Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Barsingerhorn
VROUW magazine

'Toen we naar het platteland verhuisden,
knaagde er wel iets'

journaliste

Rianne Sepers

E

Een piepklein dorp zonder supermarkt, bioscoop of station: waarom zou je daar willen wonen? Omdat het er heerlijk is! Journalist Rianne Sepers (32) ontdekte de charme van het platteland.

Ik woon in Barsingerhorn. Het is niet erg als u dat niet kent; ik vermoed dat zo’n 98% van de bevolking het niet kent. En als ik zeg: 'Barsingerhorn is een dorpje tussen Haringhuizen en Lutjewinkel', heb ik u waarschijnlijk niet veel wijzer gemaakt. Dus laten we het houden op: ik woon op het Noord-Hollandse platteland. 

Alle grote winkelketens

Ik heb niet altijd in een piepklein dorp gewoond. Hiervoor huurde ik een fijn huis aan de rand van het centrum van Alkmaar. Natuurlijk geen stad met metropoolachtige allure als Amsterdam, maar met alle grote winkelketens, meer dan één station, rondvaartboten vol toeristen, een groot theater, supermarkten die altijd open zijn, een megabioscoop, Kentucky Fried Chicken en een groot voetbalstadion, is Alkmaar toch wel een Echte Stad. Een stad waar mijn meneer en ik wilden blijven.

No way dat we ooit nog zouden teruggaan naar zo’n dorp als waar we opgegroeid waren. Zo’n dorp met een paar duizend inwoners, één supermarkt, één café, één basisschool, één slager, één bakker, één ­pizzeria en één kledingzaak met ‘mode’ die ergens halverwege het vorige decennium al ‘vorig seizoen’ was. Nee hoor, we gingen op zoek naar ons Alkmaarse droomhuis.

Troosteloze jarentachtigwijk

Meer dan twintig huizen bezochten we, maar dat droomhuis zat er niet tussen. Te hokkig, aan een te drukke weg, te weinig daglicht, te weinig tuin, te dicht op andere huizen, te weinig parkeerplek in de straat… De reden om een huis niet te kopen was steeds terug te voeren op één ding: ruimte.

Ruimte die we vanuit onze jeugd gewend waren en die we plotseling misten. En toen hadden we een probleem, want de huizen die wél aan onze wensen voldeden, waren te duur.

En in zo’n troosteloze jarentachtigwijk aan de buitenkant van de stad wonen, was ook niet echt ons idee van leuk. Dus wat nu? 'Misschien toch maar terug naar een dorp?' opperde ik heel voorzichtig. 'Misschien...' antwoordde hij. En zo geschiedde. 

Koeien en schapen

Barsingerhorn dus. Inwonertal: 775. Aantal supermarkten: 0. Aantal basisscholen: 0. Aantal restaurants: 0. Aantal slagers/bakkers/modezaken: 0. Aantal kroegen: 1. Als je me twee jaar geleden had verteld dat ik hier zou gaan wonen, had ik je vriendelijk doch keihard uitgelachen.

En nu woon ik hier tussen de koeien en schapen. De letterlijk eeuwenoude huizen staan bijna allemaal op een slingerend oud dijkje, de grote achtertuinen lopen glooiend af richting sloot en weiland.

Pittoresk

Ze hebben woorden voor dit soort plaatsjes: pittoresk, schilderachtig. Of, zoals mijn vrienden uit de stad opperden: saai, leeg, burgerlijk. 'Wáár ga je wonen?' was dan vaak ook de eerste reactie als ik vertelde over ons nieuwe huis. 'Waarom zou je dat in vrédesnaam willen?!' de tweede.

En ja, eerlijk is eerlijk: zélfs toen we het koopcontract tekenden, wist ik ook niet helemaal zeker waarom we het wilden. En of het wel zo’n goed idee was. Het enige wat ik wist, is dat we na maanden van vruchteloos huizen kijken stápelverliefd waren geworden op een pand waarvan we nog vóór we door de voordeur geloodst waren al zeiden: 'Laten we een bod doen.'

Meer dan een ton goedkoper

Het huis heeft alles wat we wilden en meer: een grote boerenkeuken, inclusief zo’n ouderwets fornuis met drie ovens, een zonnige werkkamer waar ik stukjes kan tikken, openslaande deuren naar de dertig meter diepe tuin op het zuiden, een bad, een open haard met delftsblauwe tegeltjes die - net als het huis zelf - al 130 jaar oud zijn, prachtige houten vloeren en zelfs een inloopkast.

En had ik al verteld dat dit paleisje meer dan een ton goedkoper was dan al die huizen die we in de stad bekeken? Een ton! Honderdduizend euro! Op het platteland krijg je gewoon nogal waar voor je geld. En dat ons gehucht zo onbekend is, dat er laatst een brief binnenkwam voor mevrouw Sepers in Warsingerworm... dat nemen we op de koop toe. 

Zitkuil

Al bleef daar dat knagende gevoel dat in de maanden voor de verhuizing de kop opstak als we even naar de stad waren gelopen voor een drankje op een terras, of als de melk voor de koffiemachine op bleek en ik ­binnen drie minuten in de supermarkt stond. 'Dat kan straks dus niet meer. Wat doen we onszelf aan…'

Maar wat bleek? Als de melk uit je koffiemachine op is, heeft één van de buren altijd nog wel een pak staan. En de zitkuil aan het water in die achtertuin op het zuiden? Daar kan dus geen terras ter wereld tegenop. Ja, je moet je eigen wijntje inschenken, maar who cares als je de zon ziet ondergaan achter de landerijen, terwijl je nog een blokje hout in de vuurschaal gooit?

Na anderhalf jaar buiten wonen kan ik uit de grond van mijn hart zeggen: 'Mij zie je niet meer terug in de stad! Behalve het huis - waar ik altijd direct voor de deur heb kunnen parkeren - blijkt vooral ook de omgeving heerlijk te zijn.

Lees de rest van het artikel in VROUW magazine.