Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Age (53): Ik ben een vader en moeder ineen
Foto: Iris Planting
VROUW magazine

Age (53): Ik ben een
vader en moeder ineen

Journalist

Lizette van Loenen

T

Toen Age Siebbeles (53) zijn vrouw Gerdi aan uitgezaaide baarmoederhalskanker verloor, stond hij ineens alleen voor de opvoeding van hun drie kinderen (toen 7, 8 en 12). Het gezin heeft een zware periode achter de rug, maar is nooit bij de pakken neer gaan zitten.

"Gerdi was een zorgzame, ambitieuze, moderne vrouw. Ze was een fantastische moeder en echtgenote, die ons alle liefde van de wereld gaf. Ze werkte vier dagen en op de dag dat ze vrij was, ging ze op stap met de kinderen. Dan ging ze leuke dingen doen, ijsje halen, cadeautjes kopen – als zij blij waren, dan was zij dat ook.

Bloedverlies

In 2007 had ze ineens last van heftig bloedverlies buiten haar menstruatie om. De huisarts stuurde haar meteen door naar het ziekenhuis, waar bleek dat het mis was. Gerdi had baarmoederhalskanker en moest meteen geopereerd worden. Die operatie was succesvol, maar een jaar later bleek de kanker terug, en uitgezaaid in haar buik. Daar werd ze voor bestraald. 

Iets meer dan een jaar later kwam daar chemo bij, omdat artsen meer uitzaaiingen ontdekten. Rond Pasen in 2012 bleek dat ze niet meer beter kon worden. Gerdi was heel verdrietig; dat ze haar kinderen niet zou zien opgroeien deed haar het meeste pijn. Bij mij overheerste de boosheid; waarom moest ons dit nou overkomen?!

Ziekbed

In de laatste maanden van haar ziekbed kwam er als vanzelfsprekend veel zorg op mijn schouders terecht. Voor Gerdi, de kinderen, het huishouden... Ondertussen werkte ik gewoon nog door. Gelukkig kon dit veelal vanuit huis, omdat ik als zzp’er mijn eigen tijd kon indelen. 

Gerdi is altijd sterk gebleven en dit inspireerde mij en de kinderen om ook sterk te zijn. Ze wilde zo lang mogelijk thuisblijven, dus toen haar toestand verslechterde, werd er een bed in de woonkamer gezet en verzorgde ik haar waar ik kon zelf, aangevuld met hulp van de thuiszorg; zo ontzettend fijn dat zij er waren.

Vrienden, vriendinnen, buren en familie sprongen ook vaak bij. Er was altijd wel iemand die kookte of even boodschappen wilde doen. Wat een liefdevolle, onvoorwaardelijke hulp!

Hospice

In de laatste weken van haar leven ging het zo slecht dat Gerdi naar een hospice moest. Bijna een week lang heb ik naast haar in het hospice geslapen, totdat ze eind december 2012 overleed, op 44-jarige leeftijd. De dood van Gerdi heeft een enorme impact gehad op de kinderen. 

Onze jongste zoon was zeven toen hij zijn moeder kwijtraakte. Aan hem merkte ik duidelijk dat hij met zijn verdriet worstelde. Omdat hij nog jong was en zijn emoties daarom wat moeilijker kon plaatsen, waren er periodes waarin hij ineens boos kon worden om niets. Of dat hij thuis hard moest huilen.

Onmacht

Op het voetbalveld heeft hij uit pure onmacht ook eens iemand geslagen. Op aanraden van de huisarts ben ik met hem naar een kinderpsycholoog gegaan. Daar is hij na zes sessies als een ander kind vandaan gekomen – praten heeft hem heel erg geholpen.

Onze middelste zoon was acht toen Gerdi overleed. Hij vond het idee van een psycholoog maar niets. Tot op de dag van vandaag heeft hij zijn verdriet zelf willen verwerken. Dat gaat met vallen en opstaan, maar ik heb er vertrouwen in dat ook hij zijn weg zal vinden.

Vrije vogel

En dan was er nog onze dochter, die destijds twaalf was en net in de brugklas zat. Daar werd ze heel fijn opgevangen door een leraar die gespecialiseerd was in rouwverwerking. Ook zat er een jongen bij haar in de klas die zijn vader verloren was. Dat ze haar verhaal kon delen, heeft haar heel erg geholpen.

Ik herken veel van Gerdi in haar. Ze is uitgegroeid tot een vrije vogel die van het leven houdt. Ze gaat op reis, acteert, zingt en is veel samen met vriendinnen. Haar agenda is zo vol dat ik er een burn-out van zou krijgen!

Afscheid

We hebben er in de eerste jaren bewust voor gekozen om de kinderen niet te vertellen dat Gerdi kanker had. Ook toen ze uitbehandeld was, hebben we dit niet gedeeld. Daar vonden we ze nog te jong voor. Toen Gerdi naar het hospice ging, hebben de kinderen afscheid van haar genomen. Het is hartverscheurend als je je kinderen moet vertellen dat ze hun moeder nooit meer zullen zien.

