Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Corné van der Stelt
VROUW magazine

Loïs was 8 jaar verslaafd:
Alcoholverslaving vooral taboe onder jonge vrouwen

journaliste

Hanna Gillissen

I

In het nieuwe BNN-VARA programma Ik durf het bijna niet te vragen, rekenen onbegrepen Nederlanders af met de vooroordelen die mensen over hen hebben. In de eerste aflevering vertellen (ex-)drankgebruikers over hun verslaving en beantwoorden zij ongemakkelijke vragen over alcoholisme. Vorig jaar spraken wij Loïs Bisschop (33). Ze had haar leven prima op orde, toch was ze acht jaar lang verslaafd aan alcohol. Inmiddels kan ze vertellen hoe ingewikkeld het is om nuchter te blijven.

“Om 17 uur mocht ik van mezelf mijn eerste wijntje drinken. Maar dat moment werd steeds vroeger. Er was altijd wel een excuus. Dat de zon scheen bijvoorbeeld; wie zie je dan geen drankje drinken op het terras? Ik dronk zes dagen in de week héél veel. Het aantal glazen hield ik niet bij. Grenzen stellen had ook geen zin, daar ging ik toch altijd overheen.

In de familie

En het bizarre was: het viel helemaal niet op. Ik hoefde het niet stiekem te doen; had studiegenoten, collega’s en vrienden en met iedereen ging ik wat drinken. Met z’n allen gingen we nachten door. Dat was stoer. Het einde van de avond kon ik me vrijwel nooit meer herinneren. Op een gegeven moment dronk ik zelfs om van mijn katers af te komen.

Ik kom uit een hecht gezin, ondanks dat mijn ouders zijn gescheiden. Mijn zus en ik woonden bij mijn moeder en gingen in de weekenden naar mijn vader. Mijn vader dronk met mate; bij mijn moeder thuis werd absoluut niet gedronken, want er zit alcoholisme in de familie.

Ik was 14 toen ik mijn eerste biertje nam. Ik vond de smaak niet eens zo lekker, maar het effect wel: mijn verlegenheid, mijn onzekerheid viel weg. Mijn moeder waarschuwde: ‛Je moet niet drinken, het zit in de familie en het is gevaarlijk.’

Medicijn

Maar daar luisterde ik niet naar. Ik was niet onder controle te houden, ging als puber al snel mijn eigen gang. Op mijn 17e woonde ik al op mezelf, ging studeren en verdiende bij in de horeca. Drinken vond ik gezellig en ontspannend, maar achteraf gezien was het mijn medicijn, om niet te voelen wie ik eigenlijk was. Ik wilde meedoen met de rest, op Facebook laten zien hoe leuk mijn leven was.

De eerste paar jaar woonde ik samen en hield ik me nog een beetje in, maar toen die relatie stukliep, begon ik ook in mijn eentje thuis te drinken. Vanaf dat moment werd mijn drankgebruik problematisch. Maar het ging zo geleidelijk dat ik het zelf niet eens doorhad. Ging ik bijvoorbeeld ’s avonds kattenvoer halen, om die fles wijn erbij goed te praten.

Schijnwereld

In principe had ik alles voor elkaar. Ik studeerde Culturele en Maatschappelijke Vorming en werkte. Mijn studie deed ik maar half, maar dat was meestal genoeg. En in de horeca is het heel normaal om met een gigantische kater te werken, iedereen deed dat. Niet dat ik elke dag tot 17 uur in bed lag, ik deed wat ik moest doen.

Maar echt leven was het niet, meer overleven; de schijn ophouden. Diep van binnen voelde ik me verschrikkelijk, een mislukkeling. Maar ik kon niet uit die neerwaartse spiraal komen, want als ik niet dronk, voelde ik me pas echt ellendig. Eén vriendin zei een keer dat ik te ver ging. Maar andere vriendinnen dronken bijna net zo veel als ik of waren bang om hun mening te geven.

Als ik zin had om helemaal los te gaan, sprak ik niet met mijn moeder af. Want als ik een avond bij haar was, werd ik onrustig, dat trok ik niet. Dus zag ik haar steeds minder. Mijn moeder en zus maakten zich ontzettend veel zorgen, maar durfden er niets van te zeggen uit angst me nog meer kwijt te raken. En ze wisten wat mijn antwoord zou zijn: ‛Drinken doet toch iedereen?’

Geheugenverlies

Op een gegeven moment kon ik alleen nog maar functioneren als ik dronk. Zonder alcohol ging ik trillen, kon ik mijn nagels zelfs niet meer lakken. Door al die drank kreeg ik last van mijn darmen en van zweten. Ik kon me niet meer focussen en had moeite met praten. Vooral het geheugenverlies vond ik eng; op mijn werk wist ik soms echt niet meer waar ik mee bezig was.

