Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Tetra Images
The Polyamorie Files

The Polyamorie Files deel 32: Ella’s bloed kookt
na het appje van Jackie

E

Ella (40) en Jeff (41) hebben twee kinderen en zijn ruim 14 jaar gelukkig getrouwd. Jeff zit thuis met een gebroken sleutelbeen en Ella is er helemaal klaar mee.

“Tot morgen en lief zijn voor oma.” Ik sta in mijn badjas in de deuropening te zwaaien naar Isa, die een nachtje bij mijn moeder gaat logeren. Als ik de deur dichtdoe, hoor ik Jeff zuchtend en steunend de trap af komen.

Hij zit nu een week thuis met zijn arm en ik kan zijn geklaag bijna niet meer aanhoren. “Kun jij mij vanavond naar Jackie brengen?” Hij kijkt me vragend aan. “Nee, zeker niet. Ze komt je maar halen of je pakt de bus.”

Niet de afspraak

“Hoezo niet? Je kunt me toch wel even brengen? Als ik met de bus moet, moet ik overstappen en dat is ontzettend veel gedoe als ik ook een tas mee heb.” Ik kijk hem aan. “Dan ga je niet.”

Jeff zucht: “Dat was niet de afspraak. Ik zou elke vrijdag naar Jackie gaan. Ze kan mij niet halen, want ze heeft geen auto.” Ik haal mijn schouders op. “Ja jammer dan Jeff, ik ga je gewoon niet brengen. Dat was namelijk niet de afspraak. Ik vind dat raar, ik heb er geen zin in. En anders pak je maar een taxi.”

Als ik boven mijn yogakleding aantrek, krijg ik een appje van Jackie: ‛Kun je Jeff echt niet even brengen vanavond? Het zou ons veel gedoe en tijd schelen. XX’ Ik voel mijn bloed bijna koken en zonder iets terug te sturen, smijt ik mijn telefoon in mijn sporttas en ren ik de trap af.

“Is met je sleutelbeen ook je schedel gebroken of zo? Ben je niet goed? Laat je nu echt Jackie mij een appje sturen? Ik ga nu naar yoga en zorg maar dat je weg bent als ik vanmiddag thuiskom, het was namelijk de afspraak dat ík vanavond alleen zou zijn en ik hoef jou niet te zien straks.”

Woedend

Woedend smijt ik de deur achter me dicht. Al de hele week doe ik alles in huis en voor de kinderen en zit meneer thuis te ‛werken’ met zijn arm in een mitella. Ik zet koffie, pak de krant, doe de boodschappen, kook en als klap op de vuurpijl mag ik hem nu naar zijn vriendin brengen?

Ik ben er even helemaal klaar mee. “Gaat alles goed daar?” Ik kijk op, terwijl ik op mijn fiets stap. De overbuurvrouw gaat verder: “Jullie hebben toch geen ruzie?” Zonder iets te zeggen, rijd ik de straat uit. Bemoeial.

Anderhalf uur op de yogamat doet me goed. Ik voel de spanning langzaam uit mijn lijf glijden en het lukt me zelfs om mijn hoofd enigszins leeg te krijgen. Na de les komt een blonde vrouw naast me zitten in de kleedkamer. “Jij bent toch Ella? Jij werkte vroeger toch bij de kapperszaak van Freddy?”

Ik kijk haar lang aan en ergens achterin mijn hoofd begint een lampje te branden. “Ja, oooh wacht, nu zie ik het, jij heet Lisa toch?” Ze lacht. “Lize, ja klopt, jeetje dat is lang geleden. Ik denk zeker een jaar of tien! Hoe is het met je? Werk je nog steeds als kapster?”

Weer gaan werken

Ik kijk naar mijn schoenen en schud mijn hoofd. “Nee, sinds een jaar of zes niet meer. Toen ik zwanger raakte, wilde mijn man dat ik stopte met werken, hij dacht dat die verfluchten schadelijk zouden zijn. Daarna ben ik eigenlijk nooit meer begonnen. En jij?”

“Ik ben vijf jaar geleden voor mezelf begonnen, ik heb nu een eigen zaak in de oude haven. Wat jammer joh, dat je gestopt bent, je had talent! Wil je niet weer eens gaan werken?”

Terwijl ik mijn jas aantrek, denk ik na over haar vraag. Zou ik dat willen, weer aan het werk als kapster? Ik zit al zo lang thuis. “Ik weet het niet, nooit zo over nagedacht eigenlijk. Ik vond het werken wel altijd heel leuk.”

“Weet je wat? Kom binnenkort eens een dagje bij mij in de zaak, kijken of je het nog leuk vindt. Ik ben al tijden op zoek naar nieuwe collega’s en ik weet dat ik me altijd kapot gelachen heb met jou.”

Jeff is weg

Op de fiets brandt het visitekaartje van Lize in mijn zak. Ik denk aan de jaren dat ik werkte als kapster en hoe heerlijk ik het vond om mensen blij te maken met een frisse coupe. Maar ook de collega’s, het kletsen, de sfeer.

Als ik bijna thuis ben, ben ik de ruzie met Jeff van vanmorgen alweer vergeten. Opgetogen begin ik al te kletsen in de gang, maar als ik de kamer inloop, krijg ik geen antwoord. Op de tafel ligt een briefje: ‛Ik ben bij J.’