Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 49: 'Er is nooit een goed moment
voor slecht nieuws'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée en Hugo na een fikse ruzie eindelijk weer nader tot elkaar kwamen. Via de Whatsapp, dat wel, want Esmée zat nog in Parijs. Inmiddels is ze terug en staat ze met bonzend hart voor zijn deur. Het Uur van de Waarheid is aangebroken. Of gaat Esmée toch voor 'wat niet weet, wat niet deert'?

 

Mijn hart maakt een sprongetje zodra ik hem zie. We hebben afgesproken bij hem thuis. En hoewel ik tot een paar seconden geleden nog hypernerveus was, verdwijnt dat op slag als hij de deur opent.

Het maakt plaats voor een gezonde spanning. Vlinders. Het is net alsof ik hem voor het eerst zie en ook weer niet, zo vertrouwd. Ik ben meteen weer verliefd. Meteen weet ik weer wat ik zo leuk aan hem vond. Waarom hij het voor me was, die ene avond in het café toen ik mezelf zo voor schut zette.

Het was het allemaal waard. De manier waarop hij nu naar me lacht, verraadt dat hij er hetzelfde over denkt. Hij ontwijkt mijn ogen als ik over de drempel stap. Het voelt even ongemakkelijk: zoenen we of niet? Het liefst zou ik meteen mijn hand in zijn nek leggen, kroelen met zijn rossige haren, diep in zijn ogen kijken, even neuzen en dan een lekker lange zoen. Toch zegt iets me dat ik dat nu maar niet moet doen.

‘Hallo,’ is het enige wat hij zegt. Het ongemak dat daarvan afstraalt maakt meteen weer duidelijk waarom ik hier ben. Wat het doel is van deze ontmoeting, dit gesprek. Het Gesprek. Het gesprek waar ik al ruim een week naar uitkijk en dat er nu ineens toch sneller is dan gedacht.

‘Hallo,’ antwoord ik, ongewild met een hese stem. Toch ben ik niet onzeker. Geen seconde heb ik erover getwijfeld dat ik hem de waarheid moest vertellen. Eigenlijk stond dat meteen als een paal boven water en stiekem ben ik daar trots op. Ik, Esmée Evers, sta in voor mijn daden.

Het is afgelopen met de leugens, ongeacht de gevolgen. En trouwens, volgens mij staan we gelijk. Ik voel even een pijnscheut in mijn borst. Anouk. Jakkes. Laten we hopen dat zij voor hem net zo weinig voorstelde als Rik voor mij.

Huug gaat me voor naar de woonkamer. Ik raak vertederd door zijn loopje, ook al is het zijn normale loopje waarbij hij zijn ene voet wat meer naar binnen zet dan de andere.

De huiskamer ziet er anders uit. Hetzelfde, maar toch anders. De lelijke plant in de hoek die hij altijd vergeet water te geven staat er nog steeds een beetje sneu en bruinig bij. De stapel troep naast zijn tv is er nog.

De foto van ons tweeën op Lowlands die ik voor hem heb ingelijst staat ook nog op zijn dressoir. Het maakt me blij. Toch kijk ik er anders naar, zoals je je huis bekijkt na een lange vakantie. Gewoon anders, afstandelijker.

Als ik op de leren bank ga zitten, valt het me voor het eerst op hoe koud die eigenlijk aanvoelt.

‘Fijn dat je gekomen bent,’ zegt Huug. Wat ik raar vind, maar goed, hij zal ook wel zenuwachtig zijn. Hij staat achter de kuipstoel en houdt die met twee handen vast zoals ik hem nog nooit heb zien doen, een beetje besluiteloos. ‘Thee?’

Ik knik. Met een lachje dat ik ook niet echt van hem ken laat hij de stoel los en loopt naar de keuken.

Wat nu? Ik ga verzitten en kijk om me heen. Wachten maar. Ik heb dit niet echt voorbereid, dacht dat het gesprek het meest natuurlijk zou gaan als ik er niet te veel over zou nadenken. Dan zou het er vast vanzelf uit rollen.

Toch heb ik het woord ‘vreemdgaan’ wel een paar keer hardop uitgesproken voor de spiegel, om te kijken hoe dat voelde, hoe het smaakte. En hoe het eruitzag. Om daarna te besluiten dat ik technisch gezien niet vreemd was gegaan. Niet echt, bedoel ik.

We hadden ruzie. Een heel heftige. Het was een soort pauze. En dat moet hij ook gedacht hebben. Dus dat woord moest ik gewoon niet gebruiken. Ik heb een avondje troost gezocht bij een goede vriend en daarin ging ik iets te ver. Verder dan de bedoeling was.

In de keuken hoor ik de waterkoker klikken. Hugo schenkt kokend water in een glas.

Hij komt de woonkamer in, hij heeft zelfs een hele theedoos meegenomen. Ik weet niet waarom, maar ik wil huilen, heel hard. Dit ongemakkelijke gedoe, dat wil ik niet. Dit hele gesprek wil ik overslaan. Fast forward. Gewoon Huug en ik zoals we waren. Gewoon weer in zijn armen liggen. Grapjes maken. Niet dit rare, ongemakkelijke, afstandelijke.

