Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Hollandse Hoogte/Marcel Krijgsman Photography
VROUW magazine

Marjolein ging een weekendje ‘festivallen’:
Ik kan wel janken!

journaliste

Marjolein Hurkmans

H

Hoezo zou je niet meer naar een festival kunnen als je de 50 bent gepasseerd? Volgens VROUW-redacteur Marjolein Hurkmans ben je echt nooit te oud voor een nieuw avontuur. Maar een weekendje Paaspop in de regen en ze is voorgoed genezen. Nou ja, het kan in ieder geval van de bucketlist af. 

Het water loopt in mijn schoenen. Binnen enkele seconden zijn mijn sokken doorweekt. Ik sta tot mijn enkels in de modder. “Je moet je schoenen uitdoen voor je de caravan ingaat,” sist mijn man, die drie onweersbuien tegelijkertijd uitstraalt. “Anders is straks alles smerig.” Alsof het uitmaakt. Mijn sokken zijn zwart van de drab.

Grote modderpoelen 

Binnen hangt een vage schimmellucht. “Als je maar weet dat ik mijn kleren aanhoud vannacht,” gromt mijn geliefde verder. “Er zitten vast beesten in het bed.” Ik draai aan de kraan. Er gebeurt niks. Hij is nergens op aangesloten. De luxaflex hangt een beetje scheef. Manlief maait verwilderd om zich heen. “Geen kacheltje.”

Mijn trui jeukt, mijn spijkerbroek kleeft aan mijn benen. Buiten blijft de regen meedogenloos doorratelen. De modderpoelen worden groter en groter. Ik hoop maar dat de caravan niet wegdrijft. Of misschien beter van wel. Dan hebben we een goed excuus om voortijdig te vertrekken. ‘Ja sorry hoor, we hadden het hartstikke naar ons zin. Maar helaas, de caravan raakte op drift.’

Het begon allemaal zo mooi. Een winterse avond, zo rond Kerstmis. Er was al een fles wijn leeg. “Zullen we,” zei ik tegen mijn man die knus op de bank hing in zijn geruite pyjamabroek, “dit jaar naar een festival gaan?” We googelden een uurtje. Voor de gezelligheid. Niet met vastomlijnde plannen, maar meer voor de fun. We hadden beter moeten weten.

Bucketlistdingetje 

Op precies dezelfde manier zaten we ooit samen in onze beeldig verbouwde jaren 30-woning rond te struinen op Funda. Ook voor de lol. Zonder verhuisplannen. Nog geen maand later tekenden we het koopcontract voor een vervallen pakhuis. De impulsaankoop van ons leven. Lief en ik moeten ons eigenlijk verre houden van vage plannen en ‘we kunnen weleens kijken’.

Wij lopen altijd meteen in zeven sloten tegelijk. “Het zou toch wel grappig zijn,” zei ik, “om naar de Zwarte Cross te gaan of zo. Ik bedoel, we hebben nog jaren genoeg te gaan voor we achter de geraniums zitten...” We checkten de line-up en stuitten vervolgens op het woordje ‘uitverkocht’.

“Moeten we dan in zo’n tentje?”, vroeg de man met overduidelijke tegenzin, terwijl hij nog een fles wijn opentrok en ik ondertussen verder zocht. “Bij Paaspop hebben ze ook een VIP-camping,” zei ik blijmoedig. “Kun je gewoon een caravan huren. Zit je lekker droog en als het koud is, kunnen we het kacheltje aansteken. Hoe knus... En ik heb dat vroeger nooit gedaan hè, zo’n meerdaags festival. Daar had ik nooit geld voor. Het is toch wel een beetje een bucketlistdingetje.”

Bekvechten 

Een glas Merlot later hadden we twee campingtickets, inclusief Kip-caravan, geboekt voor een bedrag waarvan we ook een lang weekend naar Parijs hadden gekund. Maar hey, je bent niet meer zo jong, maar je wilt nog steeds wat. We deden net of we de onheilspellende weersberichten in de aanloop naar ons Paaspopweekend niet zagen en als iemand anders er iets over durfde op te merken, zeiden we dat die voorspellingen toch nooit uitkomen.

Het zou allemaal best wel meevallen. En we hadden immers een caravan gehuurd. Mooi dat Iggy Pop kwam optreden. ‘Nee, hoezo is dat een demente oude man?’ En nou ja, Dotan had weliswaar afgezegd, maar daarvoor in de plaats kwam Jett Rebel en die was vast ook heel leuk. En dan was er ook nog Miss Montreal en het Schone Kind met zijn band. Als je daarvoor niet wat regendruppels wilde trotseren... We hielden de moed erin. 

“Ik wil naar huis,” zegt mijn man. “Ik ben hier gewoon echt te oud voor.” Hij heeft het dekbed uit de caravan om zijn schouders geslagen en kijkt mismoedig de duisternis is. “Het kan erger,” zeg ik. Even verderop staan een soort van kartonnen tenten. Grote vochtplekken kruipen vanaf het natte gras omhoog. “Daar hadden we ook in kunnen slapen. En Miss Montreal was toch leuk. En die Wombats waren ook geweldig.”

