Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

VROUW magazine

'Ik voel me schuldig
als ik mijn takenlijst niet afwerk'

Vivienne Groenewoud

D

De badkamervloer schrobben. De tuin onkruidvrij maken. Sporten. Je weet dat het nodig is, maar je ertoe zetten? Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Journalist Vivienne Groenewoud gaat haar uitstelgedrag te lijf.  

 

Zoals elke vrouw hou ik ervan om op een bizar drukke maandagochtend een slordige vijfenveertig minuten te spenderen aan het bestuderen van mijn poriën in de spiegel, honderden Pinterest-posts met de perfecte pony (het kapsel, niet een klein paard) te pinnen en het bekijken van dansende peacock spinnen op YouTube.

Bruine band in uitstelgedrag

Je zou dus zomaar kunnen denken dat ik best de bruine band heb verdiend in uitstelgedrag, maar tegelijkertijd ben ik dus ook verslaafd aan het heerlijke gevoel productief te zijn. Een irritante combinatie, dat moge duidelijk zijn. Als het me een dag niet lukt om mijn takenlijstje af te vinken, voel ik me schuldig, nutteloos en onbevredigd. Erger nog: als zoiets een paar dagen achter elkaar gebeurt, krijg ik last van angstdromen waarin ik met een vogelnest op mijn hoofd en in een vervilt joggingpak op de bank zit, met als enige maaltijd een eenzaam pakje Yum Yum noedelsoep in m’n keukenkastje.

Neem nou zo’n door massa’s mensen bejubelde pyjamadag: dat is dus een van mijn grootste nachtmerries. Omdat ik graag wilde begrijpen wat mensen daar zo fijn aan vinden, heb ik het geprobeerd. Maar aan het eind van een dag doelloos rondhangen in ongewassen staat, moest ik mezelf weerhouden van een sessie nagellakken van de cavia van mijn zoon. Niet voor herhaling vatbaar dus. 

Perfecte dag

Mijn perfecte dag is verdeeld in keurige blokken van pakweg negentig minuten. Een strak tijdschema waarin ik douche, mijn zoon naar school help, mijn huis aan kant maak, mijn mail behandel, twee stukken per dag produceer en drie keer per dag een uur snelwandel met mijn honden. De resterende tijd kan ik dan spenderen aan oeverloos internetten, series kijken, mijn geliefde witte wijn achterover tetteren, koken en een heerlijk slaapje doen op de bank zonder me schuldig te voelen; gewoon, omdat ik het heb verdiend.

Daarom is het een extra wrede speling van het lot dat ik beschik over een eigenschap die ikzelf maar betiteld heb als het hardnekkige Niemand-zegt-me-wat-ik-moet-doen-ook-ikzelf-niet-syndroom. Helaas heb ik tot op heden niet veel informatie kunnen vinden over de herkomst van deze aandoening, noch over een mogelijke behandeling. Als ik er mijn eigen supermarktpsychologie op loslaat, denk ik dat het geworteld is in een fundamentele fantasie, dat de wereld een plek is waarin mijn vloeren zelfreinigende eigenschappen bezitten en waarin hygiënische doekjes zelf de spetters bolognesesaus van mijn keukenmuur boenen. En waar je tegen opdrachtgevers kunt zeggen dat je geen zin hebt in een bepaalde opdracht en zij reageren met: “Natuurlijk joh, geef maar terug, in plaats daarvan krijg je een bonus. Ja, gewoon, zomaar. Omdat je leuk bent. En ook zo eerlijk.” 

Harde werkelijkheid

Helaas is deze dagdroom nog nooit werkelijkheid geworden. Daarom zit ik op dit moment, om precies zeventien minuten voor middernacht, dit stuk te tikken waarvan de deadline morgen is, ondertussen hardnekkig de stapel afwas in de keuken negerend. Nu bof ik op zich nog, want met een creatief beroep kun je nog altijd à la Scarlett O’Hara melodramatisch verzuchten: “I’ll think about it tomorrow. Tomorrow is another day.” Dat je inspiratie nu eenmaal niet kunt forceren, en dat wereldse zaken als ‘de afwas’ niets betekenen als je aan het creëren bent. Maar zodra het gaat om zaken als het schoonmaken van de badkamervloer, een bezoek aan de sportschool brengen of de tuin onkruidvrij maken, gaat dat natuurlijk nooit werken. 

