Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 61: 'Nee! Dit mag niet het laatste moment zijn
tussen Rik en mij.' 

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée een keuze moest maken: Hugo of Rik? Eitje, dat werd Hugo natuurlijk. Toch heeft ze het best moeilijk met het definitieve afscheid van Rik na afloop van het dorpsfeest.  

 

Ik voel een hand op mijn schouder en kijk om. Het is Rik.

‘Goed bezig, Smeetje,’ zegt hij in mijn oor. ‘Nu de laatste horde nog, morgen.’ Hij geeft me een vette knipoog. ‘Gaat lukken. Go Glam! mag blij zijn met de extra promotie die je voor ze versierd hebt. Maar wat is nu de bedoeling, wat staat er vanavond nog op het programma?’

Ik denk diep na. ‘Niks meer, eigenlijk. De tent wordt afgebroken door de professionele tentbouwers, de cateraar komt morgen de tap ophalen, wij hoeven niets meer te doen. In principe is het voorbij. Dusss…’ Ik kijk naar hem op en ik voel letterlijk een pijnscheut door mijn borst gaan als hij een keer in mijn schouder knijpt en zegt: ‘Oké. Ga ik even afscheid nemen van de anderen.’ Hij draait zich om en klopt op de deur van het gemeentehuis, die na een paar tellen een klein stukje geopend wordt.

Nee! Schreeuwt het vanuit mijn binnenste. Dit mag niet het laatste moment zijn tussen Rik en mij. Dat kan niet.

Snel glip ik achter hem aan. Robbert gaat ons voor naar het kantoortje achter de receptie waar Andrea en Kiona zitten, laatstgenoemde glundert helemaal. We geven elkaar allemaal high fives en schouderklopjes en we lachen. Het is zo onwerkelijk. We lijken wel zo’n undercoverteam in een film dat een geweldige missie heeft volbracht. Veel tijd om het te vieren is er niet. Ik kijk op mijn horloge. Over een kwartiertje wordt Kiona door haar moeder opgehaald op een afgesproken plek net buiten het dorp, toch weer om de media te ontwijken. Gelukkig is het grootste deel inmidddels vertrokken nu ze het gewenste materiaal binnen hebben.

‘Zal ik wat dragen?’ Rik pakt een weekendtas van de berg met spullen die we vanmiddag al hierheen hebben gebracht. We volgen zijn voorbeeld en pakken allemaal wat op.

Via de achteruitgang verlaten we het gemeentehuis, op naar de landweg net buiten het dorp. We hebben afgesproken bij het kleine kapelletje dat uitkijkt over de lager gelegen weilanden. Een mooie plek, bedenk ik als we er zijn. Het kapelletje is minimaal verlicht, een kleine maan doet de rest. Het is frisjes, maar niet steenkoud.

Kiona en ik omhelzen elkaar. Ze huilt en het lukt mij ook maar net mijn tranen binnen te houden.

‘Bedankt voor alles, echt alles. Je hebt, ik weet niet… mijn leven zo verrijkt. Ik zie je snel weer, oké? Ik bel je als ik thuis ben.’

Ik knik. ‘Jij ook bedankt. Tot heel snel.’

Ze omhelst ook Andrea, Robbert en Rik. Ik kijk hoe Rik haar op haar rug klopt. ‘Het was gezellig, bedankt.’

‘Jij ook.’ Ze lacht lieflijk naar hem en ik word maar een heel klein beetje misselijk.

In de verte komt een auto over de weg onze kant op zoeven, een grote zwarte SUV met enorm felle koplampen. Het is maar goed dat Kiona haar moeder nadrukkelijk had gevraagd het camerateam van Lief & Leed thuis te laten, want als ik Kiona moet geloven had Carry die anders gewoon in haar kielzog.

De auto stopt voor ons, Carry stapt uit en rent op haar dochter af. Woordeloos vallen ze elkaar in de armen.

We helpen allemaal de spullen in de auto te laden. We herhalen nog wat dingen die we al gezegd hebben en dan keert de auto en rijdt weg. Ik zwaai totdat hij helemaal uit het zicht is.

Als ik me omdraai zie ik nog net hoe Robbert en Andrea elkaar staan te kussen. Te kussen! Hahaha. Nou ja, het ziet er achteraf helemaal niet zo vreemd uit. Wel schattig, eigenlijk. Rik heeft het ook gezien en grijnst.

