Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 45: 'O, help.
WAT HEB IK GEDAAN?!'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée een scoop ontdekte die haar carrière een enorme boost zou kunnen geven, als ze hem zou doorspelen naar Morris. Maar kan ze dat wel maken ten opzichte van de betrokkenen? Vandaag is de persconferentie en Esmée moet snel keuzes maken: carrière of geweten?

Waarom zijn al die mannen hier zo lang? En waarom gaan ze nooit naar de kapper met hun wilde, ontplofte haardossen waar niet doorheen te kijken valt? We zitten op de derde rij, maar ik kan het podium nauwelijks zien. Jasmijn en ik mogen de persconferentie bijwonen, maar geen vragen stellen omdat we vanmiddag al een interview hebben gehad. Martin, een van onze freelancefotografen is er wel om foto’s te maken. Hij zit op de voorste rij, makkelijk te herkennen omdat hij bijna de enige is zonder woeste coupe. 

Nerveus zit ik met mijn been te wiebelen totdat Jasmijn er, nu al voor de tweede keer, een hand op legt. Ze heeft natuurlijk geen idee waar ik mee bezig ben. Hoe zou ze dat ook ooit kunnen vermoeden?

Ik blijf naar het schermpje van mijn mobiel staren. Waarschijnlijk hebben we hier in de kelder van het Le Grand een slecht bereik, want het filmpje dat ik naar Kiona probeer te sturen gaat nog trager dan een schildpad met een rollator. Uiterst langzaam vult het balkje zich. Hij is nu bij 83 procent en al die tijd zit ik te twijfelen of ik hier wel goed aan doe. Tijdens het douchen wist ik het ineens zeker. Rik had gelijk: Kiona moest dit weten, zeker onder deze omstandigheid: morgen zou ze met hem trouwen! Of ze Jay-Nay nu wel of niet bij het oud vuil zou tiefen moet ze zelf weten, maar dit moest ik haar laten weten. En aangezien geen enkel moment een goed moment is voor slecht nieuws, besloot ik het direct te doen. Om precies te zijn: onderweg van ons hotel naar het Le Grand. Dat ik sinds vanmiddag Kiona’s mailadres heb voor het doorsturen van dat brownierecept kwam me uitstekend van pas. Ik ging er zo in op dat ik de klapdeur van ons hotel aanzag voor een automatische schuifdeur, ik snapte pas waarom hij niet openging toen hij me vol in mijn gezicht raakte en zelfs toen duurde het nog minstens een hele seconde.

‘O nee, Es. Jij weer!’ lachte Jasmijn achter me. ‘Gaat het?’

‘Ja hoor, stelt niets voor,’ stelde ik haar gerust. Maar dat was een leugen. Auw. Auwauwauw. Voorzichtig voel ik aan mijn kloppende neus. Hij is wat dikker, of verbeeld ik me dat? Zou het nog helpen als ik er straks een koud washandje op leg?

86 procent geeft het balkje aan. Mijn hart klopt als een dolle en mijn handen trillen. Is dit nu echt wel zo slim? Ik begin weer met mijn been te wiebelen totdat Jasmijn zucht, dan stop ik. Ik weet me gewoon geen raad, Godallemachtig, dadelijk zorg ik er in mijn eentje voor dat die relatie naar de knoppen gaat! 

‘Ik heb er zo’n zin in!’ ratelt Jasmijn opgewekt naast me. ‘Echt, ik weet niet wat dat is, maar ik heb het gevoel dat ik er sinds kort pas echt lekker in zit. Mijn baan, bedoel ik. Ik had wat aanlooptijd nodig, maar nu ga ik als een speer. Dat interview vanmiddag…’

‘Ja, dat ging echt geweldig.’

91 procent en ik vraag me af waar ik in godsnaam met mijn hoofd zat toen ik besloot dat dit een goed idee was. Over vier minuten begint de persconferentie! 

