Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Hollandse Hoogte
Verhalen achter het nieuws

‛Ik wil geen overlijdensakte
van een kind dat er nooit was’

journaliste

Marjolein Hurkmans

D

De hele Tweede Kamer steunde gisteren een wetswijzing die het voor ouders mogelijk maakt om hun doodgeboren kindje te laten registreren. VROUW-journalist Marjolein was 24 weken zwanger, toen er bij haar ongeboren kindje een niet met het leven verenigbare afwijking werd ontdekt. Haar kind werd nooit geregistreerd. Maar in tegenstelling tot veel anderen, heeft Marjolein daar vrede mee, schreef ze eerder. Hierbij nogmaals haar indrukwekkende relaas.

Ik werd geboren als moeder op 30 juli in 1993. Niet eerder. Niet op de 29ste en ook niet 9 maanden daarvoor. Zelfs niet tijdens de helse uren waarin mijn buik zich met messcherpe precisie om de paar minuten samentrok.

Een echo

Ik werd moeder op het moment waarop ik in die twee blauwer dan blauwe oogjes keek, en dat minuscuul kleine handje voor de allereerste keer mijn vinger greep. Op het moment waarop ik besefte: voor dit mensje geef ik mijn leven als het moet. Ik werd geen moeder in mei 1987.

Ik was 24 weken zwanger. Mijn beste vriendin werkte in het ziekenhuis. “Weet je wat je aan je huisarts moet vragen?”, zei ze. “Je moet vragen of je een echo mag. Dan zie je de baby. Dat is hartstikke leuk.” In de jaren 80, toen ik net twintig was en per ongeluk in verwachting was geraakt door de pil heen, waren echo’s nog niet standaard. Je kreeg ze alleen als er redenen waren om aan te nemen dat er iets mis kon zijn.

Allerlei bijbaantjes

Dat was niet zo in mijn geval. Niet met het kindje in ieder geval. Met mijn leven wel. Het vriendje dat me had bezwangerd, was nog maar net in beeld. Of hij de man van mijn leven zou worden, was nog maar de vraag. We woonden in een studentenkamer van drie bij vier, hadden geen geld en namen allerlei bijbaantjes om geld opzij te kunnen leggen voor de onverwachte baby.

Ik kreeg de verwijsbrief. Ik dacht van tevoren dat zo’n echo zo gepiept zou zijn. Koude gel op je buik, een scherm met daarop wat vage contouren en dan weer naar buiten. Maar zo was het niet. Er kwamen steeds meer mensen bij: verpleegkundigen, artsen... En niemand zei iets. Iedereen keek maar naar dat schermpje. En uiteindelijk zaten het vriendje en ik in dat kamertje.

Geen ontwikkelde hersentjes

Of ik wist wat anencefalie was. Nee, natuurlijk wist ik dat niet. Het kindje in mijn buik had geen ontwikkelde hersentjes. “En dus is het niet levensvatbaar”, zei de arts. “Het leeft zolang het in jouw baarmoeder zit, maar eenmaal geboren, zal het meteen overlijden.” 

“Aan jou de keuze: we kunnen de bevalling meteen opwekken, maar we kunnen ook nog een week wachten. Dan is je zwangerschap over de grens van een misgeboorte, zodat je kind officieel doodgeboren wordt, en je het dan ook echt mag begraven. Of je voldraagt de zwangerschap en we wekken na negen maanden de bevalling op.”

Geen kindje

Nou, daar zit je dan. De keuze die ik maakte, is voor anderen waarschijnlijk onbegrijpelijk. Ik lag diezelfde dag nog aan het infuus met weeënopwekkers. Ik was nog geen moeder, ik voelde me geen moeder en toen alles voorbij was, bleef dat zo.

Er werd me gevraagd of ik het kindje wilde zien, maar dat wilde ik niet. Er was voor mij geen kindje. Ik had het nooit in mijn armen gehouden en niet in de ogen gekeken.

Ik vind dat jij het volste recht hebt op een overlijdensakte van het kindje dat jij hebt verloren. Als jij daar behoefte aan hebt, als het jou helpt het verlies te verwerken, dan moet je dat krijgen. Maar ik zou het afschuwelijk hebben gevonden om dat in de la te hebben liggen.

De mooiste ogen van de wereld

Inmiddels heb ik drie kinderen. Degene die mij moeder maakte, is het zonnetje in huis; zijn glas is altijd halfvol, hij heeft de mooiste ogen van de wereld. Zijn zusje is adembenemend aantrekkelijk en alles wat haar hoofd bedenkt, kunnen haar handen maken. Ze tekent, zingt en acteert zich door het leven heen. Ze is een en al levenslust en waar zij gaat, draaien mensen hun hoofd om.

En dan is er nog de kleine slimmerik, van wie we allemaal denken dat hij als enige ooit echt rijk gaat worden. Ga nooit met hem in discussie, want hij laat je verbaal alle hoeken van de kamer zien. De ene heeft turkooisblauwe ogen, de ander korenbloemblauwe en de derde flessengroene. Dat weet ik, want ik heb erin gekeken. Heel vaak.

Ik heb hem nooit gekend

Ik weet niet wat voor kleur ogen het kindje dat er nooit was, gehad zou hebben. Hoe hij in het leven zou hebben gestaan. Ik heb hem nooit gekend. Hij was mijn eerstgeborene, maar niet mijn eerste kind. Hij was niet degene die mij moeder maakte. Als hij geleefd had, had hij Jonathan geheten.

Maar hij heeft niet geleefd, niet geademd. En ik wil geen overlijdensakte in de la van een kind dat er nooit was. Dan zou het zijn alsof ik geen drie kinderen had, maar vier. En dat er daar een van was overleden. Wat afschuwelijk, wat een verdriet, wat een pijn. Ik zou mijn leven lang zijn nooit-bestaand leven met me meedragen.

Ik wil geen leven lang rouwen

Ik begrijp het, echt waar, als jij daar wel voor kiest. Want iedereen gaat anders met de dingen om. Dat mag. Wie ben ik om te oordelen over wat goed is voor een ander? Maar ik wil niet een leven lang rouwen om iemand die ik nooit heb gekend.

Jij op VROUW

Wil jij ook, net als Marjolein, jouw verhaal kwijt?

Dan kan dat hier!

En, wat vind jij? Laat je horen!