In het laatste jaar van Gerdi’s ziekbed konden er geen vriendjes en vriendinnetjes blijven eten of logeren. Dat vonden ze alle drie heel jammer. Het eerste wat ik daarom heb gedaan na haar overlijden, was de voordeur openzetten. Iedereen die wilde, mocht langskomen.

Bonte mix

De energie van alle betrokken mensen om ons heen voelde heel fijn. In de eerste weken hebben we geen avond alleen gegeten. Dan zat er een bonte mix van vriendjes en vriendinnetjes van de kinderen, familie, kennissen en buren aan onze tafel. Of werden de kinderen opgevangen als dit nodig was.

Niet alleen in de eerste weken, ook later. Zo ontzettend lief. Een keer kwam er een vrouw aan de deur die ik nauwelijks kende. Ze had eten voor me gemaakt en ik kreeg het idee dat ze mij ook wel zag zitten. Heel lief, maar in dat soort avances had ik nog geen trek.

Huishouden

Ik ben een man die niet totaal ontredderd is zonder zijn vrouw. Toen Gerdi nog leefde, was het huishouden gelijk verdeeld tussen ons twee – dat vonden we allebei belangrijk. Mijn overhemden streek ik zelf en als Gerdi moest overwerken, zorgde ik dat ik eerder thuis was om de kinderen op te vangen en te koken.

Zij stond op haar beurt klaar als mijn werk uitliep. Nu doen de kinderen en ik alles samen. Ik vind het belangrijk dat ze leren dat iedereen elkaar moet helpen om iets te bereiken. 

Moederfiguur

Ondanks dat ik een vader en moeder ineen ben, mist er soms toch een vrouw in huis. Mijn dochter had in de puberteit ook behoefte aan een moederfiguur met wie ze vrouwendingen kon bespreken.

Gelukkig waren er vriendinnen van Gerdi en mij die zich aanboden als hulpmoeder. Dat begon als grapje, maar aan hen hebben mijn kinderen en ik veel steun gehad. Zij waren er om met de kinderen te praten over dingen die ze even niet met mij wilden bespreken.

Vaste baan

Na Gerdi’s dood ben ik een stuk minder gaan werken, wat ook minder geld in het laatje brengt. Inmiddels heb ik een vaste baan en ben ik geen zzp’er meer. Gelukkig verdien ik nog steeds genoeg om het met z’n allen goed te hebben. Op woensdagmiddag ben ik altijd vrij, zodat ik thuis ben als de kinderen uit school komen.

Omdat ze nu alweer wat ouder zijn en vaak de hort op gaan, doe ik op deze middagen boodschappen of ga ik naar de kapper. Dan hoef ik niet alles in het weekend te proppen.

Betrokkenheid

De jongens zitten op de middelbare school en mijn dochter heeft nu een tussenjaar. We proberen in elk geval een paar keer per week samen te eten en dan hebben we het over hoe ieders dag was. Die betrokkenheid vind ik belangrijk. 

Ze doen ook alle drie aan sport; dat stimuleer ik heel erg. Dat ik in een weekend soms honderd kilometer moet rijden om bij hun voetbal- of hockeywedstrijden te kijken, vind ik alleen maar leuk. 

Uitdaging

Ik mis ook geen enkel tienminutengesprek op school. Daar vind ik het te belangrijk voor. Wel moest ik stoppen met mijn vrijwilligerswerk op de voetbalclub en ook de hulp bij schoolactiviteiten past niet meer in mijn agenda. Hoe graag ik ook zou willen: ik moet nu echt prioriteiten stellen. 

Het is altijd een drukke bende in huis geweest, maar nu de kinderen ouder worden, ben ik vaker alleen. Ik heb een fijn sociaal leven, maar ben nu steeds vaker avonden alleen thuis. Ik weet dat het gaat gebeuren, maar ik moet er nog even niet aan denken dat op een dag alle kinderen uit huis zijn. Ik overweeg nu om weer wat meer uitdaging in mijn werk te zoeken en misschien ook weer wat meer uren te gaan werken. 

Nieuwe relatie

Ook voel ik dat er langzaam weer ruimte in mijn leven begint te komen voor een nieuwe relatie. Daar heb ik jarenlang totaal geen behoefte aan gehad. In het begin vonden mijn kinderen dat nog een beetje lastig idee. Vooral mijn jongste zoon vond het ’verraad’ als ik een andere vrouw zou ontmoeten.

Maar Gerdi is nooit uit mijn gedachten. Als ik voor een belangrijke keuze sta, denk ik nog altijd: hoe zou Gerdi het gedaan hebben? Het idee dat ze misschien van boven af een beetje met ons meekijkt vind ik fijn. Ik wil dat ze trots is. We flikken het toch maar, zo met zijn viertjes.”

Dit verhaal en nog veel meer lees je dit weekend in VROUW Magazine (elke zaterdag bij De Telegraaf)

Jij op VROUW

Maak je iets bijzonders mee en wil je dat met ons delen?

Stuur een berichtje