Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

DARIO & MISJA
Foto: DARIO & MISJA
VROUW magazine

Olcay Gulsen: Ik heb lang geloofd
dat je je moet vastbijten in een relatie

journaliste

Marjolein Hurkmans

N

Na vier maanden is haar relatie met Ruud de Wild voorbij, maar Olcay Gulsen (38) laat haar hoofd niet snel hangen. Deze sterke vrouw denkt alweer vooruit.

 

De ober komt ons koffie en thee brengen. Dat hebben we helemaal niet besteld, maar Olcay maakt er geen punt van. Het tekent haar flexibiliteit: “O, nou dan drinken we dit wel op. Ook goed.” 

 

Jij en Ruud de Wild leken zo gelukkig samen en nu blijkt het ineens over…
“Tja, niemand had ook ooit gedacht dat wij een setje konden zijn. Ruud is meer een ruige rocker, nonchalant, een kunstenaar. En ik ben meer gepolijst. We leerden elkaar twee jaar geleden kennen. Ik moest hem ophalen voor RTL Boulevard.

We konden het meteen goed met elkaar vinden, maar de vlam sloeg niet onmiddellijk in de pan. We hadden allebei nog een relatie. In januari van dit jaar gingen mijn vriend en ik uit elkaar. Een maand later belde Ruud of ik wilde meewerken aan zijn podcast.

Daar voelde ik niet zo veel voor, maar ergens samen iets gaan drinken, leek me wel een goed idee. Dat drankje werd een etentje, de vonk sloeg over en vanaf toen waren we samen. Vier maanden dan.”

Het ging ook wel heel snel tussen jullie, je was amper weer vrijgezel…
“Het was ook niet mijn bedoeling dat ik weer zo snel ‘verkering’ zou hebben. Ik was echt van plan minstens een jaar single te blijven. Dat was ik sinds mijn achttiende eigenlijk niet meer geweest.”

Wat ging er mis tussen jou en Ruud?
“Mijn eerste vriend, James, overleed plotseling aan een hartaanval. Daardoor ben ik dingen anders gaan bekijken. Ik merkte dat ik tijd voor mezelf nodig had. Soms loopt het gewoon anders.”

Geloof je nog wel in de ware liefde?
“De ware liefde… Ik vind het zo kinderachtig klinken. Net als ‘beste vriendin’. Dat is meer iets voor pubers. Toen ik zestien was, geloofde ik daar in. In het sprookje met als slot: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig...’

Inmiddels ben ik 38. Het leven is geen sprookje en geen mens is zonder tekortkomingen. Je weet niet hoe de dingen gaan in het leven.”

In een interview las ik dat je niet dol bent op seks...
“Ik ben inderdaad niet zo heel erg gericht op seks. Volgens mij hebben heel veel vrouwen dat. De meeste vrouwen doen net of ze het geweldig vinden, maar ik geloof dat niet helemaal.

Het verschil is dat ik er ook voor uitkom. Want eerlijk: als ik een lijstje moet maken met de vijf dingen die me gelukkig maken, staat seks daar niet in. Een goed boek lezen wel. Of lekker eten.”

Tekst gaat door onder de foto

Fotografie: DARIO & MISJA

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd?
“Dat sterk zijn niet betekent dat je altijd maar moet doorgaan. Dat heb ik lang geloofd: opgeven is voor de zwakkelingen. Je moet je vastbijten in je bedrijf, in je relatie, in je vriendschappen. Ook als ze nergens toe lijken te leiden.

Inmiddels weet ik dat sterk zijn juist betekent dat je met iets durft te stoppen. Ik heb vijftien jaar naar mijn droom toegeleefd en het is verkeerd afgelopen. Ja, ik ben op mijn bek gegaan. Maar ik ben ook weer overeind geklauterd.

Ik ben nu alleen nog verantwoordelijk voor mezelf. Ik doe dingen voor de televisie, maar alles als zzp-er. Als het op niks uitloopt, is dat alleen jammer voor mij. Er wordt niemand anders door benadeeld. Dat voelt heel bevrijdend.”

Er zijn veel nare dingen over je geschreven. Doet dat wat met je?
“Ik heb Twitter van mijn telefoon gegooid. Ik hoef niet te lezen dat iemand mij een ‘tyfuswijf’ vindt. Vroeger retweette ik dat soort berichten: kijk mij eens zelfspot hebben. Maar daar ben ik mee gestopt. Het is niet leuk om steeds nare dingen over jezelf te lezen.

Daarom googel ik mezelf ook nooit. Je wordt gewoon niet blij van wat mensen die je nog nooit hebt ontmoet, allemaal van je vinden. Wat dat betreft verkeer ik ook in een rare situatie. Er zijn periodes waarin het publiek me ineens mag. Nadat ik meegedaan had met Wie is de Mol? bijvoorbeeld.

