Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 62: 'Wat er ook gebeurt vandaag,
mij zal het niet raken'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée ervoor zorgde dat Jasmijns ware aard werd getoond. Je zou verwachten dat baas Morris hier blij mee was, maar nee. Hij sommeerde Esmée op niet bepaald vriendelijke wijze om maandagochtend direct naar zijn kantoor te komen voor een stevig gesprek. Wat gaan we nu weer krijgen?!  

Ik ben flex. Ik ben zen. Compleet relaxed. Not a single gram of shit shall be given today, zo prent ik mezelf in als ik de trappen oploop richting de ingang van Moo Moo Media. Wat is het ergste dat kan gebeuren? Ontslag. Overleef ik dat? Natuurlijk. Lef en zelfvertrouwen. Lef en zelfvertrouwen.

Ik zie Riks gezicht voor me wanneer ik dat denk. Lef en zelfvertrouwen. Shit, ik schijt in mijn broek. Misschien word ik ontslagen. Misschien word ik een soort van terechtgesteld in het openbaar (wat de term ‘de rest’ van Morris zou kunnen verklaren). Of misschien hebben ze een geïmproviseerde ring gemaakt en moet ik daarin gaan boksen met Jasmijn, voor een publiek dat bestaat uit ‘de rest’. Iets ergers kan ik even niet bedenken. Dat is positief, ‘dood’ komt er niet in voor.

Lef en zelfvertrouwen, denk ik nog maar eens. Wat er ook gebeurt, ik zal mijn lot met waardigheid dragen. De afgelopen weken heb ik al zoveel doorstaan, dit kan er ook nog wel bij.

Ik lach breeduit naar mezelf in de spiegel van de lift, een gemaakte Jokersmile. Meteen pas ik even de spinaziecheck toe op mijn tanden hoewel ik vanmorgen niets met spinazie gegeten heb, gewoon koffie en oud brood met chocopasta. Ik woel door mijn haar om het volume te geven. Een pluk valt over mijn voorhoofd. Ik blaas hem weg en denk aan Rik. Rik gisteravond bij het kapelletje, in het maanlicht. Ik kon het niet. Ik kon daar niet met Rik staan en gewoon met Hugo afspreken en doen alsof er niets aan de hand was. Waarom had ik een hele week nodig om tot die conclusie te komen? Soms ben ik zo’n ongelofelijk puddinghoofd.

Het gesprek met Hugo verliep stroef. Het was vanaf het begin duidelijk dat we niet dezelfde insteek hadden. Hij had kaarsjes aangestoken en er stond een muziekje op, een fles wijn en twee glazen stonden klaar. Het zou allemaal perfect gepast hebben in mijn scenario A, ware het niet dat ik op het laatste moment had besloten voor scenario B te gaan. Ondanks die plotselinge omslag voelde ik me sterker dan ooit. Ik hield me niet aan mijn scenario en vreemd genoeg gaf het me geen raar, maar juist een prettig gevoel. Geen droefheid, eerder melancholie. Geen schuldgevoel, eerder een soort opluchting. Was het de lonkende vrijheid? De belofte van nieuwe, onbekende dingen? Ik weet het niet.

Eerst probeerde Hugo me nog over te halen, maar ik bleef bij mijn standpunt. Ik vertelde niets over Rik, zei alleen dat ik tot het inzicht was gekomen dat we niet genoeg bij elkaar pasten en dat mijn gevoelens niet meer hetzelfde waren als in het begin. Huug was niet boos, eerder verdrietig. Hoe meer we praatten, hoe meer hij het leek te begrijpen. Ik denk dat hij ergens wel wist dat het waar was. We pasten niet bij elkaar, hoe graag we het ook wilden. En dit alles, met Anouk, met Rik, was ervoor nodig geweest om ons dat te laten inzien. We huilden samen, we hielden elkaar vast. Het was goed zo. Al was het echte, laatste moment van afscheid nemen bij de voordeur nog even zwaar, zo definitief. Met een brok in mijn keel liep ik weg en ik voelde hoe hij me nakeek, maar toch besloot ik me niet meer om te draaien. Het was echt, echt voorbij.

Toen ik thuiskwam dacht ik veel aan Rik, meer nog dan anders. Ik wist niet goed wat ik daar nu eigenlijk mee moest, als ik er al iets mee moest. Maar gelukkig was daar Andrea, die tegenwoordig dus ook verstand heeft van relaties. Ik belde haar en kwam vrij snel ter zake.

