Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 63: 'U bent Esmée Evers?'
vraagt de agent streng.

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée bij de baas op kantoor moest komen, nadat ze Jasmijns duistere praktijken aan het licht had gebracht. Esmée is behoorlijk zenuwachtig en houdt zich vast aan het mantra van Rik: lef en zelfvertrouwen. Maar dan ineens stapt er een agent het kantoor binnen...

Rustig blijven, Esmée. Lef en zelfvertrouwen. Ze gaan je vast niet doodmaken en dat is het ergste dat kan gebeuren. Alles wat nu gebeurt is minder erg. Tenzij het martelen is natuurlijk. Of lang martelen en dan doodgaan.

‘U bent Esmée Evers?’ vraagt de agent terwijl hij een stoel bijtrekt van de vergadertafel.

Ik knik alleen, want ik heb opeens last van een heel erg droge mond.

‘Is dat een ja?’ vraagt hij streng.

‘Jwoah,’ krijg ik er nu uit, wat blijkbaar voldoende is voor hem want hij gaat gewoon verder.

‘Mevrouw Evers, allereerst wil ik weten of u bereid bent om onder ede wat zaken te verklaren over deze bedrijfsspionagezaak.’

‘Eh. Bedrijfsspionage?’ stotter ik.

‘Bedrijfsspionage,’ herhaalt hij monotoon. Hij wisselt een korte blik met Morris die me nu streng aankijkt: ‘Je hebt mij verteld dat Jasmijn al eerder vertrouwelijke bedrijfsinformatie heeft doorgespeeld naar het bedrijf van Valerie Bikkembergs, die zich ook wel voordoet als mevrouw Van Alphen?’

‘Klopt,’ antwoord ik, omdat korte bevestigende antwoorden blijkbaar van me verwacht worden. Ik kijk beurtelings naar Morris en de agent.

‘We willen een aantal dingen van u weten,’ neemt de agent het weer over. ‘Wanneer u dit heeft ontdekt, of u ook bewijzen heeft van het lekken, of mevrouw Wetzers het aan u heeft bekend enzovoorts.’

‘Akkoord.’ Dat woord heb ik altijd al eens willen gebruiken.

‘Prima,’ antwoordt de agent en hij staat op. ‘Wilt u dan dit telefoonnummer bellen om een afspraak te maken om naar het bureau te komen?’ Hij overhandigt me een visitekaartje.

Verbouwereerd neem ik het aan. Was dit alles?

Niet dus. De man vertrekt en Morris trekt zijn stoel dichterbij. Hij legt zijn handpalmen tegen elkaar en leunt er met zijn kin op, waarna hij met een uitdrukking die ik nog niet van hem ken tegen me begint: ‘Esmée. Je hebt ons verbaasd met je doortastende optreden van de laatste tijd. Je artikel over Kiona is top notch en heeft precies de juiste toon en inhoud om een klapper te worden. Ook je optreden gisteren tijdens dat dorpsfeest en je terloopse reclame voor Go Glam! waren exact het soort doortastendheid en inzicht dat wij hier graag zien. Je hebt redactiekwaliteiten én managementkwaliteiten. Nu wist ik natuurlijk altijd al dat je veel potentie had en…’ Hier moet ik bijna kotsen. Tuurlijk, Morris wist het. ‘… daarnaast, zo hebben we gisteren kunnen zien, heb je een bepaalde uitstraling die heel goed kan zijn voor Go Glam!,’ zo gaat hij verder. ‘Een doodgewoon Brabants boerendorpsmeisje dat symbool staat voor een groot segment van onze doelgroep, met wie velen zich kunnen identificeren, en dat het ondanks haar achtergrond heeft weten te schoppen tot redactiechef en mediaboegbeeld van Go Glam!’ Ik wil hem onderbreken dat ik geen mediaboegbeeld ben en al helemaal geen redactiechef, maar hij gaat verder: ‘Jij hebt precies wat Nederland wil zien: dat vleugje doorsnee. Geen topmodel, niet eens superknap…’ (Nou eh, bedankt?) ‘… maar sympathiek. Eigenheid, uitstraling, gebracht met een aannemelijke intelligentie en overtuiging. We zouden wel gek zijn als we jou niet inzetten als mascotte van het nieuwe Go Glam!

Tot nu toe heb ik alles aangehoord met een bepaalde vertraging. Alsof ik net wakker ben en de woorden eigenlijk pas gaan doordringen nadat ik twee koppen koffie opheb.

