Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Scoop!

Deel 65: 'Bedoelt Rik
wat ik hoop wat hij bedoelt?'

schrijfster

Iris Houx

E

Eerder lazen we hoe Esmée ontslag nam bij Moo Moo Media, afscheid nam van haar collega's, en zelfs van Jasmijn. Daar ging ze, de de draaideuren door, naar buiten. Wat ooit haar droom was, ligt nu achter haar, de rest van de wereld vóór haar. Wat zal ze nu eens gaan doen?

Boven aan de trappen van het gebouw van Moo Moo Media blijf ik even stilstaan om te wennen aan het daglicht. De draaideur achter me maakt een suizend geluid bij het doordraaien. Ik sper mijn ogen wijd open en kijk rond. Moo Moo ligt achter me, de rest van de wereld ligt voor me. Ik zou me blij moeten voelen of opgelucht, maar ik voel me voornamelijk verward en een beetje leeg. Alsof ik op een lange vakantie ga en er veel zin in heb, maar ook opzie tegen de reis. Alsof ik afscheid heb moeten nemen van fijne dingen, wat in feite ook zo is. Krystel natuurlijk, en ja, ook Jasmijn. Mijn baan. Alles wat nu gaat komen is onzeker. Toch heb ik er op een bepaalde manier vertrouwen in dat het goed komt. Loslaten is iets wat bij een nieuw begin hoort, het is altijd spannend.

Meer nog dan anders heb ik behoefte aan contact, iemand om dit moment en dit gevoel mee te delen. Iemand die het ook echt interesseert. Andrea? Kiona? Hugo hoef ik in elk geval niet te proberen. Ik merk dat ik nog niet helemaal aan het idee van onze breuk gewend ben, dat zal ook nog wel even duren. Elke keer als ik het besef, voel ik een vreemd soort opluchting en daarna een schuldgevoel dat ik me opgelucht voel, heel raar. Het zal wel bij het proces horen.

Zonder lang na te denken pak ik mijn telefoon en tik Waar ben je? Wat doe je? Jij zegge! terwijl ik ondertussen de trappen af begin te lopen.

Ongelofelijk snel krijg ik antwoord: Wachten op een heel leuk iemand.

Jezus, houd die info lekker voor je. Mijn vakantiestemming verdwijnt even snel als hij is opgekomen. Rik heeft dus inderdaad een vriendin. Nou, fijn. Prima. Het had toch geen zin allemaal tussen ons, mooi dat het lot heeft beslist. Bespaart me een hoop gedoe.

Maar ik laat me niet kennen. Ik vroeg er tenslotte zelf naar.

Moet je nog lang wachten? Gaan jullie iets leuks doen?

Ik wil het antwoord eigenlijk niet eens weten en neig ernaar mijn telefoon gewoon weg te stoppen, maar mijn nieuwsgierigheid wint het als hij al snel weer bliept.

Ik zie dat ze er al aan komt. En ik hoop inderdaad dat we wat leuks gaan doen. ;-)

Ja ja, we snappen het. Gadver. Ik geef het niet graag toe, maar ik merk dat ik teleurgesteld ben. Ik had zo graag even met hem gebabbeld, liefst persoonlijk. Zijn geruststellende woorden gehoord, een plagerijtje doorstaan, een mep tegen zijn arm gegeven. Zijn smeltlachje gezien. Dat gaat dus allemaal niet gebeuren. Nu niet en wellicht nooit niet.

Veel plezier, typ ik voordat ik mijn mobieltje wegstop. Zo, nu weer focus op MIJ. Ik ben onder aan de trappen beland en kijk op.

Dan slaat mijn hart een slag over, eigenlijk nog voordat ik besef wat ik zie. Ik knipper met mijn ogen alsof dat mijn hersenen gaat helpen te verklaren wat ik zie. Daar, aan de overkant van de straat, nonchalant leunend tegen een muurtje, met zijn handen in zijn zakken en zijn schouders wat gebogen, staat… Rik!

Hij kijkt mij ook aan en begint te lachen. Shit, ik kan dus niet doen alsof ik hem niet gezien heb.

