Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 58: ‘Ik zie Riks ogen langzaam afzakken
naar Kiona's kont’

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée uit veiligheidsoverwegingen een nieuw onderkomen zocht voor Kiona. Dit werd de boerderij van Rik. Esmée had hier meteen al haar bedenkingen bij, en deze keer lijkt ze dat inderdaad goed te hebben aangevoeld.

“Ben je er klaar voor?” roep ik naar boven terwijl ik de trap opstorm, gevolgd door Rik die me zojuist heeft binnengelaten. Ik til mijn jurk op om er niet over te struikelen. Ik vraag me af of Andrea een nóg lelijkere had kunnen uitkiezen. Helaas was het de enige die goed paste. Lichtblauw met een donkerblauw schort (!) en het heeft een niet te ontkennen zweem van Het kleine huis op de prairie om zich heen.

“Bijna!” joelt Kiona van boven.

Vandaag is het zover. De Dag. Kiona’s coming-out. Nu haar ouders, manager en vriend hebben afgedaan als vertrouweling, fungeer ik als spindoctor. Eerst regelde ik het interview over De Ware Kiona, dat – indien Morris het goedkeurt – in het eerstvolgende nummer van Go Glam! verschijnt. En daarna haalde ik haar over het dorpsfeest te gebruiken om weer voor het eerst in het openbaar te verschijnen.

Het wordt echt tijd dat ze van die stoffige zolders af komt en haar leven weer in eigen hand neemt.

Ze vond het allemaal prima. Aan het einde van de feestavond zal ze een korte verklaring afleggen, waarbij ze meteen haar interview in Go Glam! aankondigt. Maar eerst wilde ze nog even onbekommerd feesten in alle anonimiteit, of zoals zij het omschreef: “Ik wil naamloos dansen in een volksjurk en opgaan in het volk, ik wil een van hen zijn, lachen alsof ik me nergens druk om hoef te maken en me uitleven alsof er geen paparazzi op me loeren.” 

Ze is dol op kleindorpse kneuterigheid, de charme van het platteland en die heerlijke ons-kent-onsmentaliteit, zo riep ze jubelend. Het is duidelijk dat ze nog nooit een dorpsfeest in Avier heeft meegemaakt en ik vrees dat het ook de laatste keer is als ze er eenmaal mee in aanraking is geweest, maar voor nu komt het goed uit.

Ik heb dus gezorgd voor een combinatie van beide. Eerst kan ze een paar uur onherkenbaar feesten, met dank aan het verkleedthema waarbij ze een volksjurk kan dragen met zo’n bal masqué-masker (wat dan weer niet helemaal bij de klederdracht past, maar vooruit) en pas daarna neem ik contact op met de pers om haar coming-out aan te kondigen.

Die vindt dan tegen het einde van de avond plaats, tegen de achtergrond van het historische gemeentehuis, wat meteen mooie promotie is voor Avier. Via Robbert was dat uiteraard gemakkelijk te regelen. Hij zorgt ervoor dat het gemeentehuis er tiptop uitziet met goede verlichting en stoelen voor de pers en weet ik veel wat nog meer.

Een win-win-win-winsituatie, zeg maar. Zowel Kiona, Avier, Go Glam! en ikzelf varen er wel bij. Eerlijk gezegd ben ik heel trots op mezelf.

*

Glunderend, met losjes opgestoken haren en onopvallende make-up staat Kiona in Riks kamer op me te wachten.

Ik steek mijn duim op. “Maar waar zijn je jurk en zo?”

“O ja. Op mijn kamer, ga ik nu aantrekken.” Ze rent langs me heen de kamer uit.

Riks ogen volgen haar als ze wegloopt en zakken langzaam af naar haar enorme kont. Ik denk even aan mijn eigen kont. Ik denk aan mijn kont in Riks badkamerspiegel en aan alles daarna… Heel even maar.

Ik bekijk Rik eens goed. Ook hij ziet er belachelijk uit. Maar leuk belachelijk, dat wel. Hij had al verteld dat hij als Leo Lempens zou gaan. Leo is onze plaatselijke en enige bekendheid ooit. Avier is er maar wat trots op dat deze gestoorde kunstenaar hier geboren en getogen is.

Zijn bekendste werk, De vrouw met de drie tieten, hangt achter glas in het gemeentehuis en zijn afbeelding staat op elke mok, puzzel, keukenschort en sleutelhanger die je in de souvenirshop kunt vinden: wilde blik in de ogen, vreemde bril, raar snorretje.

De versie die Rik ervan heeft gemaakt lijkt vrij aardig. Hij draagt een krijtstreeppak met een giletje eronder. Zijn dikke, golvende haar is met gel naar achteren gekamd en hij heeft een vaag snorretje en een minuscuul sikje laten staan. Op zijn neus staat een bijna identiek brilletje. Het is idioot en toch heeft het wat.