‘Hé daar!’ roep ik expres.

Ze schrikken. Andrea kijkt alsof ik haar betrapt heb en ik moet lachen. Ook Rik begint te lachen.

‘Hoelang al?’ vraag ik.

Verliefd kijken ze elkaar aan. ‘Vandaag precies een maand,’ antwoordt Andrea zonder haar ogen van Robbert af te wenden. Ze kon niet trotser kijken dan wanneer ze eigenhandig een succesvolle openhartoperatie bij een hond had uitgevoerd. Ik snap nu ineens ook waarom haar interesse voor Kiona zo plotseling was afgezwakt. Dré had gewoon heel andere dingen aan haar hoofd.

‘Zo, zo. Een hele maand al. Wij moeten straks eens even uitgebreid praten,’ zeg ik met een knipoog.

Rik buigt zich naar me toe. ‘Zei ik toch,’ gevolgd door een korte kuch om zijn gefluister te maskeren.

‘Akkoord.’ Robbert kucht ook. ‘Zullen we gaan, Andrea?’

Ze giechelt. Echt, ze giechelt. Het is schattig om te zien. Ik moet straks een hartig woordje met haar spreken waarom ze dit in godsnaam zo lang voor me verborgen heeft gehouden.

‘Nou, dan ga ik ook maar eens,’ zegt Rik naast me.

Meteen houd ik hem tegen door zijn arm vast te pakken. ‘Hallo! Geef ze even wat voorsprong, zeg.’ Ik werp hem een dubbelzinnige blik toe.

Hij kijkt terug met een uitdrukking die ik niet helemaal snap, maar veel aandacht kan ik er niet aan besteden want mijn mobieltje bliept twee keer kort na elkaar. Rik draait zich om en ik duik het toestel op vanonder mijn kleren. Het zijn twee appjes van Huug en een iets oudere van Mei-Lan: Nieuwe carrière op tv? ;-) Je deed het geweldig! Binnenkort een bakkie doen in de stad? (Als je nog rustig over straat kunt tenminste. :-))

Hugo appt: Wow! Je bent op tv!!! Met heel veel gekke smileys erachter. En dan: Zin om je vanavond te zien. Laat me nog even weten hoe laat, oké? HVJ.

HVJ? Hou van je? Waar komt dat ineens vandaan? Het zou me blij moeten maken, het is een goed voorteken voor het gesprek van vanavond, maar vreemd genoeg voel ik er niets bij. Misschien is het te lang geleden dat ik Hugo zag, het gevoel begint te verdwijnen. Het wordt tijd dat we elkaar weer zien. Vanavond. Vanavond ga ik eindelijk weer naar hem toe! Joepie! Toch?

Maar waarom sta ik hier dan met mijn telefoon in mijn handen alsof het een enorm zware kei is? Het liefst zou ik hem wegsmijten. Geen idee waarom. Langs de kapel, over het hoofd van Rik, zo ver mogelijk de weilanden in.

Rik staat een paar meter verderop over het hekje naast de kapel geleund en tuurt over de weilanden. Hij heeft die fronsrimpel die hij alleen heeft als hij heel serieus is. Het maanlicht beschijnt zijn gezicht van de zijkant. Hij strijkt zijn haar naar achteren en natuurlijk valt de weerbarstige pluk weer terug over zijn voorhoofd.

Ineens welt er iets in me op. Iets wat al veel langer in me zat en wat ik belette naar buiten te komen, maar dat nu met geweld een uitweg zoekt, me bijna kwaad in het gezicht schreeuwt. Ik kan dit niet! Ik kan gewoon niet naar Huug vanavond en doen alsof er niets aan de hand is. Wat ben ik voor een oen? Waarom heb ik dit niet eerder gezien?! Er is wél iets aan de hand. Ik voel iets voor Rik en ook al wil ik dat niet en mag en kan dat niet, het zou niets uit moeten maken. Maar het maakt wél uit. En dan wordt het me duidelijk: ik hou niet genoeg van Huug.

Deze gedachte hakt erin, ik moet hem even verwerken. Hou ik niet genoeg van Huug? Echt niet? Misschien verklaart dat ook dat rare, onrustige gevoel dat ik al een paar weken heb en dat ik niet kon plaatsen.

