Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

'De camping was één grote waterzee'
Foto: Dennis van Doorn
Zomer

'De camping was
één grote waterzee'

journaliste

Marjolein Hurkmans

R

Rianne Rohof (41) en haar achternicht Ellen Boogerd (51) hadden vorig jaar een fantastische vakantie op camping Le Saint Michelet in Zuid-Frankrijk met hun gezinnen. Tot het begon te regenen. De nabijgelegen rivier trad buiten haar oevers en sleurde met een razende vaart alles met zich mee, inclusief Ellens caravan.

“Ik schrok wakker van een enorme klap”, zegt Rianne. “Ik zat met hartkloppingen rechtop in mijn bed. Zo’n harde donderslag had ik nog nooit gehoord. Meteen daarna kwam de regen met bakken uit de hemel. Er was voorspeld dat het die donderdag minder weer zou worden, maar dat het er zo hard aan toe zou gaan, hadden we niet verwacht."

Verjaardag

"We waren met een hele club op vakantie in Zuid-Frankrijk. Net als ieder jaar. Vijfentwintig man! Een deel, waaronder mijn man en ik met onze caravan en onze drie zoons in een tent, stonden op het lagere deel van de camping, zo’n dertig meter van de rivier de Cèze. Net als Ellen en haar man met hun caravan, hun twee dochters die ook in tenten bivakkeerden en haar ouders van 79 en 76 voor wie het waarschijnlijk de laatste kampeervakantie zou zijn.

In totaal waren we met z’n zestienen. De rest van de groep had gehuurde stacaravans en stond op een hoger gedeelte van de camping. De avond ervoor hadden we nog met een deel van de groep heerlijk gegeten in het dorpje Goudargues en vandaag zouden we Ellens verjaardag vieren. Ze werd 51. De caravan was versierd met gouden ballonnen.

Het ging steeds harder regenen, af en toe viel de stroom uit. Voor onze caravans ontstond een flinke stroom water. Er dreven luchtbedden in. Het water liep over de camping het hellinkje af naar de rivier. Het had wel iets komisch. Op dat moment dan. Het werd al snel minder grappig.”

Waterzee

Ellen: “Toen het na een tijdje stopte met regenen, dachten we dat het voorbij was. ‘Kan ik toch nog mijn verjaardag vieren’, zei ik. Ik vertrok naar de supermarkt om wijn en kaasjes in te slaan. Terwijl ik weg was, begon de rivier te stijgen. Op allerlei plaatsen in de omgeving stroomde het regenwater vanaf de berg de Cèze in. Toen we terugkwamen uit het dorp was onze camping veranderd in een waterzee. Een meisje van het animatieteam kwam ons waarschuwen: ‘Zet alles op blokken.’ Natuurlijk deden we dat. Maar echt heel serieus namen we de dreiging niet.”

Rianne: “Naast ons stonden mensen met een caravan met een ingewikkelde uitbreidingstent en motoren. Ze waren alles aan het afbreken. ‘Die mensen zijn gek’, dacht ik, ‘kun je straks alles weer opbouwen. Echt niet, dat ik de hele boel ga inpakken. Het regent niet eens meer.’ We namen een kijkje bij de rivier. Er dreef een ontwortelde boom voorbij. Het waterpeil werd hoger en hoger. Onze mannen stonden even op het steigertje. Ze waren nog niet terug op de oever, of het hele ding verdween in het water.

En nog steeds hadden we niet door dat het wel eens helemaal mis kon gaan. Tot Ellen’s moeder ineens zei: ‘Ik heb maar vast een noodtasje ingepakt’. Toen dacht ik: ‘O ja, misschien moet ik dat ook maar doen, de paspoorten veiligstellen en zo.’ De jongens stonden nog foto’s te maken. Die vonden het wel een avontuur. ‘Naar boven, nu!’ heb ik geroepen. ‘En niet meer terugkomen’”

Ellen: “Het water was inmiddels zo hoog gestegen dat onze caravan niet meer weggehaald kon worden. Die stond tot aan de bodem onder water.”

Gouden ballonnen

Rianne: “Er kwamen drie Fransmannen langs die tegen ons begonnen te schreeuwen dat we meteen de caravan moesten weghalen. Ze hebben allemaal geholpen onze caravan weg te trekken, die is gered. De caravan van Ellen is meegesleurd door het water. Er is nog een foto van. Je ziet nog net het dak en de gouden ballonnen die op het water drijven. Ook de tenten van onze kinderen waren weg. Kim, de oudste dochter van Ellen moest zo huilen. Ze had voor het eerst een hele eigen kampeeruitrusting gekocht. Daar had ze heel lang voor gespaard. En nu was alles weg! En ze had geen reisverzekering... vergeten af te sluiten. Maar wie verwacht nou ook zoiets?