Op een middag, ik was 28, was de grens bereikt. Ik liep zigzaggend over straat, helemaal dizzy en wazig in mijn kop en beseft: ‛Ik heb gewoon een alcoholprobleem.’ Dat was zo’n opluchting, ineens had het een naam en wist ik: ‛Ik moet hulp zoeken, stoppen met drinken.’ Ik heb het meteen aan mijn familie verteld, en die was heel blij dat ik het nu zelf ook inzag.

Schrijven en filmen

Afkicken was een intense strijd, vooral in het begin. De glazen lonkten. Ik had me natuurlijk kunnen laten opnemen, maar ik wilde het op mijn eigen manier doen. Dus ben ik gaan schrijven en mezelf gaan filmen. Als ik weer dat stemmetje hoorde dat het toch allemaal wel meeviel, keek ik de opnames terug en zag dan: Wow, het is wél erg! Zo hield ik het vol.

Ik wist dat het momenten waren waar ik doorheen moest en ging dan in een hoek liggen janken tot het over was, of ik ging een stuk rennen.

Ook kocht ik cadeautjes voor mezelf, voor iedere week dat ik nuchter was. Maar de beste beloning was dat ik me veel beter ging voelen: ik werd fris, helder, sliep lekker, kreeg een gezonde eetlust en ik viel af. Op dag 21 zag ik een ander mens in het filmpje. Tegelijk met het ontnuchteren kwamen ook allerlei gevoelens boven die ik al die tijd had weggedronken. Het was één grote rollercoaster.

Kopje thee

Ik heb me ziek gemeld om het gevecht aan te kunnen gaan met mijn onzekerheden en angsten. Het voelde alsof ik opnieuw moest leren lopen. Mijn vrije tijd was altijd versmolten geweest met alcohol. Ik moest gaan nadenken: ‛Wat vind ik nou echt leuk?’ Kroegjes en terrasjes werden opeens veel minder aantrekkelijk.

Veel vrienden wisten zich geen raad met de nieuwe Loïs, riepen: ‛Doe niet zo saai, ga nou mee!’ Of: ‛Vroeger was je leuker.’ Dan lag ik weer te huilen in bed. Maar ik was er snel overheen, kwam erachter dat dit geen echte vrienden waren, feesten was het enige dat we deelden.

Mijn leven is totaal veranderd. Ik zit nu thuis op de bank met een kopje thee, sport vijf dagen in de week en ga naar de bioscoop als ik iets leuks wil doen. Ook op een feestje zit ik aan de thee en dan kan ik me nog best onzeker voelen. Als iedereen drinkt, hoor je er toch niet helemaal bij. Toch ben ik nu tienduizend keer gelukkiger dan vroeger.

Verbazing

Mijn vriend is personal trainer, hij weet dus wat gezond leven is. Drinken doet hij af en toe met zijn vrienden, niet waar ik bij ben. Daar hebben we wel een weg in moeten vinden, het liefst zouden we natuurlijk gezellig samen een wijntje drinken, maar ik moet honderd procent van alcohol afblijven, kan niet matig drinken. Dat maakt mij dus een alcoholist.

Gelukkig heb ik geen blijvende fysieke schade aan mijn verslaving overgehouden, ik ben net op tijd gestopt. Eind vorig jaar ben ik afgestudeerd op de documentaire van mijn afkickproces en ik heb een boek geschreven om alcoholverslaving bespreekbaar te maken. Het is echt een taboe, vooral onder jonge vrouwen. 

Ik hoor vaak: ‛Jij, alcoholist? Zo zie je er helemaal niet uit!’ Ik hield mezelf ook jarenlang voor de gek: ‛Ik ben jong, heb een huis, een baan en een studie; wat is nou eigenlijk het probleem?’ Maar een alcoholist is dus echt niet altijd iemand die in de goot ligt.

Gelukkig

Mensen willen graag heftige dingen over alcoholisme horen, zodat ze kunnen zeggen: ‛O, maar dan heb ik zelf geen probleem.’ Of ze vragen hoeveel ik dronk en dan zie ik ze rekenen: ‛Kom ik daarbij in de buurt? Nee? Oké, top!’ Ook bij hulpverleningsinstanties draait het vaak om de hoeveelheid, maar wat voor de één veel is, is dat voor de ander niet. Het probleem is dat drinken heel normaal wordt gevonden.

Nu ik nuchter ben, krijg ik vreemdere blikken dan toen ik dronken was. Dat is toch gek? Ik hoop dat mensen die mijn verhaal herkennen uit de kast gaan komen over hun alcoholgebruik. Want zo gelukkig als ik nu ben, dat gun ik anderen ook.”

Praat mee

Volgens ervaringsdeskundige Loïs is alcoholverslaving vooral taboe onder jonge vrouwen. Ben jij een van hen? En wil je daarover vertellen?

Dan kan dat hier

De eerste aflevering van Ik durf het bijna niet te vragen is uitgezonden op 19 februari om 21:45 uur op NPO3.

En, wat vind jij? Laat je horen!