Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Fleur en Ylse (r.)
Foto: Fleur van der Bij
Verhalen achter het nieuws

Fleurs zusje verongelukte:
Ook de dader was op de vlucht geslagen

Journalist

Lizette van Loenen

O

Op 22 oktober 1996 wordt Ylse (12) aangereden door een automobilist. Ze overleeft het ongeluk niet. Haar zus Fleur van der Bij (destijds 15, inmiddels 37) stopt haar grote verdriet weg, tot ze er dertien jaar later niet meer omheen kan. In haar boek Verkeersslachtoffer 22/10 gaat ze op zoek naar de man die haar zusje doodreed.

Fleur: "Ik kom uit een warm gezin. Mijn twee zusjes en ik groeiden op in het Friese Tjalleberd, een dorp waar destijds ongeveer vijfhonderd mensen woonden. Ik was er altijd buiten. Samen met vriendjes bouwden we hutten, sprongen we slootje (we sprongen ook heel vaak mis, tot wanhoop van mijn moeder) en hadden we een speelhuisje waar mijn zusjes en ik blubbersoep met gras maakten. Het was perfect, we konden daar heerlijk kind zijn.

Tweeling

Met Ylse, mijn middelste zusje, had ik een bijzondere band. We scheelden drie jaar, maar omdat zij groot en grover gebouwd was, leken we even oud. Zij had blond haar en ik was rossig, maar ondanks dat verschil konden we zo door als tweeling. We vroegen mijn moeder soms om dezelfde kleding voor ons te kopen, om dat plaatje af te maken.

Natuurlijk konden we ook ruziemaken als de besten, maar we vertrouwden elkaar volledig. In onze 'zussenclub' hielden we elkaar op de hoogte van de jongens in ons leven. Al die verhalen schreven we in ons logboek.

Aanrijding

Op 22 oktober 1996 fietste Ylse samen met mijn vader naar school. Ik was nog thuis, omdat mijn school dichterbij huis was. Ik weet nog dat ik aan tafel zat en ik net twee crackers had gepakt om te besmeren toen mijn moeder een telefoontje van mijn vader kreeg: 'Ylse is aangereden'.

De bestuurder had met de zijspiegel mijn vader geschampt en schepte daarna Ylse, die achter hem fietste. Met een enorme klap werd ze de sloot in geslingerd. Mijn vader haalde haar eruit en wachtte tot de ambulance er was.

Ambulance

Veel weet ik niet meer van die dag, maar het geluid van de sirenes van 'Ylses ambulance' vergeet ik nooit meer. We konden hem van een afstand horen. Het idee dat Ylse daarin lag, was hartverscheurend. Mijn vader reed mee in de ambulance, mijn moeder ging zelf.

Ik werd opgevangen door een vriendin van mijn ouders. Later die middag ging ik naar mijn opa en oma. Zij zei me dat ik 'flink moest zijn en niet moest huilen'. Toen mijn ouders mij samen kwamen ophalen, wist ik dat het mis was.

Goudkleurig steentje

Die namiddag hebben mijn ouders, andere zusje en ik afscheid genomen van Ylse. Door een onverklaarbaar voorgevoel had ik die dag een tasje gevuld met spullen die geluk zouden brengen. Dat nam ik mee naar het ziekenhuis.

Eén van de dingen was een goudkleurig steentje dat ik ooit in Frankrijk kocht, Ylse vond het prachtig. Toen ik naast haar bed stond streek ik het steentje eerst langs mijn eigen wang, toen langs de hare. Ik vind het nog altijd prachtig dat mijn toen 15-jarige brein dit bedacht; de puurste manier van afscheid nemen, helemaal op mijn eigen manier.

Weggestopt

De mantra van mijn oma, 'Niet huilen, flink zijn', heb ik jarenlang nageleefd. Te lang. Op dinsdag verongelukte Ylse, op zaterdag werd zij begraven en op maandag ging ik weer naar school.

