Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Petra Wynia / Vijn Fotografie
Verhalen achter het nieuws

Petra kreeg vlak na de bevalling een hartstilstand
en heeft nu hersenletsel

Dimphy van Miltenburg

V

Van de bevalling van haar tweede kind, inmiddels zes jaar geleden, kan Petra Wynia (38) uit Gorredijk (Friesland) zich niets meer herinneren. Vlak nadat haar dochter werd geboren, veroorzaakte een vruchtwaterembolie namelijk een hartstilstand. Een uur lang moest Petra worden gereanimeerd en vervolgens werd ze ontstold. Daarna werd ze tien dagen in coma gehouden. Petra: "Ik ben blij dat ik er nog ben."

Petra: "Bij een vruchtwaterembolie komt er vruchtwater in de bloedbaan van de moeder terecht. Het bloed gaat stollen en zo ontstaat er een embolie die de aders afsluit. Het gevolg was dat ik een hartstilstand kreeg.

Ik moest worden ontstold, maar het was niet zeker dat dit mijn leven zou redden. Er was namelijk een zeer grote kans dat ik zou komen te overlijden door teveel bloedverlies. Toch was er geen keuze. ‘We weten niet hoe ze eruit komt, maar als we niets doen, overlijdt ze,’ vertelden de artsen aan mijn man Arnold. Het lukte, maar ze hebben me wel twintig liter bloed moeten toedienen. Vervolgens werd ik geopereerd.

Operatie

Bij die operatie werden de aderen naar de baarmoeder dichtgezet. Embolisatie noemen ze dat. Daarna werd ik tien dagen in coma gehouden. Voor Arnold was het een heel lastige tijd. Hij was net voor de tweede keer vader geworden, maar zijn vrouw lag in coma en het was afwachten hoe ik eruit zou komen. ’s Nachts sliep hij bij mij op de Intensive Care. Ons zoontje van 3,5 jaar sliep bij zijn oma.

Toen ik na tien dagen ontwaakte uit mijn coma, snapte ik helemaal niet wat er was gebeurd. Ze zeiden tegen me: ‘Petra, gefeliciteerd, je bent bevallen van een dochter’. En ik dacht: hoe kun jij dat nu weten? Ik was namelijk de enige die wist dat we een dochter zouden krijgen en ik kon mij niets van een bevalling herinneren. Ik kon ook niet zien en niet praten, ik kon alleen klanken maken. Vooral het niet kunnen zien, vond ik heel vervelend. Ik snapte er niets van. Arnold vertelde mij wat er was gebeurd en maakte mij duidelijk dat het heel kritiek was geweest.”

Petra en haar dochtertje in het ziekenhuis / Eigen beeld

Revalidatie

"Na zes weken ging ik vanuit het ziekenhuis naar het revalidatiecentrum. Daar moest ik een halfjaar intern blijven. In het begin werd mijn dochtertje Lotte twee keer in de week bij mij gebracht. Dan werd ze in een draagzak om mij heen gehangen zodat ik een band met haar kon opbouwen. Ik heb het mijn dochter gelukkig nooit kwalijk genomen wat er is gebeurd. Het was gewoon ontzettende pech.

Billetjes omhoog

Ik moest in het revalidatiecentrum met Lotte oefenen, bijvoorbeeld om met één hand een luier te verschonen. Maar ook om een flesje te geven. Want het lukte mij niet om de verhouding van water en melk te doseren, ik kon nog steeds niet goed zien. De medewerkers van het revalidatiecentrum leerden mij een trucje zodat ik toch flesjes kon geven. Er was een flesje precies op maat geknipt, waarin de hoeveelheid water paste die nodig was. Dan moest ik die tot de rand vullen.

Het meest bijzondere aan mijn dochter vond ik dat ze als klein baby’tje al aanvoelde dat ze mij een beetje moest helpen. Op een gegeven moment was het zo dat als ik haar luier verschoonde, ze zelf haar billetjes een klein beetje omhoog deed.