Ik voel hoe ik bijna door mijn knieën zak van de zenuwen als ik de straat oversteek. Waarom eigenlijk? Het is Rik maar. Wat toevallig trouwens dat hij net hier met iemand heeft afgesproken.

Als ik bijna bij de stoep ben, steek ik mijn hand op. ‘Hai.’ Ik forceer een lachje. Ik constateer dat hij zijn bakkenbaarden en sikje er weer af heeft geschoren en verdorie, ik was even vergeten hoe sexy hij was. Met of zonder sikje.

Hij haalt zijn handen uit zijn zakken en komt overeind. ‘Kijk, daar is ze al,’ zegt hij grijnzend.

Langzaam valt het kwartje. Hij is hier voor mij?!

‘Je bent hier voor mij?’ vraag ik voor de zekerheid als ik vlak voor hem sta. Je weet maar nooit natuurlijk en ik blijf tenslotte Esmée, grootaandeelhouder in misverstanden.

‘Voor wie anders?’ Alleen Rik kan dat op zo’n nonchalante manier zeggen. Ik wil hem vastpakken, slaan, zoenen. Deze man maakt me gek en kwaad en ja, ook verliefd. Alles tegelijk.

Omdat ik echt niet weet wat ik moet zeggen, haal ik mijn schouders op.

‘Hoe ging het daarbinnen?’ Zelfs zijn stem is onontkenbaar dodelijk sexy. Hij komt overeind en staat ineens wel heel dichtbij. Door zijn lengte kijkt hij een beetje op me neer.

Ik slik. Ik weet nog steeds niet wat voor houding ik mezelf moet geven, dus ik sta daar voor mijn gevoel maar wat onhandig te staan. Maar o, vanbinnen! Vanbinnen jubel ik. Mijn hart maakt koprollen in mijn borstkas. Ik heb zin om gekke dansjes te doen.

‘Zal ik je dat vertellen bij een broodje?’ vraag ik zo neutraal mogelijk. ‘Ik heb nauwelijks ontbeten vanmorgen.’ Maar terwijl we richting het centrum lopen waar meerdere lunchrooms zijn, begin ik al te vertellen. ‘Jasmijn is ontslagen en ik kreeg haar functie aangeboden!’

‘Nee!’

‘Ja! En Valerie is door de politie aangehouden, want ze bleek al eerder mensen te hebben omgekocht en zo. Er zit een heel verhaal achter!’ Ik besef nog steeds niet echt wat me is overkomen, maar misschien komt dat vanzelf als ik het verhaal met iemand deel.

‘Zo. Jezus. En nu heb je dus Jasmijns baan?’

‘Nope, ik heb geweigerd. Ik heb zelfs ontslag genomen.’ Ik sla mijn hand voor mijn mond en kijk hem plotseling lachend aan. Nu ik het hardop zeg, buiten kantoor, dringt het tot me door. ‘Ik heb ontslag genomen,’ herhaal ik, langzaam, terwijl ik hem lachend blijf aankijken. ‘Ik heb gezegd dat ze die baan ergens konden stoppen waar de zon nooit schijnt – nou ja, in iets andere bewoordingen – en ik heb ontslag genomen.’

Rik barst in lachen uit, die heerlijke lach van hem die diep uit zijn buik opborrelt. ‘Smeetje! Wat de fok! Jij hebt lef en zelfvertrouwen naar een nieuw level getild!’ Hij houdt zijn hand op voor een high five en ik mep de mijne er keihard tegenaan. Daarna pakt hij mijn hand even vast en kijkt me bewonderend aan.

‘Ben je hier speciaal voor mij?’ vraag ik nog eens.

‘Ja, dat zei ik toch?’

‘En wat als ik nu niet toevallig naar buiten was gekomen?’

‘Dan had ik rond lunchtijd geappt of je ergens wilde gaan eten. Was gewoon heel benieuwd hoe je gesprek met Morris ging. En met Hugo trouwens ook, gisteren.’ Hij kucht. ‘Maar toevallig hoorde ik daar al iets over van Andrea toen ik vanmorgen de sleutels van de sporthal bij Robbert ging inleveren. Ze was daar ook.’

