Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 57: 'En nu
gaan we haar betrappen'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée het mysterie van de verdwijnende scoops ontrafelde, waarbij ook haar vriendin/bazin Jasmijn betrokken leek te zijn. En Esmée zou Esmée niet zijn, als ze niet een geweldig plan bedacht dat eh... hopelijk deze keer eindelijk eens gaat lukt?

Zoals gewoonlijk zit Morris met een vrij ongeïnteresseerde uitdrukking naar zijn beeldscherm te staren, zijn kin leunend op een vuist. Het valt me op dat zijn kantoor zeer onpersoonlijk is. De meeste werkplekken vertellen wel iets over de persoon die er zit. Foto’s, kinderknutsels of een koffiemok met een spreuk. Morris’ kantoor is een neutrale zone. De muren zijn spierwit, er hangt alleen een abstracte zeefdruk en zijn bureau is zwart, glanzend en saai met alleen een computer erop.

Als hij me ziet gaat een wenkbrauw omhoog, met een uitdrukking die het midden houdt tussen verwondering en irritatie.

Ik haal een keer diep adem en begin dan zonder omhaal: ‘Luister, Morris. Ik heb hier een exclusief interview met Kiona dat haar ware aard laat zien en waarin ze smeuïge informatie over haar familie onthult. Als je snel bent, kun je het nog in het eerstvolgende nummer plaatsen.’

Morris haalt zijn kin van zijn vuist en kijkt me eerst een poosje nadenkend aan, alsof hij eerst uit de bubbel moet komen met wat hij aan het doen was voordat ik binnenkwam.

‘Ho, ho, ho, wacht even,’ zegt hij dan. ‘Jij hebt een interview met Kiona. De Kiona?’

Ik knik.

‘Hoe kom je er aan? Wie heeft het geschreven?’

‘Ik.’

‘Jij? Dus je weet alwéér waar ze uithangt?’ Nu is hij bij de les. Hij trekt weer dat gezicht alsof hij elk moment kan gaan schuimbekken.

‘Inderdaad. Maar ik wil je nog iets anders laten zien. Vertrouw me, voor één keer,’ voeg ik eraan toe. Ik loop naar zijn bureau. ‘Ik ga dit artikel nu doorsturen naar Jasmijn, die denkt dat ik haar wil helpen om van de vrouw af te komen aan wie ze al wekenlang onder dwang scoops doorspeelt, om jou te bewijzen dat niet ik, maar Jasmijn de mol is, en dat onze lieftallige, voormalige collega Valerie een en dezelfde persoon is als Beth van Alphen, de hoofdredactrice van Famosa.’

‘Wat? Wat zeg je allemaal? Ik kan je niet volgen.’ Zijn blik gaat van bijna schuimbekkend naar geïrriteerd en weer terug.

‘Vertrouw me.’

‘Ja, HALLO! Je gaat een misschien wel leading artikel zomaar doorsturen naar dat takkewijf van Famosa!’

‘Niet zomaar. Mag ik even?’ Ik loop om zijn bureau heen, ga naast Morris staan die zowaar een beetje opzij gaat om me ruimte te geven en log onder mijn eigen naam in op zijn computer. Hij zegt geen woord terwijl hij toekijkt hoe ik vanuit mijn mailbox het artikel naar Jasmijn stuur.

     Hoi Jas,
     Hierbij het artikel voor je-weet-wel. ;-) Succes ermee!
     X Esmée

Ik twijfel even bij de X, maar besluit het toch te doen. Het is mijn standaard afsluiting bij vriendinnen en het moet allemaal zo normaal mogelijk lijken.

‘En nu?’ vraagt Morris.

‘Nu gaan we haar betrappen.’

‘Hoe dan? Dadelijk stuurt ze het echt door naar die trol!’

‘Dat gaat ze ook doen, maar wees niet bang.’

‘Is het een nepartikel?’

Jezus, een nepartikel. Alsof we op de kleuterschool zitten. ‘Nope.’

‘Een echte?’ Hij loopt achter me aan als een peuter aan wie is beloofd dat mama een lolly voor hem gaat halen. Dat doet hij zo de hele weg naar mijn afdeling, een verdieping lager, waar ik hem gebaar te wachten terwijl ik Jasmijns kantoor binnenga.

