Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Mary-Jane Sahanaja
Foto: Foto: Remco van den Braak
Verhalen achter het nieuws

Mary-Jane ontkende jarenlang
seksueel te zijn misbruikt

Sam ten Hove

H

Het is vandaag Internationale Dag van de Geweldloosheid. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven roept vandaag geweldslachtoffers - die hierdoor ernstig lichamelijk of psychisch letsel hebben- op een aanvraag bij hen in te dienen.

Lang niet alle slachtoffers zijn op de hoogte van het fonds; slechts 1 op de 3 krijgt de financiële steun die bijdraagt aan de gemaakte kosten en het herstel. Ook Mary-Jane Sahanaja (46) durfde pas na jaren een aanvraag te doen. "Een levensveranderende actie."

Kleuterschool

"Ik ben seksueel misbruikt door mijn vader en door de vader van mijn moeder. Wanneer het precies is begonnen, weet ik niet meer. Wel kan ik me herinneren dat ik op de kleuterschool zat. Mijn vader ging door tot mijn zestiende." 

"Mijn opa ging door tot zijn dood op mijn tiende. Ik was gewoonweg te klein om 'nee' te zeggen en om me te realiseren dat dit niet normaal was. Het was voor mij een automatisme. Tot op de dag van vandaag is het mij niet bekend of zij van elkaars misbruik afwisten."

Labiele vrouw

Mary-Jane’s jeugd kent meerdere vormen van misbruik. Thuis bij haar moeder is ze slachtoffer van ernstige, geestelijke mishandeling. "Mijn moeder was een labiele vrouw. Toen ik 8 was ging ze bij mijn vader weg, maar toen mijn broer en ik met haar alleen woonden, werden we dagelijks uitgescholden."

"Mijn broer ging er keihard tegenin, zowel verbaal als fysiek. Deuren en muren waren niet veilig voor hem. Voor mij was dit, samen met het misbruik van mijn vader en opa, reden om me juist nog meer terug te trekken; ik zat altijd in mijn kamer te lezen of fietste buiten rond."

Ziekenhuis

"Ik heb zelf nooit iets verteld aan iemand, maar mijn broer wist ervan en had het al eens tegen mijn moeder gezegd. Zij was heel naïef in die tijd. In de weekenden gingen mijn broer en ik naar mijn vader toe. Zo kon het misbruik blijven doorgaan."

"Toen mijn broer nog eens aan mijn moeder vertelde wat er aan de hand was, nam ze ons meteen mee naar het ziekenhuis. Daar zijn mijn broer en ik onderzocht. Mijn lichaam was inmiddels blijkbaar zo aan het misbruik gewend geraakt, dat ze niets konden vinden. Ze vroegen of mijn vader aan mij had gezeten en ik antwoordde 'nee', omdat ik dacht dat het normaal was. Ik ontkende alles en het misbruik werd niet bewezen geacht."

In mijn zicht

Als ze 16 jaar is stopt het misbruik maar Mary-Jane blijft haar vader zien. "Ik zag hem nog op feestjes en verjaardagen. Op mijn twintigste heb ik zelfs nog een paar jaar bij hem gewoond; mijn moeder had mij de deur gewezen en ik had geen andere plek om naartoe te gaan."

"De situatie toen was niet oké. Nu weet ik dat. Er was geen sprake meer van seksueel misbruik, maar hij deed nog wel seksuele dingen in mijn zicht. Mijn vader had al zijn gevoel van decorum verloren."

Aangifte

"Het huis was vies, maar ik was zo geconditioneerd, dat ik niet inzag dat het niet normaal was. Ik was gedistantieerd van mijn gevoel en ging er pas weg toen ik ging samenwonen met mijn vriend."

Op veel latere leeftijd, nadat Mary-Jane twee kinderen heeft gekregen, ziet zij in wat haar is overkomen. "Ik had nooit aangifte gedaan. Altijd ontkende ik het. Ik lachte het zelfs weg."

