Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 51: 'Niks loslaten, Esmée.
Jij weet net zoveel als zij. Niets dus.'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée tv-ster Kiona hielp onder te duiken voor de roddelpers; dezelfde roddelpers waar haar werkgever MooMoo Media deel van uitmaakt. Dat laatste wordt pijnlijk duidelijk in de redactievergadering, met name als baas Morris zijn pijlen begint te richten op Esmée...

In de typische Morrishouding wacht hij ons op in de vergaderzaal: de ene voet balancerend op de knie van de andere, handen achter het hoofd gevouwen en een iPad in de aanslag. En moet ik nog zeggen dat zijn haar glimt? Zijn haar glimt. Als een glanzende Bossche bol.

Ik ben benieuwd wat hij vandaag te melden heeft en wat we nu gaan doen met het geplande special issue. Maar eerst moet ik koffie.

Ik knik een keer naar Morris en leg mijn laptop op mijn vaste plek. Het is nog vroeg en we zijn nog lang niet compleet, dus ik besluit mezelf te trakteren op een mokka-espresso uit de kantine. Pfff. Cafeïne, hard nodig. Ik heb weinig geslapen vannacht. Te veel gedachten, te veel adrenaline. Helaas was die adrenaline nergens meer te bekennen toen de wekker vanmorgen afging.

Ik ben meteen aan de beurt en mompel mijn bestelling. Zodra de kantinedame zich omdraait knijp ik mijn ogen een keer dicht en sper ze dan weer wijd open. Het liefst zou ik mezelf een intensieve oogbolmassage geven, maar het mogelijke effect daarvan op mijn make-up weerhoudt me. Ter compensatie gaap ik uitgebreid. Eén nachtje om, nog zes te gaan. Zes nachtjes, dan zie ik Huug weer. Het lukt me wel. Alleen tijd houdt ons nog uit elkaar. Zolang ik deze week nergens onder een bus kom en sterf, is er niets wat tussen hem en mij in kan komen.

‘Goedemorgen.’ Mijn hart springt op als Jasmijn ineens naast me verschijnt. ‘Leuk jasje. Nieuw?’

Ik doe mijn mond open om iets te zeggen maar sluit hem dan weer, bewust. Dit jasje lag al een poosje verfrommeld achter in mijn kast. Toen ik het vanmorgen ontfrommelde, ontdekte ik in de binnenvoering een document. Tot mijn verbazing was het een sollicitatiebrief, van Jasmijn nog wel, en ik wist ineens weer wanneer ik dit jasje voor het laatst aanhad. Het was een paar weken geleden, toen ik in een mailwisseling rondom Jasmijns sollicitatie haar cv voorbij zag komen. Uit nieuwsgierigheid had ik het geprint en in mijn binnenzak gestopt om het op een onbewaakt moment te kunnen bekijken. Alleen vergat ik dat dus, tot gisteravond. Bij nadere bestudering zag ik dat ze een klein beetje voor Pinokkio had gespeeld. Ze had wat dingen opgevoerd waarvan ik zeker wist dat ze ze nooit had gedaan, zoals een of andere particuliere businessschool. En her en der waren zaken behoorlijk aangedikt. Aangedikt als in: grof gelogen. Zoals dat ze leiding had gegeven aan diverse projectteams bij het opstellen van corporate communicatieplannen voor multinationals. Whahahaha! Nou ja, eigenlijk was het helemaal niet om te lachen.

‘Dank je. Maar het is niet nieuw, ik heb het al lange tijd niet meer aangehad.’

‘Nou, mooi hoor.’ Ze aait even over de mouw voordat ze haar bestelling doorgeeft aan de kantinedame die zojuist een bekertje voor me heeft neergezet. Ik pak het op en loop in mijn eentje terug naar de vergaderzaal.

Die Jasmijn toch, ik moet haar echt in de gaten houden. Ze heeft gelogen om aan die functie te komen en op de een of andere manier heb ik het idee dat Valerie er ook bij betrokken is. Ik zou anders niet weten waarom die twee nog contact onderhouden en waarom dat in het geniep moet, maar daar kom ik wel achter. Straks eerst maar eens uitzoeken of Valerie nog freelance voor Go Glam! werkt.

