Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Alice van der Horst
Foto: Maria Stijger | VROUW Magazine
VROUW magazine

Alice: 'Ze behandelden me
als een crimineel'

Redactie VROUW

A

Alice van der Horst (25) werd als peuter bij haar verslaafde moeder weggehaald en in pleeggezinnen geplaatst. Ze liep vaak weg en belandde uiteindelijk op haar 15e (!) in de jeugdgevangenis. Niet omdat ze iets ­strafbaars had gedaan, maar omdat ze nergens anders terechtkon. Karin Koolen sprak met Alice voor VROUW Magazine.

“Ik kan me het moment dat ik in de ­jeugdgevangenis aankwam nog levendig herinneren. Met een justitiebusje werd ik het terrein op gereden. Hoge hekken, prikkeldraad, cameratoezicht… Wat doe ik hier, ik heb niemand iets misdaan, dacht ik toen ik gefouilleerd werd en mijn spullen moest afgeven."

Ik werd als een crimineel behandeld. Elke nacht ging mijn kamerdeur op slot. Ik had me al vaak alleen gevoeld in mijn leven, maar nog nooit zoals toen."

Onhandelbaar

Op mijn derde werd ik bij mijn moeder weggehaald. Ze was verslaafd aan heroïne. Omdat ze niet voor me kon zorgen, had ze mij ondergebracht bij vrienden die de jeugdbescherming inschakelden. Mijn vader heb ik nooit gekend.

Van mijn eerste pleeggezin kan ik me niets herinneren. Ik weet alleen dat dit echtpaar ging scheiden en alle pleegkinderen elders werden ondergebracht – ik was toen 8. Ik herinner me wel het tweede pleeggezin...

Vier jaar lang werd ik seksueel misbruikt door de oudste zoon. Ik kreeg altijd straf. Dan zat iedereen gezellig in de tuin en moest ik naar mijn kamer, zonder te weten wat ik fout had gedaan. Vaak werd ik zonder eten naar bed gestuurd. Als iedereen lag te slapen, ging ik naar voedsel zoeken. ‘Onhandelbaar,’ noemden ze me. ‘Ik loog, stal en bedroog,’ zeiden ze. Er was niets van waar... Ik was gewoon een kind en had honger! 

Aangifte

Later kwam ik terecht in een kindertehuis en daar had ik verrassend genoeg een leuke tijd. Vooral omdat ik er mocht paardrijden, dat werd echt een passie. Wel moest ik op verlof naar mijn pleegouders. Toen ik aan een meisje uit het kindertehuis vertelde wat mijn pleegbroer met mij deed, zei ze: ‘Joh, volgens mij is dat niet normaal hoor.’ Dat was een openbaring.

Toen besefte ik pas dat het inderdaad niet normaal was. Ik voelde me vies en wilde nooit meer terug naar die mensen. Ik heb aangifte gedaan en mijn pleegbroer werd opgepakt.

Maar mijn pleegouders bleven me een leugenaar noemen; ik zou het hebben verzonnen om hen een hak te zetten. Later vertelde mijn pleegbroer dat hij stemmen hoorde die hem ertoe hadden aangezet…

Hechtingsstoornis

Ik was 12 toen ik bij een nieuw pleeggezin terechtkwam, op een boerderij. Daar ging het eigenlijk echt mis. Dat lag niet aan mijn pleegouders, maar aan mijn hechtings­stoornis. Ik wist niet beter dan dat ik overal werd weggestuurd en heb nooit geleerd om me te hechten.

Met mijn oudere pleegzus kwam ik een beetje op het verkeerde pad terecht: liegen, laat thuiskomen… Zij wilde ’s avonds stiekem weg of tot laat rondhangen met oudere jongens. Dan moest ik tegen onze pleegouders zeggen dat we de fietssleutel hadden verloren.

Toen begon ook het weglopen. ‘Waar was ik naar op zoek?’ vraag ik me nu af. Ik had lieve pleegouders die me als hun eigen kind behandelden. Waarom verpestte ik dat? Nu begrijp ik het wel: ik wist niet hoe ik met hun warmte moest omgaan. Daarom duwde ik ze weg en maakte ik het kapot. 

Crisisopvang

Een paar weken zat ik in de crisisopvang, maar ook daar liep ik weg. Ik ging niet meer naar school, hing rond met oudere, foute jongens. Heel naïef dacht ik dat ik bij hen gewoon kon slapen, maar natuurlijk wilden zij meer.

Ook daar heb ik, terugkijkend, traumatische ervaringen opgedaan. Ik was totaal bandeloos. Tot mijn voogd besloot me in een gesloten inrichting te plaatsen. Dan kon ik tenminste niet weglopen, zei ze.

Opgesloten

Ze brachten me – 15 jaar oud – naar het Poortje, een jeugdinrichting in Groningen, waar ik op de gesloten afdeling terechtkwam. Ik herinner me nog de blikken, het schelden... Zeker het eerste jaar ben ik erg gepest. Door de stress had ik plekken op mijn gezicht, ze noemden me ‘schurften­bek’.

In het Poortje zaten niet alleen jongeren met een strafblad, maar ook kinderen met problemen thuis, slachtoffers van loverboys die beschermd moesten worden en weglopers zoals ik.

Dat had te maken met de wachtlijsten voor beschermd of ­begeleid wonen; die waren ellenlang! Ik kon daar ook niet terecht en waar moesten ze anders met me heen? Mijn voogd zag simpelweg geen andere optie.

Intensieve therapie

Wat ik nodig had, was een goede begeleider voor mij en mijn pleeg­ouders. En intensieve therapie. Die kreeg ik niet in de gevangenis, ik was daar een nummer. Ze regelden een dak boven m’n hoofd en eten; daar had ik het mee te doen. Ik kreeg ook nooit bezoek.

Het eerste jaar zat ik op de gesloten afdeling, daarna kwam er een plek vrij op een afdeling met meer vrijheden. Ik mocht sporten, kon intern certificaten halen en later zelfs naar een school in Groningen. 

Verkeerde mensen

Een week voor mijn 18e verjaardag verliet ik de jeugdinrichting en kon ik eindelijk begeleid gaan wonen. Dan woon je zelfstandig maar komt er een begeleider langs om je te helpen met praktische zaken. Maar al snel raakte ik in aanraking met verkeerde mensen. Drank, drugs… Ik kon mijn ­grenzen niet bewaken.

Ik vergooide school en trok in bij een foute man van in de 30. Na de zoveelste gewelddadige ruzie schopte hij me eruit en kwam ik terecht bij de daklozenopvang.

Ongepland zwanger

Ergens rond die tijd werd ik ongepland zwanger. Ik kende Pieter, de vader van mijn zoon, net en we besloten het kindje te houden. In die periode heb ik geprobeerd contact te krijgen met mijn biologische moeder, maar ze interesseert zich niet voor mij.

‘Geen plek,’ zei ze toen ik zwanger voor de deur stond en vroeg of ik bij haar kon wonen met de baby. Ze wilde ook niet bij de bevalling zijn. Dan moest ze ‘helemaal’ naar Groningen komen...

In VROUW Magazine lees je hoe Alice werkt aan een nieuwe start in het leven.

Gerelateerde onderwerpen