Ze zit achter haar bureau en glimlacht afwezig zodra ze me ziet.

‘Check je mailbox eens, heb je mijn interview ontvangen?’ Ik ga naast haar staan, leun met mijn rechterhand op haar computerkast en haak mijn voet alvast achter de netwerkkabel.

Jasmijn klikt de modewebsite weg waar ze in verdiept was en opent haar mailbox. Mijn mail staat bovenin.

‘Yep, daar is hij. Mooi zo,’ zeg ik terwijl ik een kort rukje geef met mijn voet.

Jasmijns gezicht klaart op. ‘Super, Esmée! Bedankt. You’re the best!

Ik zwaai een keer nonchalant met mijn hand in het luchtledige en verlaat haar kantoor. ‘Succes ermee!’

Morris staat nog waar ik hem heb achtergelaten. ‘En? Wat nu?’

‘Wachten,’ antwoord ik. ‘En blijf voor de zekerheid een beetje uit beeld.’ Het geeft me een goed gevoel dat ik nu degene ben die de orders uitdeelt.

Morris loopt verder de afdeling op en gaat aan het flexbureau zitten waar Tjibbe meestal werkt. Ik neem plaats achter mijn bureau en pak mijn stressballetje van de voet van het beeldscherm. Er ligt een laagje stof op, maar de tekst is nog steeds leesbaar. ‘Succes is een keuze!’ Dat is het verdomme zeker. Als een dolle begin ik erin te kneden, ik moet toch iets. Ondertussen staar ik naar Jasmijns gesloten kantoordeur. Het kan dat ze naar buiten komt en mijn hulp nodig heeft.

Het duurt een poosje waardoor ik toch wel de zenuwen krijg, heel erg de zenuwen. Dadelijk stuurt ze het op een andere manier door, wie weet. Net als ik begin te denken dat ik misschien moet aankloppen met een smoesje, gaat mijn telefoon. Het is Jasmijn, zie ik in het schermpje. Ook al zitten we hemelsbreed nog geen tien meter bij elkaar vandaan, meestal belt ze als er iets is. Ik gebaar Morris om dichterbij te komen en neem dan zo normaal mogelijk de telefoon aan, wat toch wel heel lastig blijkt door de spanning.

‘Hé, Jas.’

‘Esmée, doet jouw mail ook raar? Mijn mails blijven in mijn outbox hangen. Ik heb jou een testmail gestuurd, heb je die ontvangen?’

Ik voel jeuk opkomen in mijn nek als ik zo normaal mogelijk antwoord: ‘Hm, nog niets gemerkt. Wacht, ik check even.’

Mijn mailbox staat gewoon open, maar ook zonder te kijken kan ik haar zeggen dat ik niets ontvangen heb. Toch wacht ik een paar seconden voordat ik dat doe.

‘Nee, geen mail. Ik zal ICT even bellen om te vragen of er een storing is.’

‘Prima, maar alleen vragen, hè? Je snapt wel…’

‘Ja, ik snap…’ Ik probeer het grappig te zeggen, wat me heel slecht af gaat.

Morris maakt een what the fuck?!-gebaar met twee gespreide handen in de lucht.

Mijn hart roffelt bijna mijn borstkas uit als ik ophang. Het voelt dubbel. Ik realiseer me heel goed dat ik mijn baan kan kwijtraken, maar ik móét Morris gewoon bewijzen dat Jasmijn de boel bedondert want woorden alleen gelooft hij blijkbaar niet. Dan maar daden.

‘Oké, Morris,’ zeg ik. ‘Ga Jasmijn nu maar eens overvallen en vraag of je in haar outbox mag kijken.’

Hij kijkt me even vertwijfeld aan, maar lijkt het dan toch te snappen. ‘Oké,’ zegt hij en alsof hij het nog een keer aan zichzelf bevestigt: ‘Oké dan.’

Hij loopt richting haar kantoor en klopt aan. Terwijl hij dat doet kijkt hij naar beneden, alsof hij erg geconcentreerd is. Dan gooit hij abrupt de deur open en beent naar binnen, of misschien is ‘stormen’ een beter woord. Op strenge toon hoor ik hem zeggen dat hij even in haar mailbox wil kijken. Ik krijg een vreselijke steek in mijn borstkas als ik Jasmijn stamelend antwoord hoor geven.