95 procent. Ik slik. Versturen of niet? Annuleren of niet? Niet nadenken, Esmée, daar komt alleen maar narigheid van. Je hebt dit weloverwogen besloten. Rik vond het ook een goed idee. Gewoon doen. Lef en zelfvertrouwen. Lef en zelfvertrouwen.

Het filmpje is helemaal geladen. Met mijn ogen dicht richt ik mijn duim op ‘Verzenden’. Ik druk. Als ik mijn ogen open zie ik dat het mailtje weg is. Verstuurd. O, help. WAT HEB IK GEDAAN?!

‘Gaat-ie echt wel?’ vraagt Jasmijn. ‘Je bent helemaal rood. Ik heb je nog nooit zo zenuwachtig gezien.’ Ze gaat even verzitten en kijkt me bezorgd aan. ‘Zelfs niet die keer toen je Hugo stond te versieren.’

Ha. Ha. Ha. Erg geestig om dat nu aan te halen. Dat ging toen echt vreselijk de mist in. Ik had Hugo wel eens gezien bij de fitnessclub en ik vond hem leuk, maar toen hij op een avond in onze vaste kroeg stond en me toeknikte, herkende ik hem in eerst instantie niet zonder zijn sportkleren. Ik besloot spontaan om dat recht te gaan zetten, ook al was hij op dat moment het middelpunt van zijn vriendengroep. Mijn openingszin kwam eigenlijk pas in me op toen ik al voor hem stond: ‘Hé, ik had je niet herkend met je kleren aan.’ Het duurde een fractie van een seconde voordat zijn vrienden eensgezind in een daverend lachsalvo uitbarstten dat wel vijf minuten aanhield. Drama! Het zweet breekt me weer uit als ik eraan denk. Huug wist niet of hij er nu serieus op in moest gaan of met zijn vrienden moest mee­lachen. Uiteindelijk deed hij het allebei. Ik ben er nog heel lang mee geplaagd, zowel door zijn vrienden als door de meiden. Maar Hugo zei altijd dat hij meteen vanaf dat moment al voor me gevallen was. Mijn spontaniteit, de blosjes op mijn wangen en het gestuntel om mijn flater weer recht te breien – wat alles alleen maar erger maakte. O, Hugo. Wat mis ik hem.

Ik glimlach flauwtjes. ‘Ja hoor, prima.’

Bezorgd blijft ze me aankijken, haar ogen worden steeds groter terwijl ze me gadeslaat: ‘Es! Je neus is helemaal blauw!’

Fijn. Ook dat nog.

Dan ineens gaat ieders aandacht dezelfde richting uit. De deur van de vergaderzaal vliegt open.

De enge manager met de zegelring verschijnt en achter hem Kiona en Jay-Nay met allebei een gemaakte glimlach. Jay-Nay loopt voorop en houdt Kiona’s hand vast alsof hij haar achter zich aan sleept. Zijn vrije hand steekt hij joviaal op naar de journalisten. De gluiperd. Vanaf nu kan ik hem alleen nog maar zien als een levensgrote op-en-neergaande kont in een lift.

Ze nemen plaats achter een grote tafel op een podium. Op de tafel staan een kan water en twee glaasjes, gescheiden door een oranje bloemstukje. Er wordt een keer gekucht en dan geeft de manager een teken dat de persconferentie is begonnen.

Jasmijn begint meteen ijverig aantekeningen te maken. Ik beleef alles in een waas. Ik kan echt niet meer normaal denken. Dit is spannend en gewoon onwerkelijk.

Eerst richten de journalisten hun vragen aan Jay-Nay die overal uitgebreid antwoord op geeft. Ik gluur tussen twee ontplofte kapsels door naar het podium dat in feite maar op een paar meter afstand is. Aan niets is te zien dat hij een uur of twee geleden de vrouw naast hem gruwelijk lag te bedriegen. Hij lacht innemend, ja bijna opgewekt, en gaat gretig in op alle vragen. Ik begin aan mezelf te twijfelen. Heb ik echt gezien wat ik heb gezien? Was het Jay-Nay wel? Deden ze wel wat ik dacht dat ze aan het doen waren? Misschien was Skank wel niet goed geworden en probeerde Jay-Nay haar te reanimeren of zo. Yeah right. Van de zenuwen begin ik in mezelf te lachen. Jasmijn kijkt even verstoord op. 

