Dit veld is verplicht

Dit veld is verplicht

Nee bedankt

Foto: Hollandse Hoogte | EyeEm GmbH
Zomer

Na 13 jaar hoort hij niets meer
van zijn Cubaanse liefde

Marijke Lemmers

Z

Zo moeizaam als zijn sociale leven in Nederland vaak verliep, zo’n warm bad was het op Cuba. Barend (63) vond daar de liefde van zijn leven: Alisa. Dertien jaar lang hield deze verre liefde stand. Maar sinds vier maanden hoort hij niets meer van haar... 

“Ik weet dat ons laatste samenzijn niet bepaald romantisch was. Het verliep heel anders dan gepland, want ik kreeg een vervelende ontsteking aan m’n voet die maar niet overging.

We gingen ziekenhuis in, ziekenhuis uit, in afwachting van een mogelijke behandeling. Tussendoor probeerde ik nog wel iets leuks met haar te doen, maar dat ging moeizaam. Strompelend van de pijn, sleepte ik me naar een leuk restaurantje of gingen we op familiebezoek. Samen dansen, wat we zo graag doen, kon al helemaal niet. Ik baalde er ontzettend van. Ik telde altijd de dagen voordat ik haar weer naar haar toe kon, legde daarvoor elke cent opzij en dan krijg je zoiets! 

Overhaast afscheid

Het was ernstig. Ik hoorde zelfs het woord ‘amputatie’ fluisteren. De dokters adviseerden dat ik er beter zo snel mogelijk in Nederland naar kon laten kijken, dus ook ons afscheid was overhaast. Geen moment heeft ze geklaagd. Ze was oprecht bezorgd en is heel lief elke afspraak met me meegegaan. Dus dat kan toch niet de reden zijn dat ze nu geen contact meer met me opneemt, na al die jaren?

Mijn liefde voor Cuba gaat ver terug. Ik had gehoord en gelezen dat het daar zo mooi en bruisend was en wilde dit graag zelf ontdekken. Ik weet nog dat ik er de eerste keer uit het vliegtuig stapte: het voelde als de hemel op aarde. Het tropische klimaat, de gastvrijheid, de muziek overal, het makkelijke contact met de Cubanen. Zelfs als je gewoon op straat loopt, vragen mensen hoe het met je gaat. Dat deed me zo ontzettend goed. Ik wilde me daarin onderdompelen, mensen leren kennen. Daarom logeerde ik er niet in onpersoonlijke hotels, maar in casa particular tussen de locals, veel leuker. Zelfs als je alleen reist, voel je je daar nooit eenzaam, want je wordt overal uitgenodigd. 

Geen Temptation Island

Voor mij was Cuba geen Temptation Island, want ik ging er niet heen voor het vrouwelijk schoon. Maar op een van mijn reizen, ontmoette ik haar: Alisa. Ik zie haar nog zitten op het muurtje aan de overkant van de straat. Ik liep daar met een Cubaanse kennis en hij sprak haar aan, hij kende haar. We waren onderweg naar zijn familie en zij sloot ook aan. Zwaar onder de indruk was ik van deze prachtige, donkere vrouw met haar mooie innemende lach. Wel iets jonger dan ik, dus ik hield eerst nog gepaste afstand. Maar zij was heel open naar mij. We hebben die avond bij de familie de hele avond gegeten en gedronken en zitten kletsen in het Spaans, wat ik toen nog maar een klein beetje sprak, maar wat zij prima begreep.

Ik viel als een blok voor haar. Ze bleek niet alleen mooi vanbuiten, maar ook vanbinnen. Dat vind ik veel belangrijker. Ze was zo belangstellend, behulpzaam en sociaal; iedereen vond haar aardig. Ik had het al super gevonden als we gewoon vrienden konden zijn en wilde haar dolgraag beter leren kennen. Die instant-klik die ik met haar had, had ik nog nooit zo bij een vrouw gevoeld.

Het was voor mij een magische avond, die we afsloten met een wandeling met z’n tweetjes naar een bankje in een park. Daar hebben we samen naar de maan gekeken en viel de eerste voorzichtige zoen. Ook zij had het gevoel dat er tussen ons een bepaalde chemie was, meer dan vriendschap; ik kon m’n geluk niet op! 

