Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Jeanine Hennis-Plasschaert
VROUW magazine

Minister Hennis-Plasschaert,
wat doet u nu?!

J

Jeanine Hennis-Plasschaert (43) is de eerste vrouwelijke minister van Defensie. Een gesprek over de verkiezingen, de krijgsmacht, het glazen plafond en het gemak van hoge knielaarzen. 

In de lange gang die naar de werkkamer van de bewindsvrouw leidt, bevinden zich portretten van haar voorgangers. Straks zal daar voor het eerst een vrouw tussen hangen. Bode Tom brengt zwarte koffie en cola-light in haar werkkamer, de excellentie slaat de in hoge knielaarzen gestoken benen over elkaar. 

Verkiezingen

Waar draaien de verkiezingen die deze keer helemaal spannend worden volgens u echt om? “Toen dit kabinet aantrad, bevonden we ons op het dieptepunt van de crisis. Inmiddels doet Nederland het goed, maar nog niet iedereen ervaart dat zo. Uit het dal van de financiële crisis klimmen is één, de weg verder omhoog bewandelen is twee maar iedereen daarvan laten profiteren is drie. Er is nog veel werk aan de winkel. Daarnaast leven we in een turbulente wereld die zich voor heel veel mensen in Nederland vertaalt in grote stromen vluchtelingen en de terroristische dreiging. Ook de Brexit brengt onzekerheid met zich mee, net als de verkiezing van Trump. Dat voedt een gevoel van onzekerheid en onbehagen. Het gevoel geen controle te hebben is, denk ik, het thema van deze verkiezingen.”

Veel mensen vinden het een onveilige, boze wereld waarin we nu leven. Maakt u zich ook zorgen? “Als defensieminister is mijn wereldbeeld er niet beter op geworden. Ik beschik over ontzettend veel informatie. Dat is niet per se negatief, maar wel een harde realitycheck. De wereld bestaat niet uit bloemetjes en bijtjes. Dat wist ik al, maar mijn beeld is nu nog minder rooskleurig. En de wereld is op dit moment ongekend hard. Er is onmiskenbaar iets aan de hand, dat voelen we, dat zien we. En we hebben te maken met de consequenties daarvan: de dreigingsniveaus, de stromen mensen die ook op onze deur blijven kloppen; dat zijn allemaal zaken waarvan we ons moeten vergewissen en die we moeten aanpakken. Ik pleit voor meer realisme. Sommigen zeggen dat we de dialoog moeten aangaan. Toch niet met die zelfmoordterrorist die op het punt staat zich op te blazen? Daar moet je tegen optreden. Anderen zeggen: grenzen potdicht, hek eromheen, er komt hier niemand meer in. Ook dat is ver van de realiteit, want Nederland is volledig verweven met de wereld om ons heen.”

Niet van suiker

Wat is leuk en wat is minder aan zo’n campagnetijd? “Om fit te blijven hou ik reinheid, structuur en regelmaat aan. Dat klinkt een beetje suf, maar op tijd naar bed gaan, helpt. Geen kiezer zit te wachten op een politicus die haar ogen niet kan openhouden van vermoeidheid. En dat risico loop je, want zo’n campagnetijd is pittig. Iedere keer neemt een kiezer me onverwacht mee in zijn of haar levensverhaal. Dat zijn de cadeautjes. Tegelijk is het ook confronterend. Als politicus word je niet aangepakt met een fluwelen handschoen. Er zullen stukken verschijnen waarvan ik denk: mijn hemel. Of collega’s halen onverwacht naar me uit. Ik moet me schrap zetten, maar ik ben niet van suiker.” 

Maar ook niet van steen, heeft u gezegd... “Klopt. Ik vind het onzin als iemand zegt: niets raakt me meer. Dat is slecht nieuws, want je bent gewoon mens. Als je passie, en dus emotie, inzet voor een bepaalde zaak, doen dingen je ook pijn. Dat kan niet anders, en geldt hier ook. Sterker nog: als ik dat niet meer voel, stop ik ermee. Dan ben ik immuun geworden en dat wil ik niet.”

Hakken aan boord

Was het lastig om als eerste vrouwelijke defensieminister een houding te vinden in zo’n alfa-omgeving? “Ik heb nooit het gevoel gehad: jij bent een meisje en wij niet. Hier word je aangesproken op de resultaten die je boekt. Militair, burger, man en vrouw herkennen een bepaalde drive bij elkaar. Natuurlijk was het wennen. Zo kreeg ik het advies om geen hakken te dragen aan boord van een schip, vanwege de gaten in de loopplank. Die tip hebben ze mijn voorgangers nooit hoeven geven. Ook moest tijdens de eerste dagen mijn adjudant, een stoere marinier, mijn tas van koeienvacht voor me vasthouden. Dat was geen gezicht, dus die werd vervolgens in een camouflage-rugtas gepropt. Daaruit bleek: hé, er zit een vrouw op het ministerie.”

Klopt het verhaal dat er altijd iemand bij u in de buurt moet zijn met een reservepanty? “Ha, nee. In het begin had ik een keer een ladder in mijn panty en moest mijn chauffeur op een onmogelijke plek op zoek naar een nieuw paar. Ik dacht: dat overkomt me nooit meer. Dus heb ik nu altijd reservepanty’s in de auto liggen. Laatst had ik hier op het ministerie een beginnende ladder en ik moest bijna weg om ergens te spreken. Ik had geen tijd om naar de winkel te gaan, dus liep ik in het gebouw te leuren: wie heeft er een potje nagellak? Een vrouwelijke collega had het bij zich, dus repareerde ik het snel even hier in de gang. Toen riepen die kerels: ‘Minister, wat doet u nu?’ Ik zei: ‘Zo stop je een ladder.’ Daar hadden ze werkelijk nog nooit van gehoord.” 

Tekst: Bernice Breure 

Lees het hele interview in VROUW magazine: ''Ha, slanker word je er niet van en knapper ook niet. Maar het is oké.''