Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 53: ‘Oh my god. Jij weet het, hè?
Je weet het gewoon!’

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmées baas een prijs plaatste op het hoofd van Kiona: de eerste die haar verblijfplaats achterhaalde, zou een promotie krijgen. Esmée weet zo'n beetje tot op de vierkante meter nauwkeurig waar Kiona zich bevindt, alleen moet zij haar mond houden. Dat lukt heel aardig, maar dan begint Jasmijn haar aan de tand te voelen. Houdt Esmée stand, of breekt ze?

‘Ga je vrijdag nu mee naar Il Delicato of niet?’ Jasmijn speelt met het medaillon aan haar kettinkje. Het is duidelijk dat dit niet zomaar een vraag is. Dit is een vraag met een haakje. Zij weet ook dat we een heel moeilijke periode hebben gehad en dit is haar manier om te checken of we echt weer helemaal oké zijn.

Ik zit op de hoek van haar bureau en bungel met mijn benen. Ik weet het niet. Ik ben blij dat onze relatie weer een beetje normaal is, maar ik voel me toch ongemakkelijk bij het idee weer mee te gaan tijdens onze meidenetentjes.

De laatste keer heb ik me er met een smoesje onderuit weten te kletsen. Natuurlijk, ik mis die avondjes en de gezelligheid en de lol. Ik mis Mei-Lan, maar Do eerlijk gezegd een stuk minder. Als ik terugdenk aan het voorval op haar verjaardag word ik misselijk en ik word vast nog beroerder als ik haar ook zíé.

Ik schud mijn hoofd en wrijf nonchalant over mijn schouder alsof daar een pluisje zit. ‘Ik weet niet. Ik zou wel willen hoor, maar ik moet nog zoveel doen. Voor dat dorpsfeest en zo.’

Eigenlijk heb ik het druk met allesbehalve dat dorpsfeest. Het is alleen maar Kiona wat de klok slaat momenteel. Drie dagen al, of moet ik zeggen: pas drie dagen? En er is geen ontsnappen aan, want als ik thuis ben is ze op tv en hier op kantoor gaat het ook al nergens anders over.

Het zou helpen als ik even wat afleiding had, even ergens heen kon waar het níét over Kiona gaat. Maar niet het etentje met de meiden dus. Ik houd me vast aan de gedachte dat ik Hugo snel weer zie. Nog vijf dagen. Ik hoop dat ik dat haal. Man, wat kijk ik ernaar uit.

‘Jammer, ik mis je echt.’ Als Jasmijn me aankijkt weet ik dat ze het meent en het doet iets met me. ‘Wat moet je nog allemaal doen dan voor dat feest? Heb je het daar echt zo druk mee?’

‘Nou ja, het is meer alles eromheen en zo…’ Ik gaap.

‘Hoe is het eigenlijk met Kiona?’ vraagt ze.

‘Nou, die wil nog niet echt…’ Dan krijg ik bijna een hartinfarct. Godverdegodver! Wat deed ze dat sneaky! Ik had moeten weten dat er iets op komst was na die opmerking van net.

Ik word direct rood en Jasmijn ziet het ook. Ze veert naar voren in haar bureaustoel.

‘Aha! Ja-ha! Je hebt haar wel gezien, hè? Ik had wel door dat je er meer van wist! Vertel op: weet je ook waar ze uithangt?’

‘Ik eh…’ O help. Zoveel vragen tegelijk en ik ben al zo slecht in multitasking. Ik haal mijn hand door mijn haar om tijd te rekken. ‘Neehee…’ begin ik, terwijl ik geen idee heb waar mijn zin gaat eindigen.

O my god. Jij weet het, hè? Je weet het gewoon!’ roept Jasmijn. Ze rent naar de deur en gooit hem dicht. Dan rent ze weer terug en gaat op het puntje van haar bureaustoel zitten. Als in een soort politieondervragingsgesprek althans zoals ik me dat voorstel kijkt ze me aan. Ze knijpt haar ogen een beetje samen: ‘Zeg op! Waar is ze?’

Is ze nu echt helemaal gek? Alsof ik haar dat ga vertellen!

De triomfantelijke grijns op haar gezicht is niet om aan te zien. Jezus, wat is dit erg. Dit gaat me toch niet gebeuren, hè?

‘Waar zit ze precies? Bij jou?’

Ik schud mijn hoofd. ‘Nee joh. Toch niet bij mij, in de stad? Het zou onmogelijk zijn haar…’

Shit, nu laat ik in feite doorschemeren dat ik weet waar ze zit. Ik houd gewoon mijn mond nu. Ik zeg niks meer. Defensief doe ik mijn armen over elkaar.

Met een overdreven gebaar legt Jasmijn haar vinger tegen haar kin. ‘Laat me eens nadenken. Jij weet dus waar ze is en het is niet bij jou en niet in de stad.’

Ik wil dit fel gaan tegenspreken, maar ik heb net besloten mijn mond te houden en dat was niet voor niets.

‘Misschien heb je haar zelfs wel geholpen bij het verstoppen,’ gaat Jasmijn verder. ‘Even kijken. Die foto van Kiona gisteren van die gelakte teennagels, dat was niet bij jou want ik zag een houten vloer. Maar wie uit jouw kennissenkring heeft een houten vloer?! Hugo? Nee, die heeft geen houten vloer en dat is trouwens ook in de stad.’