Zodra ik de vergaderzaal weer binnenkom hoor ik mijn telefoon bliepen. Snel zet ik het bekertje neer en begin in mijn tas te graaien. Ik zou liegen als ik niet heel even hoopte dat het Huug was die me liet weten dat hij het niet meer uithield zonder mij, dat hij al onderweg was naar mijn kantoor met een boeket rode rozen (ook al hou ik helemaal niet van bloemen, maar dat vergeet hij elke keer, en het gaat natuurlijk om het gebaar). Maar het is Kiona.

Weet jij waar de harsstrips liggen? Ik kan Andrea niet bereiken en ik moet echt mijn bikinilijn bijwerken.

Harsstrips, Andrea. Hahaha. Ik dacht het niet.

Waarom? Niemand ziet toch je hoehiha op die zolder? Trouwens, de laatste keer dat ik hem zag kon hij er nog prima mee door.

Ik klap mijn laptop open voor de notulen en werp een blik in de zaal om te zien wie er allemaal aanwezig zijn. Jasmijn is ondertussen naast me gaan zitten, ze heeft ook een espresso met daarbij een croissant. Die is zeker nog in Franse sferen.

Zo te zien wachten we alleen nog op Xandra en volgens mij hoor ik haar al aankomen. Een lome, slepende tred, met die licht afgesleten blokhakken die ze de laatste tijd zo graag draagt.

Yep, het is Xandra. Zodra ze haar plaats heeft ingenomen gaat Morris van start. Hij vliegt er meteen in met het belangrijkste agendapunt: de afgelaste bruiloft van Kiona en de vraag of we ons special issue nu wel of niet moeten laten doorgaan.

‘Eigenlijk wil ik dat laten afhangen van wat er vandaag en morgen nog gebeurt,’ zegt hij, tikkend tegen de zijkant van zijn iPad. ‘Kiona is na het afblazen van de bruiloft terug naar Nederland gevlogen en ondergedoken op een geheime locatie. Ze heeft haar familie laten weten dat ze zich een poosje wil afzonderen om na te denken. Dat is alles wat we weten.’

Ik slik. Niets laten merken, Esmée. Jij weet net zoveel als zij. Niets dus.

‘Maar hoe dan ook gaan we dat interview met Kiona plaatsen.’ Hij knikt naar Jasmijn. ‘Dus het zou fijn zijn als je dat aan het einde van de dag hebt uitgewerkt.’

Morris lijkt rustig. Stiekem had ik gehoopt dat hij kwader zou zijn, ook over het feit dat Jasmijn zonder overleg was teruggekeerd, zodat ik een soort van lange neus (alleen in gedachten dan) naar haar had kunnen maken. Maar zijn boosheid valt me vies tegen. Toen ik hem na Jasmijns vertrek zelf nog een keer belde, kreeg ik hem te pakken. Hij wist nog niets van de afgelaste bruiloft, maar nam het opvallend licht op. Hij vond het prima dat ik zou proberen om Kiona of Jay-Nay of iemand van de entourage nog iets te ontfutselen, en als dat niet lukte mocht ik een eerdere vlucht naar huis boeken. Hij wekte de indruk weinig vertrouwen te hebben in mijn opsporings-, interview- en schrijfcapaciteiten, iets wat me zo ondertussen steeds meer begint te frustreren. Maar als er niets te schrijven valt, kan ik hem niets laten zien en kan ik hem ook niet overtuigen van het tegendeel, zo hopeloos. O, als ik toch eens een artikel mocht schrijven. Eentje maar, dat zou voldoende zijn om hem te overtuigen, dat weet ik zeker.

Als niemand antwoord geeft op zijn mededeling, kijkt Morris mij opeens aan.

‘Dingetje, zat jij niet in hetzelfde vliegtuig als Kiona? Heb jij gezien in welke richting ze daarna is vertrokken?’

Van schrik maak ik een gek geluid, een soort ‘eeehhggg’ dat ik probeer te camoufleren door het uit te rekken tot een hoestje. Ik tril, ik voel hele zeeën met zweet richting mijn poriën stromen, klaar om dadelijk op een onderling afgesproken teken allemaal tegelijk naar buiten te gutsen.

‘Esther?’

‘Sorry.’ Ik doe alsof ik me herstel van mijn zogenaamde hoestje en probeer zo normaal mogelijk te kijken.

