Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Willem Ruis was als vader niet echt knuffelig
Foto: ANP
VROUW magazine

Suus Ruis: Willem was totaal
geen knuffelvader

journalist

Suus Ruis

J

Journalist Suus Ruis was pas twaalf jaar toen haar vader, tv-presentator Willem Ruis, onverwacht overleed. In VROUW schrijft ze over de bijzondere band die ze met hem had.

Voor sommigen lijkt het misschien het hoogst haalbare – op zelf beroemd zijn na – maar ikzelf vond en vind het hebben van een beroemde vader vaak helemaal niet leuk.

Goed, ik heb uren en uren beeldmateriaal van hem en hoef YouTube maar open te klikken als ik zijn stem wil horen – iets wat de meeste mensen niet kunnen zeggen over hun overleden ouder. En het is natuurlijk hartverwarmend om te beseffen dat je vader zo veel mensen plezier heeft gegeven met wat hij deed. Maar de keerzijde weegt zwaarder voor mij.  

Van mij

Dat was al zo toen mijn vader nog leefde, en ik nooit zeker wist of kinderen bij mij wilden spelen om hem (ik heb serieus meermalen ouders tegen mijn klasgenootjes horen zeggen dat ze ervoor moesten zorgen dat ze bij mij thuis afspraken), of omdat ze mij leuk vonden. 

En hij werd altijd zo belaagd door mensen die een handtekening wilden, dat hij zelden ergens naartoe ging met ons. En nu ik zelf volwassen ben en hij er al bijna 33 (!) jaar niet meer is, is het af en toe lastig omdat mijn vader nog steeds niet helemaal van mij is.

Zelfs zo lang na zijn overlijden willen mensen dingen over hem weten, vinden ze dat ze daar recht op hebben, lijkt wel. En iedereen lijkt hem te kennen. “Hij was altijd zo druk en hyper, hè? Thuis ook, zeker?”

Eh… nou nee. Thuis was hij eigenlijk een doodnormale vader. Hij kwam ’s ochtends niet in een gouden glitterpak de trap af voor het ontbijt of zo. 

Tekst gaat verder onder de foto

Eigen Beeld

Scheiding

Mijn ouders scheidden toen ik acht was. Mijn moeder vertrok met haar drie kinderen, de hond en het konijn naar een andere woning. Door omstandigheden gingen mijn anderhalf jaar oudere zus Eva en ik een paar maanden na de breuk weer bij onze vader wonen, in het huis waar we jarenlang als gezin hadden gewoond. Mijn jongere broer Nicolas bleef bij mijn moeder. 

Vóór die scheiding herinner ik me nauwelijks iets van mijn vader. Mijn moeder werkte niet en zorgde voor ons. Mijn vader was er niet heel vaak, altijd aan het werk. Ik weet alleen nog vaag dat hij strenger was dan mijn moeder.

Als ik voor de zoveelste keer uit bed kwam ’s avonds en hem zag op tv, dook ik achter de bank tot hij uit beeld was – als hij vanaf dat beeldscherm zou zien dat ik nog wakker was, kreeg ik natuurlijk ongenadig op mijn flikker.

Kramer versus Kramer

Wij leerden elkaar pas echt kennen toen hij na die scheiding ineens voor ons moest gaan zorgen. Er ontstond een soort Kramer versus Kramer-situatie. Hij had nul verstand van kinderen opvoeden, maar nam het uiterst serieus en stortte zich er volledig op. Ik geloof oprecht dat het ’t leukste was wat hij ooit had gedaan.

Hij belde zijn goede vriendin Willeke Alberti op om te vragen hoe lang je aardappelen moest koken en hoe hij lekkere jus kon maken, en hij liet een productieteam van vijftien man rustig anderhalf uur alleen omdat hij even een kopje thee met ons wilde drinken als we thuiskwamen van school. 

Een volwassen kerel

Ik zeg niet dat ik een betere of diepere band met mijn vader had dan mijn zus. De band was wel ánders. Mijn vader noemde Eva in dagboeken “een volwassen kerel”. Met haar dertien jaar werd ze de zee in gestuurd om diep op de bodem onze speedboot vast te knopen aan een steen, en zij moest de schoorsteen in klimmen om een uil die vastzat te vangen. 

Zij was stoer, klom in de hoogste bomen en was zelden binnen. Ik was een gevoelig, zachtaardig meisje dat het liefst op het aanrecht zat als m’n vader aan het koken was. Lekker kletsen. 

Klankbord

Wat klinkt dit allemaal idyllisch. Dat was het heus niet altijd. Omdat ik zo serieus was, behandelde mijn vader me soms als een volwassene. Ik werd als jong kind op dat aanrecht gaandeweg een volwaardig gesprekspartner en klankbord. Heel bijzonder vond ik dat, want als je vader allerlei moeilijke en pijnlijke dingen over zijn scheiding en gevoelsleven met je bespreekt, is dat retecool.