Ze pakt nu haar mobieltje en begint te zoeken naar de foto. ‘Het huis van je ouders dan?’

Ik klem mijn armen nog strakker over elkaar.

‘Ik ben warm, hè?’ Onderzoekend kijkt ze me aan. ‘Ze zit vast daar ergens in Avier of hoe heet dat gat waar jij vandaan komt. Slim, moet ik zeggen. Dat is wel de laatste plek waar iemand zou gaan zoeken.’

O jee, o jee, o jee, wat moet ik doen? Ik moet gewoon weg hier. Zolang ze mijn gezicht niet kan zien, kan ik ook niets verraden. Ik spring van het bureau, maar ze grijpt mijn arm. Ondertussen blijft ze kijken naar de foto op haar telefoon. ‘Dat tafeltje daar op de achtergrond, wat ligt daarop? Een gebreide trui of zo? Wie dráágt dat soort afzichtelijk spul?!’

Ik probeer voorzichtig mijn arm los te wringen. ‘Hoe heet die macrobiotische vriendin van je ook alweer die nog bij haar ouders woont? De Bio Big. Die is het, hè?’

Ik ruk mijn arm los en ren naar de deur.

‘Ja! Daar zit ze, hè? Ik weet het! Ik weet het!’ hoor ik haar achter me jubelen.

O my god. O my fokking god. Ik moet Kiona en Andrea waarschuwen. Nee, ik moet naar Morris voordat Jasmijn het doet. Ik voel me letterlijk een kip zonder kop als ik eerst richting mijn bureau ren en dan toch weer naar de gang, om daarna opnieuw te gaan twijfelen.

Trouwens, waarom komt Jasmijn haar kantoor niet uit om naar Morris te rennen? Gaat ze die bonus of promotie niet proberen te claimen? Of gaat ze hem bellen? Ik ren weer terug naar haar kantoor en steek mijn hoofd om de hoek. Ze zit met een ingespannen gezicht te typen.

Ze mailt hem! Snel! Ik ren de afdeling af, de trappen op naar de verdieping hierboven waar Morris’ kantoor is. Ik ren door de gangen, bots tegen een printer die om een hoek staat waar ik hem niet verwacht en spring over een stofzuiger die mijn weg blokkeert.

Uitgezonderd die ongeplande ontmoeting met de printer voel ik me heel erg superwoman-op-een-missie.

Mijn telefoon bliept. Wie is dat nu weer?

Waar ben je? Wat doe je?

Lieve help zeg. Ik druk het weg.

‘Morris,’ hijg ik zodra ik zonder kloppen zijn deur heb opengegooid. Ik steun met mijn handen op mijn bovenbenen. Man, mijn conditie, wat een ramp.

Morris zit achter zijn bureau, gelukkig is hij alleen. Hij kijkt wat wazig op van zijn computerscherm en zet dan zijn vuist onder zijn kin terwijl hij me aankijkt. ‘Esther, zeg het eens. Wat is er zo dringend?’

‘Ik…’ Het lijkt er niet op dat hij al iets van Jasmijn gehoord heeft. ‘Heb je mail van Jasmijn?’ vraag ik dan.

‘Nee toch, dit is toch niet weer een of andere ruzie tussen jullie, hè? Hier heb ik echt geen zin in.’ Toch klikt hij een paar keer met zijn muis. ‘Nee, geen mail. Kun je nu weer gaan?’

‘En ook geen telefoontje?’ probeer ik nog.

Morris zucht en maakt dan een gebaar met zijn hand dat duidelijk moet maken dat het hem geen moer interesseert en dat ik moet oprotten. Maar ik snap het niet. Waarom belt of mailt Jasmijn hem niet? Moet ik dat nu eerst gaan uitzoeken? Of kan ik nu maar beter die scoop opdissen voordat Jasmijn het doet? Maar wat nu als Kiona daarachter komt? Ik kan het haar wel uitleggen, maar toch.

Ik sluit de deur van Morris’ kantoor en haast me terug naar onze afdeling.

*

Jasmijn is er niet. Jasmijn is er niet! Jasmijn is er niet en haar jas is weg! Waar is ze heen?!

Ik trek mijn hoofd terug. ‘Tjibbe!’ roep ik, lichtelijk panisch, omdat hij de enige is die nog op de afdeling zit. ‘Weet jij waar Jasmijn is?’

Nors kijkt hij op van zijn laptop. ‘Naar huis volgens mij.’

Naar huis? Ik kijk op mijn horloge. Het is inderdaad al vijf uur geweest. Maar Jasmijn die zomaar naar huis gaat nadat ze dit te weten is gekomen? Ik vertrouw het voor geen meter. Of zou ze eerst naar Avier Achterbeek rijden om te controleren of Kiona daar echt zit?

Dat is natuurlijk wel wat een goede redacteur doet: hoor en wederhoor, gegronde research. Ik schaam me een beetje dat dat niet als eerste in me opkwam. Weet Jasmijn eigenlijk wel waar Andrea precies woont? Snel! Ik moet naar ze toe!

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in Dagblad MetroTPO MagazineViva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze vaste columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar eigen carrière, vriendschappen en relatie...


Gerelateerde onderwerpen