Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Roger Cremers/Lumen
VROUW magazine

‘Toen ik slank was keken mannen
voor het eerst naar me om’

journaliste

Marjolein Hurkmans

M

Meral Polat (37) kennen we vooral als de pinnige Mel uit De Luizenmoeder. Juist, de moeder van Shanaya. Maar op Oerol, dat vanaf 14 juni losbarst op Terschelling, gaat ze zingen. 

Het is een prachtige voorjaarsdag. Meral komt op de fiets. Bos donkere krullen, kleurrijke rok. “Zullen we buiten zitten?” stelt ze voor terwijl ze koffie en water bestelt. 

De actrice heeft een Turks/Koerdische achtergrond; vonden ze het thuis niet lastig dat ze naar de toneelschool wilde? “Dat zou je denken, maar mijn verhaal gaat dwars tegen alle vooroordelen in. Het was juist mijn vader die me op het idee bracht.

Ik studeerde toerisme en mijn vader vroeg op een dag: ‘Maar is dat wat je wil worden? Als je nou echt de vrije keuze had: wat zou je dan willen doen later? Wil je astronaut worden, een wolk of een zeemeermin?’ Met die vraag zette hij een deur voor me open. Als je de optie hebt zeemeermin te worden, dan kan alles!

Mijn vader kende me beter dan ik mezelf kende. Een week later kwam hij zelf aan met het inschrijfformulier voor de toneelschool. Ik denk dat hij wel commentaar heeft gehad van vrienden uit de Turkse gemeenschap: een dochter op de toneelschool... is dat wel een goed idee? Maar hij keek naar mij en handelde uit liefde.”

Klinkt als een fantastische vader. Stond je moeder er ook meteen achter?

“Mijn moeder is heel trots op me. Ze zegt altijd: ‘Welke keuze je ook maakt; als jij gelukkig bent, ben ik gelukkig.’ Mijn familie heeft een alevitische, humanistische levensopvatting. Niet de religieuze voorschriften van de islam, maar de ontwikkeling tot goed mens staat centraal.

In die cultuur speelt zang, dans en poëzie een natuurlijke rol in het dagelijkse leven. Als iemand opeens in zingen uitbarst bijvoorbeeld, is dat heel normaal. Zo normaal, dat ik zelf nooit op het idee was gekomen dat je daar ook je beroep van zou kunnen maken.”

Ben je gelovig? 

“Ik geloof wel iets, maar het is lastig uit te leggen wat. Ik geloof in het leven, in de ziel, in de natuur. Het leven geeft je richtingen en stuurt je ergens naartoe. Als ik het heel erg versimpel: wat jij zoekt, zoekt jou ook. Je hoeft niet op zoek te gaan naar het leven, je bent er zelf onderdeel van. Oké, ik klink nou heel erg vaag, hè?” 

Lijk je op je ouders? 

“Ik heb hun genen, dus ja, ik lijk op mijn ouders. Maar hun karaktereigenschappen uiten zich bij mij op een andere manier. In mijn moeder zit geen greintje kwaad. Zij is alleen maar liefde. Ze is het gelukkigst als ze een bord eten voor je kan klaarmaken en dan ziet dat jij het opeet en daar blij van wordt.

Dat verzorgende, in de letterlijke zin van het woord, heb ik minder. Ik ben niet zo’n kok. Maar ik maak mensen wél heel graag blij. Met een lied bijvoorbeeld. Als ik zie dat iemand verdrietig is, heb ik meteen de neiging om te gaan zingen. Muziek kan troosten en helen. Meestal doe ik dat niet hoor, maar het is wel mijn eerste impuls.” 

Je ouders zijn al heel lang gescheiden. Had je het daar moeilijk mee? 

“Ik vond het verdrietig. Het is altijd verdrietig als een liefde stopt. Maar ik snapte het ook. Het zijn allebei geweldige mensen, maar ze zijn heel verschillend. Ik denk zelfs dat ze nog te lang bij elkaar zijn gebleven. Waren ze nu jong geweest, dan waren ze veel eerder uit elkaar gegaan. Ze pasten gewoon niet bij elkaar.

En hoewel het treurig was dat er een einde aan hun relatie kwam, ik zag dat toen ook al in. Ze houden nog steeds heel veel van elkaar, maar op een andere manier. En ze zijn gelukkiger zonder elkaar.” 

In een eerder interview noemde je jezelf een stuiterbal van 100 kilo toen je op de toneelschool begon. Hoe was dat zo gekomen?

“Zowel mijn oma als mijn moeder waren Verkade-meisjes. Er was dus altijd koek en chocolade in huis. Daarnaast konden ze ook nog eens allebei fantastisch koken. Ik was geen emo-eter. Ik wilde mezelf gewoon graag groot en sterk voelen als kind. En een groot lichaam hoorde daar voor mijn gevoel bij, dat gaf me kracht.

Ik was wel heel actief als kind hoor, heb lang op ballet en volleybal gezeten. Maar in het eerste jaar op de toneelschool had ik nog steeds overgewicht. Mijn klasgenoten kunnen daarover meepraten. Ik ben letterlijk behoorlijk over ze heen gevallen tijdens dansles.”

Werd je ermee gepest? 

“Op de toneelschool zeker niet. Dat was één groot veilig nest. Op de basisschool wel af en toe. Niet eens om het overgewicht. Ik was door mijn achtergrond gewoon anders dan andere kinderen in Zaandam.

Mijn vader leerde me: gebruik nooit geweld. Behalve als je zelf wordt geslagen, dan sla je terug! En daarna ga je aan de juf melden wat er is gebeurd. Dat werkte heel goed. Met mijn sterke lichaam had ik dat pesten snel de kop ingedrukt.” 

Waardoor besloot je af te vallen?

“Op een dag realiseerde ik me dat mijn overgewicht me zou beperken in de rollen die ik kon spelen. Je bent wat je meebrengt en in mijn geval was dat een flink lichaam. Als ik zou afvallen, zou ik voor meer rollen in aanmerking komen. Ik had het ook niet meer nodig om me fysiek sterk te voelen. Op de toneelschool leerde ik wat je vrij voelen is. En niks sterker dan een vrije vrouw. In acht maanden tijd verloor ik 25 kilo. Hoe? Door gezonder te eten en meer te bewegen.”

Voelde je je anders?

“Het was lente en ik liep met mijn nieuwe lijf over straat in een zomerjurkje. Voor het eerst keken mannen naar me om en werd ik nagefloten. ‘Aha,’ dacht ik, ‘zo voelt het dus om een mooie vrouw te zijn.’ Nee, de aandacht ergerde me niet. Het verwonderde me gewoon.

Achteraf ben ik blij dat ik pas rond mijn twintigste ben gaan afvallen. Tot die tijd was ik vrij anoniem als dik meisje en kon ik mijn focus op heel andere dingen leggen. Misschien was ik anders wel veel meer bezig geweest met mijn uiterlijk en met jongens.

Overigens ben ik onlangs 8 kilo aangekomen, maar dat is ook oké. Ik weet inmiddels dat mijn gewicht niet bepaalt of ik een mooie vrouw ben. Ook als ik meer weeg, blijf ik een mooie vrouw. Niet omdat een ander dat zegt, maar omdat dit mijn lichaam is.”

Dit is een gedeelte van het interview met Meral Polat. De rest van haar verhaal lees je dit weekend in VROUW Magazine (elke zaterdag bij De Telegraaf)