Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 44: 'Of ik gooi het op YouTube
en word wereldberoemd.'

schrijfster

Iris Houx

V

Vorige week lazen we hoe Esmée een bizarre scoop opduikelde in de lift van het hotel; eentje die verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben voor zowel haar eigen carrière, als die van Kiona. Terwijl ze zich samen met Rik het hoofd breekt over de ethische kanten van het verhaal, wordt ze gestoord door een telefoontje dat eigenlijk bedoeld is voor Jasmijn. 

Kom op, kom op, kom op Esmée. Hijgend sta ik voor onze hotelkamer. Vier keer moet ik het pasje door de gleuf halen voordat het klikkende geluid klinkt. Met mijn schouder beuk ik tegen de deur. Even voel ik me de held in een foute actiefilm als ik naar binnen struikel en vervolgens al rennend om me heen begin te roepen: ‘Jasmijn! Waar ben je? Jasmijn! Waar ben je? Jasmijn!’ 

Aan het rennen komt na drie passen al een einde omdat ik voor ons bed sta. Daar is ze niet, wel haar opengeklapte laptop. Dan hoor ik haar zingen, in de badkamer, begeleid door het klaterende geluid van water. Iets van Adele. Ik moet zeggen: niet echt haar toonsoort.

Wat ik precies met het filmpje ga doen weet ik nog niet, maar dit gaat me iets opleveren. Geld, macht, aanzien, vrienden, een baan, ik ben er nog niet helemaal uit. Waar ik wel achter ben, is hoe het komt dat ik dit filmpje naar Rik heb gestuurd. Te stom gewoon: ik zat nog in een Whatsapp-gesprek met hem toen ik ineens besloot te gaan filmen. Daarna heb ik mijn telefoon zonder echt te kijken afgesloten waardoor het filmpje rechtstreeks naar hem werd gestuurd. Wat een actie. Ik moet hem snel te pakken krijgen, liefst nog voor hij het heeft geopend.

Nadat ik eerst Jasmijns laptop van het bed heb getild pak ik heel voorzichtig met drie vingers de sprei vast om hem met één worp naar het voeteneind te gooien. Het ding is zo ranzig dat ik er gewoonweg geen beschrijving van kan geven zonder mezelf veelvuldig te censureren. Niet dat het dekbed eronder veel beter is, maar het heeft in elk geval een minder onbestemde kleur.

Net als ik me met mijn rug tegen het hoofdeinde heb geïnstalleerd en Riks nummer wil opzoeken, begint Jasmijns telefoon te bliepen. Voor de verandering heeft ze hem eens niet bij zich, maar achtergelaten op het nachtkastje. Mijn nachtkastje om precies te zijn. Nou ja, aan de kant van het bed die ik voor mezelf had bedacht.

‘Jasmijn, je telefoon!’ roep ik. God, wat irritant. Het gebliep van andermans telefoon kan ik er nu echt even niet bij hebben. ‘Jas!’

Ze hoort me niet.

O fok, ik druk hem wel weg. Ik reik naar het toestel. Beth van Alphen lees ik in het schermpje. Ik weet niet precies wie het is, maar volgens mij is het iemand met wie Jasmijn regelmatig contact heeft. Nou ja, het zal toch wel even kunnen wachten? Jasmijn heeft een voicemail, die kan ze inspreken.

Ik druk het telefoontje weg en ga in mijn eigen toestel weer op zoek naar Riks nummer. Maar dan denk ik dat ik geesten hoor. Boze geesten, die vragend Jasmijns naam roepen en uit haar telefoon lijken te komen.

Ik pak het ding weer op en zie dat ik Beth helemaal niet heb weggedrukt, maar dat ik het gesprek juist heb aangenomen. Gadver. Mobieltjes en ik zijn vandaag een uiterst ongelukkige combinatie.

‘Jasmijn?’ hoor ik. Verdorie. Wat zal ik doen? Alsnog wegdrukken? ‘Jasmijn? Hoor je me?’

Kwam die stem me de vorige keer ook al niet bekend voor? Nu in elk geval wel. Hij klinkt minder boos, dat wel, maar nog steeds roept het herkenning bij me op.

Ik twijfel of ik haar nu echt ga wegdrukken of dat mijn goede opvoeding me toch gebiedt om haar even te woord te staan en te zeggen dat Jasmijn niet aan de telefoon kan komen, tenslotte ben ik toch haar assistente. Ik breng het toestel weer naar mijn oor.

