Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: hollandse hoogte - Sabine Joosten
Wat Hij Vindt

‛Wat een godsgeschenk dat ik
opgroeide zonder internet’

Redactie VROUW

D

Drie mannen geven bij toerbeurt hun mening over vrouwenzaken. Dit keer journalist Sander (40), vader van drie kinderen.

Ik legde het de kinderen nog maar eens uit. Toen papa en mama vroeger klein waren, hadden wij geen PlayStation, bestonden er geen iPads, was WiFi nog Drents voor een klein vrouwtje en had een telefoon draaitoetsen.

Geen bereik

Kolossale verwondering alom. “Wat deden jullie dan de hele dag?” “Wij speelden buiten.” “De hele dag?” “Ja, we wisten niet beter.” Moet je vandaag de dag mee aankomen. “Buiten spelen is saai,” zei Broer. “En trouwens, buiten hebben we ook geen bereik,” vulde Zus aan.

Voor joker

Vriendin en ik herhalen het vaak genoeg tegen elkaar. Wat een godsgeschenk dat wij zijn opgegroeid in het internetloze tijdperk. Waar je nog drie kwartier voor joker stond te wachten op je date, die een lekke band bleek te hebben en dus nooit zou komen opdagen.

Waar je je puberliefje wilde zeggen dat ze zo knap was, maar vervolgens haar vader aan de telefoon kreeg als net híj de huistelefoon opnam en jij dus van schrik de hoorn erop donderde.

Waar de woensdagmiddag bestond uit Annemaria Koekoek, blikjesvoetbal, of ellenlang door een pvc-buis schieten met pijltjes, gemaakt met het papier dat je stiekem uit de Wehkamp-gids van je moeder had gescheurd. Waar we hutten bouwden, zelfs de jongens aan elastieken deden en waar ‘buut-vrij voor de hele buuuuuurt’ door de straten klonk. 

Storing

Weet je wat je eens moet doen, gewoon omdat het kan? Het WiFi-kastje thuis uitzetten. Alsof Kim Jong-un je huis net bestookt heeft met kruisraketten. “Paaaaaaap,” klonk het hysterisch van boven. “Mijn Spotify doet het niet meer.” Het wereldrecord ‘van de trap naar beneden rennen’ werd spontaan verbroken.

“Pap, pap, pap, de WiFi ligt eruit!” “Ik denk een storing, jongens. Niks aan te doen. Nou ja, zullen we dan maar gezellig een spelletje doen?” “Oké, zetten wij de PlayStation aan.” 

Zucht... dit zou nooit meer goedkomen.