Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Mariska en haar dochter hebben misofonie
Verhalen achter het nieuws

Als samen eten een hel is:
'We zitten nooit tegenover elkaar aan de eettafel'

journaliste

Daphne van Rossum

D

De hele dag ben je druk in de weer. De kinderen op school, jij op het werk of thuis met wat klusjes. Heerlijk om dan met elkaar aan tafel te eten. Onze lezeressen hechten waarde aan dat moment, zo blijkt uit een poll op VROUW Facebook. 48 procent vindt het belangrijk in de opvoeding om met elkaar aan tafel te eten, 43 procent grijpt het moment aan om samen de dag te bespreken. Maar wat als je niet gezellig samen kunt eten omdat je extreem veel last hebt van elkaars geluiden? Mariska en haar dochter hebben allebei misofonie: “Het samen eten is meer frustratie dan ontspanning.”

Mariska: “Het begon bij mij in de puberteit. Ik stoorde me aan tafel altijd vreselijk, dan wilde ik zo snel mogelijk eten en dan weer van tafel. Ik was nooit zo vrolijk tijdens het eten, wilde snel weer naar mijn kamer. De combinatie van eten en geluiden, daar heb ik grote moeite mee. Dat vind ik walgelijk. Ik dacht dat het iets van mij was en durfde het niet aan mijn ouders te vertellen, maar ik mopperde wel veel als ik vond dat mijn ouders of broer smakten.”

“Als mijn broertje naar de televisie keek dan kon hij intens ademhalen. Dan zei ik ‘doe je mond dicht’ en ‘stel je niet zo aan’. Maar op een gegeven moment houd je op met dingen zeggen, dan erger je je alleen nog maar."

Chips-eters

“De ergernis bleef toen ik ouder werd, maar je leert er beter mee omgaan. Je gaat bijvoorbeeld bepaalde situaties vermijden, bijvoorbeeld op de verjaardagsvisite bij de schoonouders zorg ik dat ik de chips-eters buiten mijn blikveld heb.

Mijn dochter Diantha heeft inmiddels ook de misofonie overgenomen. Ze is 14 en net als bij mij begon het ook bij haar in de pubertijd. Dan zegt ze ‘mam, je zit met je mond open te smakken."

Aanstoot

"Ik lette er bij haar ook altijd heel erg op, dat hoort bij de opvoeding, maar ik nam er ook echt aanstoot aan, daardoor ging ik er nog meer op letten. Soms vind ik het wel vervelend dat zij het nu ook heeft. Ze moet er nog haar hele leven mee omgaan, dat is wel lastig."

"We eten soms wel samen aan tafel, maar dan doen we allemaal een eigen ding en er zit bij voorkeur een stoel tussen ons. Meestal zit zij op haar telefoon. Sowieso zitten we nooit tegenover elkaar, maar schuin tegenover elkaar. Mijn man eet vaak bij de tv."

Triggers

“Gezelligheid aan tafel, dat kennen we niet. We kijken elkaar juist weleens boos aan. Heel af en toe gaan we weleens uit eten. In grote gezelschappen heb ik er juist minder last van. Hoe minder mensen hoe stiller en hoe meer triggers ik krijg. Thuis vind ik het dus het vervelendst.”

Omdat Mariska een gehoorapparaat heeft doet ze die soms uit: “Ik ben doodmoe aan het einde van de dag, omdat ik me zo vaak stoor. Ik probeer me in te houden op het werk, maar als iemand heel lang in een kopje koffie roert zeg ik er toch wat van. Dan vind ik het ’s avonds heerlijk om alleen te zijn op het einde van de dag en mijn apparaat uit te doen. Lekker rustig.”

Klapperend gebit

Het AMC ziekenhuis in Amsterdam is het enige ziekenhuis in Nederland dat onderzoek doet naar misofonie. Psychiater Pelle de Koning in HUMO: “Het begint vaak zeer onschuldig. Met ergernis over vaders gesmak aan tafel. Of over opa’s klapperende gebit. Maar na verloop van tijd worden die ergernissen alsmaar sterker en beginnen ze iemands leven steeds meer te beheersen: je hoort een geluid en bent niet in staat om je aandacht daarvan af te houden.”

Impact

“Problematisch wordt het wanneer mensen daardoor minder goed beginnen te functioneren, wanneer ze onder hun stoornis gaan lijden en wanneer het een invloed heeft op hun gezin en hun relaties.”

“Het is een veelvoorkomend fenomeen: 6 tot 7 procent van de Nederlanders zou last hebben van storende geluiden; 0,5 procent zou misofoon zijn.”

Genetisch

“Het kan een enorme impact hebben op gezinnen en relaties. Je krijgt weleens situaties waarin partners niet meer samen slapen of kinderen niet meer met de ouders eten. Maar we zien ook regelmatig dat het gedrag door kinderen wordt overgenomen. We krijgen hier veel ouders met kinderen over de vloer. In die mate zelfs dat we ondertussen aparte behandelgroepen voor volwassenen en voor kinderen hebben. Het zou natuurlijk ook kunnen dat daar een genetische component meespeelt. Dat is één van de dingen die we nog aan het onderzoeken zijn.”