“Ik heb het koud,” mompelt hij. “Jij ook altijd met je wilde plannen.” Er komt bijna ruzie van, want hij was er toch echt zelf bij toen we dit bedachten. Bijna, want we hebben het allebei te koud en we zijn te moe om het op een bekvechten te zetten. Vanaf het tentenkamp, waar groepjes pubers het best naar hun zin lijken te hebben onder doorzichtig plastic zeilen, klinkt muziek. “Laten we kijken of we ergens iets warms kunnen krijgen,” stel ik voor.

Plassen over voeten

Het is inmiddels een stuk kouder geworden en het regent nog steeds. De houten planken, die als een soort paden door de camping snijden, zijn licht bevroren. Ik ga meteen onderuit. In de keet die als supermarkt (assortiment: chips, bier en frisdrank) annex café dient, is het een chaos. Overal liggen plastic bekers, lege zakken van cellofaan, plastic bakken met restjes friet en hamburger. Alsof er geen vuilnisbakken zijn (en die zijn er wel).

Een groep feestvierders heft net luidruchtig een lied aan over gerstenat en vrouwelijke rondingen, maar dan in minder fraaie bewoordingen. Het ruikt er naar verschraald bier en frituurvet, maar ze hebben er koffie en zoete tomatensoep. Het is beter dan niks. Terug in de koude vochtige caravan duiken we met kleren en al ons bed in. Misschien wordt het morgen beter? “Het is maar voor drie nachtjes,” fluister ik vlak voor ik in slaap val, “dat houden we toch wel vol?”

Lief zucht, ergens schreeuwen mensen om meer bier. “Zal ik een klacht indienen wegens geluidsoverlast? Zo van: boeken we een weekend op een Brabantse camping voor onze rust, krijgen we dit.” Ik ben blij dat hij zijn gevoel voor humor heeft teruggevonden.

Rond vier uur in de ochtend word ik wakker. Ik moet plassen. De toiletten zitten een paar honderd meter verderop. Ik strompel naar de deur van de caravan, het terrein is veranderd in een moeras. In het donker zoek ik met mijn voet naar het trapje. Het is scheef weggezakt in de modder. Ik verlies mijn evenwicht en kukel zo de Kip uit.

Mijn broek is kleddernat. Ik kan wel janken. In deze staat ga ik echt niet de afstand naar het sanitairhok afleggen. Ik plas wel hier, net als vroeger, gewoon gehurkt in het donker. Met moeite stroop ik de klamme broek naar beneden. Natuurlijk plas ik over mijn voeten heen. Als kind was ik ook al niet zo goed in mikken.

Iggy Pop

Het regent nog steeds, de volgende ochtend. Mismoedig zitten we onder de luifel in de modder. Het festival begint pas ’s middags. “Zullen we een rondje gaan rijden?”, vraagt de man, “met de verwarming hoog?” Even wil ik voorstellen om meteen vast de bagage naar de auto te brengen. Maar dat is flauw.

We hebben voor drie dagen geboekt. Dan geef je niet op na één nacht. Op het weiland waar de auto geparkeerd staat, zijn ondertussen tractors bezig met het uit de modder trekken van diverse voertuigen. Een grote vrachtwagen komt planken brengen om de verzakte paden op het festivalterrein te vervangen. We komen zelf zonder problemen weg.

Bij een benzinepomp kopen we worstenbroodjes. Althans, hij koopt ze. Ik ben door mijn nachtelijke escapade volstrekt ontoonbaar geworden. Volledig onder de modder bel ik uiteindelijk bij mijn in de buurt wonende moeder aan, die godzijdank droge sokken voor ons heeft. Ze houden het niet lang. Een stap terug op het terrein en mijn schoenen lopen alweer vol.

We schuilen voor de regen in een tent waar een best leuke jazzband speelt, zien hoe het Schone Kind capriolen uithaalt op zijn gitaar, eten een warme wafel met banaan en karamelsaus. “Was jij vroeger eigenlijk fan van Iggy Pop”, vraagt Lief dan. “Eerlijk, ik ken maar één nummer: Ca plane pour moi.”

“Dat was Plastic Bertrand,” zegt hij stoïcijns. “Iggy Pop was van Lust for Life.” O ja, dat ken ik ook. Neuh, een fan zou ik mezelf niet willen noemen... Drie uur later zitten we thuis op de bank. In pyjama, de verwarming vol aan. “Weet je wat ook leuk zou zijn om een keer te doen?”, zeg ik. “Hou je mond,” zegt Lief. “We gaan Netflixen.”

Jij op VROUW

Heb jij ook iets meegemaakt en wil je dat met ons delen?

Dan kan dat hier!