Ik begin te stamelen. ‘Kiona? Nee hoor, die zat niet op mijn vlucht, zeker weten, of ze moet heel goed vermomd zijn geweest.’ (Nou en of, met een verknipt rokje hadden we haar gesluierd als een moslima, wat met haar bruine ogen en bijgetekende wenkbrauwen voor een heel aannemelijk beeld zorgde.) De grond onder mijn stoel lijkt te rommelen en te trillen, alsof ik op een vulkaan zit die op het punt staat uit te barsten. Hoe weet hij nu weer welke vlucht Kiona had?!

‘Paparazzi zitten erbovenop natuurlijk,’ beantwoordt hij mijn nietgestelde vraag. Die zijn er allang achter welke vlucht ze had en dat was toevallig dezelfde als die van jou. Heb je echt niets gehoord of gezien?’

Ik schud langzaam mijn hoofd en trek een onnozel gezicht.

Morris haalt zijn schouders op, alsof hij ook niet anders had verwacht van mij, wat me opnieuw hevig irriteert.

‘Hoe dan ook,’ gaat hij verder. ‘Ik wil die scoop. Nadat ons eerst al dat filmpje door de neus is geboord – by the way: Martin huren we niet meer in als fotograaf, of moet ik zeggen: flutfotograaf. Zit op de eerste rij en weet niet eens een foto van dat mobieltje te versieren, alsjeblieft zeg – wil ik nu echt de eerste zijn die de verblijfplaats van Kiona onthult. We moeten weten waar ze zich verstopt, en we moeten dat als eerste publiceren. De jacht is geopend. Capiche? Go Glam!’s statistieken zullen door het plafond gaan en ons weer terug in the picture zetten. En ik wil dat jullie daar allemaal je uiterste best voor doen. Sterker nog: ik eis dat jullie daar allemaal je best voor doen. Researchen, spitten, graven…’ Hij kijkt eerst naar zijn voet die hij laat wiebelen op de knie van zijn andere been voordat hij een strijdlustige blik op ons werpt: ‘Laat ik het zo zeggen: wie Kiona’s verblijfplaats ontdekt kan rekenen op een flinke promotie, een bonus of wat dan ook.’ Hierna staat hij op als teken dat de vergadering is afgelopen.

Alsof ze niet weten hoe snel ze hier weg moeten komen, volgt iedereen zijn voorbeeld.

Mooi. Dat was een heerlijk korte vergadering, zo heb ik ze graag.

Besloten wordt dat alle aanwezigen zich tot het uiterste zullen inspannen om de verblijfplaats van Kiona Laseur te achterhalen, teneinde Go Glam! hiermee een nieuwe impuls te geven. Dat is het enige wat ik notuleer. Klaar. Verslag, conclusie en actiepunt ineen. Hoe noem je zoiets ook alweer? O ja, pragmatisch.

Als ik mijn laptop dichtklap, merk ik dat Jasmijn op me staat te wachten.

‘Goede reis gehad?’ glimlacht ze.

‘Jawel hoor, prima. En jij?’ Ik rits de laptoptas dicht en slinger hem over mijn schouder.

‘Ook prima.’

Ze huppelt achter me aan. Iets te dicht op me, iets te enthousiast.

‘Vertel,’ fluistert ze als we op de gang zijn. ‘Weet jij echt niets van Kiona?’

‘Eh… nee!’ zeg ik alsof ik diep beledigd ben dat ze het überhaupt durft te denken, maar dat is natuurlijk de pest met ons: Jasmijn kent me veel te goed. We waren ooit vriendinnen, heel goede vriendinnen zelfs.

‘Je reageerde anders wel erg betrapt toen Morris zei dat jullie in hetzelfde vliegtuig hadden gezeten.’

Nietes! wil ik keihard roepen. Maar in plaats daarvan zeg ik zo kalm mogelijk: ‘Je ziet spoken, gekkie.’

Ik voel dat ze me observeert en tegelijk voel ik een akelige jeuk in mijn nek opkomen. Helaas kan ik nu echt niet krabben, dan zou ik mezelf onmiddellijk verraden.

Blij dat we bij onze afdeling zijn aangekomen, kruip ik fanatiek achter mijn bureau. ‘Werk ze, hè!’ roep ik nonchalant terwijl ik mijn computer ontgrendel en een denkrimpel in mijn voorhoofd forceer. Zo, die heb ik afgewimpeld. Zodra ze in haar kantoor verdwijnt, pak ik een pen om eindelijk die irritante jeuk in mijn nek te lijf te gaan.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...

Van de partners van VROUW