Ik lach. ‘Oeh la la. Is ze bij hem blijven slapen? Ik bedoel: bij zijn ouders?’ Ik gniffel. Ik zie het voor me, hoe Andrea ’s ochtends aan de ontbijttafel schuift bij haar schoonouders. Ik ken Robberts ouders vaag en het zijn aardige, maar een beetje ouderwetse lui. Het zou me niet verbazen als zijn moeder met krulspelden in aan de ontbijttafel zit.

Even later zitten we in de kiosk die uitkijkt over de eendjesvijver. We hebben besloten onze broodjes in het park op te eten, ook al is het bijna december en net een paar graden boven nul.

Ik verfrommel mijn papieren zak en gooi het in de prullenbak naast ons bankje. Als ik weer ga zitten slaat Rik plotseling een arm om me heen. Vriendschappelijk drukt hij me even tegen zich aan. ‘Maar begrijp ik dus goed dat je relatie met Hugo over is?’

Mijn hart begint te roffelen. Hard, snel, maar onregelmatig. Wat bedoelt hij daarmee? Bedoelt hij wat ik denk en hoop dat hij bedoelt?!

‘Klopt,’ begin ik. ‘Er was iets, iemand…’ Ik haal diep adem. ‘Er was iemand die me deed inzien dat Hugo en ik misschien toch niet zo goed bij elkaar pasten.’ Rik mag hier zijn eigen conclusies trekken. Of vragen stellen.

Maar dat doet hij niet. Hij kijkt me afwachtend aan en zegt lange tijd niets. Zijn bruine ogen observeren me alleen. ‘Goh. Vervelend,’ zegt hij uiteindelijk.

Ik slik. Heb ik zijn vraag verkeerd geïnterpreteerd? En het feit dat hij hier speciaal voor mij naartoe kwam? Zijn arm die ik zo duidelijk en warm door mijn jas heen op mijn schouder voel? Misschien was het toch vriendschappelijk bedoeld? Hij heeft tenslotte een vriendin.

‘En jij, hoe staat het met jouw relatie?’ Ik draai een beetje zodat ik hem beter kan aankijken.

Hij kijkt terug en trekt een wenkbrauw op. ‘Ik zei toch al dat ik niet wist waar je het over had?’

‘Maar wie was die blonde vrouw dan? En ik hoorde van Robbert dat je iets had met de vriendin van je beste vriend en dat die je daarom het huis uit had geschopt en dat je daarom bij je vader was gaan wonen, en dus niet echt om voor hem te zorgen of zo.’ Ik gooi het hem allemaal voor de voeten, laten we hier korte metten mee maken. Nu wil ik het allemaal weten. ‘Jullie zagen er niet bepaald uit alsof jullie vage kennissen van elkaar waren.’

Rik trekt zijn arm terug. Hij leunt voorover, legt zijn onderarmen op zijn benen en begint te vertellen terwijl hij voor zich uit kijkt: ‘Klopt, dat was Bregje. En ja, ik heb iets met haar gehad. Het klopt ook dat ze de vriendin was van mijn beste vriend, met wie ik een appartement deelde. Het was iets…’ Hij hapert. ‘Het had zich langzaam opgebouwd tussen ons. Zij en Jasper hadden al heel lang wat met elkaar en de sleur zat erin. Op een gegeven moment, tijdens een feestje, een uitgelaten stemming, toen gebeurde er iets tussen ons, tussen mij en Bregje. Van het een kwam het ander, we bleven afspreken, er ontstond een relatie. We moesten het Jasper vertellen, maar dat kwam er maar niet van. En toen ontdekte hij het zelf.’ Rik zucht en haalt zijn hand door zijn haar. ‘Het was vreselijk, echt.’

‘Soms ben je ook zo’n schoft, hè Rik.’ Ondanks dat ik zie dat hij er spijt van heeft, kan ik het niet laten mijn eigen frustratie op hem te projecteren.

‘Ik ben er niet trots op, Esmée’, zegt hij enigszins geïrriteerd. Hij ademt hoorbaar uit. ‘Ik heb gedaan wat ik kon om het te herstellen. Ik heb mijn excuses aangeboden. Ik heb hem al zijn woede laten botvieren. Hij heeft al mijn spullen uit het raam geflikkerd, het was echt zoals in een film. En we woonden driehoog. Man, die shit lag overal. Mijn iPad was gebroken en ik vond een onderbroek terug in de rododendron twee huizen verderop.’