Wat dan wel weer fijn is: in de tijd dat ik besloten had de badkamer te doen, heb ik een volledig weekmenu samengesteld, een Twitter-ruzie over de definitie van het woord ‘hypochondrie’ uitgevochten en gegoogeld naar anti-allergeen hondenvoer, omdat een van mijn harige huisgenoten voortdurend met zijn snuit in zijn achterste begraven zit. Verder heb ik nog gekeken of mijn jeugdliefde inmiddels eindelijk gescheiden is (puur uit intermenselijke interesse natuurlijk), een citroenmuffin naar binnen gepropt en de meest tenenkrommende fragmenten van Meester Visser doet uitspraak teruggekeken, maar dat terzijde. 

De beloning

Toen ik vanmorgen wakker werd, had ik maar één doel: dit artikel afmaken voor 11.00 uur. Tegen de tijd dat het 10.00 uur was, had ik drie koppen koffie gedronken, een boswandeling gemaakt om mijn hoofd leeg te maken en deze fysieke inspanning beloond met een chocolade croissant. Maar ondertussen voelde ik me voort-durend schuldig over mijn gebrek aan voortgang. Daarna heb ik drie verschillende tabbladen op mijn MacBook geopend en
niets geschreven. Ik wil maar zeggen: uitstelgedrag geeft misschien tijdelijke bevrediging, maar je betaalt dat terug met een knagend schuldgevoel en frustratie.

Tijd dus om het serieus aan te pakken en mezelf de vraag te stellen: ‘Waar komt toch dat uitstelgedrag vandaan?’ De meeste deskun-digen menen dat het niet voortkomt uit luiheid of een gebrek aan motivatie en organisatietalent, maar uit angst. Angst? Dat begrijp ik niet echt. Ja, als je met een glas chardonnay in een heet schuimbad ligt en de schimmel op de muur zichzelf geheel zelfstandig verplaatst naar het gebied tussen je tenen... dat is pas iets om bang van te worden. En best motiverend om er iets aan te doen. En toch... schuif ik het nog steeds voor me uit. 

Win-win

Daarom bel ik met psycholoog Jeffrey Wijnberg, in de hoop dat hij me tips kan geven om mijn hardnekkige uitstelgedrag voorgoed het hoofd te bieden. “De meest effectieve methode om je niet tot uitstelgedrag te laten verleiden, is om er een afspraak over te maken met een ander levend persoon. Een afspraak met jezelf is namelijk te makkelijk afgezegd. Je vergeeft jezelf nu eenmaal alles...” 

Dat klopt wel. Ik ben echt een ster in het maken van vage beloftes aan mezelf, in de trant van: “Ik doe het later. Echt!” Ik heb dan alleen geen idee wanneer dat ‘later’ zou moeten zijn, behalve dat het niet ‘nu’ is. Een afspraak met een ander, iemand die je echt houdt aan je belofte, kan dan een uitkomst zijn. Ook omdat je diegene waarschijnlijk moet omkopen met een etentje als het je weer niet gelukt is om je belofte na te komen. Heb je zelf ook nog iets om naar uit te kijken. Een win-win situatie.

Allerbeste tip

“Maar de allerbeste tip, die ik zelf ook dagelijks hanteer, is de pick up onze-methode,” vervolgt de psycholoog. “Als je een mail opent, beantwoord die dan meteen. Niet dichtklikken, want dan begin je er waarschijnlijk nooit meer aan. Datzelfde geldt eigenlijk voor alle dingen die je ‘aanraakt’: je hebt maar één kans. Benut je die niet, dan is de ketting doorbroken. Zo wordt het een sport om rotklusjes direct weg te werken. Aan het eind van de dag ligt er dan niets anders meer op je te wachten dan een heerlijk, voldaan gevoel.”

Kijk, daar kan ik wel iets mee. Ik zal echt niet beweren dat ik vanaf nu nooit meer dingen ga uitstellen, maar op het moment dat ik blijf klikken op de vakantiefoto’s van iemand die ooit verkering had met een studiegenootje in mijn propedeusejaar, of uitvoerige verhandelingen lees over het koken met een römertopf (die ik niet eens in mijn keukenkastje heb staan), werp ik een blik op het knalgele memopapiertje dat ik aan de zijkant van mijn laptop heb geplakt, met de tekst: ‘Is deze afleiding nou echt je kostbare tijd waard?’ 

Leven is geen sprookje

Meestal zal mijn antwoord daarop trouwens ‘ja’ zijn, want het leven is geen sprookje en in werkelijkheid eindigen nou eenmaal niet alle verhalen met een passende oplossing. Ik blijf er dus vast nog van alles aan doen om het schoon schrobben van de vieze badkamervloer voor me uit te schuiven. Maar als maar vijf procent van mijn ‘taken’ niet meer op de lange baan belandt, is dat toch al mooi meegenomen.

Gerelateerde onderwerpen