Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Verhalen achter het nieuws

Hoe één stom paaseitje
mij bijna fataal werd

journalist

Maaike Schaap

G

Gelukkig, ik ben er nog. Ik kan het verhaal zelf navertellen. Toen ik 11 jaar was, zorgde een paaseitje voor veel paniek binnen ons gezin. Ik dreigde er namelijk in te stikken. En hoewel het allemaal goed is afgelopen, heeft deze gebeurtenis een grote impact op mijn leven gehad. 

De herinnering vliegt me af en toe aan. Ik zie mezelf als 11-jarig meisje achter de computer zitten met mijn basisschoolmaatje. We waren druk bezig elkaar in te maken met een of ander voetbalspel, terwijl we paaseitjes verorberden. Ik stopte eitje nummer zoveel in mijn mond, toen mijn maatje een grapje maakte. Lachend gooide ik mijn hoofd achterover. Het eitje ging mee en kwam in mijn luchtpijp vast te zitten. 

Alsof ik naar een film zit te kijken, draai ik het op dit moment in mijn hoofd af. Hoe ik verwoede pogingen deed om adem te halen, mijn keel vastgreep met grote, angstige ogen en mezelf op mijn borst sloeg om het eitje los te maken. Maar het werkte niet. Uit mijn keel kwamen de raarste geluiden. Mijn basisschoolmaatje keek me lijkbleek aan. “Doe even gewoon!” riep hij in paniek. Hoe graag ik ook ‘gewoon’ wilde doen, het ging niet. Ik stikte.

Ambulance bellen

Zo snel als ik kon, stond ik op en rende naar mijn ouders die in de kamer naast ons koffie te dronken. Ze wierpen één blik op mij en stonden meteen klaar om actie te ondernemen. Mijn vader greep me van achteren beet en deed herhaaldelijk de Heimlichgreep. Er gebeurde niets.

Inmiddels stroomden geluidloos de tranen over mijn wangen en glinsterde de paniek in mijn ogen. Waarom werkte dit niet? Waarom schoot het eitje niet los? Mijn vader sloeg me herhaaldelijk hard op mijn rug, maar ook dat werkte niet. Mijn moeder ijsbeerde door de kamer met de telefoon in haar handen. Ze riep naar mijn vader: “Wat moet ik doen? Moet ik de dokterswacht bellen? Of de ambulance?”

Theelepeltje

“Het komt wel goed,” antwoordde mijn vader kalm. Ondertussen voelde ik me alsmaar slapper worden. Mijn vader probeerde nog iets anders en duwde me op een stoel en wilde dat ik op mijn rug ging liggen. Hij keek in mijn mond of hij het eitje zag en probeerde het vervolgens met een theelepeltje los te peuteren.

Ik verloor steeds meer de grip op de werkelijkheid. Mijn lichaam probeerde nog altijd krampachtig adem te halen, maar het keek lijdzaam toe. Er was niets dat ik kon doen. Even heb ik gedacht dat niets zou helpen. Dat mijn leven daar op zou houden met een stom eitje in mijn keel.

Tot ik ineens een héél klein beetje lucht kon binnenzuigen. En de tweede keer dat mijn lichaam weer krampachtig adem probeerde te halen, ging het al iets beter. Het eitje was aan het smelten. Het ging piepend, maar het ging. Ik leefde nog. Ik ging niet dood. Van de schrik barstte ik in huilen uit.

Trauma

Voor mijn gevoel heeft het uren geduurd, maar volgens mijn ouders was het niet meer dan anderhalve minuut. In de uren na het voorval was ik trillerig en huilde ik veel. Het gevoel dat je wegglipt, zonder dat je daar iets aan kunt doen, is verschrikkelijk.

Het hele gebeuren hakte er flink in. De schaal met paaseitjes raakte ik niet meer aan. Vijf jaar lang gruwelde ik van de kleine lekkernijen. En daar bleef het niet bij. Eten, wat het ook was, werd een ramp. Spaghetti, verse spinazie, zuurkool, draadjesvlees, yoghurt met stukjes fruit: alles waar ook maar een sliertje aan zat en in je keel kon ‘hangen’, was ineens eng.  

Tergend langzaam deed ik erover om iets te eten. Vlees moest in honderdduizend stukjes gesneden worden. De groente moest zacht zijn. Snoepjes at ik bijna niet, uit angst dat ze ook in mijn keel terecht zouden komen.

Een enge gedachte

Vlak voordat ik aan dit verhaal begon, heb ik nog eens aan mijn ouders gevraagd hoe zij op deze gebeurtenis terugkijken.

Mijn moeder: “Toen jij de kamer binnenkwam stormen, wijzend op je keel, raakte ik al snel in paniek. Ik probeerde rustig te blijven voor jou, maar ik heb wel even gedacht dat we je kwijt zouden raken.”

Mijn vader weet nog dat hij het heel frustrerend vond dat niets leek te werken. “Stel dat het geen chocolade-eitje was geweest, dan was een ambulance ook nooit op tijd geweest… Enge gedachte.”

Hoewel ik nu alles weer gewoon eet, is de impact van de gebeurtenis nog steeds merkbaar. Zo ben ik nog steeds angstig rondom eten. Paracetamol móét in vieren, ik kauw vlees net zo lang tot het zulke kleine stukjes zijn dat je je er met geen mogelijkheid in kunt stikken en raak nog steeds meteen in paniek als ik mij toch een keer ergens in verslik.

Schreeuwend op een stoel

Dat is niet het enige waar ik angstig van word. Als mijn neefje (5) of nichtjes (1, 2 en 3 jaar) langskomen en zich tegoed doen aan stukjes worst, kaas, kaasstengels of paaseitjes hou ik altijd mijn hart vast. Het liefst zie ik ze gewoon niet eten, omdat ik panisch word bij ieder vreemd kuchje. En als ze ook nog eens met een stuk worst in hun mond gaan rondrennen, moet ik moeite doen ze niet schreeuwend op hun stoel te drukken.

Het stikincident mag dan al bijna vijftien jaar geleden zijn, de angst zit nog altijd diep in mij geworteld. Ieder jaar als ik die kleurige eitjes weer in de schappen zie liggen, moet ik eraan denken. Dat zo’n stom chocolade-eitje zich tot een waar trauma binnen ons gezin heeft gevormd. Ervoor heeft gezorgd dat mijn moeder een aantal jaar zelf ook genoeg had van die eitjes en ze niet in huis wilde hebben. Maar nu kan ik opgelucht ademhalen, want ik ben er nog.

Heb jij ook een verhaal dat je graag met anderen wilt delen?

DAT KAN HIER