Maar kennelijk vergeten ze daarna weer dat ik best oké ben en hebben ze opnieuw collectief een hekel aan me. Dat kleeft een beetje aan me. Maar ik kan dan ook niet de schijn ophouden. Ik ben een flapuit. Ik zeg alles wat ik denk. Ik heb geen filter. En een pokerface heb ik ook al niet. Je ziet meteen aan mijn gezicht wat ik ergens van vind. Dat valt niet altijd goed bij het publiek.”

Dat lijkt me naar…
“Nou ja, de slachtofferrol ligt me niet, hoor. Ja, er worden onaardige dingen over me geschreven. Ja, ik heb een vervelende jeugd gehad. Mijn vader is schizofreen. Regelmatig kwam de politie bij ons aan de deur en andere kinderen mochten niet bij ons komen spelen: ‘Denk erom, je gaat niet bij die gekke Turken naar binnen.’

Maar ik ben iemand die de dingen verwerkt en verdergaat. Als het niet goed gaat in je leven, neem dan zelf de regie in handen en zorg dat het beter wordt. Natuurlijk heb ik ook weleens een nacht liggen janken, soms zelfs wel twee. Maar daarna is het klaar.

Tijd om de schouders eronder te zetten. Als ik één ding heb geleerd in mijn jeugd, dan is het dat ik een knop heb. Die kan ik aan- en uitzetten: nu is het tijd om verdriet te hebben en nu moet het weer even klaar zijn, want er is werk aan de winkel. Met blijven zwelgen in je ellende kom je nergens.”

Hoe gaat het tegenwoordig met je vader?
“Hij was een tijdje ‘buiten’, maar is inmiddels weer opgenomen in een instelling. Hij woont veilig in een Tilburgs tehuis en daar wordt hij goed verzorgd. Ik heb hem vergeven voor wat hij ons heeft aangedaan in onze jeugd en heb regelmatig contact met hem.

Daardoor voel ik me ook een stuk beter over mezelf. Hij is nu eenmaal mijn vader; ik lijk in sommige opzichten op hem. We zijn allebei creatief en ambitieus. En je hebt maar één vader en één moeder. Ik denk dat het belangrijk is dat je die in je leven houdt.”

Tekst gaat door onder de foto

DARIO & MISJA

Heeft je jeugd eraan bijgedragen dat je zo’n drang hebt om jezelf te bewijzen?
“Die had ik. Nu, in mijn nieuwe leven, heb ik dat al veel minder. Maar ja, ik denk wel dat dat ermee te maken had. Van jongs af aan had ik maar één wens: ertoe doen. Ik wilde een geslaagd mens worden, niet langer Olcay van dat gekke gezin uit Waalwijk zijn, maar een belangrijk iemand die het had gemaakt.

En op een gegeven moment had ik alles: het geld, de rijkdom, de status. En toen bleek het niks uit te maken. Ik mocht meedoen, maar bleef toch ‘die buitenstaander’. Olcay, die altijd de boel ontregelt… De wereld der rijken bleek net zo armoedig als die van mensen die veel minder hadden, even kifterig, even onaardig.”

Al jouw ex-liefdes hadden kinderen. Mis je hen als een relatie stopt?
“Ik ben altijd al stiefmoeder geweest. Ik was dol op die kinderen. Het zoontje van Frans leerde ik kennen toen hij één jaar was. Die relatie heeft zeven jaar geduurd. Dan groei je mee met zo’n kind. We deden vaak leuke dingen samen. Maar als een relatie wordt verbroken, wordt het contact met je stiefkind ook een stuk minder. Dat kan niet anders.

Je ex krijgt een nieuwe vriendin en die neemt die rol van je over. Dat is niet leuk, maar ik denk niet dat het te vergelijken is met het leed dat een moeder voelt die geen contact meer heeft met haar eigen kinderen.”

Zou je zelf een kind willen?
“Ik heb het idee losgelaten dat ik ooit moeder zal worden. Ik vind mezelf er te oud voor worden. En ik heb ook nooit een heftige kinderwens gehad. Misschien vind ik het moederschap ook wel een beetje beangstigend. De liefde voor een eigen kind is zo onevenaarbaar groot.

Dat zie ik ook bij mijn eigen moeder. Ze heeft alles over voor haar zes kinderen. Ik weet niet of ik zo’n grote liefde zou aandurven. Ik zou steeds maar bang zijn dat mijn kindje iets overkwam. We leven in een gekke wereld. Zo’n moeder die overal bovenop zit… Dat kun je een kind ook niet aandoen.”  

Het interview met Olcay Gulsen staat deze zaterdag in VROUW Magazine (De Telegraaf).