Openbare affectie

Maar ik wilde niet te hard van stapel lopen, wilde haar echt beter leren kennen en daar had ik destijds nog twee weken de tijd voor. Die hebben we ten volle benut. Alisa en ik bleken veel gemeen te hebben, begrepen elkaar met weinig woorden en hadden genoeg aan elkaar. Dat vond ik geweldig om te ontdekken. We zijn veel naar terrasjes en uit eten geweest en hebben heerlijk gedanst. Maar ze genoot ook van gewoon samenzijn in ons tijdelijke ‘thuis’. Gelukkig, want Cubanen mogen niet in het openbaar affectie tonen naar toeristen. Daar kun je zelfs voor worden opgepakt.

Alisa had geen eigen huis, dat kon ze niet betalen. Op Cuba is veel armoede en liggen de banen niet voor het oprapen, dus leefde ze als een soort nomade, en woonde ze waar er werk was. Soms verbleef ze tijdelijk bij familie, dan weer huurde ze in de buurt een kamertje. Ze is dus best wel arm, maar ook heel trots en heeft mij in al die jaren nog nooit om iets gevraagd. Natuurlijk nam ik wel elke keer als ik naar haar toe ging – zo’n twee keer per jaar – cadeautjes voor haar mee. Ze was blij met weinig, net als alle Cubanen. Dat vind ik zo mooi van dat land. Het is zo’n contrast met Nederland, waar we zoveel hebben, maar vaak zo ontevreden zijn. 

Emigreren

Daarom zou ik heel graag willen emigreren naar Cuba. En natuurlijk om altijd bij Alisa te kunnen zijn. De liefde voor haar heeft me echt overvallen. Er was een chemie tussen ons waardoor we elkaar niet meer konden loslaten. Die hield al meer dan dertien jaar stand, ondanks dat het zo moeilijk was om tussen mijn bezoeken door contact te houden. Want ja, het is wel Cuba; telefoneren is heel duur en internetverbindingen zijn slecht. Elk keer werd het afscheid moeilijker: ‘Wanneer kom je weer? Ik wil je zo snel mogelijk weer zien…’ zei ze dan smekend.

Vorig jaar nog waren wij aan het kijken of het mogelijk is om voor altijd bij elkaar te zijn. Dat is bepaald niet eenvoudig, want er moeten visa worden aangevraagd, veel formulieren ingevuld, misschien moet ik eerst met haar trouwen of een huis kopen op Cuba om me daar definitief te kunnen vestigen... Ik heb er alles voor over, maar één ding is zeker: het kost veel tijd en geld. Dat laatste heb ik niet veel, maar tijd heb ik binnenkort waarschijnlijk volop. Ik heb sinds kort te horen gekregen dat er gereorganiseerd gaat worden en mijn baan houdt op te bestaan. De regeling waarmee ik eruit ga, is geen vetpot. In Nederland zou ik daar maar net van kunnen rondkomen, maar op Cuba zou ik er prima van kunnen leven. Ik heb daar niet veel nodig: een praatje, een zonnetje, een hapje en drankje en natuurlijk Alisa…

Waar is ze?

Dit nieuws zou ik haar dolgraag willen vertellen, maar waar is ze? En hoe is het met haar? Ik heb haar in februari nog gebeld toen ze jarig was. Dat was gewoon een leuk gesprek en eindigde zoals altijd met: ‘Ik mis je. Wanneer kom je weer?’ 

Maar dat is inmiddels dus al maanden geleden. Als ik haar nu bel, krijg ik een rare automatische boodschap in het Russisch of zo. Ik weet niet wat er aan de hand is. Misschien is alleen haar telefoon stuk, misschien is ze ziek, of… heeft ze iemand anders. Mijn hart zou breken, maar we hebben ooit afgesproken dat ze dat eerlijk zou vertellen. Het is niets voor haar om dat niet te doen. Ik kan en wil dat dus niet geloven. Maar de onzekerheid maakt me gek!

Ik heb geen contactgegevens van familie of vrienden, alleen haar mobiele nummer. En zij heeft geen geld om met mij contact op te nemen. Ik word er zo moedeloos en verdrietig van. Door alle stress gaat het ook nog eens bergafwaarts met mijn gezondheid. Ik ben radeloos en weet niet meer wat ik moet doen. Ik wil haar niet kwijt; zij is de enige voor wie ik leef..."

Dit verhaal lees je in ZOMER, het magazine dat deze zomer iedere zaterdag bij De Telegraaf zit.

Gerelateerde onderwerpen