‘Mag ik toch wat te drinken? Een glaasje water?’ vraag ik.

Morris haalt zijn nepglimlach van zijn gezicht en kijkt zoekend om zich heen. Hij staat op, duwt een ficus opzij waarachter een waterkoeler blijkt te staan en vult kort een bekertje. Het zit nog niet eens voor een kwart vol als hij het me aanreikt. Snel gaat hij weer zitten.

Ik neem een slokje en kijk ondertussen over de rand van het bekertje beurtelings naar de mannen om me heen die me stuk voor stuk met een trotse glimlach aankijken alsof ze mijn drie vaders zijn en ik hun dochter die net haar eerste plasje op het potje heeft gedaan. Waarom?!

Ik slik, zo voorzichtig mogelijk, want dit is precies zo’n moment waarop ik me normaal gesproken zou verslikken, rood zou aanlopen en hoestend door een vreemde op mijn rug geklopt moest worden om pas na een minuut of vijf en met betraande ogen mijn stem terug te vinden. Dat zal me nu niet gebeuren.

De slok is weg. Ik doe mijn mond open. ‘Nou eh… Je overvalt me nogal.’

‘Luister.’ Morris trekt zijn stoel nog dichterbij. Hij zit nu zo dichtbij dat ik kan zien dat hij een paar kratertjes in zijn neus heeft, van die stille acnegetuigen. Ik snap ineens zijn geldingsdrang.

Olaf Mentink neemt het van hem over: ‘Esmée. Waar het op neerkomt is dat Moo Moo Media trots is op medewerkers zoals jij en dat wil aanmoedigen. Wij willen altijd het beste uit onze mensen halen, voor henzelf én voor Moo Moo. Je krijgt een promotie met uiteraard een bijpassende salarisverhoging en we zullen snel om de tafel gaan zitten om nadere details uit te werken. Het special issue over Kiona dat nog im Frage was, zal doorgang vinden en uiteraard krijg jij daar de leiding over én volledig de vrije hand in. Wat zeg je daarvan?’

‘Maar… maar dat is Jasmijns functie,’ stamel ik. Ik kan mezelf wel slaan, wat een stomme opmerking.

Als op commando beginnen ze gedrieën te bulderen van het lachen.

‘Dat bedoel ik dus, hè,’ zegt Morris tussen twee bulders door. Hij wijst naar me alsof ik een goede grap ben die opeens tot leven is gekomen. ‘Dat laagje naïviteit dat haar zo verdomd toegankelijk maakt.’ En dan tegen mij: ‘Lieverd, Jasmijn is gone. Weg. Ontslagen. Dat lijkt me helder.’

Ik haat het als mensen me lieverd noemen terwijl ik duidelijk niet hun lieverd ben, maar ik schrik nog meer van de mededeling dat Jasmijn ontslagen is. Natuurlijk, het zat erin dat dat zou gebeuren. Maar zo snel? Zo… zonder meer? Ik ben verbaasd. Ik heb mijn doelen bereikt. Wraak. Check. Jasmijn weg. Check. Ik krijg zelfs haar baan. Check-check. Maar waar blijft de euforie?

‘Jasmijn ontslagen?’ herhaal ik. ‘En Valerie wordt misschien vervolgd voor bedrijfsspionage? En Jasmijn dan, wordt zij ook vervolgd?’ Soms dringt het pas tot je door als je het een keer hardop zegt.

Ik hoop niet dat Jasmijn nu ook vervolgd wordt, of dat ze een strafblad krijgt. Dat gaat wel een beetje ver.

‘Nee, Jasmijn wordt niet vervolgd. Ze is gewoon ontslagen vanwege het vervalsen van haar cv, haar onkunde en doordat ons vertrouwen in haar geschaad is vanwege het doorspelen van informatie,’ legt Olaf uit. ‘Natuurlijk, als we het op de spits willen drijven zouden we haar ook kunnen laten vervolgen, maar het heeft er alles van weg dat Jasmijn slachtoffer is geworden van de chantagepraktijken van Valerie, en van haar eigen naïviteit.’

‘Maar dan die van de verkeerde soort,’ lacht Morris hard. Niemand lacht mee.