‘… alleen even om te vragen of je me alvast je losse aantekeningen van dat interview wil doorgeven’, hoor ik. Wacht even, is die Beth een collega van Moo Moo? Waarom ken ik haar dan niet? Vaag zeg.

Ik besluit de onopgevoede lafaard uit te hangen en druk haar zonder pardon weg.

Voor de derde keer ga ik op zoek naar Riks nummer. Deze keer lukt het en hij neemt zelfs na één keer overgaan al op.

‘Jézus? Wat stuur jij me nou?’

Oeps. Te laat.

‘Zag ik daar Jay-Nay?! Hoe kom je aan dat filmpje?’ Riks stem slaat over en dat is heel grappig.

‘Eh… zelf gemaakt. Zo’n tien minuten geleden,’ zeg ik met ingehouden trots.

Hier is hij even stil van.

‘Serieus?’ klinkt het dan langzaam. Ik kan zijn ingehouden lach gewoon horen door de telefoon en ik krijg er een blije kriebel van in mijn buik. Het is leuk om dit geheim met iemand te delen. Met Rik.

‘Wat doet hij in Parijs?’

Ik leg uit dat ik dus hier ben voor de bruiloft van Jay-Nay en Kiona.

‘Wat?! En hij ligt daar een dag voor zijn bruiloft te ketsen met een ander?’

‘Yep.’ Ik kan het ook nog steeds niet geloven. Niet echt. Wat een impact gaat dit hebben als het wereldkundig wordt. Zou mijn naam erbij vermeld worden of zal ik gewoon verworden tot ‘een anonieme bron’?

‘Ongelofelijk.’ Hij lacht. ‘En nu? Wat ga je ermee doen?’

Ik verschuif even op het bed. Zo te horen is Jasmijn klaar met douchen, het watergeklater is gestopt. Het zingen gelukkig ook. Ik demp mijn stem, want ik ben ondertussen toch aan het twijfelen geslagen of zij hier wel vanaf moet weten, hoewel ik ook niet weet hoe ik het verborgen zou moeten houden, een heel etmaal, in deze hotelkamer van zo’n drie bij vier meter. Maar voorlopig is het genoeg om dit met één iemand te delen, totdat ik weet wat ik ermee ga doen.

‘Kweetniet. Ik heb zoveel opties, toch?’ Als Rik geen antwoord geeft ratel ik verder: ‘Ik kan het doorsturen naar Morris, voor op de website van Go Glam! en daarmee de bezoekersaantallen en dus ook de verkoopcijfers een flinke boost geven. Misschien is Morris wel zo blij met me dat hij me een flinke promotie geeft. Of ik kan het gewoon op YouTube gooien onder mijn eigen naam en wereldberoemd worden – nee, dat was een grapje…’

‘Of je kunt het naar Kiona sturen,’ vult Rik aan.

Natuurlijk, daar heb ik ook over nagedacht, maar ja. ‘Kweetniet. Het is zo fout. En het voelt zo eh… hypocriet allemaal,’ zeg ik na een korte stilte.

De badkamerdeur gaat open en Jasmijn komt naar buiten. Ze heeft natte haren en een grote handdoek omgeslagen die lichtgeel kan zijn omdat hij gewoon lichtgeel is, of omdat hij ooit wit was en nu geel. Ze negeert het feit dat ik een telefoon aan mijn oor houd.

‘Ha Esmeetje! Wat denk je? Waar zouden we hier een föhn hebben? In de badkamer kan ik niks vinden.’

Ik wijs naar mijn tas die in de krappe ruimte naast het bed is gepropt. ‘Ik heb er een meegenomen, voor het geval dat.’

‘Je bent grandioos!’ zingt ze terwijl ze op mijn tas duikt, de föhn al vrij snel vindt, mijn tas netjes dichtritst en weer in de badkamer verdwijnt.

‘Hypocriet? Hoe bedoel je?’ Rik heeft rustig gewacht tot mijn intermezzo met Jasmijn is afgelopen.

‘Gewoon.’ Ik aarzel, maar voor mijn gevoel kan ik niet meer terug nu. ‘Nou ja. Het voelt allemaal nogal schijnheilig omdat ik zelf natuurlijk ook eh… vreemdgegaan ben. Zeg maar.’

