Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Eigen beeld
Zomer

Kim gaat op campercursus:
Hier met dat stuur!

Kim Querfurth

K

Kim Querfurth raakte verslingerd aan het camperleven. Nu neemt zij het stuur van haar man over. Gaat dat lukken? Want die pook heeft een gebruiksaanwijzing...

Als verrassing kocht mijn man een camper en ik zag huizenhoog tegen de kampeervakantie op. Die viel uiteindelijk mee. Het was zelfs leuk! Eén ding was opvallend: campervrouwen nemen standaard plaats naast hun man op de bijrijdersstoel. Ook ik deed dat automatisch. En toen ik eens wilde rijden, kregen we acuut bonje; de motor sloeg af en ik zou ’niet assertief’ genoeg rijden.

Prima investering

Dus heb ik maar een keer stiekem een stukje gereden toen HIJ niet in de buurt was. Stressen, want zo’n camper is best groot en het viel niet mee om het ding weer netjes binnen de vakken te parkeren. Hoogste tijd om te zorgen dat ik wél zelfverzekerd in die kolos op wielen kan rijden. Ik regel bij de ANWB een twee uur durende camper rijvaardigheidstraining à 95 euro per uur. Als ik een drama achter het stuur blijk te zijn, kan ik de instructeur altijd nog een uurtje extra inhuren. Lijkt me een prima investering.

Als mijn man me naar de camperles wil brengen, meldt hij luchtig dat de accu helaas leeg is. Ook dat nog. We lenen een snelstarter van een technische vriend en het ding slaat gelukkig snel weer aan. Onderweg naar de ANWB Rijopleiding in Amsterdam weet ik weer waarom ik me voor deze les heb aangemeld. 

De man en ik krijgen een verhitte discussie. Over de schakelpook, nota bene.
Hij: "Als je naar z’n drie schakelt, hapert-ie een beetje, dus dan moet je een beetje naar links, dan in het midden, dan wat opzij en dan in z’n drie. Snap je?" 
Ik: "Nee, eigenlijk niet." 
Hij: "O ja, en in zijn één zetten gaat ook een beetje stroef."
Ik: "Ik snap het niet. We hebben toch onlangs een uitgebreide APK-keuring laten doen, dan moet alles toch in orde zijn?"
"Dat is het niet. Het gaat om het schakelen met zo’n grote pook, dat is gewoon anders en daar moet je aan wennen”, luidt zijn niet zo geruststellende antwoord. In gedachten heb ik de rijles al omgezet naar vijf of zes uur.

Mini-Kawasaki

Mijn gedachten gaan terug naar twintig jaar geleden toen ik een moedige poging deed om mijn motorrijbewijs te halen, maar helaas moest afhaken. Mijn oog was gevallen op een mini-Kawasaki met knalgroene striping. Uitgerekend daar had ik een leuk, stoer outfitje bij en ik zag ons samen al rijden. Zo ver is het nooit gekomen. Bij de vierde les gaf de uiterst geduldige instructeur aan dat een spoedcursus van tien lessen ’m niet zou worden als ik weigerde te slalommen en niet op de snelweg wilde rijden. Ik had minimaal dertig tot veertig lessen nodig, was zijn voorlopige schatting.

Rij-instructeur Niels van Eck blijkt gelukkig een toffe. En niet bang, want hij neemt onverschrokken plaats op de bijrijdersstoel. "Jij kunt dit!" begint hij zijn peptalk en leunt lekker achterover. Zelfs als ik vlotjes wil wegrijden en er iets hapert, fluistert hij koeltjes: "De handrem?" Maar ja, hij is wel wat gewend. Eerder mocht hij de rijstijl van Kim Feenstra bijschaven en ook met Frank de Boer en Sara Kroos ging hij aan de slag. 

Zijn devies is simpel: "Als je met een camper gaat rijden, moet je eerst het vakantiegevoel krijgen. Rustig rijden en je niks aantrekken van de mensen achter je. Jij bent immers op vakantie! Het is net als op de piste, de mensen achter je moeten zich maar redden. Rustig door de bocht, eerst zachtjes remmen, koppelen en dan pas schakelen, zo doen we dat." Hoe meer kilometers ik rijd, des te relaxter ik word. Het werkt echt: camperrijden brengt rust in het hoofd! 