Het moet gezegd: het was een geniaal idee van Rik om Jasmijns netwerkkabel eruit te trekken, simpel maar doeltreffend. Daar moet ik hem nog voor bedanken. Toch ben ik van streek. Ik zou me Nemesis moeten voelen of een heldin. Maar ik voel geen blijheid of triomf als ik even later zie hoe Jasmijn bleek en met een betraand gezicht door Morris en nog iemand die ik niet ken, haar kantoor wordt uit geleid. Ik durf haar nauwelijks aan te kijken. Voor mijn voeten valt een vriendschap definitief in duigen en ondanks dat ik dat van tevoren wist, en ondanks alles wat ze me geflikt heeft, voel ik medelijden.

*

Nu ik op dreef ben ervaar ik een enorme drang om lastige zaken af te handelen die ik al veel te lang heb uitgesteld. Een soort onbevreesd­heid is over me gekomen die ik nu moet benutten, omdat hij er anders misschien vandoor gaat om nooit meer terug te keren. Alsof ik door de bliksem ben getroffen en helemaal opgeladen ben met nieuwe energie.

Aan de andere kant van de stad druk ik op de bel van het hoekpand met rode bakstenen dat vroeger een café was, maar tegenwoordig de woning van Mei-Lan en Paul. De deur zit op de hoek, onder een kapotte Jupiler-lichtreclame die nooit is weggehaald. Door het raam van de deur zie ik alleen het gesloten dikke velours gordijn dat er in de tijd van het café ook al gehangen moet hebben.

Al snel nadat ik thuiskwam wist ik dat dit mijn missie werd van vanavond. Om te laten zien dat ik nog leef, dat er niets mis is en dat ik heus niet in foetushouding in bed lig te snikken met een doos chocolaatjes naast me omdat mijn vriendinnen me toevallig geëxcommuniceerd hebben – zonder dit met mij te communiceren. Stilzwijgend ben ik een paar dagen geleden uit de groepsapp verwijderd. Nou, ik heb nieuws voor ze: toevallig ben ik springlevend, ik eet noedelsoepjes, ik kan mijn laffe vriendinnen missen als een maagzweer en ik wil mijn jurkje terug, dat ook. De vriendschap met Jasmijn is al weken kapot, Do heeft definitief afgedaan op het moment dat ze belde met die stomme sjaaltjeswisseltruc en vanavond gaat Mei-Lan eraan. Mei-Lan, die ik toch altijd het meest mocht van alle drie. Ze had allang iets van zich kunnen laten horen. Vanavond zullen we eens zien wie hier de grootste faalhaas is: zij die me in de kou liet staan toen die andere twee me dronken liepen af te zeiken en die niet het lef heeft het jurkje dat ze van me geleend heeft zelf terug te brengen, of zij die jarenlang als pispot heeft gediend, vernederd en afgezeken is en het er niet bij laat zitten.

Het snerpende geluid van de bel wordt gevolgd door gestommel. Niet lang daarna gaat het gordijn opzij en daarachter verschijnt Mei-Lan. Ze draagt een loeistrakke, rubberachtige broek van een kleur felblauw die me doet denken aan vuilniszakken, maar uiteraard staat het haar – gecombineerd met zwarte hakken en een hoekig jasje met een grote kraag – op een manier waarop alleen Mei-Lan iets kan staan. Alsof Madonna en Versace een baby hebben gemaakt.

Ze opent de deur. ‘Esmée. Hoi.’ Het klinkt eerder vragend dan groetend.

Ik recht mijn rug, dat schijnt te helpen voor je zelfverzekerdheid. Ik vermoed dat het uit hetzelfde rijtje komt als die tenentruc, want ook dit werkt voor geen meter. Zodra ik in Mei-Lans gezicht kijk, glijdt mijn zelfvertrouwen van me af als een gladde off-shoulder top. Wat ging ik ook alweer zeggen? Hoe? Waar kwam ik überhaupt voor? Maar bovenal: waarom heb ik niet geoefend met Andrea?

‘Kom binnen.’ Mei-Lan lacht nu, zelfverzekerd en innemend. Zij wel. De paperclips in haar oren – dezelfde vuilniszakkleur – bewegen mee. Ze doet een stap opzij om me binnen te laten.