Hersenletsel

Van de eerste levensjaren van mijn dochter herinner ik mij flarden. Haar eerste stapjes, de eerste keer kruipen of omrollen: ik ben het kwijt. Maar ook veel gebeurtenissen in het leven van mijn zoontje tijdens die jaren ben ik vergeten. Dit komt doordat ik intensief moest revalideren en dat kostte mij veel energie."

Na een half jaar in het revalidatiecentrum mocht Petra naar huis. "Ik moest er erg aan wennen dat ik thuiszorg kreeg. Ik kom zelf uit de zorg en nu moest ik ontvangen in plaats van geven. Maar gelukkig ben ik altijd al heel positief ingesteld geweest, dus ik kon het wel snel accepteren."

Blijvend letsel

Inmiddels is het zes jaar later. Petra: "Het ergste vind ik nu dat mijn zicht niet goed is. Ik kan niet twee dingen tegelijk binnen één object bekijken, zoals de wijzers én cijfers van een klok. Ik kan daardoor niet meer autorijden en hierdoor mis ik een stuk vrijheid. Ik kan niet even naar een vriendin of even snel een boodschap doen. En qua fijne motoriek in mijn linkerhand ben ik afhankelijk van de kinderen. Mijn zoon is ook veel sneller ouder geworden door wat er is gebeurd. Toen hij vier/vijf jaar oud was, maakte hij knopen dicht en strikte hij veters.

Lotte, Petra, Arnold en Timon / Vijn Fotografie

Doordat je niets meer aan mij ziet, denken mensen dat ik ben genezen. Mijn karakter is ook niet veranderd. Maar ik ben veel sneller moe. Als ik ’s avonds wegga, moet ik ’s middags rusten. Dat heb ik echt moeten leren. Als ik moe word, ga ik met een dubbele tong praten. Dan is het net alsof ik dronken ben. Dat wil je niet.

Batterij leeg

Ik vind wel dat mijn kinderen altijd vriendjes en vriendinnetjes moeten kunnen meenemen. Dan ben ik liever moe dan dat zij zich moeten aanpassen aan mij. Als ik heel moe ben, zeg ik weleens: ‘Kunnen jullie iets rustiger doen, mama’s batterijtje is bijna leeg’. Maar kinderen zijn kinderen: negen van de tien keer wordt daar niets mee gedaan."

Familie Wynia / Vijn Fotografie

Dankbaar

"De relatie tussen mij en Arnold is gelukkig goed gebleven. Ik weet dat veel stellen uit elkaar gaan als één van de twee zoiets overkomt. Gelukkig is dit bij ons dus niet het geval. Ik denk dat dit deels komt doordat Arnold erbij was toen het gebeurde. Hij is zo dankbaar dat ik er nog ben. En ik ben qua karakter ook niet veranderd, dat scheelt ook.

Schuldig

Maar het is wel zwaar voor hem. Soms heeft hij al een lange werkdag achter de rug, komt hij thuis en dan ben ik moe en moet hij ook nog dingen in het huishouden doen. Vorig jaar hebben we een grote verbouwing in ons huis gehad. Het regelen daarvan komt dan wel allemaal op hem neer. Daar voel ik me soms weleens schuldig over, maar dat duurt niet lang. Arnold zegt dat hij er langzaam aan heeft kunnen wennen. Eerst was ik er namelijk een hele periode helemaal niet en moest hij alles alleen doen.

Juiste plaats, tijd en bloedgroep

Dat ik het heb overleefd, is eigenlijk een wonder. Een opeenstapeling van factoren heeft daarvoor gezorgd. Ten eerste was ik op de juiste plek; het ziekenhuis. Daarnaast was het tien voor twaalf ’s ochtends, dus er waren ervaren artsen in het ziekenhuis. Ik had ook de juiste bloedgroep waardoor er genoeg donorbloed was. Daarnaast had ik een goed BMI, en ik was jong. Dat alles bij elkaar is mijn redding geweest."

Jij op VROUW.nl

Heb jij ook een persoonlijk verhaal dat je wilt delen? Stuur het naar de redactie.

Jij op VROUW