Ik lach. Dat beeld is gewoon te grappig.

‘Maar goed. Bregje en ik kwamen erachter dat onze relatie niet de juiste basis had. De werkelijkheid drong door en in de alledaagsheid bleek al snel dat we helemaal niet bij elkaar pasten. Er zat geen toekomst in. We zetten er een punt achter, het was goed zo.’

‘Wat deed je dan met haar in de stad?’

‘O, dat.’ Rik komt overeind. Hij kijkt me aan en slaat zijn arm weer om me heen. Een schok gaat door mijn lichaam. ‘Het was een soort afscheid, een laatste gesprek. En ik had nog iets persoonlijks van haar dat ik terug wilde geven.’

Het cadeautje, denk ik. Het ding dat hij haar gaf en waarvan An­drea en ik dachten dat het een cadeautje was, waarvan we niet begrepen waarom ze het zo nonchalant wegstopte. Het was gewoon een kleinigheidje dat hij teruggaf.

‘Wat is dat toch met jou dat je telkens vrouwen wil die al bezet zijn?’ hoor ik mezelf hardop denken.

‘Hoezo?’ Rik kijkt me weer lichtelijk geïrriteerd aan. Totdat hij snapt waar ik op doel. ‘O, dat. Ik dacht dat ik daar ook al sorry voor gezegd had.’ Hij grijnst een beetje ondeugend. ‘Maar dat zijn dan ook de enige twee keren in mijn hele leven dat ik me zo “schofterig” gedragen heb.’ Hij maakt een quotegebaar. Ik moet lachen. Hij ook.

‘Tuurlijk. En die bijnaam Slicky Rikky, die had je vroeger al zomaar en voor niks?’ gooi ik nog wat olie op het vuur.

‘Wát?! Was dat jouw bijnaam voor mij?’ Met ingehouden lach kijkt hij me aan, hij heeft nu kuiltjes in beide wangen.

‘Hm-hm. Vanwege het incident op het feest bij Lisa.’

‘Weet je dat nog?!’

‘Tuurlijk. En jij blijkbaar ook.’

Rik gaat een beetje verzitten zodat hij me recht kan aankijken. Ik sla mijn ogen neer. O jee, waar gaat dit heen? Dan voel ik zijn handen. Heel voorzichtig pakken ze mijn hoofd aan weerszijden vast. Hij tilt het langzaam omhoog zodat ik hem wel aan moet kijken. Zijn gezicht is zo dichtbij dat ik niet weet waar ik kijken moet.

Zijn stem wordt zachter als hij zegt: ‘Esmée. Geloof me als ik zeg dat ik je toen óók wilde en dat ik het stomste rund was dat er ooit bestond toen ik je behandelde zoals ik deed. Ik weet echt niet waar dat op sloeg. Iets met groepsdruk en onzekerheid of zo. Ik heb echt nog weken geprobeerd om met je te praten om het uit te leggen, mijn excuses aan te bieden, maar je wilde niets meer van me weten.’

‘Gek hè?’ zeg ik sarcastisch. Ik kan er niets aan doen dat mijn oude haat jegens hem weer even vlam vat.

Rik zucht. ‘Voor zover het nog waarde heeft: sorry. Duizend keer sorry. Je bent de leukste en de liefste en je had het nooit verdiend en ik ben een sukkel.’ Hij pauzeert even. Zijn ogen gaan observerend over mijn gezicht, als om mijn reactie te peilen. Zoals zo vaak in de buurt van Rik weet ik niets te zeggen. ‘Weet je, ik ben ook geen heilige.’

Ik denk aan exact dezelfde woorden van Andrea en moet glimlachen.

‘Maar ik leer bij.’ Hij smeltlacht en ik heb eersterangs uitzicht op het kuiltje in zijn wang.

Nog steeds houdt hij mijn hoofd vast. Hij helt nog wat verder voorover en die ene weerbarstige pluk raakt nu mijn voorhoofd. Ik word zenuwachtig. Goed van mezelf dat ik de uitjes op mijn broodje filet americain heb afgeslagen, gaat het door me heen.

