Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Groepje mensen staat te praten in foyer
Foto: Tom Merton/Caiaimages | Hollandse Hoogte
Wat Hij Vindt

‘Hoe immuun ben jij
voor wat anderen zeggen?’

columnist

Patrick van Rhijn

W

“Woorden zijn maar woorden.” Ik zeg het vaak tegen mijn kinderen als ze zich opwinden over wat voor lelijks zijzelf of andere kinderen (soms) tegen elkaar zeggen. “Trek je er niets van aan.” Je niets van iemand aantrekken gaat mij best goed af. Nou ja… meestal dan. Ik was gisteren op de uitreiking van de Gouden RadioRing 2017, de publieksprijs die werd gewonnen door Radio 2 dj Gerard Ekdom. En daar zei iemand iets waardoor in een keer mijn beleving van de hele avond in een ander licht kwam te staan.

Het gebeurde na afloop in de ramvolle foyer, waar de genodigden zich op de drankjes stortten. In een kluwen van uitgelaten mannen en vrouwen stond ik met een groepje ex-collega’s bij te kletsen. Het was een komen en gaan van blije gezichten en knuffelende mensen, die elkaar na lange of minder lange tijd weer zagen.

“Zag je dat?” zei een lieve ex-collega (laat ik haar Chantal noemen) op samenzweerderige toon nadat ik een andere collega had begroet. “Zij heeft echt zó de hots voor jou. Echt, ik moet daar altijd zo om lachen.”

Ik keek haar even verbaasd als vragend aan. “Zij? Mij?... Serieus?... Niet!”

“Heb je dat nooit in de gaten dan?” lachte Chantal en, geloof me, Chantal is er het meisje niet naar om je in de maling te nemen. “Ohhhh, dat is echt zo overduidelijk. Altijd als jij in de buurt bent, dan verandert ze helemaal. In hoe ze beweegt, in hoe ze praat, zóóó de hots, ik moet daar altijd enorm om lachen.”

Nooit iets gemerkt

Ik was inmiddels compleet stilgevallen. Werkelijk niets in mij had tot dat moment ook maar het kleinste tekentje of flintertje van een verandering aan die ander, laat ik haar Janna noemen, opgevangen. Razendsnel schoten in mijn hoofd momenten voorbij waarin ik met Janna te maken had gehad.

“Niettt,” zei ik nogmaals. Ik was nog vertwijfelder dan vóór mijn momentenstroom. “Je maakt een grapje. Nooit iets gemerkt. Je vergist je.”

“O, echt zo niet,” giechelde Chantal zelfverzekerd. “Overduidelijk.” Nu stootte ze een andere oud-collega aan, ik noem hem Frank, en ze schetste hem de situatie.

“Jaaaah,” murmelde Frank terwijl hij lachend in zijn biertje hapte. “Overduidelijk.”

Weer zestien

Nu begon ik pas echt goed aan mezelf te twijfelen. Ongemakkelijk keek ik om me heen en liet, of ik nu wilde of niet, nogmaals allerlei contactmomenten de revue passeren. Gewone, leuke vrolijke momenten van wederzijds respect. Meer kon ik er niet van maken.

Tot Janna weer aan kwam lopen en bij ons kwam staan.

Een rare opgelatenheid maakte zich van me meester. Opeens was ik weer zestien. Why??? Ik, de jongen die wel tegen een stootje kan en die ook best goed in flirten meent te zijn. Niets van de menigte om me heen kreeg ik nog mee. Ongewild ging mijn aandacht uit naar Janna. Alles wat ze zei, hoe ze keek, hoe ze zich bewoog, het leek alsof het zich in een ander licht afspeelde. Zag ik daar…? Was dat…?

Flirtalarm

Janna deed zoals altijd. Maar ik wist werkelijk niet waar ik moest kijken. Doe even normaal, gaf het stemmetje in mijn hoofd me op mijn kop. Blijkbaar ben ik dan toch net zo blind als al die andere mannen die hints van vrouwen niet kunnen lezen?

“L..lll…leuke jurk heb je aan,” zei ik tegen Janna. “L…lll…lekker st…stoer.” Waarom stotterde ik opeens?!!!! Nu brak het zweet me uit.

“Ja, leuk hè,” antwoordde Janna, “Net nieuw. Ik vond hem ook zo mooi.” Ze nam een slok van haar drankje en wendde zich weer tot een andere collega die naast ons stond. Vertwijfeld zweeg ik. Niet het minste flirtalarmpje ging af. Niet lang daarna maakte ik me uit de voeten.

In de leer

Vanochtend kwam ik beneden. Mijn schatjes van zes en zeven zaten aan de ontbijttafel.

“Jongens,” zei ik, “weten jullie nog dat papa weleens zegt dat je je niks moet aantrekken van wat anderen tegen je zeggen?”

Geen reactie. De een had zich stiekem ontfermd over de iPad, de ander had mijn mobiel. “Jongens?” herhaalde ik.  

“Sssst pap!” siste mijn jongste. “We zijn even bezig.”

Ik grinnikte. Misschien kan ik maar beter bij hen in de leer gaan.

Van de partners van VROUW