‘Valerie is de echte, grote vis die we moeten hebben. Van wat we tot nu toe ontdekt hebben heeft Valerie in vijf jaar tijd bij zes verschillende uitgevers een interim-klus gedaan. Telkens als ze vertrok, hielp ze zelf haar opvolger in het zadel, die haar als tegenprestatie moest beloven regelmatig wat scoops door te spelen. Met al die spionnetjes kon Valerie in korte tijd een nieuw gossipblad opzetten en naar de top schieten. Jasmijn heeft nog mazzel dat het bij ontslag blijft. Valerie zal veel harder aangepakt worden en wordt op dit moment al stevig aan de tand gevoeld door de politie.’

Wow, Valerie die ik de bajes in heb geholpen. Nou ja, richting de bajes, een beetje. Ze wordt in elk geval stevig aangepakt. Dat is een mooi toefje op mijn wraaktoetje. Ik moet moeite doen niet duivels te gaan lachen. Mijn dag kan niet meer stuk.

Ik knipper met mijn ogen, kijk maar weer eens naar het gezelschap voor me en langzaam verandert er iets aan mijn waarneming. Het is alsof ik ben opgestegen en in een helikopter boven de ruimte cirkel. Ik kijk neer op de situatie en vanaf hier is alles veel duidelijker: ik zie mezelf, de jonge en nog redelijk onervaren, maar blijkbaar met veel potentie behepte Esmée Evers die hier zit met drie invloedrijke mannen van een groot mediaconcern. Ze kennen mijn naam, halen drinken voor me, geven me complimentjes, ontslaan mijn vijand – voorheen ook wel bekend als vriendin – en bieden me een promotie aan. Olaf en Grafzerkje kijken me afwachtend aan, Morris gluiperig, fake glimlachend. Ik heb de touwtjes in handen. Ze liggen aan mijn voeten. Ik zit in een situatie waarin ik mezelf nooit bedacht had en toch… Ik kan niet blij zijn, of euforisch. Waarom niet? Ik blijf maar boven de scène cirkelen in mijn helikopter en langzaam dringen er dingen tot me door die ik nooit voor mogelijk heb gehouden. Dit is volgens mij wat ze een epifanie noemen. Goh, ik heb een epifanie. Want echt, wat een sneu gezicht en wat een sneue lui zijn het eigenlijk. Waarom was ik ooit bang van Morris? Pieste ik bijna in mijn broek voor Olaf? Liet ik me afschrikken door die grafzerken van Gert? Dit zijn zielige figuren! Machtswellustelingen. Ze kunnen een tijdschrift managen door de juiste poppetjes op de juiste plekken te zetten, maar de poppetjes zijn degenen die het echte werk doen. Zonder mensen zoals wij zijn ze niets, hebben ze geen tijdschrift, geen baan, geen Audi, geen golfclubs en geen strakgetrokken twintigjarige vriendinnen. Zij zijn afhankelijk van mij. Als ik nee zeg hebben ze een probleem, op zijn minst voor even, totdat ze een opvolger hebben gevonden. Maar om nu te zeggen dat mijn nieuwe gevoel van macht me een kick geeft? Nee… Ik zit in een situatie waar ik gisteren nog van gedroomd zou hebben en toch schreeuwt alles in me keihard NEE!

Natuurlijk, ik hou van het leven op een tijdschriftredactie. Ik hou van schrijven, redigeren en marketing. Maar wil ik dat hier? Met die glijer van een Morris? Bij een bedrijf dat de ellende van sterren gebruikt om er geld mee te verdienen? De baan inpikken van mijn voormalige vriendin die, hoe je het ook wendt of keert, door mijn toedoen ontslagen is? Wat maakt het uit HOE je aan die baan komt? kan ik Andrea horen zeggen. Nu je hem hebt, kun je bewijzen dat je hem waard bent, daar gaat het om. Je wilde toch zo graag een kans om aan Morris te bewijzen dat je het kunt? Ik weet niet echt of ik Andrea nu hoor praten of mijn eigen geweten. Als er zo meteen een Engelse quote doorkomt van de dalai lama of zo, dan weet ik genoeg. Ik wacht even. Er komt niets.

Maar ook zonder Andrea’s hulp komt er een bepaalde strijdlust over me heen, zo’n zeldzaam superwomangevoel dat iedere vrouw wel eens heeft, zo van: en nu ga ik alles anders doen! Ineens durf je, wéét je het: het is tijd voor iets nieuws. Tijd om op zoek te gaan naar mijn echte kwaliteiten, in een omgeving waar ik me wel thuis voel. Spindoctor, sterrencoach, marketingconsulent. Ja, waarom niet?!

