Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: HH Bart Nijs
Verhalen achter het nieuws

'Leren klikken is net zo belangrijk
als lezen en schrijven'

journalist

Marion van Es

D

De ouderwetse brievenbus blijft steeds vaker leeg, terwijl ons hoofd juist steeds voller raakt met inloggegevens en nieuwsbrieven van allerhande websites. Als je geen internet hebt, dreig je langzaam afgesloten te worden van alle vormen van communicatie, waarschuwt trendwachter Lieke Lamb. Niet voor niets riepen zij en haar man Richard 2019 uit tot het jaar van het digitale doolhof.

Mensen zonder internet, bestaan die eigenlijk nog wel? Ja, wel degelijk, zo blijkt uit recent onderzoek van het CBS. Van alle Nederlanders van 12 jaar en ouder gaf 6% (een kleine 900.000 mensen) aan nog nooit internet te hebben gebruikt. De helft hiervan is ouder dan 75 en bij die groep zijn het ook nog eens voornamelijk laagopgeleiden en vrouwen die achterblijven.

Alles weg

Lieke Lamb maakt zich zorgen over digital exclusion. "Zelf heb ik soms al moeite met sommige digitale zaken. We kennen allemaal wel de frustratie dat je online een formulier hebt ingevuld en opeens alles weg is. Als ik het al niet snap, hoe moet mijn moeder het dan begrijpen?

Een bankrekening openen, overstappen van zorgverzekeraar of de belastingaangifte doen: het moet tegenwoordig vrijwel allemaal online. Het kán in sommige gevallen nog wel analoog, maar daarvoor moet je eerst informatie opvragen. En die informatie of het telefoonnummer staan meestal op internet.

Verborgen eenzaamheid

Ook om met het openbaar vervoer te reizen, moet je tegenwoordig digitaal uit de voeten kunnen. Natuurlijk kun je hier hulp bij vragen. Maar dat is het probleem: veel ouderen vinden dat al zo ingewikkeld of eng, dat ze liever thuisblijven. En zo ontstaat verborgen eenzaamheid. Mensen schamen zich, voelen zich dom en/of buitengesloten.

Aan de andere kant heeft de jongere generatie ook een probleem. Weliswaar kunnen vrijwel alle jongeren moeiteloos overweg met tablets en smartphones, maar één op drie ervaart stress door sociale media. Daarnaast weten ze vaak precies hoe ze een app moeten gebruiken, maar zijn ze zich minder goed bewust van waar hun gegevens  rondzwerven.

Misbruik

We zitten nu nog in een tijdperk waarin onze digitale gegevens nog lang niet altijd voldoende beschermd zijn. De meesten houden zich daar ook niet zo mee bezig, we vinden het makkelijk om voor verschillende sites hetzelfde wachtwoord te gebruiken, te betalen via een app of om een bedrijf toegang te geven tot onze gegevens in ruil voor korting. Maar we hebben vaak geen weet van waar die gegevens allemaal belanden en wie er allemaal misbruik van kan maken.

2019 is wat mij betreft het jaar van het digitale doolhof omdat we in een overgangsfase zitten. Aan de ene kant worden we gedwongen om deel te nemen aan de digitale samenleving, aan de andere kant is er tot op heden nog geen écht goede manier om onze gegevens volledig te beschermen. En dat wringt.

Verantwoordelijkheid

Ik vind dat de overheid meer verantwoordelijkheid zou moeten nemen om mensen online wegwijs te maken. Nu is er voor 2019 5,5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor 'het digitale welzijn'.

Maar als je dat verdeelt over het aantal mensen dat moeite heeft met de digitalisering van het leven - 2,5 miljoen - is dat slechts een paar euro per digibeet. Terwijl de verantwoordelijkheid om de burgers te beschermen volgens mij bij de overheid ligt. Bedrijven als Facebook hebben daar immers geen belang bij.

Klikken

Het zou goed zijn als er op scholen meer lessen worden besteed aan digitalisering. Leren 'klikken' zou net zo belangrijk moeten zijn als leren lezen en schrijven.

Leer kinderen bijvoorbeeld hoe ze veilige wachtwoorden genereren, hoe je bepaalt wanneer je een website kunt vertrouwen en waar je binnen zo’n site de juiste informatie kunt opzoeken. Maar ook wat het betekent als je foto’s opslaat in the cloud. Waar bevindt die cloud zich eigenlijk en wie kunnen er allemaal bij?

Inloopspreekuur

Senioren en laaggeletterden zouden daarentegen makkelijker hulp moeten kunnen krijgen bij het regelen van digitale zaken. Er zijn al wel computerclubs en vrijwilligers die zich daarvoor inzetten, maar het zou ook een prima studentenbaan kunnen zijn.

Veel mensen zijn immers best bereid om voor die hulp te betalen. Ook telefonische hulplijnen en inloopspreekuren zouden meer vanzelfsprekend moeten zijn.

Ik hoop in ieder geval dat er snel meer werk gemaakt wordt om mensen door het digitale doolhof te leiden. Want nu is het zo dat als de wereld te snel voor je gaat, je pech hebt. En dat mag toch niet zo zijn?"