms heeft ze ook zo’n oogopslag, ik weet het niet, bijna arrogant. Het is moeilijk haar te doorgronden.

De manager staat ons vanuit de hoek een poosje gade te slaan, wat het allemaal nog echter maakt. Na een paar minuten begint zijn havikenblik me al danig te irriteren. Gelukkig wordt dat vanzelf opgelost door een trillende telefoon. Hij haalt het ding uit zijn zak, werpt er een blik op en vertrekt naar de gang, waar we hem direct achter de deur op gedempte toon horen praten. 

Jasmijn stoomt al snel door naar de meer confronterende vragen en het begint me op te vallen dat Kiona helemaal niet zo’n flapuit is als op tv. In Lief & Leed met de Laseurs gedraagt ze zich onverschrokken, schreeuwerig en ad rem. Overal heeft ze meteen een antwoord op, vaak onnozel of ronduit dom. Hier niet. Bij elke vraag die haar wordt gesteld – hoe eenvoudig ook – lijkt ze eerst even te schrikken (ik kan het haar niet kwalijk nemen), dan diep na te denken om vervolgens toch met een flapuiterig antwoord te komen. Het is wat vreemd, en ook zo tegenstrijdig met het gevestigde beeld dat ik van haar heb. Zou Lief & Leed dan toch geregisseerd zijn? Laat het Andrea maar niet horen, haar wereld zou instorten.

Ondertussen staat de manager op de gang steeds luider te praten. Ik vang zinsfragmenten op als ‘Uit het zicht’, ‘Wat een eikel is het ook’ en een geschreeuwd ‘Niet nu!’ en eerlijk gezegd leidt het me behoorlijk af. Kiona lijkt zich er echter niets van aan te trekken. Jasmijn ook niet trouwens. Inmiddels is ze bij de vraag over Jay-Nay en zijn vermeende promiscue gedrag. Mijn tenen krommen zich in mijn schoenen van plaatsvervangende schaamte. Ik begin toch wel bewondering te krijgen voor Jasmijns interviewvaardigheden. Ik zou het niet kunnen. Ben alleen benieuwd of Jasmijn er ook een goed artikel van weet te maken, dat is natuurlijk heel andere koek. Tot nu toe heb ik nauwelijks artikelen van haar gelezen. De grammatica en spelling in haar mails voorspellen in elk geval niet veel goeds.

Kiona is even stil en kijkt Jasmijn en mij beurtelings aan. Neutraal, maar toch voel ik weer een zweetklier in mijn oksel opengaan om vocht naar buiten te stuwen. Het prikt. Ik heb werkelijk de zenuwen voor wat nu komen gaat. Dadelijk roept ze die griezel op de gang en sleurt hij ons naar buiten. We hebben dan wel geen restricties gekregen voor de vragen, zoals veel sterren lijken te doen, en niemand heeft ze van tevoren willen inzien, maar ik kan me zo voorstellen dat Kiona ook ergens een grens heeft.

Ze denkt diep na, zo is te zien aan haar ogen die wegdraaien, als een schoolkind dat zich tijdens een mondelinge overhoring zijn ezelsbruggetje voor de geest probeert te halen. Ik probeer niet te krabben en concentreer me op iets anders. Kiona’s mooie schoenen. Ik probeer te ontdekken van welk merk ze zijn.

Dan ineens begint Kiona te lachen. Hard. Van schrik druk ik me verder in mijn stoel. Jasmijn lijkt dat ook te hebben. Kiona lacht zoals ze praat: langzaam en lijzig. Als er zoiets zou bestaan als zwoel, bulderend lachen, dan is Kiona de koningin ervan. ‘Kijk naar mij!’ roept ze uit tussen twee lijzige lachjes door. ‘Jay-Nay zou wel gek zijn als hij vreemdgaat! Ja, toch?’

Ik begin mee te lachen, waarschijnlijk ook omdat ik me eindelijk kan ontspannen. Wat een geweldig antwoord. Ik kan het al voor me zien als titel van het artikel, of desnoods als tussenkop. Jasmijn lijkt er echter nog niet helemaal van overtuigd. Ze knikt langzaam en bevestigend en waagt het dan om te vragen: ‘Maar stel dat je erachter zou komen dat hij vreemdgaat, wat dan?’

Hierover hoeft Kiona voor de verandering niet lang na te denken. Ze begint weer te lachen, minder zwoel dan daarnet: ‘Luister, als mijn kerel vreemdgaat tief ik hem gelijk bij het oud vuil. En dat weet-ie donders goed.’

Ik glimlach, zo kennen we haar weer. En ook weer een prima quote voor een tussenkop trouwens. Wow, Jasmijn heeft goud in handen voor een geweldig artikel. En hoewel mijn handen jeuken, spreek ik met mezelf af dat ik haar deze keer niet ga helpen.

Over Iris Houx

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutromans.

Over Scoop!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...