“Waar heb je dat vandaan?” knik ik naar het brilletje.

“Geleend, van Leo zelf.” Hij knipoogt.

Ik lach, een veel te overdreven, stomme lach. “Waar blijft Kiona? Waar slaapt ze eigenlijk?” vraag ik om de aandacht af te leiden.

“Op de kamer van mijn zus.” Hij kucht.

Aha, de kamer van zijn zus. Natuurlijk, ik had het kunnen bedenken, de kamer waar ik die ene nacht ook had moeten slapen, maar wat niet gebeurde en o, gadverdarrie, dat ongemakkelijke kuchje van hem… Zou het? Zou Kiona misschien wellicht, je weet niet, óók wel bij hem in bed hebben gelegen vannacht?

Rik heeft natuurlijk wel iets, misschien zelfs voor een ster als Kiona. Zeker als ze houdt van kleindorpse kneuterigheid en zo. En rappers dragen ook hoody’s.

Kiona komt binnen in een iets te grote, crèmekleurige klederdrachtjurk met bruine ruches. Spuuglelijk, als je het mij vraagt, maar oké, zo loop ik er ook bij, dus ik mag niets zeggen. Ze draagt die lelijke reggaemuts van mij, want die vond ze toevallig helemaal ‘on trend’, en daaronder een pruik met donkerblonde vlechten, zodat haar eigen haarkleur mensen niet op een idee kan brengen.

“Zet het masker eens op,” instrueer ik. Het past goed. Samen met het mutsje, de pruik en de figuurontkennende jurk zorgt het ervoor dat ze totaal niet herkenbaar is. We moesten wel kiezen voor een hooggesloten jurk om de kenmerkende tatoeage van een paar hondenpootjes op haar borst te bedekken.

Ik knik goedkeurend. Ze zal prima opgaan in de massa.

*

“Ik heb er zo’n zin in, dat ik gewoon zenuwachtig ben,” ratelt ze als we even later met z’n vieren de koude sporthal in komen waar Andrea, Rik en ik de zeskamp voor de jongeren in goede banen zullen leiden. ‘Net als toen ik voor de eerste keer met mijn ouders mee mocht naar een première. Wauw, kijk nou! Ik heb nog nooit een zeskamp gedaan!’

“Als je wilt kun je wel een keer van de zeephelling,” zeg ik droog.

“Ja, echt? Zou dat kunnen met deze jurk?”

Andrea wil protesteren, maar ik ben haar voor: ‘Het is maar groene zeep, dat laat geen vlekken achter. Die jurk moet toch naar de stomerij na het biersmijten vanavond.”

“Biersmijten? Echt? Cool!” roept Kiona.

Andrea slaakt een zucht. Het biersmijten is een onofficiële traditie geworden die de vaste kern van het comité al jaren probeert tegen te gaan.

“Weet je, Kiona, je moet een keer terugkomen met carnaval, dat vind je vast ook geweldig,” zegt Rik. Hij grijnst naar me van achter de ruggen van Kiona en Andrea.

“O echt? Zou dat kunnen?” Kiona is als een kleuter zo blij. ‘Cool! En dan kan ik ook weer verkleed!”

*

Een paar uur later zitten we uit te puffen op de rand van het springkussen. Compleet gesloopt. Andrea laat zich met een zucht achterovervallen. Ik leg mijn hoofd op Kiona’s schouder die ook een lange, vermoeide zucht slaakt.

We begonnen vanmorgen met de zeskamp, die een enorm succes was, maar tegelijkertijd enorm vermoeiend. De jongeren waren in grote aantallen gekomen en razend enthousiast. En dan dat gejoel en geschreeuw in zo’n sporthal waar het ontzettend galmt, ik geloof dat ik oud begin te worden.

Maar Kiona sloeg echt alles, ik geloof dat ze zich wel tien keer met volle overgave op die zeephelling heeft gestort. Halverwege moesten we het ook nog zonder Rik stellen, die een verontrustend telefoontje kreeg dat zijn vader van de trap was gevallen, waarna hij uiteraard snel naar huis wilde. Vervolgens was er de triviaquiz met veel gekkigheidjes en opdrachten die ontzettend leuk uitpakten. Door de zeskamp waren de jongeren zo uitgelaten dat de sfeer er direct in zat.

Inmiddels hebben we alles opgeruimd. Het is de bedoeling dat we eerst nog ergens wat gaan eten voordat we doorgaan naar de feesttent op het plein. We wachten alleen nog op Robbert, die nu net aan komt lopen.