Maar ja, dat is het natuurlijk niet. Want als kind moet je geen slechte dingen over de andere ouder horen, en je hoort die verantwoordelijkheid van dergelijke moeilijke gesprekken sowieso niet te krijgen. 

En hij was streng. Op zich niets mis mee, maar hij wilde nog wel eens doorslaan. Toen ik jankend honderd strafregels met ‘Ik zal altijd alles op zijn plaats terugleggen’ moest schrijven, omdat ik zijn rekenmachine had geleend en op mijn kamer had laten liggen, bijvoorbeeld.

Of toen ik tijdens de vakantie mijn zakgeld was verloren en dus niet op de Spaanse markt de door mij zo innig gewenste gevlochten armbandjes kon kopen (had één lullig armbandje voor me gekocht, denk ik dan. Ik was twáálf!). 

Dankjewel

Maar dat strenge leverde bij vlagen ook grappige situaties op. Hij hamerde altijd enorm op goede manieren, en probeerde me al tijden vergeefs te leren dat je “dankjewel” zegt als iemand je inschenkt en het genoeg is – ik zei altijd “stop”.

Op een ochtend schonk hij me thee in, en zei ik weer “stop”. Hij hoorde me blijkbaar niet, want ik moest het herhalen. Hij bleef schenken, inmiddels dreef mijn boterham met hagelslag langzaam naar de andere kant van de tafel. “Stop, STÓP! Eh… dankjewel!” Ik heb het nooit meer verkeerd gezegd. 

Tekst gaat verder onder de foto

Creatieve oplossing

Die strafregels vond ik dus een beetje dubieus, net als zijn creatieve oplossing toen ik ineens niet meer met hem mee durfde op zijn catamaran; ik vond het eng, en het ging zo vreselijk snel. Hij dwong me – mijn ‘nee’ werd niet geaccepteerd – om op zijn zeilboot te klimmen op een moment dat het keihard waaide en de golven gigantisch waren.

Het water klotste tegen mijn gezicht en de boot lag zó schuin in de zee dat ik zeker wist dat we zouden omslaan. Mijn vader haalde met een natte Marlboro in zijn mond z’n schouders op: “Blijf maar gewoon naar de kust kijken.” De tranen stonden in mijn ogen, maar die helse rit had me wél over mijn angst heen geholpen. Het kon namelijk nooit meer zo erg worden als dit. 

Knuffelvader

Hij was geen knuffelvader. Ikzelf zit non-stop aan mijn kind; ik moet altijd kriebelen en knuffelen, en plant op de gemiddelde dag wel twintig kussen op zijn haar, gewoon zomaar. Mijn vader zei: “Wat ben je hangerig, je wordt toch niet ziek?” als ik af en toe toch tegen hem aankroop. Maar goed, daar heb ik niets aan overgehouden, dat kan mijn zoon beamen.

Hij kon zwaar op de hand zijn, maar wat hebben wij veel en vaak gelachen. Toen hij een keukenmachine – een nouveauté in die tijd – kocht bijvoorbeeld, en we ontdekten dat je cake wel vijftien centimeter hoog werd als je het deeg veel te lang liet mixen in die kom. Elke zondagochtend bakten we er één, die elke week nóg een stukje hoger moest zijn. In 2019 zou je dat waarschijnlijk een challenge noemen. 

Herinneringen

Ik heb belachelijk veel herinneringen aan de drie jaar dat we met mijn vader woonden. Het lijkt bijna alsof ik het allemaal in mijn geheugen móest prenten omdat ik er de rest van mijn leven mee moest doen. Er gaat geen dag voorbij dat ik me niet realiseer dat het onverteerbaar is dat er nooit nieuwe herinneringen bij zijn gekomen. 

Vorige week kwam ik na jaren Willeke Alberti tegen op een feest.  Een vriendin van mij die ook op het feest was, hoorde ons praten, en zei later dat ik hierdoor nu zeker extra aan mijn vader moest denken. Nee, antwoordde ik naar waarheid.

Meer aan hem denken dan ik al doe, kan bijna niet. In mijn gang staan twee foto’s van hem, met daarnaast altijd een brandende kaars. Daar loop ik tig keer per dag langs. Geen optie om hem te vergeten dus. 

Sterke Ruis-genen

Daarnaast zijn de Ruis-genen blijkbaar erg sterk, want ik heb een kind gebaard dat het evenbeeld is van de opa die hij alleen uit verhalen kent, en van YouTube. Én uit de homevideo’s die ik vorig jaar via via kreeg. Maar die filmpjes blijven lekker binnen de familie.  

Het verhaal van Suus Ruis over de bijzondere band met haar vader staat dit weekend in VROUW Magazine (elke zaterdag bij De Telegraaf)