Eigenlijk had ik bedacht dat ik alleen aan de deur zou blijven staan, dat zij mijn jurkje ging halen en dat ik daarna weer vertrok. Stom.

*

Even later zit ik in de woonkamer met een mok thee die Mei-Lan heeft gezet in de grote professionele keuken achter de voormalige bar. Ze kruipt in de fauteuil tegenover de oude chesterfield waar ik op heb plaatsgenomen.

‘Ik had al veel eerder contact met je willen opnemen en ik baal er nu helemaal van dat ik dat niet gedaan heb.’ Ze lacht onzeker voordat ze van haar thee nipt. ‘Zoals Jasmijn en Do tegen je deden op Do’s feest, dat verdiende je niet.’ Ik knik, weet even niet wat te zeggen. ‘Niet dat IK niet fout ben geweest. Ik had de boel tot bedaren kunnen brengen. Ik had je achterna kunnen komen toen je naar buiten ging. Maar Rik ging al achter je aan, ik dacht dat het wel goed zat. Heel fout van me. Ik weet niet wat het was. Misschien was ik een beetje huiverig voor Do en Jasmijn, of de combinatie daarvan. Jasmijn was in een valse, gefrustreerde bui en Do was aangeschoten. Maar het was verkeerd van me. Echt, het spijt me.’ Afwachtend kijkt ze me aan.

Ik slik en dring de plotseling opkomende tranen terug. Ongelofelijk, wie had dit gedacht?

‘Tuurlijk. Het is goed,’ antwoord ik, eigenlijk nog in verwarring.

‘Dank je. Jouw vriendschap is heel belangrijk voor me. Bij jou heb ik me altijd op mijn gemak gevoeld, Esmée. Met je openhartigheid en je humor. Je eigen kledingsmaak, het maakt je juist zo uniek. Dat ene mutsje was zo grappig!’ Ik maak een verongelijkt geluid. ‘Ik zou het jammer vinden als onze vriendschap moet lijden onder het gedoe met Jasmijn en Do. Ik snap dat je niet meer met hen om wil gaan, maar wij kunnen toch bevriend blijven?’

Goh, daar had ik nog helemaal niet aan gedacht. Voor mij vormden we zo’n vanzelfsprekende viereenheid, dat wanneer ik met Jasmijn en Do zou breken, dat automatisch zou inhouden dat ik Mei-Lan ook niet meer zou zien.

Ineens stroomt mijn hart over van liefde voor haar. Je kunt Mei-Lan gewoon niet haten, ik heb het altijd gezegd. ‘Tuurlijk, dat lijkt me hartstikke fijn!’ zeg ik blij.

Ze lacht, opgelucht. ‘Hoe is het eigenlijk op je werk?’ vraagt ze dan voorzichtig.

Ik slaak een diepe zucht.

‘Zo erg?’

Er wellen een paar tranen in me op als ik begin te vertellen over de gespannen sfeer tussen Jasmijn en mij. Over het plan dat ik momenteel aan het uitvoeren ben houd ik mijn mond, maar ik vertel wel over de gemene streken die ze me heeft geleverd. En ik haar natuurlijk. Ondanks alles heb ik nog steeds het gevoel dat Jasmijn een vriendin is aan wie ik loyaal moet blijven. Ik spaar mezelf niet en vertel ook over mijn actie met de Shoe-a-licious en de afgeplakte muis. Mei-Lan moet lachen en ik lach mee, door mijn tranen heen. Het voelt opeens weer zo vertrouwd tussen ons.

*

Uren later, het is al donker buiten, neem ik afscheid. Mijn lila jurkje heb ik gestoomd en verpakt in een beschermhoes bij me, Mei-Lan had het al weken klaar hangen. Ik voel me bijna een ander mens. De excuses van Mei-Lan voelden op de een of andere manier nog beter dan de twee niet verkregen excuses van Do en Jasmijn bij elkaar. Dit gesprek is zo anders verlopen dan ik had verwacht. Voor het eerst ben ik blij dat ik zo’n spontane actie heb ondernomen, zelfs zonder te oefenen. Ik heb mijn angsten in de ogen gekeken en als beloning loste het universum het voor me op. Andrea zou hier vast een geweldige quote voor hebben.

Over Iris Houx

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in de Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! (juni 2016) is haar debuutroman.

Over Scoop!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar carrière, vriendschappen en relatie...