“Ik kreeg de indruk dat alles prima verliep, of niet?” zegt hij op die formele toon van hem. Hij doet zijn bijnaam eer aan en heeft alweer een ribbroek aan. Zou hij nooit eens uit de band willen springen en een jeans aan willen trekken, of een joggingbroek?

Hij begint aan zijn broek te sjorren, ook al zo’n tic. Misschien heeft hij een chronisch tekort aan ceintuurs. “De burgemeester is in elk geval zeer tevreden, vertrouwde hij me zojuist toe.”

“Mooi zo.” Andrea komt omhoog. Kiona en ik zeggen niets.

Robbert glimlacht, twijfelt even en besluit dan ook op het luchtkussen te komen zitten. Hij laat zich echter iets te nonchalant vallen, vlak naast Andrea, maar houdt er geen rekening mee dat luchtkussens lucht bevatten en dat ze dan als een soort tja… springkussens fungeren. Andrea, Kiona en ik worden gelanceerd en vallen hotsend en klotsend tegen elkaar aan.

Ik begin te lachen. Kiona valt in en dan ook Andrea. We kunnen niet meer stoppen. Een typisch geval van de slappe lach, die na een paar minuten en een heleboel nahikken pas langzaam dooft.

Terwijl wij de tranen uit onze ogen vegen, zit Robbert nog steeds strak voor zich uit te kijken, alsof er helemaal niets is gebeurd. Bijna krijg ik weer de slappe lach.

“Waar is Rik eigenlijk?” vraagt hij.

Andrea vertelt hem dat Rik weg moest vanwege zijn vader.

In een poging weer serieus te doen, want dat is het natuurlijk ook, zeg ik: “Heel vervelend. Is Rik speciaal voor zijn vader weer thuis komen wonen, gebeurt dit net als hij er even niet is.”

Robbert buigt zich naar voren: “Speciaal voor zijn vader? Je bedoelt dat hij een woning zocht, omdat hij door zijn huisgenoot op straat was gezet?” Nu lacht hij een beetje.

“O, echt?” vraag ik aarzelend. “Heeft hij nooit iets over gezegd.”

“Hm-hm. Hij had liggen rommelen met de vriendin van zijn huisgenoot, tevens beste vriend. Niet zo heel fraai dus. En toen was hij ineens dakloos.”

Hij zegt het zo stellig, dat hij me een tikje van streek maakt, anders had ik heimelijk gelachen om Robbert die de term ‘rommelen’ gebruikt.

Andrea legt haar hand op zijn been. “Ssst. Je weet helemaal niet wat daarvan waar is,” hoor ik haar fluisteren.

“Is ze klein, met een rode jas en heeft ze van dat belachelijk mooie blonde haar?” hoor ik mezelf vragen.

Robbert kucht. “Dat is heel goed mogelijk.” Na Andrea’s opmerking kiest hij ervoor om zich op de vlakte te houden.

Iets grijpt me naar de keel, bijna letterlijk. Ik breng mijn hand ernaartoe, maar het verstikkende gevoel blijft. Fijn. Reuzefijn. Dus Rik is echt een vieze vuile bedrieger. Niet dat ik dat nog niet wist, of vermoedde, maar op de een of andere manier voel ik me toch weer opnieuw bedonderd.

Het was dus zijn vriendin met wie Andrea en ik hem laatst in de stad zagen. Nou ja, de ex-vriendin van zijn vriend, met wie hij nu iets had. Fijn. Mooi. Ik maak me er niet druk om. Na vandaag zie ik hem toch nooit meer. Hoewel die gedachte me eigenlijk ook niet echt opvrolijkt.

Ik vraag me af hoe het nu met zijn vader is. Ik haal mijn hand van mijn keel en pak mijn telefoon. Automatisch begin ik te typen: Waar ben je? Wat d… Snel wis ik het weer. Hoe gaat het met je vader?

Meteen begint mijn telefoon te rinkelen. Ik kom overeind uit het kussen en begin te lopen.

“Hé Smeetje! Het gaat eigenlijk wel aardig,” klinkt die heerlijke, warme, diepe, fijne stem. O nee. Bah, bedrieger. “Vooral erg geschrokken en hij heeft een pijnlijke schouder, maar verder niets. Het viel allemaal wel mee. De buurvrouw is bij hem. Pa stond erop dat ik weer terugging naar het feest.” Hij lacht. “Dus… Waar zijn jullie nu?”

Ondanks alles ben ik blij dat ik zijn vertrouwde stem hoor en dat hij weer onze kant op komt. Ik ga hem verdomme echt missen straks.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in de MetroTPO MagazineViva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! (juni 2016) is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar carrière, vriendschappen en relatie...