‘Dré, luister. Het is over tussen mij en Huug.’

‘Goh, wat vreselijk. Hoe…’

‘Maakt niet uit. Nog even over dat wat Robbert vanmiddag zei, hè. Over dat Rik zijn huis uit gegooid was door zijn vriend en zo.’

‘Eh ja…’ antwoordde Andrea langzaam. Ik hoorde een sissend geluid.

‘Wat ben je aan het doen?’

‘Ik help mam in het huiskamerrestaurant. Het is stervensdruk hier sinds Avier zo in het nieuws is geweest. Elke avond volgeboekt! Ik moet even wat tofuballetjes frituren.’ Ze rammelt ergens mee. Ik hoor een klap en dan wordt de achtergrondruis wat minder. ‘Oké, Rik dus. Ik probeer je te volgen. Wat wil je precies weten?’

‘Wat is er waar van dat verhaal?’

‘Dat verhaal van Robbert is wel aardig betrouwbaar, vrees ik.’

‘Dus Rik is vreemdgegaan met de vriendin van zijn beste vriend en tevens huisgenoot en nadat hij door hem op straat was gegooid, ging hij daar gewoon lekker mee door?’

‘Dat laatste weet ik niet. Hoe kom je daarbij?’

‘We zagen ze toch samen in de stad? Die blonde tuthola, bij het restaurant?’

‘O ja, die.’

‘Hij ziet haar dus nog steeds, achter de rug van zijn vriend om. Ik zweer je: hij is geen steek veranderd. Eens een onbetrouwbare klootzak, altijd een onbetrouwbare klootzak. Wanneer ga ik het toch eens zien? Eerst zet hij me in de zeik voor de hele klas en…’ Er klonk opnieuw een sissend geluid. Ik zag voor me hoe Andrea de frituurpan opentrok.

‘Es, dat is wel al heel lang geleden, hè.’

‘… dan gaat hij vreemd met mij,’ maakte ik mijn laatste zin af.

‘En jij net zo goed met hem, mag ik je daar even aan herinneren?’

Ik was even stil van die opmerking, maar ging toen verder: ‘En vervolgens blijkt hij zijn beste vriend te belazeren met diens vriendin…’

‘Gut, Es. Je kent zijn kant van het verhaal niet eens.’

‘… en dan is er nog dat rare gedoe met Kiona.’ Ik reageerde gewoon niet op Andrea’s tegenwerpingen tot ik mijn hele verhaal af had.

‘Kom op. Hij is niet heilig. Dat zou ook wel heel saai zijn, lijkt me. Maar vertel eens, waarom maak je je hier zo kwaad over? Typisch gevalletje van the mind replays what the heart can't delete?'

Ah, daar was hij. De quote. Ik dacht al. Ze had gelijk hoor, dat wist ik ook wel. Sinds kort pas natuurlijk, maar ik wist het. Ik maakte me zo fokking druk om Rik, omdat ik iets voor hem voelde wat ik niet voor hem wilde voelen. Ik was op zoek naar allerlei argumenten om met mijn verstand mijn gevoel te overtuigen dat dit een slecht idee was. Alleen werkte het niet. Allemaal de schuld van Andrea met haar stomme tegenargumenten. Want saai was Rik inderdaad allerminst. En iedereen maakt fouten. Vreemdgaan kan gebeuren, daar kon ik niets tegen inbrengen. Liegen kan gebeuren, was ik zelf een prima voorbeeld van. Mensen kunnen veranderen. Kijk naar mij, ik ging ook veranderen. Ik was er zelfs al mee begonnen. Sjonge, die Andrea. Meer verstand van liefde en relaties dan ik had gedacht.

Op de afdeling aanbeland besluit ik eerst maar even mijn jas op te hangen en mijn tas neer te zetten voor ik naar het schavot loop. Wat moet je nog met een jas of tas als je dood bent? Precies.

Het is nog rustig. Ik ben dan ook, gedreven door angst en nieuwsgierigheid, vroeger dan normaal. Geen boksring te zien en ook geen mensen die met emmertjes modder sjouwen. Ik verwacht Jasmijn vandaag niet aan te treffen, maar ik hoop dat dat geen inschattingsfout is.

