Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Anita Witzier: 'Ik ben dolverliefd op Ollie'
Foto: Marcel van Driel
VROUW magazine

Anita Witzier: Ik ben dolverliefd
op Ollie

Tanja Spaander

A

Als kind werd ze gebeten door een herder, dus een hondenmens was ze niet echt. Haar tweede man Michel des te meer. Inmiddels is ze helemaal om en geniet Anita Witzier (57) met volle teugen van boxer Ollie (9). "Ik weet nog dat ik het altijd zó stom vond als mensen tegen een hond praatten alsof het een kind was. Kom op, get a life, dacht ik dan."

Een hondenmens was ze eigenlijk niet, bekent Anita, terwijl ze verliefd kijkt naar boxer Ollie, die al negen jaar bij haar woont. “Vroeger bij mijn ouders hadden we alleen katten. Er woonde wel een boxer in de straat. Die was leuk, maar verder niet. Ik weet nog dat ik het altijd zó stom vond als mensen tegen een hond praatten alsof het een kind was. Kom op, get a life, dacht ik dan. En nu zijn Michel en ik honderd keer erger, haha!”

Het was je man die je ‘aan de hond’ heeft gebracht, toch? 

“Ja, klopt. Hij heeft vroeger altijd boxers gehad en is er gek van. Michel en ik leerden elkaar kennen op een leeftijd waarop we wisten dat we samen geen kinderen meer zouden krijgen. Die hadden we allebei al, het was goed.  Toen hij begon over een hond nemen, twijfelde ik even.

Ik had er niets mee, was er zelfs bang voor, omdat ik als kind ben gebeten door een herder. Maar ook mijn kinderen, destijds 12 en 7, waren enthousiast. Dus zei ik: ‘Oké, maar dan wil ik een pup, dan hoef ik niet bang te zijn.’ En zo geschiedde. Onze ‘liefdesbaby’ werd Boeddha, onze vorige boxer.”

Wat is er met jou gebeurd als kind, met die herder? 

“Het was aan het begin van de middelbare school: ik zwom toen nog veel. De trainer haalde me ’s ochtends om zes uur op en bracht me na de training naar school. Mijn vader zette ondertussen mijn fiets bij mensen vlakbij de pont, zodat ik ’s middags naar huis kon fietsen. Die mensen hadden een herder. Normaal was die binnen, maar op een dag niet. Ik maakte rechtsomkeert, maar hij greep me en beet zó in mijn bil. 

Het was een waakhond, hij was erop getraind, dus je kon het hem niet kwalijk nemen. Het ergst vond ik nog dat ik daar als meisje van 12, 13 in de woonkamer stond met mijn broek naar beneden. Verder kwam ik niet veel honden tegen, dus mijn aangewakkerde angst was niet problematisch.”

Dus ging je overstag voor Boeddha? 

“We gingen in Drenthe naar een nestje kijken. Die pups waren zo schattig, we waren meteen verkocht. Een paar weken later zijn we onze pup gaan ophalen. Boeddha was een echt mannetje: thuis zat hij het liefst op schoot, maar buiten liep hij de macho uit te hangen.

Dat zorgde soms wel voor problemen. Hij deed niets, maar zijn houding had een uitwerking op andere honden. Die daagden hem uit en op een gegeven moment ging het dan mis. Kwamen de eigenaren verhaal halen: wéér 500 euro naar de dierenarts… Toen hebben we maar een verzekering genomen.”

Hij is maar 3,5 jaar geworden, wat is er gebeurd? 

“Hij werd ziek. Waarschijnlijk is er een virus op zijn hartklep geslopen. Steeds naar de dierenarts, medicijnen, hond rustig houden. Opeens viel hij om, met allemaal bloed uit zijn bek. We hebben dat grote beest achterin mijn auto getild en zijn als een gek naar de dierenarts gereden, maar eenmaal daar was hij al overleden. Met de kinderen hebben we een pot staan grienen, niet normaal. 

Het was zo’n prachtig en lief dier. Mijn man was gewoon verliefd op die hond, het was zijn beste vriend. De urn met Boeddha’s as staat nog steeds boven. Nog een tijd lang hebben we elk jaar zijn sterfdag herdacht met vrienden, dan gingen we kaasfonduen omdat Boeddha zo dol was op kaas. Dat doen we nu niet meer, maar hij wordt niet vergeten. Ik wist niet dat verdriet om een hond zó heftig kon zijn.”

Maar nu is daar Ollie… 

“Niet meteen, hoor. Het heeft ruim een jaar geduurd. Michel wilde eigenlijk niet meer, hij wilde dit niet nog een keer meemaken. En ik ook niet. Maar ja, op een gegeven moment gingen we toch weer hondenfilmpjes kijken en ging het kriebelen. Van die beelden werden we alweer verliefd.

Dus op naar de fokker. Daar werd een diertje bij ons neergezet, maar dat was zo’n zenuwpees, dat trok ik niet. ‘Ik heb er nog wel een,’ zei de fokker, en toen zette hij Ollie op tafel. Ze had een schattig punthoofdje, dat werd versterkt door de witte vlek op haar voorhoofd. Ik smolt!”

Wat voor hond is Ollie? 

“Fantastisch. Ze is superrelaxed. Als er wordt aangebeld blaft ze, maar dat is haar baan. Ze moet wel iets doen voor kost en inwoning, haha. Als er honden voorbijlopen slaat ze weleens aan, maar ze blaft niet de hele tijd. Ze laat zich niet gek maken door andere honden; je kan haar overal mee naartoe nemen.

Mijn schoonmoeder van 83 past regelmatig op en vindt het heerlijk om met haar te wandelen, ze zijn dikke maatjes. Hoewel ze heel gehoorzaam is, is Ollie nog steeds speels. Dat zijn boxers tot de dag dat ze doodgaan. Dat is ook zo leuk, het zijn clowns.

Als je naar ze kijkt, moet je al lachen en ze zijn altijd in voor een dolletje. Daarnaast hebben ze een prachtige bouw. Bij Ollie hangt voortdurend haar tong uit haar mond, dat is een handicap. Die tong is te lang. Maar ja, een stukje afsnijden kan ook niet, hè? Ja, het is verschrikkelijk maar we zijn allemaal stapelverliefd op Ollie!”

Dit is een gedeelte van het interview met Anita Witzier. Lees de rest van haar verhaal dit weekend in VROUW Magazine (iedere zaterdag bij De Telegraaf).

Jij op VROUW

Heb jij een bijzonder verhaal en wil je dat delen met de redactie? Dat kan!

Stuur een berichtje