Hard werken

Hoewel het schakelen even wennen is als je al drie jaar in een automaat rijdt, gaat het wonderbaarlijk goed. Ik ben het blijkbaar nog niet verleerd en de motor valt geen enkele keer uit. En nog iets: het schakelen naar z’n één en drie blijkt geen enkel probleem. Paniek om niks, dus. Maar het blijft hard werken om met zo’n grote pook te schakelen en ook nog op het verkeer te letten. Slechts één keer zit ik per ongeluk in z’n vijf en hoor ik Niels subtiel zeggen: "Dit rijdt wel zuinig zo, maar ook wat onrustig..."

De instructeur heeft wel ergere dingen meegemaakt. "Een dame wilde een opfriscursus toen ze na een ongeluk bang was geworden. Midden in een tunnel besloot ze dat ze het toch echt te eng vond. Ze trapte vol op de rem en de wagen stond stil terwijl het verkeer eromheen zoefde."

We cruisen wat rond en nemen hier en daar een hobbel. Gelukkig heb ik vooraf alle kastjes goed vastgezet en de koelkast vergrendeld, zodat er niets uit kan vallen tijdens het rijden. We gaan een doodlopende straat in en die moet ik in z’n achteruit weer verlaten. De stoeprand blijft ongeschonden, net als de andere autobestuurders. 

Op de snelweg kom ik goed mee met het verkeer en ik blijf keurig op de rechterbaan. Als ik op een gegeven moment achter een slak rijd, haal ik toch maar in. Zomaar, heel spontaan en beheerst. Zo moet het ook. Abrupt rijden en remmen is geen optie, volgens Niels, want dan is de kans op kantelen groot.

Het ’spiegelwerk’ is intensief, want over je schouder kijken zit er niet in. Het is een kwestie van voortdurend het verkeer om je heen in de gaten houden. Zo weet je dat er waarschijnlijk iemand in je dode hoek zit die je net nog zag, maar nu niet meer. In de bebouwde kom is het heerlijk rustig rijden en het valt me op dat de meeste mensen respect voor een camper hebben. Ze steken niet snel nog even over als ik kom aanrijden.

Man als bijrijder

Verdorie, had ik deze rijles maar eerder gedaan! En dan in een van de eerdere auto’s van mijn man: een Dodge pick-up. Daar heb ik destijds een klein trauma aan overgehouden toen ik een doodlopende straat inreed. Ruimte genoeg, maar na afloop durfde ik met het gevaarte niet achteruit te rijden in die smalle straat. Een bouwvakker die in het pand ernaast aan het werk was, bood uitkomst en reed de Dodge achteruit de straat weer op. Wat voelde ik me toen onbeholpen!

Bij terugkomst bij de ANWB volgt een soortgelijke vuurdoop. Ook daar is het krapper dan krap en ik moet van Niels tussen twee auto’s inparkeren. Net nu er zo’n zestal instructeurs buiten pauze houden en de boel eens lekker gaan bekijken. Ik haal diep adem, schat mijn kansen in en... zet hem er zó tussen. Er volgt nog net geen applaus. 

Ik ben zo euforisch dat ik vergeet de sleutel uit het startslot te halen. Niels komt ’m brengen en verklaart dat ik wat hem betreft zonder problemen veilig de weg op kan. Wel staat hij erop dat ik de camper straks naar huis rijd, met mijn man naast me. Die stribbelt eerst nog wat tegen, maar wil uiteindelijk het resultaat van mijn rijles ervaren. 

Na zo’n 500 meter zit hij net zo relaxed achterovergeleund als Niels. "Gaat best goed, hoor", roept hij, terwijl verkeersdeelnemers die het tafereel man-rijdt-als-bijrijder-met-haar-mee gadeslaan, hun duimen omhoog steken. Dat geeft de burger moed. Kunnen we niet doorrijden naar Saint-Tropez? 

Ook zien hoe de rijles verliep? Bekijk het filmpje hieronder!

Dit verhaal lees je in ZOMER, het magazine dat deze zomer iedere zaterdag bij De Telegraaf zit.

Jij op VROUW.nl

Wil je een verhaal delen met de redactie?

Stuur dan een berichtje