Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Astrid met haar kleindochter
Verhalen achter het nieuws

Astrid (54): Ik wil niet weten
van wie mijn longen zijn geweest

Maura Oude Avenhuis

D

De Belgische Evi verloor vorige zomer haar broer. Nu is zij op zoek naar degene die het hart van haar broer kreeg, zodat zij zijn hart nog een keer kan horen kloppen. Astrid (54) kreeg in 2013 nieuwe longen en wil juist níet weten van wie haar longen zijn geweest. 

"In 2008 kreeg ik de diagnose COPD, een chronische longziekte. Vanaf dat moment ging het snel", vertelt Astrid. "Eerst lag ik elke drie maanden een week in het ziekenhuis, maar die tussenperioden werden steeds korter. Acht maanden na mijn eerste opname zat ik al in een scootmobiel."

Wachtlijst

Astrid vertelt dat je pas op een wachtlijst komt als het echt noodzaak is. "Je kan ieder moment opgeroepen worden. Ik had mijn mobiel dag en nacht bij me. Bij elk telefoontje schrok ik en dacht ik dat ik aan de beurt was. De wachtlijst voor een longtransplantatie is lang. Ik kreeg voorrang op de lijst, omdat mijn situatie steeds slechter werd."

"Net voor kerst 2012 werd ik opgenomen in het ziekenhuis in Hoorn. Ik raakte in coma en werd op tweede kerstdag overgebracht naar het ziekenhuis in Groningen. Daar zijn de artsen gespecialiseerd op longgebied."

Fotoalbum

"Tussendoor kwam ik een aantal keer bij. In januari 2013 was ik ongeveer een week wakker." Gelukkig had haar dochter een fotoalbum bijgehouden. "Zo kon ik naderhand zien hoe ik erbij heb gelegen." Op 20 mei 2013 werd Astrid, die inmiddels in een beademingscentrum lag, opgeroepen voor de transplantantie.

Op het moment van opname had Astrid slechts 11% longinhoud. "Iedereen had er vertrouwen in dat het goed kwam, maar het afscheid was heel moeilijk. Ik zei dat iedereen goed voor elkaar moest zorgen als ik de operatie niet zou overleven."

Bloedpropjes

De operatie leek echter niet geslaagd. "De artsen hebben mij opnieuw opengemaakt. Ze hoopten dat ik bloedpropjes bij mijn hart had. Dat zou verklaren waarom het niet goed met mij ging, maar dat was niet het geval." Vanaf dag vier ging het beter. "Ik krabbelde langzaam overeind maar lag nog wel tot september in het ziekenhuis."

Astrid wil niet weten van wie haar longen zijn geweest. "Straks zijn mijn longen van een kind, dat zou ik echt heel erg vinden. Ik zou mijn leven wel hetzelfde leven, maar ik denk wel dat ik er heel verdrietig van zou worden. Het lijkt mij namelijk vreselijk om je kind te verliezen."

"Ik brand wel elke avond een kaarsje voor mijn donor. Ik ben degene heel dankbaar, zo had ik zonder mijn donor bijvoorbeeld mijn kleinkind niet gekend."