Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Mensen stappen in vliegtuig
Foto: AFP
Verhalen achter het nieuws

'Deze vliegramp
kwam wel even heel dichtbij'

journaliste

Marjolein Hurkmans

V

Voor de nieuwe film van Johan Nieuwenhuis (Verliefd op Cuba) was VROUW-collega Marjolein Hurkmans vorige week in Havana waar een vliegtuig neerstortte. Er vielen 110 doden. "Het verdriet kwam even heel dichtbij."

De regen valt met bakken uit de hemel, het water spat hoog op vanonder de autobanden. We zijn op weg naar de sigarenfabriek in Havana. Chauffeur José heeft half Cuba afgebeld om het voor ons te regelen. We zijn hierheen gereisd met toeristenvisa, dan mag je de fabriek wel bezoeken, maar niet fotograferen. Maar dit is Zuid-Amerika; er valt altijd wel wat te ritselen als je de juiste mensen kent en geld hebt voor een steekpenninkje hier en daar.

Vliegtuig

Als Josés telefoon voor de zoveelste keer overgaat, denken wij dat het hierover gaat; dat er iemand toch nog meer geld wil of iets dergelijks. Wij - twee fotografen, een pr-mevrouw en ik - spreken geen van allen echt goed Spaans.

Iets in Josés stem alarmeert ons. 'Tranquilllo Samantha, tranquillo', zegt hij. Zijn vrouw? Een echtelijke ruzie? Een letterlijk confronterende ontmoeting tussen haar auto en een paaltje? (Dan bel ik mijn man ook altijd. Alsof hij mij vanaf een afstand uit de penarie kan helpen). De pr-mevrouw spreekt het beste Spaans. 'Iets met een vliegtuig' zegt ze.

Noodlanding

We rijden net weg van het hoofdstedelijke vliegveld. Vanochtend was Johan Nijenhuis daar aan het filmen voorVerliefd op Cuba, zijn film die op 14 februari uitkomt. Ik heb er Susan Visser wel twintig keer op haar knie zien vallen en daarna Jan Kooijman de wond zien inspecteren.

Jose parkeert zijn auto langs de kant van de weg. 'Ik moet bellen', zegt hij. 'Mijn zwager is piloot. Er is iets met zijn vliegtuig…' Ik denk aan een noodlanding. Je denkt niet meteen aan het ergste, toch? Ik denk niet aan een vliegtuig dat in de lucht ontplofte, aan 110 mensen die zijn omgekomen, aan paniek, rook en angst… Aan een zwager die nooit meer zal thuiskomen…

Meisje van 4

We staan op een parkeerplek. Stil. Via de chauffeur ontrolt zich mondjesmaat een drama. Ik probeer mijn telefoon, wat is er gebeurd? Geen WiFi. Ik sms mijn man in Nederland: 'Er is hier een vliegtuigramp geweest. Kun jij achterhalen wat er aan de hand is?' '101 doden', sms’t hij terug. 'En de piloot?', vraag ik. 'Ook dood', is het antwoord. 'Drie overlevenden, maar zwaargewond. Allemaal vrouwen. Ik heb CNN aangezet. Als er meer nieuws is, sms ik het.'

Terwijl onze chauffeur lamgeslagen een gesprek voert met zijn vrouw, denk ik plotseling aan het meisje dat ik die ochtend in de lobby tegenkwam. Een jaar of 4, met twee vrolijke staarten, een spijkerrokje en een roze koffertje. Ze ratelde enthousiast in het Spaans, ik ratelde even blij terug in het Nederlands.

Beenruimte

We moesten er allebei om lachen. Waar ging ze naartoe? Toch niet naar het vliegveld met haar ouders? Het laat me niet meer los. José zet ons af bij het hotel. Hij heeft wel wat anders aan zijn hoofd dan het rondrijden van een aantal journalisten.

’s Nachts kan ik er niet van slapen. Ik blijf maar denken aan de mensen die dat vliegtuig instapten, hun handbagage in de vakken stopten, mopperden over het gebrek aan beenruimte. Aan de piloot die misschien nog even zijn zus appte: 'We stijgen zo op.' De zus die getrouwd is met José. En voor mijn geestesoog zie ik ook steeds dat meisje huppelen met haar roze koffertje; 'Moet papa dat even voor je opbergen?' En dan die klap…

Obsessie

We zitten allemaal een beetje brak aan het ontbijt. Vandaag vliegen we weer naar Nederland. Er is een vertraging van negen uur. Hoe relatief is zo’n ongemak als er een dag eerder een vliegtuig wel op tijd vertrok maar nooit aankwam? Als ik mijn koffer naar de receptie sleep om uit te checken, zie ik haar lopen.

Ze heeft haar krullen los dit keer, maar het roze koffertje rolt ze nog steeds achter zich aan. 'Ola!', roept ze blij. Haar moeder glimlacht naar me. 'She just loves that suitcase' zegt ze. 'She takes it everywhere.' En even ben ik dolblij met de obsessie van kleine meisjes voor roze koffertjes.