Ik kijk de mannen een voor een aan. ‘Bedankt voor jullie vertrouwen, ik voel me vereerd. Maar toch sla ik jullie aanbod af. Sterker nog: ik neem ontslag. Ik wil niet langer voor Moo Moo werken.’

Afgezien van Morris die een hap lucht naar binnen zuigt, is het opeens akelig stil. De ficus in de hoek besluit spontaan een blaadje te laten vallen. Zachtjes landt het op het tapijt.

Dan komt Olafs gezicht in beweging. Met een glimlach zegt hij: ‘Je hoeft niet nu te beslissen. Laat het eerst maar…’

‘Niet nodig. Ik weet het zeker.’

‘Maar we…’

Ik schud mijn hoofd.

‘Waarom?’ vraagt Morris.

Ik haal mijn schouders op. ‘Ik heb me hier nooit gewaardeerd of gehoord gevoeld, hoewel ik daar vaak genoeg mijn best voor heb gedaan. De manier van omgaan met personeel bevalt me niet. Niemand gaf me ooit een kans als ik erom vroeg, niemand luisterde naar me, niemand nam me serieus. Pas nu ik eigen initiatieven heb ontplooid, die voor mij eerlijk gezegd nogal losstonden van Moo Moo Media maar die voor jullie toevallig goed uitpakten, zien jullie me staan. Daarnaast begin ik een hekel te krijgen aan het gejaag op scoops. Laat sterren in godsnaam met rust. Ze willen gewoon doen waar ze goed in zijn, net zoals iedereen en zonder dat dat de hele dag onder een vergrootglas wordt gelegd. Bij een meesterbanketbakker ga je toch ook niet achter een vuilnisbak kamperen om stiekem kiekjes te maken hoe hij ’s avonds met zijn gezin aan de eettafel zit, of wel? Jullie werkwijze, de hele sfeer. Sorry, het bevalt me niet.’

‘Esmée, Esmée.’ Morris schudt zijn hoofd alsof hij tegen een onnozel kind praat, met die toon die hij eigenlijk altijd tegen mij heeft aangeslagen en die ik nu kots- en kotsbeu ben. ‘Ik begrijp dat je van slag bent, maar maak geen overhaaste beslissingen; beslissingen waar je spijt van krijgt of die je verdere carrière kunnen beschadigen.’

Ik kijk hem vragend aan. ‘Mijn verdere carrière? Dat lijkt me wat dramatisch, ik ben pas 25.’

‘Wij hebben veel invloed in de mediawereld, weet je.’ Hij laat een korte pauze vallen. ‘Wij kunnen mensen maken en breken.’

Het klinkt dubbelzinnig en dreigend. Zegt hij wat ik denk dat hij zegt? Dat hij me dwars kan zitten in mijn verdere carrière als hij dat wil?! Nou, dat zullen we nog wel eens zien. Lef en zelfvertrouwen!

Ik ga staan. ‘Nogmaals: ik dien mijn ontslag in. Volgens mij heb ik een opzegtermijn van een maand en nog genoeg openstaande ­vakantiedagen om meteen te kunnen vertrekken en niet meer terug te komen.’

‘Prima.’ Olaf glimlacht en steekt zijn hand naar me uit. Verdwaasd neem ik hem aan. ‘Bedankt in elk geval voor de tijd dat je bij ons gewerkt hebt en al je inzet.’ Hij lijkt oprecht. En zie ik daar een spoortje van bewondering?

Grafzerkje kijkt neutraal. Ik steek mijn hand naar hem uit: ‘Tot ziens.’

Ook naar Morris steek ik een hand uit. Met enige twijfel neemt hij die aan: ‘Wat jij wilt, Esmée. Tot ziens.’

Ik sta op, knik nog een keer naar iedereen en loop zonder te struikelen het kantoor uit.

Bijna meteen nadat ik de deur achter me dichttrek, denk ik: shit. Ik draai me om en open de deur weer: ‘En trouwens, Gert, we weten allemaal dat je stiekem rookt op je kantoor. En in godsnaam, laat wat aan die tanden doen.’

Gert kijkt me aan als een vis: bolle ogen, mond halfopen. Stukjes bruine ondertand zijn zichtbaar.

Ik gooi de deur voor de laatste keer dicht. Zo, dat lucht op. 

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in de Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! (juni 2016) is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar carrière, vriendschappen en relatie...