Huug kucht een keer als hij het glas voor me neerzet. Mijn stem klinkt raar als ik hem bedank.

‘Zo…’ Hij gaat zitten in de kuipstoel, maar niet echt zoals hij er normaal gesproken in zit, met zijn ene voet rustend op de knie van het andere been, en als hij een leuk verhaal vertelt: met zijn armen achter zijn hoofd gevouwen, lachend. Hij zit wel, maar hij leunt voorover en kijkt me aan met van die ogen die zeggen dat het nu gaat komen. Het gesprek.

Ik slik en ga weer verzitten.

‘Allereerst: het spijt me dat ik zo heftig reageerde toen die avond bij jou.’

Ik breek. Tranen wellen in me op als ik hem aankijk en fluister: ‘Mij ook.’

Het is even stil. Dan zegt hij: ‘Ik had wat tijd nodig om na te denken, weet je. Even wat afstand. Ik denk dat het ook kwam door dat samenwonen. Het beklemde me een beetje.’

Ik knik. ‘Snap ik. Wil je…?’ Ik wil vragen of hij er nog steeds achter staat, maar dat lijkt me te vroeg.

Hugo’s ogen gaan naar de vloer en kijken naar iets wat ik niet zie.

‘Esmée.’ Hij zucht. ‘Ik weet het gewoon allemaal niet meer. Ik ben echt dol op je, maar ik weet gewoon niet of we nu al moeten samenwonen.’

Opgelucht laat ik wat lucht uit mijn longen ontsnappen. Hij is nog dol op me! Ik wist het wel.

‘Tuurlijk. We hoeven niet samen te wonen als dat nog te vroeg is voor jou. Tenminste… of zitten we aan dat contract vast?’

‘Nee hoor. Dat kan ik wel regelen.’ Hij staat op en komt naast me zitten. Zijn hand voelt warm als hij hem op mijn been legt en er even een kneepje in geeft. ‘Ik heb je gemist.’

Door mijn tranen heen begin ik te lachen: ‘Ik jou ook. Zo erg!’ Ik leg mijn hoofd tegen zijn schouder.

Een poosje lig ik zo te genieten. Ik hoor hoe hij zijn adem uitblaast, heel langzaam. Ik voel zijn borstkas uitzetten als hij inademt en ik bedenk dat ik wel voor eeuwig zo zou willen blijven liggen.

Ik lig mezelf zo te wentelen in dat gevoel dat ik bijna vergeet dat ik nog iets moet opbiechten. Ik schrik op uit mijn bubbel. En hoe zit het trouwens met Anouk? Zou ik me toch vergist hebben en is er niets gebeurd? Daar lijkt het wel op.

Bij dat besef gaat er een schok door me heen. Ik zou blij moeten zijn, maar toch, het brengt me eerder in verwarring. Er dringt zich een vreemde gedachte aan me op die ik bijna niet durf toe te laten. Als hij niet… Moet ik dan wel…?

Ik bedoel: zou hij er ooit achter komen? Ik kan natuurlijk… Nee, dat kan niet. Of kan dat wel? Wat niet weet, wat niet deert? Nee, dat is al veel te lang mijn motto geweest en wat een ellende bracht dat zeg. En toch… Het stelde niets voor met Rik, dat weet ik zo zeker, maar hoe breng ik dat Huug aan zijn verstand?

Eerlijkheid duurt het langst, zeggen ze. Is dat echt zo? Onwetendheid duurt misschien nog langer. Nou ja, zolang je het onwetend kunt houden. Als Huug er toch ooit achter komt, en die kans is er natuurlijk…

Mijn gedachten worden onderbroken door Huug die een kus in mijn haren drukt. Heel voorzichtig haalt hij zijn arm onder mijn hoofd vandaan, terwijl hij het ondersteunt met zijn andere hand.

Ik klamp me aan hem vast. Het liefst wil ik weer huilen. Ik had me voorgenomen niet meer te liegen en ik wist het zeker. En kijk mij hier nu zitten, een kwartier later en ik begin al weer te twijfelen.

Nee! spreek ik mezelf streng toe. Je ging niet meer liegen, Esmée. Er is nooit een goed moment voor slecht nieuws. Dadelijk liggen we samen in bed na een heerlijke partij goedmaakseks en dan kom ik nog aankakken met mijn ‘Eh… Ik moet nog even iets zeggen. Iets kleins maar hoor’. Het zal zijn hart breken, maar ik moet het zeggen. Nu. Het kan niet langer wachten. Zeg het hem, Esmée. Nu. Mijn hart klopt, bonkt, roffelt. Steeds harder. Nu, Esmée. NU. Kom op. Ik verslap mijn greep op Huug en kom overeind.

‘Dat van Rik trouwens, hè…’

‘Esmée…’ begint Huug bijna gelijktijdig.

We lachen ongemakkelijk.

‘Jij eerst,’ zegt hij dan.