Tjibbe en Lolien zijn er wel, zodra ze me zien beginnen ze te smoezen. Of ben ik gewoon achterdochtig en is het toeval? Lolien lacht haar beste hyenalach over de afdeling, ik krijg er bijna hoofdpijn van. Yep, tijd om naar Morris te gaan. Geen uitstel meer. Eens kijken of daar wel een ring, modderbad of guillotine klaarstaat. Not a single gram of shit shall be given today, prent ik mezelf nog maar eens in. Ik maak een mentale aantekening dat ik deze door moet spelen naar Andrea voor haar quoteverzameling. Hij werkt al. Er komt een bepaalde gelatenheid over me heen. Wat er ook gebeurt vandaag, mij zal het niet raken. Ik heb gedaan wat ik dacht dat moest gebeuren en over een uurtje is het vast allemaal achter de rug. Dan kan ik gaan uithuilen bij Andrea, waar anders? Andrea is de beste, maar momenteel ook de enige optie. Huug is uit mijn leven. Rik ook. Net zoals Jasmijn en Do. En Kiona, die zal me ook snel vergeten. In korte tijd is mijn leven leeggelopen. Niet alleen met mensen, ook met bezigheden. Ik hoef geen scoops meer na te jagen, geen dorpsfeest te organiseren, geen sterren te verstoppen. Eigenlijk heb ik me kostelijk vermaakt met dat hele gedoe rondom Kiona, het spindoctoren en zo. Misschien moet ik na mijn ontslag wel sterrenverstopper worden, of manager. Spindoctor. Lifecoach. Marketingconsultant. Het kan allemaal.

‘Goedemorgen Esmée.’ Om de een of andere reden lijkt het me geen goed teken dat Morris juist nu eindelijk mijn naam lijkt te kunnen onthouden. ‘Ga zitten, ik haal de rest even.’

Godver. Alweer ‘de rest’. Wie zijn dat toch? Zijn het er zoveel dat hij ze niet kan specificeren?

Ik ga zitten in de stoel die hij me aanwijst, een rode die onderdeel is van een set van vier, keurig gerangschikt rond het salontafeltje.

Morris loopt de gang op en komt terug met Gert van personeelszaken in zijn kielzog, en niet veel later stapt ook Olaf Mentink binnen. Olaf fokking Mentink, van het hoogste management van Moo Moo Media! Nu weet ik het zeker: ik word gelyncht. Zou ik nog de kans krijgen om me te verdedigen, mijn moeder nog even te bellen en te zeggen dat ik van haar hou of een oppas te regelen voor Knurftje?

Er valt niets van hun gezichten af te lezen, ze kijken alle drie zo neutraal als Russische politici, of gewoon Nederlandse politici vlak voordat ze een motie van wantrouwen gaan indienen tegen een trouwe partijgenoot.

Olaf schraapt zijn keel. Gerts neutrale gezicht gaat over op grijnzend. Fier toont hij zijn grijze grafzerkjes. Ik neem me voor dat als ik ontslagen word, ik tegen hem ga zeggen dat er zoiets bestaat als een mondhygiëniste en tandenbleekspul. En dat ik heus wel weet dat hij in zijn kantoor rookt. En dat ik zijn vieze grijns haat.

Olaf vraagt of ik iets wil drinken, ik antwoord van niet. Laten we dit snel afhandelen. Ik probeer cooler te kijken dan ik me voel, véél cooler dan ik me voel.

De heren zitten nu alle drie om me heen. Gelukkig zit ik met mijn gezicht naar de deur, dus als er nog een vierde persoon met een wapen binnenkomt zie ik hem tenminste aankomen.

Ik vlieg bijna tegen het plafond als er meteen na die gedachte op de deur wordt geklopt. Netjes dat hij of zij zich even aankondigt.

Ik schrik niet eens als er een politieagent naar binnen komt, compleet met handboeien en wapenstok aan zijn broek en vast ook wel ergens een pistool. Het lijkt wel een film. Het was alleen leuker geweest als ze een betere politieagent gecast hadden. Channing Tatum of zo.

De totaal niet op Channing lijkende agent knikt een keer naar de heren en dan naar mij: ‘Dit is haar?’

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in de Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! (juni 2016) is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar carrière, vriendschappen en relatie...