Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Iris Planting
VROUW magazine

‘Ik knipte mijn haar af zodat ik op een
jongen leek en toch kon voetballen’

Journalist

Lizette van Loenen

I

In 2017 won ze het EK met ‘haar’ Leeuwinnen. Nu staat het WK voor de deur en ook daarna heeft ze grootse plannen met het vrouwenvoetbalteam. Maar wat drijft bondscoach Sarina Wiegman (49) en hoe is ze zover gekomen?

We spreken Sarina op een droomlocatie: het terras van een vijfsterrenhotel in het Portugese Lagos, waar de Oranjeleeuwinnen verblijven tijdens de Algarve Cup. We kijken uit op de Atlantische Oceaan, die rustgevend ruist. De vogels fluiten en het zonnetje laat zich van haar beste kant zien. Maar zo ontspannen als het klinkt, zo druk is Sarina.

Eerst het interview

Het is de dag voor de oefenwedstrijd tegen Spanje. Sarina komt met een zorgelijke blik onze kant op. Er is net een speelster geblesseerd teruggekomen van de training.

Meteen wordt duidelijk hoe betrokken ze is: ze wil elk detail weten. Straks zal ze checken wat er aan de hand is, maar nu eerst het interview. “Ik praat niet graag over mezelf, hoor,” waarschuwt ze alvast als we de recorder aanzetten.

Er zijn inderdaad weinig persoonlijke interviews met jou te vinden. En op televisie zien we je ook alleen als coach langs de lijn.

“Ja, dat klopt. Al mijn energie gaat naar mijn werk als bondscoach. Ik praat ook het liefst over voetbal, dat is mijn vak. En meedoen aan spelshows op televisie, is helemaal niet mijn ding. Bovendien heb ik het daar veel te druk voor. Helemaal nu met het WK loopt mijn agenda over.”

Je komt over als een nuchtere Haagse, die niet lult maar poetst. Klopt dat?

“Haha, ja, dat klopt inderdaad wel. Ik hou ervan om lekker normaal te doen en vooral dicht bij mezelf te blijven. Nu het vrouwenteam zich zo snel opwerkt, is die eigenschap in mijn voordeel. Ook als we mindere periodes kennen, trouwens. In beide gevallen is het goed om met beide benen op de grond te blijven staan.”

Heb je die mentaliteit van huis uit meegekregen?

“Mijn vader en moeder zijn echte Hagenezen. Ze zijn allebei opgegroeid in de Schilderswijk, een volkswijk in Den Haag. Het werd er bij ons thuis ingepeperd dat een goede opleiding en hard werken belangrijk is. Mijn ouders hadden een stomerij waar ze altijd ontzettend hard voor hebben gewerkt. Ook mijn moeder, die inmiddels is overleden, werkte. Dat was voor die tijd niet gebruikelijk.”

Kreeg je moeder daar nare reacties op?

“Ja, ze kreeg best wat kritiek. ‘Hoe kun je nou werken met drie kleine kinderen thuis?’ vroegen mensen haar vaak. Maar daar trok ze zich niks van aan. Het enige doel van mijn ouders was dat mijn tweelingbroer, m’n oudere zus en ik goed terecht zouden komen.

Mijn vader en moeder hebben in hun eigen jeugd weinig opleidingskansen gehad, daar waren de middelen niet voor. Daarom vonden ze het zo belangrijk om die wel voor ons te creëren. Daar zijn ze met vlag en wimpel in geslaagd. Mijn broer werkt bij de brandweer en mijn zus heeft een managementfunctie bij een groot automerk.”

En jij bent bondscoach, over goed terechtkomen gesproken!

“Dat is nooit mijn doel geweest. Ik volg gewoon mijn hart en doe niets waar ik niet achtersta. Ik geloof dat dat je heel ver kan brengen.”

Hoe was jij als kind?

“Enorm sportief. Altijd was ik aan het voetballen op straat; dat vond ik het allerleukste. Toen ik zes jaar was, ging ik tegelijk met mijn tweelingbroer op voetbal. Mijn broer was totaal niet zo gedreven als ik; hij plukte liever paardenbloemen – die groeiden in die tijd nog op het voetbalveld – voor onze moeder. Terwijl ik juist elke dag op straat met een bal bezig was.

Het was toen nog helemaal niet gebruikelijk dat meisjes op voetbal gingen. Sterker nog: er bestonden geen meisjesteams. Gemengd voetballen was geen optie, dat was destijds illegaal. Maar ik wilde het toch, omdat daar mijn passie lag.

Dus liet ik, toen ik zes jaar was, mijn blonde haren afknippen, zodat ik op een jongen leek en ik samen met mijn broer op voetballen kon. Dat had ik helemaal zelf bedacht en iedereen vond het prima. Mijn ouders hebben mij daarin ook altijd gesteund, wat ik heel bijzonder van ze vind.”

En toen werd je beter en beter?

“Op mijn negentiende ging ik naar Amerika, om te voetballen bij het vrouwenteam van de University of North Carolina. Daar ging er een wereld voor me open. Het was er volkomen normaal dat vrouwen voetbalden! Toen wist ik: ik ga me koste wat kost inzetten voor de acceptatie van vrouwenvoetbal in Nederland.”

Hoe ben je aan die enorme klus begonnen?

“Er waren in die tijd niet zoveel vrouwen die dezelfde mindset hadden als ik, minder gelijkgestemden. Ik wilde me verder ontwikkelen en ging op eigen initiatief extra trainen bij de jongens van ADO Den Haag. Ik studeerde af aan de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Tijdens deze opleiding heb ik ook mijn trainersdiploma’s gehaald.

Zelf voetballen is het leukste wat er is, maar ik wist wel dat ik na m’n carrière door wilde als coach. Op dat moment was er nauwelijks perspectief om als vrouwencoach er je werk van te maken. Dus dat deed ik naast mijn baan als lerares lichamelijke opvoeding.

Ik werd eerst trainer bij Ter Leede, mijn oude club, en in 2014 vroeg ADO Den Haag me om hun vrouwenelftal te coachen. Drie jaar later werd ik bondscoach van het Nederlands vrouwenvoetbalelftal.”

Dit is een gedeelte van het interview met Sarina Wiegman. Lees de rest van haar verhaal in VROUW Magazine (elke zaterdag bij De Telegraaf).