Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

De vertwijfeling van een vader: doe ik het wel goed?
Wat Hij Vindt

'Had ik strenger moeten zijn?
Ik heb geen flauw idee...'

columnist

Patrick van Rhijn

C

Columnist Patrick van Rhijn probeert met vallen en opstaan een zo goed mogelijke vader te zijn voor zijn kinderen, hij leest daarom regelmatig opvoedboeken maar zijn bloedjes hebben nogal een sterk karakter. Wat doe je bijvoorbeeld als je zoontje (6) op een vol terras niet doet wat in de boekjes staat?

'Kom', vroeg ik van de week vrolijk, 'wie gaat er mee bitterballen eten op het strand?'

'Ik, ik, ik, ik!!!!', riepen mijn schatjes van 7 en 6 blij. Het was misschien de laatste mooie dag van deze zomer.

'Mogen Yara en Noa ook mee?' vroeg mijn oudste en ze wees naar haar twee al even blonde vriendinnetjes.

'Dat zouden jullie natuurlijk wel heel leuk vinden', zei ik op zo’n manier dat de drie meiden direct hoorden dat het mocht. Ze begonnen blij te hupsen.

'Bitterballen' jubelde mijn zoontje, 'bij ons strandtentje!'

'Lekker hè', lachte ik. Dit ging een heerlijk middagje worden.

Even later liep ik met vier kleintjes het strand op, tot bij dat ene strandtentje waar we regelmatig binnen zitten.

De zon scheen, de zee rolde schuimend het zand op. 'Kijk', zei ik, 'daar onder die parasol is een tafeltje vrij!' In een paar stappen was ik er. Drie kirrende meiden van 7 in mijn kielzog. Mijn zoontje bleef staan. 'Binnen!' riep hij.

'Nee joh', antwoordde ik, 'dat is veel te warm, kom, dan gaan we iets lekkers bestellen.'

Dat was niet wat zoonlief in gedachten had. Huilend kwam hij aangestampt. Zijn grommen ging over in krijsen. 'Binnen!' kraste hij. 'IK-WIL-BINNEN!!!'

Vroeger had ik van míjn vader een draai om mijn oren gekregen als ik zo had gedaan, maar ik bleef rustig en wees Jazz erop dat we op een vol terras waren en dat we rekening moesten houden met de andere mensen. Zoals wel vaker als hij boos is drongen mijn woorden niet tot hem door.

Hij duwde en huilde op de meest indringende manier. Ik omarmde hem en suste. Voor hem, mezelf, en de mensen om ons heen. Ik zag de eersten al kijken en mompelen. Het zweet brak me uit. Wij waren als dat kind dat het vliegtuig bij elkaar schreeuwt. Die wens je weg. Zijn gekrijs duurde nu al zeker 15 minuten.

Moest ik dan opstaan, hem zijn zin geven? Alles in me zei nee. Kinderen die zo in hun boosheid zitten hebben liefde en begrip nodig las ik eens. Ik sloeg mijn arm weer om hem heen en aaide. Zijn cue om het weer flink op een schreeuwen te zetten.

'En nou kappen!' riep een vrouw verderop.

'Graag mevrouw', zei ik, 'als u mij kunt vertellen waar de aan/uit knop zit…' Tegelijk moest ik voorkomen dat mijn broek vol zand werd gepropt. 'Stop houd op, ik wil het niet.'

Zeg hem niet wat hij niet mag doen, schreeuwen, huilen, krijsen, maar moedig hem aan juist dingen wel te doen, schoot een boekcitaat door mijn hoofd. Neem een bitterbal, kom lekker bij me zitten, voel het zand onder je voeten. Dat soort dingen. Het leek zowaar een beetje te helpen.

'Sorry voor de onrust', zei ik tegen de ober.

Zijn antwoord verraste me. 'Iedereen kan zien dat u heel erg uw best doet.'

Ondanks het 'u' deed dat me meer goed dan ik zou verwachten.

Verderop stond de vrouw die riep dat we moesten kappen.

'Excuses voor het ongemak', zei ik oprecht. 'En dank u wel voor uw geduld. Het is een heerlijk joch maar hij heeft helaas geen aan- en uitknop.' Ik raakte haar arm even aan.

'Ik dacht misschien dat als een vreemde iets zou zeggen', glimlachte ze, 'hij zou stoppen. Je hebt veel geduld.'

We lachten naar elkaar. Wat een verschil met zojuist, wat een winst. Alleen maar door haar te erkennen in haar gevoel. Nu mijn lieve' lieve mooie leuke zoon nog op dit soort momenten. Maar hoe?

Was rustig blijven en vasthouden aan wat we gingen doen zonder toe te geven, het juiste? Of had ik juist strenger moeten zijn? Ik heb geen flauw idee...