Ik draai me langzaam naar hem toe. ‘Dat berichtje van Rik stelde niets voor. Ik bedoel, ik ken hem al heel lang, hij is echt gewoon een vriend.’ Ik haal diep adem. ‘Het ging wel een beetje mis toen ik hem tegenkwam die avond nadat jij en ik ruzie hadden gehad. Maar dat stelde niets voor,’ zeg ik er snel achteraan.

Het kost me moeite om hem aan te kijken. Als ik me daar toch toe dwing, zie ik hoe Huugs ogen me doorboren. Vreemd genoeg niet kwaad, eerder begripvol.

‘Dus toch?’ vraagt hij zacht.

‘Ik was zó van streek schatje, en ik kon je niet bereiken,’ begin ik. ‘Je nam je telefoon niet op, ik was hierheen gekomen maar je was er niet. Ik ging naar Andrea, maar die was ook niet thuis. En toen besloot ik Rik terug te appen. Want dat ene appje dat jij las stelde niets voor. Het was gewoon vriendelijk bedoeld, hij was bezorgd over iets vervelends wat eerder gebeurd was op de verjaardag van Do – dat vertel ik je nog wel een keer – maar omdat jij de context niet kende kwam het raar over. Je moet me geloven. Ik voel niets voor hem. Hij is een onbetrouwbare gluiperd, maar gewoon als vriend klikt het prima tussen ons.’

‘Eh… Nu kan ik je even niet meer volgen. Hij is een gluiperd, een goede vriend, je voelt niets voor hem en toch ben je met hem vreemdgegaan?’

Ik krimp in elkaar bij dat woord.

‘Je bent echt… met hem naar bed geweest?’

Ik krimp nog dieper in elkaar. ‘Eh… ja, dat is ongeveer wel een goede samenvatting.’

Ik verwacht een nieuwe ruzie of gevloek of misschien gaat Huug wel huilen voor het eerst sinds we bij elkaar zijn, uitgezonderd die keer dat zijn beste vriend hem afzeek in een volle kroeg, maar toen was hij dronken, dat telt niet echt mee. Niks daarvan. Huug is even stil, maar lijkt niet boos. Hij haalt een keer diep adem en zegt dan: ‘Oké. Als je het zeker weet. Ik moet je bekennen dat ik ook nog niet alles verteld had.’ Hij gaat verzitten. ‘Je weet dat ik bij Anouk was?’

Ik knik. Aha, nu komt het. ‘Ik heb ook zo’n fout gemaakt als jij,’ zegt hij, zuchtend. ‘En ik snap het ook echt niet.’

‘Nee, ik ook niet,’ begin ik meteen. ‘Ze is zo’n doos! Serieus, wat zag je in haar?’ Ik wil haar rare accentje nadoen, maar ik weet even geen geschikte zin om dat mee te doen en ik weet ook niet of ik het kan.

Huug begint te lachen. ‘Geen idee. Echt niet.’

Samen lachen we. Een buitenstaander zou ons misschien voor gek verklaren, maar dit voelt goed, gewoon heel goed. We hebben allebei fouten gemaakt, we staan een soort van gelijk. Het is vergeven. We kunnen er samen om lachen.

‘En weet je, ze dacht ook nog dat we nu echt iets met elkaar hadden,’ schatert Huug. ‘Iets blijvends.’

‘Whahahaha! Die is gek!’

‘Ze was zo ontdaan toen ik haar duidelijk maakte dat het voor mij gewoon een eh… eenmalig iets was, een foutje – maar zo heb ik het maar niet gezegd – dat ze de volgende dag ontslag heeft genomen bij OG!’

‘O, dat is dan wel weer lullig,’ zeg ik omdat ik denk dat het zo hoort. Maar eigenlijk ben ik opgelucht. Opgeruimd staat netjes, gevaar geweken. Perfect.

Huug haalt zijn schouders op. Hij trekt me even tegen zich aan en haalt zijn arm dan weer weg.

‘Maar even serieus, popje. Wat nu?’

Ik kijk hem verbaasd aan. Hoezo ‘Wat nu?’

‘Moeten we elkaar niet even wat lucht geven, een soort pauze inlassen om dingen te overdenken, hoe we nu samen verdergaan?’ Hij pauzeert even. ‘En of we wel samen verdergaan?’

Een pijnscheut gaat door mijn borst. ‘Of we samen verdergaan? Natuurlijk wil ik samen met jou verder!’ roep ik. ‘Je had me toch ook gemist? Hou je nog van me?’ vraag ik.

Hij kijkt me met zo’n lieve glimlach aan dat ik smelt. ‘Natuurlijk hou ik nog van je, Esmée.’ Hij aait door mijn haar en stopt een losse pluk achter mijn oor. ‘Maar er is veel gebeurd. Ik vraag me af hoe het kan dat we allebei vreemd zijn gegaan. Is dat geen verkeerd teken? Ik wil even tijd om daarover na te denken. Wat zeg je ervan: we laten elkaar een weekje vrij om dingen op een rijtje te zetten. Om onze gevoelens te herschikken. Te kijken of we echt honderd procent zeker weten dat we verder willen met elkaar.’

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...