‘En Kiona dan?’ vraag ik. Geen idee waarom ik dat nu weer moet roepen. ‘Ik zag je wel naar haar kont kijken gisteren.’ O my god. Ik wil mijn hoofd op een hakblok leggen.

Rik gooit zijn hoofd achterover en begint hard te lachen. ‘Kiona?! Hoe kóm je erbij? Ze is een BN’er, een ster. Iedereen kent haar op een bepaalde manier en in het echt bleek ze heel anders te zijn, dat intrigeerde me. Maar niet op een romantische manier. En jezus, haar kont!’ Weer schatert hij. ‘Haar kont is haar bekendste handelsmerk! Ze duwde hem zowat in mijn gezicht. Ik ben een man, ik kijk naar vrouwenkonten. Ja, ook naar die van jou, Smeetje,’ grijnst hij. ‘Die is bescheidener en toch rond. En zacht en…’ Hij kreunt. ‘Stop gewoon met praten, Esmée, er komt alleen maar bullshit uit,’ grapt hij. Terwijl hij ondeugend lacht verplaatst hij een hand naar mijn nek, de andere laat hij langzaam afzakken naar mijn zij. Zijn hoofd komt dichtbij, nog dichterbij. Even kijkt hij me in de ogen, als om te checken of het echt mag wat hij nu gaat doen en dan, eindelijk… zoent hij me. Ik voel zijn lippen op mijn mond, heel zachtjes, alsof ze er bijna niet zijn. Dan steviger, warmer. Ik open vanzelf mijn mond en al snel hobbelen mijn gedachten ergens in de verte achter mijn gevoelens aan. Droom ik? Nee. Maar zo voelt het wel. We kussen zachtjes, dan harder, lief en soms wild. Als hij na een poosje – waar ik onmogelijk een tijd aan kan verbinden, was het een minuut? Of misschien wel een halfuur? – zijn mond van de mijne haalt, begint hij weer te lachen. ‘Kiona! Tsss.’ Hij grijnst. ‘Ik wilde jou, Smeetje. Al vanaf die keer dat we samen op een paard zaten. Vanaf die keer dat ik je zag bij de soos en je van me wegvluchtte met een zeer plotseling opkomende migraine. Nee, vanaf de allereerste keer dat ik je zag op de middelbare school toen je voor mijn neus struikelde over je eigen boekentas.’

Lachend geef ik hem een mep op zijn bovenarm. ‘Je liet me zeker struikelen, zo ben jij wel. Schoft,’ mompel ik, met mijn lippen al weer tegen de zijne.

Wat stond er ook alweer in zijn appje? Hij hoopte iets leuks te gaan doen. Nou, ik heb wel ideeën. Ik heb ideeën te over. En alle tijd ook. Althans, totdat de volgende BN’er zich aandient om gered of verstopt te worden.

Dit was het laatste deel van Scoop!

OVER IRIS HOUX

Iris Houx is geboren en getogen in Noord-Brabant. In 2010 begon ze met het schrijven van korte verhalen en columns. Ze publiceerde o.a. in de Metro, TPO Magazine, Viva en Esta en won diverse schrijfwedstrijden. Sinds 2013 is ze columniste van Chicklit.nl, waar ze met haar humor en eigen stijl een grote groep vaste lezers aan zich weet te binden. Scoop! (juni 2016) is haar debuutroman.

OVER SCOOP!

In Scoop! neemt schrijfster Iris Houx je mee in de wereld van Esmée Evers. Esmée verhuist naar de grote stad, waar ze een baan krijgt als redactiechef. Althans, dat vertelt ze haar vriendinnen, in werkelijkheid is ze redactieassistente. Haar leugentje is lastig vol te houden als één van haar vriendinnen haar bazin wordt bij hetzelfde magazine. Wanneer een bekende tv-ster noodgedwongen moet onderduiken, krijgt Esmée de kans zichzelf te bewijzen. Ze bedenkt een plan dat niet alleen de media op zijn kop zet, maar ook haar carrière, vriendschappen en relatie...