"Pas na de geboorte van mijn tweede kind in 2000, kwam de realisatie: hé ze zijn net zo oud als ik toen zij dat bij mij deden. 'Goh, wel heel jong eigenlijk, en wel echt erg ook.'"

Psychotherapie

"Ik besloot alsnog aangifte te doen, maar het misbruik was verjaard. Daarop volgden moeilijke periodes. Ik heb zelfs op het station gestaan met de gedachte om voor de trein te springen."

"Toen dacht ik wel: 'Ho wacht even, nu raak ik wel in een heel negatieve spiraal.' Ik bleek veel erger beschadigd dan ik ooit had gedacht. In 2005 ben ik begonnen met psychotherapie.'"

Brief op de mat

"Via een vriendin kwam ik erachter dat ik een aanvraag kon doen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dat was ergens in 2006. In januari 2013 deed ik pas de aanvraag. Eerder durfde ik niet. Ik was bang. Ik had geen aangifte gedaan en dacht: 'Straks geloven ze me niet!' Dat vond ik heel moeilijk."

"Nadat ik mijn therapie had afgerond, was ik sterk genoeg om wel een aanvraag te doen met de mogelijke kans op afwijzing. Ongeveer een jaar later lag de brief op de mat."

Geld

"Daarin stond de zin die voor mij alles heeft veranderd: Het is bewezen geacht. Ik was er helemaal stil van. Het was alsof er iemand was terechtgesteld en dat was voor mij een mooie afsluiter."

"Het geld was voor mij nooit het belangrijkste, maar wel de kers op de taart. De vele therapieën die ik had gehad, waren duur geweest, omdat ik bij een vrijgevestigde psycholoog in behandeling was. Ik werkte en had al het geld ervoor over. Maar nu kon ik symbolisch het geld van het fonds gebruiken om die therapieën te vergoeden."

Erkennen

In 2003 overleed de vader van Mary-Jane. Ze begon met het schrijven van gedichten waarin haar gevoelens naar boven kwamen. In 2014 kwam haar boek Het labyrint van mijn gedachten uit. 

Erkenning van misbruik is het allerbelangrijkste volgens Mary-Jane. "Na mijn boek kreeg ik verschillende reacties. Erkennen dat je een slachtoffer bent, is een begin. Ik kon toen pas beginnen met de heling. Anderen moeten je niet als slachtoffer behandelen, maar je wel erkennen als slachtoffer."

IVP

Liesbeth Renckens is klinisch psycholoog bij het Instituut Voor Psychotrauma (IVP) en licht de financiële schadevergoeding toe.

"Slechts een deel van de mensen die iets heel schokkends meemaakt, ontwikkelt klachten en heeft hulp nodig. Dan komen ze via de werkgever vaak uit bij ons. Een klein deel van deze mensen maakt gebruik van de mogelijkheid tot het krijgen van immateriële vergoeding voor het geleden verdriet en pijn.

Het krijgen van financiële steun betekent dat er erkenning is voor het leed dat geleden is. Erkenning is belangrijk in het proces van verwerking. Elk verwerkingsproces is anders en daarbij spelen veel factoren een rol. Je kunt dus niet zonder meer zeggen dat het wel of niet ontvangen van financiële steun bepalend is voor het goed of minder goed verwerken. 

Als het aankomt op smartengeld, zie ik in de praktijk dat voor mensen die deze steun graag willen of nodig hebben, het ook belangrijk is om deze te krijgen. Van deze mensen weten we, onder andere uit onderzoek, dat een financiële schadevergoeding kan bijdragen aan het gevoel dat hun leed erkend en gezien wordt.

De hoogte van die schadevergoeding maakt dan eigenlijk niet eens zo veel uit, zolang deze maar overeenkomt met wat mensen daar ongeveer van verwachten. Mensen ervaren erkenning, gerechtigheid en emotionele steun, wat een belangrijke voorwaarde is voor verwerking.

Al met al kun je zeggen dat er wel erkenning en gerechtigheid kan uitgaan van financiële schadevergoeding. Dit kan belangrijk zijn voor de verwerking, maar neemt niet per se de pijn weg en helpt daarmee dus niet altijd bij de verwerking."