Ik heb het verdriet om haar zo diep weggestopt, dat het soms voelde alsof ze mijn zusje niet was.  Ik wilde mijn ouders niet belasten met mijn verdriet en op school ging het leven ook gewoon door. Om mezelf te vermannen, ging ik heel stoer doen.

Op zoek

Over mijn zusje praatte ik niet, zelfs niet in mijn dagboeken. Pas jaren later, toen ik in 2009 een reis langs de Nijl maakte, een gebied waar de dood aan de orde van de dag was, begon ik het vaker over Ylse te hebben.

Ik vertrok met mijn backpack naar Sudan, waar ik een tijd bij een gezin logeerde dat net hun zoon was verloren tijdens de burgeroorlog. Hoe zij daarmee omgingen, zo open, zette mij aan tot praten over Ylse. Toen ik vijf maanden later terugkwam in Nederland was er zoveel bij me losgemaakt, dat ik weer 'op zoek' ging naar mijn zusje.

Manisch depressief

Ik las oude dagboeken, vond een oude liefdesbrief aan haar en durfde mijn herinneringen aan haar weer op te halen: Ylse ging weer 'leven'. Op een gegeven moment zó veel, dat ik manisch depressief werd van het trauma dat na al die jaren naar de oppervlakte kwam.

Door het schrijven van mijn eerste boek, De Nijl in mij, heb ik veel van dit trauma kunnen verwerken. Tijdens het schrijven liep ik echter tegen een belangrijk deel van mijn verwerking aan: de man die mijn zusje doodreed was mij nog altijd onbekend.

Dader

Door de gesprekken die ik voerde in een lotgenotengroep ontdekte ik dat communicatie heel belangrijk is voor de verwerking van verdriet. Uiteindelijk zijn de veroorzakers van verkeersongevallen ook slachtoffer; zij willen uiteindelijk ook geen ongeluk maken.

In plaats van te zwijgen, wilde ik weten hoe het met de veroorzaker van het ongeluk met Ylse ging. Ik wilde hem niet langer met kwade ogen bekijken, maar weten wat hij doormaakte. Ik wilde naar hem kijken als slachtoffer in plaats van als dader.

Meneer Smeets

Zo werd het idee voor mijn tweede boek, Verkeersslachtoffer 22/10: Op zoek naar de man die mijn zusje doodreed, geboren. Ik ben de confrontatie aangegaan en heb het politierapport van twintig jaar gelden gelezen, waar onder andere het getuigschrift van ene meneer Smeets in stond; de veroorzaker van Ylses ongeluk.

Ik noem hem bewust geen dader, want hij reed niet opzettelijk tegen haar aan. Deze man was jaren na de aanrijding op wereldreis vertrokken met zijn vrouw. Meer wist ik niet van hem.

Schuldgevoel

In mijn boek neem ik de lezer mee op mijn zoektocht naar deze meneer Smeets. Ik beschrijf veel persoonlijke dingen in mijn verhaal, zoals hoe het mij geholpen heeft om in contact te komen met de man die Ylse aanreed.

Doordat ik zelf altijd mijn verdriet heb weggestopt, wil ik anderen op het hart drukken hun mond open te trekken. Praten met 'de andere kant' kan bij de veroorzaker schuldgevoel wegnemen en bij de nabestaanden het plaatje compleet maken.

Op de vlucht

Ik heb meneer Smeets op een heel bijzondere manier gevonden en ontdekte dat we allebei op de vlucht zijn geslagen na het ongeluk. In het boek wil ik bovenal duidelijk maken hoe belangrijk het is om pijn onder ogen te komen.

Dat het laten zien van je tranen en kwetsbaarheid zo veel sterker is dan niet huilen en flink zijn. Veeg je gevoel niet onder het tapijt, maar praat met elkaar. Daar komt iedereen zoveel verder mee."

Jij op VROUW.nl

Wil jij ook je verhaal kwijt?

Dan kan dat hier...