Ik voel hoe mijn wangen rood kleuren. Stom wijf. Waren we net een vriendschap aan het opbouwen, moet ik hier weer zo nodig over beginnen.

Hij zegt niets. Ik hoor hem alleen ademen.

‘Ben je er nog?’

‘Ja, ik…’ Hij is even niet verstaanbaar, alsof hij zijn hand over de speaker houdt. Ik hoor alleen ruis. Waar is hij? Is hij niet alleen? Ik weet niet hoe het komt, maar telkens als we aan het appen of aan het bellen zijn, zie ik hem voor me in bed, in zijn boxershort, maar voor hetzelfde geld is hij natuurlijk op kantoor of zo. Aangekleed. Tenminste, dat mag je hopen.

Er klinkt wat gerommel en daar klinkt zijn stem weer, iets gedempter nu.

‘Dat staat hier toch los van?’ Hij zegt het op die manier waarbij hij altijd zo’n doordringende blik geeft. Ik kan zijn bruine ogen zien, alsof hij hier is. Recht voor me, op het bed, in deze kleine hotelkamer in Parijs.

Ik slik. Wat bedoelt hij? O, ja. Dat van ons stelde niets voor, denk ik sarcastisch. Hoe kon ik dat nu vergeten?

‘Kiona kan toch zelf beslissen wat ze ermee doet?’ Zijn stem klinkt weer normaal.

Ik begin hem uit te lachen. ‘Ik vind dat wel echt een wijvenoplossing, Rikkie. Mannen zijn toch altijd van de wat-niet-weet-wat-niet-deert?’

Hij lacht ook. ‘Ik neem gewoon even alle opties met je door.’

‘Maar als ik dit filmpje naar Kiona doorspeel, komt er geen bruiloft. Ze tieft hem gelijk bij het oud vuil,’ quote ik. ‘En dan gaat de bruiloft niet door en dan komt er geen special issue en dan kan ik Morris niet laten zien hoe goed ik ben.’

‘Nee, en dat is niet hypocriet zeker?’ spot Rik.

*

Als ik even later ophang, nog verwarder dan voor ik aan dit gesprek begon, zie ik dat ik een appje van Huug heb gemist.

Hoe gaat het daar, popje? staat er.

Ik smelt. Ter plekke. Draag me weg, nu. Meteen begin ik terug te appen. Over Jay-Nay en de lift en alles, niet over Rik natuurlijk. Als ik het daarna nog een keer overlees, vind ik dat het maar vaag overkomt allemaal. Dit is zo’n verhaal dat het gewoon niet doet als geschreven tekst. Dit moet verteld worden. Maar… zal ik hem bellen? Kan dat? In de situatie waarin we nu zitten? Hij noemde me wel ‘popje’ natuurlijk.

‘Esmée! Hoe ver ben jij?’ Jasmijn staat voor me in het meest waanzinnige broekpak ooit en de mooiste pumps die daar mogelijkerwijze bij zouden kunnen passen, met een zilveren slangenprint.

Ik gooi mijn telefoon naast me. ‘Hoe laat is het?’

‘Bijna zeven uur. Over een halfuur moeten we bij die persco zijn.’ Jasmijn is de laatste tijd dol op afkortingen zoals ‘PA’, ‘bila’ en dus ook ‘persco’ voor persconferentie. In die persconferentie zullen Jay-Nay en Kiona allebei aanwezig zijn en nog een keer vragen beantwoorden van alle verzamelde pers (wij zijn ook ‘pers’, ik heb zelfs een knalgele, geplastificeerde kaart die ik kan opspelden en die mijn kleding – ook mijn mooie jurk dus morgen – lichtelijk zal verpesten, maar dat kan me niets schelen: ik heb een PERSKAART!).

‘Ik ga even een soepje eten in het restaurant, oké?’ Bij het woord restaurant maakt Jasmijn aanhalingstekens in de lucht en we lachen allebei. Het ‘restaurant’ is namelijk vijf houten tafeltjes met gore tafelkleedjes in de kelder van het hotel, en die kelder is een soort witgeschilderde grot. Een gemiddeld Grieks restaurant is er een paleis bij.

‘Tuurlijk. Ik zie je over een kwartiertje beneden.’

Shit. Shit. Shit. Opschieten Esmée. Vergeet Hugo even, en Rik helemaal, en Jay-Nay en Kiona ook een klein beetje. Douchen. Nu. Snel.

Over Iris Houx

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

Over Scoop!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...