Ik observeer Kiona. Ze schenkt al die tijd eigenlijk nauwelijks aandacht aan de zaal of aan Jay-Nay die nu een ellenlang verhaal aan het houden is over zijn nieuwste cd, waarop trouwens ook twee nummers met Skank staan. Kiona kijkt naar beneden en voor zover ik haar gezichtsuitdrukking kan zien is ze geconcentreerd. Dan begrijp ik het: ze is gewoon met haar mobieltje bezig, wachtend tot ze aan de beurt is. Wat dat betreft is ze net een gewoon mens. De glimlach die daarbij om mijn lippen komt besterft als ik bedenk wat ze aan het doen kan zijn. NEE! Dadelijk checkt ze haar mail! Hier en nu! Mijn hart gaat tekeer, harder dan ik ooit heb meegemaakt, zelfs die ene keer op de middelbare school toen ik mijn zinnen had gezet op het uitlopen van de coopertest tijdens gym – het is me gelukt, maar na de finish moest ik een astmapompje lenen van een klasgenoot. Dit is nog erger. Zo meteen krijg ik een hartaanval. Het is niet de bedoeling dat Kiona NU haar mail gaat bekijken. Dat moet ze dadelijk doen, op haar hotelkamer, liefst in haar eentje. Help! Ik heb dit vreselijk slecht doordacht, absoluut zó niet-pragmatisch. Iemand zou het tegen haar moeten zeggen. Maar wie, hoe? Ik kijk naar de manager. Zal ik naar hem toe lopen en zeggen dat hij haar telefoon moet afnemen? Nee, dat zou raar zijn.

‘Ik vroeg me af wat Kiona vindt van je samenwerking met Skank, ik bedoel, ze is toch…’ hoor ik een journaliste nu vragen.

Kiona realiseert zich dat de vraag tot haar is gericht en kijkt op. Maar wat is dat? Ik schrik. Ze ziet er vreselijk uit. Verward, een stuk bleker dan toen ze daarnet binnenkwam. Haar ogen staan vreemd. Ze doen me denken aan de blik van een alien. En ik ben niet de enige wie het opvalt. Iemand op de voorste rij slaakt een kreetje. Is het iets wat Jay-Nay heeft gezegd? Wat was de laatste vraag ook alweer? Ik weet het niet meer. Is het toch iets op haar mobieltje? Laat het niet waar zijn, laat het alsjeblieft niet waar zijn.

De manager observeert Kiona, alsof hij twijfelt of hij in actie moet komen. Hij doet een stap dichterbij en fluistert iets in haar oor. Mechanisch draait ze haar hoofd naar hem toe. Dan, met een blik over het publiek heen, in de verte, staat ze plots op, alsof ze in trance is. Ze wankelt en probeert zich aan de tafel vast te klampen, wat slechts met één hand lukt. Razendsnel grijpt de manager haar elleboog. Ook Jay-Nay heeft zijn stoel naar achteren gegooid en probeert zijn aanstaande te hulp te schieten. Door die actie valt het mobieltje uit haar hand en glijdt over het tafelkleed om vervolgens aan de andere kant op de vloer te vallen. Ik hoop maar dat het niet stuk is. Of wacht, misschien juist wel. Het bloemstukje dat ook bijna van tafel valt, wordt wel tijdig gered door Jay-Nay.

Er gaat een lichte deining door het publiek, een aantal mensen gaat staan. Gelukkig kan ik er nog tussendoor kijken. Kiona zegt kort iets tegen de manager die haar direct weer bij haar elleboog pakt en de ruimte uit leidt. Jay-Nay haast zich erachteraan. Voordat de deur achter hem dichtvalt werpt hij nog een korte blik de zaal in.

Ongeveer twee seconden is het doodstil – als uit een soort respect voor de situatie. Dan begint het geroezemoes.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Van de partners van VROUW