Het is alsof alles om me heen beweegt terwijl ik als enige stilsta. Een paniekgevoel neemt bezit van me. Ik moet zitten, maar ik kan nergens zitten. Ik word gek. Ik kan moeilijk helder denken, maar mijn gevoel werkt nog en zegt heel duidelijk nee. Nee, ik hou niet genoeg van Hugo. Nee, ik wil niet met hem verder. Ik ben verbaasd dat mijn gevoel ineens zo stellig is. Misschien wist ik het al langer, maar wilde ik het niet onder ogen zien?

Rustig, Esmée. Adem in, adem uit. Dit was niet helemaal wat je gepland had, waar je de hele week naar hebt uitgekeken. De romantische elkaar-in-de-arm-val-scène, zijn hartbrekende speech hoe hij je gemist had en nooit meer een dag zonder je kon, de intense goedmaakseks, dat gaat dus allemaal niet gebeuren. Maar is dat erg? Nee. Het antwoord komt net zo snel in me op als de vraag. Het is niet erg. Ik word niet blij bij dit vooruitzicht, maar ook niet overdreven verdrietig. Het voelt vreemd genoeg zelfs als een bevrijding. De paniek die ik voel, wordt vooral veroorzaakt door het onverwachte, het ongeplande.

Ik kijk op. Rik staat nog steeds op dezelfde plek, inclusief fronsrimpel. Er lijken slechts seconden verstreken, maar voor mij is er iets wezenlijks veranderd.

Jezus, dadelijk zie ik Huug weer. En hier, nu, vlak voordat het staat te gebeuren besef ik dat dit niet is wat ik wil. Onze ontmoeting vanavond zal heel anders verlopen dan ik al die tijd voor me zag. Lichte rillingen lopen over mijn rug en ook de stressjeuk in mijn nek is al voelbaar. Hoe ga ik dit in godsnaam aanpakken?

Mijn gedachten worden onderbroken door de aanblik van een starende Rik, hangend over het hekje. Als ik mijn gevoel zou volgen, liep ik nu op hem af. Ik zou achter hem gaan staan, mijn armen om hem slaan en mijn wang tegen zijn rug drukken, mijn armen onder zijn kleren laten glijden, mijn vingers over zijn slanke buik laten gaan, langzaam naar boven en dan weer terug naar het streepje haar onder zijn navel en… Stop, Esmée! Ik dwing mijn ogen weer naar mijn ­telefoonscherm. Sommige dingen kun je maar beter niet te veel willen voorbereiden. Improviseren, ik deed het vanavond al eerder.

Na een halve rinkel neemt Huug al op.

‘Hé poppedopje. Wauw, je bent op tv! Ik wist…’

‘Huug,’ onderbreek ik hem. ‘Over een halfuurtje ben ik bij je, oké?’

‘Geweldig! Kan niet wachten. Hou van je!’

‘Ik ook van jou,’ antwoord ik. Wat?! Zei ik dat echt? Zo erg is het dus al, dat ik gedachteloos terugzeg dat ik van hem hou. Tss.

Zodra ik het gesprek heb afgesloten draait Rik zich om. Hij loopt op me af. Weer kan ik die blik niet duiden, het is bijna alsof hij boos is.

‘Zal ik je even naar je auto lopen?’

Ik antwoord dat dat fijn zou zijn, hoewel ik normaal gesproken stoer zou doen en een grapje zou maken dat geen enkele boef toch ooit de moeite zou nemen om naar een gat als Avier te komen of zo, maar nu niet. Nu niet.

Zwijgend lopen we terug naar het dorp. De stilte voelt niet ongemakkelijk, eerder prettig. Vertrouwd. We lopen in hetzelfde tempo. Af en toe stoten onze armen tegen elkaar. Bij mijn auto nemen we kort afscheid en dat is het. Ik kijk hem niet eens meer na als ik wegrijd, ook al zou ik dat kunnen. We gaan allebei een andere kant uit. Zijn beeld zit in mijn hoofd, ik kan het altijd oproepen als ik wil. Het is goed zo.

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in de Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! (juni 2016) is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar carrière, vriendschappen en relatie...