Met z’n zestienen stonden we daar boven bij de rest van de familie die het droog had gehouden. Hele chalets dreven voorbij. Wij hadden niks meer. Uiteindelijk zijn we op zoek gegaan naar een hotel dat ons kon herbergen. Dat was nog lastig, want alles zat vol. We kwamen terecht op anderhalf uur rijden afstand. Maar we hadden tenminste een bed.”

Verbijsterend

Ellen: “De volgende dag moesten we terug naar de camping om te kijken wat er nog te redden viel en om de rommel op te ruimen. Wat we aantroffen, was verbijsterend. Dikke lagen modder en slib, het toiletgebouw was een kwartslag om zijn as gedraaid door de kracht van het water en verder was alles weg en kapot. Onze caravan is zelfs nooit meer gevonden! We zijn negentien jaar met dat ding op vakantie geweest. De oudste was tien toen we er voor het eerst mee kampeerden. Dat zijn toch herinneringen.

Het zit hem in die kleine dingen; in het tasje met nagellakjes bijvoorbeeld. Ik nam dat ieder jaar mee. Gezellig met z’n allen nagels lakken. Op vakantie hadden we er de tijd voor. En nu was het weg. Het was misschien qua geld niks waard, maar voor mij stond het symbool voor de vakantie. Alleen mijn servies van Marjolein Bastin vonden we terug in de modder, net als een paar flessen chardonnay en bizar genoeg het blauwe emmertje van mijn vader. Daar liep hij altijd mee te slepen: om een wasje in te doen, als voetenbadje. En dat emmertje stond daar dus nog. Middenin de modder.”

Rianne: “Ook de caravan van Ellens ouders was helemaal vernield. Haar vader kon het niet geloven. Hij heeft jicht en kon niet zelf gaan kijken. We moesten hem foto’s laten zien om hem ervan te overtuigen dat het echt zo was. Zo sneu. Dat was dan hun laatste kampeervakantie… Fijne ervaring om mee af te sluiten! Van de campingeigenaren mochten we alles wat kapot was op een grote hoop gooien. Daarna zou een kraan met een grijper alles opruimen. Ze waren heel behulpzaam.

We hadden koelkasten gehuurd en die waren allemaal verdwenen in de rivier, maar we kregen toch de borg terug. Er lag een hele berg rotzooi. Overal zag je verdrietige mensen, maar ook: iedereen hielp elkaar. Die saamhorigheid vond ik heel mooi om te zien. Ik vond een paar oude jurken terug die ik toch niet meer wilde. Die heb ik er ook maar bij gelegd. Komt een week later mijn schoonzoon heel trots in Nederland die jurken brengen. Had-ie nog voor me kunnen redden… Dat was wel weer hilarisch.”

Weer op vakantie

Ellen: “We hebben inmiddels een nieuwe caravan. Binnenkort gaan we weer op vakantie. Met een iets kleinere groep dan vorig jaar. Dat is niet omdat een deel bang is geworden, ze hebben gewoon andere plannen. Maar mijn ouders gaan wel weer mee. Ze hebben een tent gehuurd. De vakantie van vorig jaar mag niet hun laatste zijn. Dat is een te nare herinnering. We gaan wel naar een andere camping. We zijn drie jaar op een rij naar Le Saint Michelet geweest, maar ik ben bang dat de gebeurtenissen van vorig jaar ons de hele vakantie achtervolgen als we daar weer gaan staan. We zijn sowieso beter voorbereid op calamiteiten.”

Rianne: “Onze caravan is een vluchtauto geworden. We hebben geen voortent meer, maar een luifel. Alles is erop gericht dat we heel snel in kunnen pakken. Ik denk ook dat ik veel eerder actie zal ondernemen als we nog eens in zo’n situatie zullen belanden. Ik ben vorig jaar echt te afwachtend geweest onder het motto: het zal wel loslopen. Het liep niet los. Gelukkig was het overdag. Ik moet er niet aan denken dat dit ’s nachts gebeurd zou zijn. Dan had het allemaal veel slechter kunnen aflopen.”

Dit verhaal lees je in ZOMER, het magazine dat op zaterdag bij De Telegraaf zit.

Jij op VROUW.nl

Wil jij een verhaal delen met de redactie?

Stuur dan een berichtje